Wanneer Wouter bij Sien op bezoek kwam, werd ze zichtbaar dommer – puur van geluk.

Weet je, als Henk bij Marloes langskwam, leek ze altijd ineens wat dommer te worden maar dan op zon aandoenlijke manier, van pure blijdschap. Ze scharrelde wat rond, probeerde haar haar snel nog even netjes te maken, propte wat kleren die ze net had uitgeprobeerd onder een kussen, en trok met wat gewurm de laatste krulspelden uit haar haar. Dan dook ze de badkamer in, bracht haar kapsel op orde, deed een likje lipstick op, en kwam dan helemaal opgedoft naar hem toe.

En eerlijk, geef haar eens ongelijk. Kijk, Marloes was alleenstaande moeder en eigenlijk nooit écht getrouwd geweest. Ze heeft even een soort relatie gehad met haar Mark zon maand of twee en toen was hij ineens vertrokken naar zijn familieland. Marloes weet eigenlijk nog steeds niet waar dat precies was; misschien Roemenië, misschien Oekraïne. Hier in Rotterdam werkte hij op de markt, maar wat hij daar nu precies deed, dat was Marloes ook niet duidelijk.

Dus ja, toen was Mark verdwenen, het licht van haar leven, en liet haar achter licht zwanger, zoals dat dan heet. Ze was pas twee weken in verwachting, wist zelf nog van niks. Maar toen Mark ook na weken niet meer langskwam, begon het bij haar te dagen: Het is zo, ik moet het alleen doen.

En precies op de uitgerekende dag kreeg ze een zoontje. Prachtig kind! Ach, geen wonder natuurlijk Marloes zelf is een vrouw om te zien, en die Mark was ook een plaatje. Ze heeft het echt getroffen met dat jongetje; Bram is een rustige, tevreden baby. Slaapt veel, en werd hij wakker, dan dronk hij rustig aan haar borst melk genoeg, kon zo een tweeling voeden. En ziek? Nauwelijks. Die kinderziektes waar iedereen over klaagt, ging hij fluitend voorbij.

Marloes noemde hem Bram, naar Bram van der Vlugt ja, die van Sinterklaas. Toen ze zwanger was, zag ze die oude Sinterklaasfilm op tv, met Van der Vlugt, die haar zo ergens wel deed denken aan Mark. Dus toen werd het Bram Markus Visser. Dat klinkt toch als muziek in je oren?

Bram was zon zonnekind. Als Marloes even het huishouden moest doen, legde ze een fleecekleed op de grond, zette er stoelen omheen zodat hij niet weg kon kruipen, gooide wat oude spullen een handtas, wat lappen, krulspelden bij hem en hij vermaakte zich rustig. Geen gehuil, geen gemopper, ook niet toen ze hem eens tussen de stoelen vond, vast met zijn hoofd, bezig de boel opzij te duwen met van die mollige handjes.

Toen hij wat ouder werd, geen problemen erbij. Marloes liet hem gerust buiten spelen, zolang hij maar om de tien minuten even naar het raam kwam (ze woonden op de begane grond) en riep: Mama, ik ben hier! Maar ja, zon jongetje van vier zonder horloge dus kwam hij elke drie minuten naar het raam schreeuwen, totdat Marloes reageerde met: Prima, lieverd! En als ze niet snel genoeg lachte, bleef hij staan. Wat is er dan? riep ze. Je lachte niet naar me Dus gaf zij hem een grote glimlach, echt gemeend, en dan stoof hij weer de speeltuin in.

Op een dag riep hij vanaf buiten niet alleen mam, ik ben hier, maar stond er met iets in zijn armen. Toen Marloes naar buiten keek, zag ze: een kitten. Mama, die mevrouw van hiernaast heeft m aan mij gegeven, hij heet Midas, ze zei dat jij blij zou zijn en dat we samen goed voor hem moesten zorgen. Hij keek haar zo eerlijk en oprecht aan, dat Marloes enkel maar kon glimlachen. Midas zal vast honger hebben, neem hem maar mee, dan geef ik hem wat melk. Bram vloog met het poesje naar binnen. Zo gelukkig als hij was, zo beduusd was Midas nog.

Zo gingen ze verder, met zn drieën. Totdat Marloes Henk ontmoette. Henk was net zo oud als Marloes, nooit getrouwd geweest, degelijke vent, beetje stoer, werkte bij een meubelfabriek in Schiedam, goed salaris. Op zaterdag kwam hij logeren. Zei niet veel, at veel, dronk een beetje. Marloes had altijd een flesje jonge jenever koud staan, en serveerde die in zo’n oud facetglaasje. Henk vond die glaasjes geweldig.

Die avond ging alles weer zoals altijd. Henk groette Bram met een ferme handdruk in de gang. Hij plofte op de bank, terwijl Marloes haar laatste voorbereidingen deed. Daarna keken ze samen, nou ja, met zn vieren want Midas hoorde er natuurlijk ook bij, wat tv en gingen aan tafel. Na het eten gingen ze zoals altijd traditie! even met zn allen op bed liggen, straks zouden ze nog wel een rondje wandelen in het stadspark.

Toen Marloes later de deur van Brams kamer zachtjes dichtdeed en bij Henk naast hem in bed kroop, hoofd op zijn schouder, begon hij ineens serieus: Ik zie het zo voor me, even nog hier wonen, maar straks moeten we wat ruimer. Misschien mijn appartement verhuren voor extra geld Maar Marloes, luister, katten zijn niet zo mijn ding. Die Midas moet toch echt weg.

Midas, corrigeerde ze hem en voelde zich gespannen.

Eh ja, Midas Hij viel stil. En Bram? Kunnen we die niet even naar mijn moeder sturen, op het platteland bij Leeuwarden? Frisse lucht daar, dorpsschool. Komt goed. Dan maken wij samen nog een stuk of wat kinderen.

Marloes bleef stokstijf liggen, hoofd als versteend op zijn schouder. De stilte duurde minuten. Toen stond ze op, sloeg haar ochtendjas dicht, pakte zijn broek van de stoel, en hield hem naar Henk uit.

Hier, je broek Schiet maar aan, en hup

Waar naartoe?

Naar je moeder, naar Friesland. Frisse lucht genoeg daar. Wij hebben in ons eigen parkje lucht zat, met zn drieën.Henk keek haar aan, mond half open. Even leek het alsof hij iets wilde zeggen, maar hij zag haar ogen vastbesloten, helder, met een heel eigen licht. Hij kneep zijn mond dicht, pakte zijn broek, trok hem zwijgend aan. Toen hij bij de voordeur nog één keer omkeek, zat Bram met Midas op schoot onder het raam, en Marloes stond naast hen, haar arm om haar zoon, Midas zachtjes spinnend tegen haar hand.

Niemand zei iets. Henk verdween de portiektrap af, het gewone avondleven in. Marloes leunde tegen de deur, luisterde naar Brams ademhaling, het zachte gespin van Midas haar huis, haar leven, hun kleine wereld vol warmte en simpele geluksmomenten. Buiten waaide er een windje door de bomen, en in huis zaten ze dicht bij elkaar, precies zoals het moest zijn.

En als je goed had geluisterd, klonk het net alsof zelfs de oude muren opgelucht ademhaalden.

Please rate
Bagattia News
Wanneer Wouter bij Sien op bezoek kwam, werd ze zichtbaar dommer – puur van geluk.