-Voor wie bent u?

Voor wie bent u? Marijke van den Berg en haar buurman Mick stappen op de veranda en kijken naar de bezoeker. Ik ben bij Marijke van den Berg! Ik ben haar achterkleindochter, de kleindochter van haar zoon Joris.

Marijke zit op een door de zon verwarmde bank bij de tuin en geniet van de eerste warme lentedagen. Het is eindelijk weer lente. Alleen God weet hoe Marijke de strenge winter heeft overleefd.

Nog een winter ga ik niet meer doorstaan! denkt Marijke en hijgt opgelucht. Ze is niet bang meer om te lopen. Integendeel, ze wacht op dit moment. De bonen zijn al ingeslagen, de nieuwe kleren zijn gekocht.

Niets houdt Marijke meer hier op aarde.

Eens had ze een grote familie: haar man Frits Janssen, een lange stevige man, en vier kinderen drie zonen en een dochter. Ze leefden in harmonie, hielpen elkaar, kletsten af en toe. Eén voor één groeiden de kinderen op en vertrokken ze hun eigen weg.

De twee oudste zonen gingen naar de technische school en daarna naar de steden om te werken. De middelste, die op school niet goed presteerde, begon een succesvolle zaak, die hem uiteindelijk naar het buitenland bracht, waar hij bleef. De dochter verliet het dorp, verhuisde naar de hoofdstad en trouwde al snel.

In het begin kwamen de kinderen vaak langs, schreven brieven, en daarna, met de komst van mobiele telefoons, belden ze vaker. Een voor een kwamen de kleinkinderen langs. Marijke pakte af en toe een oude, versleten koffer en ging op bezoek bij een van haar kinderen.

Geleidelijk groeiden de kleinkinderen uit de zorg van hun grootmoeder. De oproepen werden zeldzamer, de telefoontjes minder. De kinderen hadden hun eigen werk, hun eigen gezinnen, en dachten niet meer aan een bezoek aan het oude huis.

Het nieuws dat Frits Janssen, de vader van Marijke, was overleden, bracht de familie even weer bij elkaar. Men dacht dat hij, een stevige man, nog honderd jaar zou leven. In werkelijkheid bleek het anders.

Na de uitvaart verstonden de kinderen ieder hun eigen weg. Eerst belden ze hun moeder, maar al snel verdwenen de gesprekken. Marijke probeerde zelf te bellen, maar voelde dat de kinderen niet meer bij haar wilden, en trok zich terug. Zo gaat de laatste tien jaar: elk jaar belt één van de kinderen kort, en Marijke lacht dan zachtjes naar zichzelf.

Op een dag zit Marijke opnieuw op de bank en peinst over vroeger.

Goedendag, tante Marijke! roept een jonge man, die over de schutting staat, met een brede glimlach. Herinnert u mij nog?

Marijke kijkt verbaasd.

Mick! Ben jij dat?

Ja, tante Marijke! jubelt hij en stapt de tuin binnen.

Mick is de zoon van de buren, een gezin dat nooit zonder een kop koffie of een maaltijd kan. Marijke herinnert zich Mick als een altijd hongerig kind. Uit medelijden gaf ze hem eten, kleding van haar kinderen en een slaapplek wanneer zijn ouders een vrolijke feestavond hielden.

De ouders van Mick overleven niet lang. Ze sterven, Mick wordt weggehaald en vanaf dat moment ziet Marijke hem niet meer; ze mist hem heel erg.

Waar ben je al die tijd geweest, Mick? vraagt ze blij.

Eerst in een kinderdagverblijf, daarna ging ik in het leger, daarna studeerde ik. Nu ben ik terug naar mijn kleine vaderland. Ik ga ons dorp weer opbouwen!

Wat moet je daar opbouwen? zwaait Marijke haar hand. Iedereen is al vertrokken.

Niks! Ik verdwijn niet!

Zo begint een nieuw hoofdstuk voor Marijke. Mick vindt werk bij de grootste boer van het dorp, de heer Ivo de Vries.

In zijn vrije tijd repareert hij het oude schuurtje dat hij van zijn ouders heeft geërfd, en hij vergeet Marijke niet hij helpt op het erf. Marijke lacht weer. Ze noemt Mick niet meer zoon, maar behandelt hem als een familielid. Zo lopen drie jaar voorbij.

Ik ga weg, tante Marijke zegt Mick op een dag, alsof hij zich excuseren wil. Ivo betaalt niet, hij wil wel dat we werken maar geen loon. Ik ga voor een baan in de stad. Neem me niet kwalijk!

Ga maar, Mick, ga met God! antwoordt Marijke.

Opnieuw blijft Marijke alleen. Soms wil ze huilen van eenzaamheid, maar ze blijft de dagen aftellen tot haar laatste reis. Toch houdt iets haar nog op de been.

Goedendag, tante Marijke! klinkt een bekende stem. Marijke draait zich om naar de schutting en ziet een vertrouwd gezicht.

Mick! Is dat echt jij?

Ja, tante Marijke! een lange, net geklede jongeman stapt de tuin binnen. Ik ben terug! Helemaal terug!

O, wat een vreugde! springt Marijke op. Kom binnen, Mick! Ik zet meteen een theepot klaar!

Een theepot is perfect! lacht Mick. Ik kom net van thuis. Ik had niet verwacht je te treffen, ik had geen gastvrijheid meegenomen!

Een half uur later zitten Marijke en een blije Mick samen aan tafel, drinken thee uit mooie antieke kopjes en praten nauwelijks.

Ik ben al op weg naar de laatste rust, Mick snikt Marijke.

Doe niet zo! grapt Mick terwijl hij met zijn vinger zwaait. Ik ben hier, we gaan samen blijven! Iedereen zal jaloers zijn! Ik verdien geld, ik ga mijn eigen boerderij uitbreiden! Jij moet nog niet vertrekken!

Is er iemand thuis? weergalmt een heldere, meisjesachtige stem. Marijke kijkt uit het raam en ziet een jonge dame in een korte jas en hoge hakken in de tuin staan.

Voor wie bent u? Marijke en Mick stappen op de veranda en kijken de gast aan.

Ik ben bij Marijke van den Berg! Ik ben haar achterkleindochter, de kleindochter van haar zoon Joris. Ik ben de nicht van uw zoon.

De vrouw en de jongen wisselen een blik.

Ik heb gebeld, maar uw telefoon stond uit! Dus ik kwam zomaar langs!

Kom binnen! nodigt Marijke onzeker uit, terwijl Mick de koffer van de dame pakt.

Marijke en Mick kijken naar Madelief, die voldaan de lekkernijen die haar werden aangeboden naar binnen draagt en haar verhaal vertelt.

Ik hou niet van de stad. Ik wil in het dorp wonen! Mijn ouders begrijpen het niet. Opa Joris zei dat ik hier een paar maanden mag blijven. Hij zei: Als je hier woont, wil je nooit meer weg. Hij belde u, uw vader belde, ik belde, maar we konden elkaar niet bereiken. Vergevingsvraag! Ik ga niet als bakker werken! Ik heb geld! En uw vader en opa hebben al een gastheer geregeld! Ik studeer parttime en kom na de tentamenperiode terug!

Blijf zo lang als je wilt! zegt Marijke eindelijk. Het maakt me blij!

Een maand verstrijkt. Marijke zit op de bank en kijkt hoe Madelief vaardig in de moestuin werkt. Het is duidelijk dat ze niet uit de stad komt.

Met Micks hulp ploegt Madelief de verwaarloosde tuin opnieuw, verdeelt het in percelen, zet een kas op, koopt jonge planten bij de buren en begint enthousiast alles te planten.

Mick blijft ook niet stilzitten. Met het geld dat hij verdient, begint hij een moderne boerderij te bouwen. Hij huurt werkers in om het dak van Marijkes woning te renoveren en vervangt de oude houtkachel door een eigen verwarmingssysteem.

Marijke straalt. Er blijft een glimlach op haar gezicht. Ze is weer niet alleen.

Soms kruipt een schaduw van verdriet over haar, wanneer ze eraan denkt dat Madelief binnenkort naar de stad zal gaan. Ze is al zo gehecht geraakt aan haar achterkleindochter. Maar de tijd vliegt en Madelief vertrekt.

Hoe ga ik hier alleen de tuin onderhouden, Madelief? zucht Marijke terwijl ze een zakje koekjes voor haar kleindochter inpakt.

Maak je geen zorgen, oma, vergeet niet de watertank bij te vullen. Mick zal wel water geven! En ik kom terug om te plukken! lacht Madelief.

Kom je terug? jubelt Marijke.

Natuurlijk! Ik kan het dorp niet verlaten! Ik ben je dierbaar, oma, met heel mijn hart. Mick heeft me zelfs ten huwelijk gevraagd! Een bruiloft in de herfst! Waar zonder man? En hij is een echte boer!

Een jaar later zit Marijke in de zon, wiegt een kinderwagen met een slapende achterkleinkind. Madelief en Mick werken op de boerderij. Met hun gezamenlijke inzet bloeit de boerderij, en daarmee het hele dorp.

Marijke kijkt naar haar kleinzoon die zoet slaapt en denkt:

Ik ga niet naar de laatste rust! Ik moet nog mijn kinderen helpen!

Like en deel je gedachten in de reacties!

Please rate
Bagattia News
-Voor wie bent u?