Victor reed met de auto een klein Nederlands dorpje toen hij plotseling een meisje opmerkte dat alleen langs de weg stond. Het was al laat en er was verder niemand in de buurt. Hij stopte. – Kan ik je een lift geven?

Het lijkt nu alweer een eeuwigheid geleden, maar ik herinner me die avond alsof het gisteren was. Het was diep in de winter, tijdens de dagen rond Driekoningen, en ik reed met mijn vrachtwagen over smalle provinciale wegen, onderweg naar een dorpje ergens tussen de weilanden van Noord-Brabant. In de cabine rook het heerlijk: mijn moeder had die ochtend nog warme aardappelpasteitjes voor me gebakken mijn favoriete traktatie. Ze wist dat ik vandaag moest werken, ondanks de feestdag, want de lading moest voor zonsopkomst bezorgd worden.

Toen de zon al lang onder was en de mist over het land trok, passeerde ik een verlaten bushalte vlakbij het gehucht Heikant. In de bundel van mijn koplampen zag ik ineens een jonge vrouw staan. Ze stak haar hand uit, hopend op een lift; haar wangen waren rood van de kou.

Ik stopte, draaide krachtig het raampje naar beneden en vroeg: Wil je meerijden?

Graag, dank u wel Haar schouders trilden. Er komen hier bijna geen autos meer zo laat op de avond. Ik sta hier al zo lang te wachten.

O, jemig. Stap snel in, hoor. Je hebt het duidelijk koud. Terwijl ze instapte, begonnen haar ogen te glimmen en al snel rolde er een traan over haar wang.

Is alles wel goed? vroeg ik voorzichtig, enigszins verbijsterd.

Ze snikte zachtjes en vertelde haar verhaal.

Ik heet Lonneke. Vandaag vieren ze Driekoningen, het weekend komt eraan en een collega vroeg me naar haar buitenhuisje, bij een dorpje buiten Tilburg. Haar man zou Utrechtse rookworst grillen en alles was geregeld voor een gezellig avondje. Ze vertelde me te bellen als ik aankwam bij de halte bij de buurtsuper. Ik kom je zo halen, zei ze.

Ik ging mee, want vlak voor Kerstmis had ik het uitgemaakt met mijn vriend. Mijn collega wilde niet dat ik alleen thuis zou zitten.

Maar ja, ik nam per ongeluk de verkeerde bus die naar Loon op Zand in plaats van Berkel-Enschot. Toen ik uitstapte, was het al donker en afgezien van een paar dorre bomen was er niets in de buurt, behalve het bordje met de verkeerde dorpsnaam Ik belde haar, maar het netwerk viel steeds weg.

Pas veel later besefte ik dat dit de laatste bus was daarna kwam er geen één meer. Autos richting de stad zag ik amper. Eerst wilde ik naar het dorp lopen, maar ik besloot hier maar te blijven en te hopen op een lift.

Lonneke keek me dankbaar aan. Zonder jou had ik hier nu nog gestaan. Dankjewel.

Laat dat u maar zitten, ik heet Pieter, lachte ik, blij dat ik haar kon helpen.

Zij glimlachte ook. Lonneke was oprecht, vriendelijk en in niets een verwaande stadse dame. Tijdens de rit zette ik de radio ietsje harder en we deelden samen de pasteitjes van mijn moeder. Ze haalde uit haar tas wat plakjes Friese nagelkaas en een reep pure chocolade.

Toen het tijd was om te slapen, richtten we ons zo goed mogelijk in. Zij dook op de bank van de cabine, ik bleef achter het stuur. Net voordat we beiden indommelden, vroeg ze zacht:

Pieter, ben je eigenlijk getrouwd?

Nee, helemaal niet.

Waarom niet?

Tja ik heb pas net iemand ontmoet die me echt bevalt, maar ik heb het haar nog niet durven zeggen.

Ik snap het, zei ze, en trok een dekentje over zich heen. Laten we slapen. Jij moet morgen vroeg weer laden.

De nacht was stil, de lucht ijl en helder. De volgende ochtend, toen de zon opkwam boven de besneeuwde velden, voelde alles anders. Terwijl we samen verder reden, grapte Lonneke dat dit haar eerste avontuur was en dat ze er ondanks alles eigenlijk blij mee was nu.

Ik merkte dat mijn gedachten steeds vaker bij haar afdwaalden: deze bijzondere, dappere vrouw had het lot op mijn pad gebracht.

Toen we aan het einde van hun reis Breda binnenreden, vroeg ik uiteindelijk om haar telefoonnummer.

En hoe zit het met dat meisje dat je zei te mogen? zei ze, een beetje plagerig.

Ik bedoelde jou, antwoordde ik lachend. Sinds vannacht weet ik dat je speciaal bent en dat ik hoop je vaker te zien. Als jij dat tenminste ook wil

Ik vind het ook heel leuk met jou, Pieter, zei ze zacht, jij bent een echte vent; je hebt me niet in de steek gelaten en bent een ware heer geweest. Ik hoop dat we elkaar nog eens zien.

Die lente, in april, stapten Lonneke en ik samen het stadhuis van Breda binnen om te trouwen. Soms denk ik dat zulke toevallige ontmoetingen gewoon door het lot gestuurd worden en dat de mooiste verhalen vaak beginnen als je ze het minst verwacht.

Please rate
Bagattia News
Victor reed met de auto een klein Nederlands dorpje toen hij plotseling een meisje opmerkte dat alleen langs de weg stond. Het was al laat en er was verder niemand in de buurt. Hij stopte. – Kan ik je een lift geven?