Verrassing van je ex

Verrassing van een ex

Stijn, wacht even! riep Marjolein uit het open raam.

Maar haar vriend hoorde haar niet meer.

Hij zat al in zijn Opel Astra, draaide de sleutel om en startte de motor. Marjolein griste haar telefoon van tafel en rende naar de deur.

Terwijl ze op haar sokken vier verdiepingen naar beneden rende, probeerde ze Stijn tot drie keer toe te bellen. Niet dat hij opnam die jongen en zijn telefoon, hopeloos.

Eén gedachte hield haar op de been: Laat me alsjeblieft op tijd zijn!

De weergoden zaten duidelijk aan haar kant. Toen Marjolein, als een tornado in jeans en wit t-shirt, de deur uit stoof, hield Stijn nog altijd zijn hand warm op de versnellingspook.

Toen hij haar zag, jasloos in de kou, keek hij verwonderd op en draaide het raam naar beneden. Wat is er, je ziet eruit alsof je een geest hebt gezien!

Onder je auto… Daar… Marjolein was al buiten adem en plofte zonder uitleg neer op haar knieën in de modderige sneeuw.

Geen seconde dacht ze aan haar natte broekspijpen of de halve wijk die haar zo kon zien hurken als een oververhitte hardloopster. Ze schoof onder de auto en trok, binnen de kortste keren, een verwilderde, magere kater onder het chassis vandaan.

Stijn stond erbij als een visboer op de markt. Marjolein, wat dóe je? En dit spektakel, midden op straat? Ik moet zo werken!

Er zat een kat onder je auto! Ik zag hem uit het raam. Ik dacht… stel dat je gewoon gas had gegeven…

Een kat, serieus? Heb jij je nu in een halve paniek gestort voor een zwerfdier? grijnsde Stijn. Tja, het moet niet gekker worden.

Denk je nou echt dat katten niet willen leven? Marjolein keek hem hoofdschuddend aan.

Ach joh, zo’n beest vlucht als hij de motor hoort. Reken maar van yes dat-ie er vandoor was gegaan. Zo’n kat redt zichzelf wel, je maakt je druk om niks.

Hij rende helemaal niet weg, Stijn, moet je hem zien! Hij is zo slap dat-ie amper kan miauwen!

Nou, dan heb je ‘m gered, goed gedaan. Je kunt thuis jezelf trakteren op een dropje, en misschien posten op Insta. Ik zit hier met de klok in mn nek. Zie je vanavond!

Marjolein bleef op straat staan, met de zielige kater in haar armen, terwijl Stijn uit haar leven (en straat) reed.

Ze vroeg zich ineens af, wanneer haar vriend zo gevoelloos was geworden. Of was hij altijd zo geweest en was het haar nog nooit opgevallen?

De kater keek haar aan met ogen zo groot als bitterballen. In zijn blik lag iets onverwachts: dankbaarheid? Jazeker, hij bedankte haar.

Samen met de kater, die ze nu al Abel begon te noemen (naam voor later), keerde Marjolein terug naar boven. Eerst omkleden, wat euro’s halen en een taxi bellen.

Goeiedag! Waarheen? vroeg de taxichauffeur met zon typisch Amsterdams accent toen ze instapte, Abel veilig op haar schoot.

Ik zei het net nog aan de telefoon: naar de dierenkliniek graag! Het mag spoed hebben, hoor.

Dierenkliniek, ja dat klopt, ik ben een zeef soms. Is er iets met die kat?

Best wel. Hij heeft hulp nodig.

Ik vraag niks meer! Ik ken trouwens een goeie kliniek. Of maakt het je uit welke?

Nee, de allerbeste moet het zijn, als het even kan.

Precies waar ik zelf mijn konijn had laten behandelen, helemaal top. Die artsen kunnen een hamster uit een graf toveren! We zijn er zo.

Een kwartier later zat Marjolein in een veel te vol wachtkamertje mensen met konijnen, cavia’s, honden. Hollanders en hun huisdieren, je kent het wel.

Een oma met poedeltje keek nieuwsgierig naar Abel. Wat mankeert die van jou?

Geen idee, vond hem net onder een auto. Volgens mij zat hij er de hele nacht, in de vrieskou…

In de kou?! Jeetje… Ach weet je, ga jij maar eerst hoor. Wij hoeven alleen controle met Loekie, maar dat beestje ziet eruit alsof het z’n laatste dag is. Snel naar de dierenarts!

Echt? Mag ik voorgaan?

Tuurlijk, wij zijn toch allemaal mensen?

Eindelijk mocht Marjolein de spreekkamer in. Terwijl de dierenarts Abel bekeek, schoof zij zenuwachtig op haar stoel heen en weer.

Na het onderzoek werd er bloedafgenomen en dan… wachten. Tijd duurt nooit zo lang als bij een dierenarts.

Stijn belde inmiddels tig keer, maar Marjolein had wel wat beters te doen dan met hem babbelen.

Kijk, sprak de dierenarts plechtig, ik neem aan dat je deze kat van straat hebt geplukt?

Ja, onder de auto. Geen idee hoelang hij daar al zat, maar t zal wel de hele nacht zijn geweest.

Hij heeft tekenen van bevriezing, maar belangrijker: hij is ernstig ziek. Hij heeft een waslijst aan kwalen. Het wordt een langdurige zaak. En niet goedkoop. Dus: wil je deze verantwoordelijkheid wel nemen? Anders moeten we samen op zoek naar een ander baasje.

Ze had wel gedacht dat Abel zorg nodig had maar langdurige zorg, en dan à la Nederlandse dierenartsprijzen… Daar was ze niet op voorbereid.

Marjolein keek Abel aan: geen gesmeek of zielige blik, alleen stille dankbaarheid, misschien een beetje op het wankele af.

Ik doe het! zei Marjolein, vastbesloten. Ik zorg voor hem, al duurt het een mensenleven.

Goed zo! glimlachte de arts. Abel blijft hier een week of twee, dan maken we een plan en leer ik je alles wat je weten moet. Dan leeft hij hopelijk nog lang, en gelukkig.

Dank u wel, Marjolein kreeg het even te kwaad.

Nee, jij bedankt. Mensen zoals jij zijn zeldzaam.

Marjolein aaide Abel, beloofde dat ze hem kwam halen, en zag tot haar verbazing dat de kater zelfs een schor miauwtje wist uit te brengen. De start van iets moois.

Die avond kwam Marjolein pas laat thuis kapot moe, alles deed pijn. Morgen moest ze weer werken, dus slapen was het plan. Maar wie zat er op haar te wachten? Stijn. Boos als een uitgeperste citroen.

Waar was je nou? Ik heb tig keer gebeld! Wat voor geheimzinnige toestanden zijn dit?

Sorry, ik had het zwaar vandaag, zei ze, terwijl ze zijn schoenen opruimde (weer op de verkeerde plek).

Grappig hoor. Jij had toch vrij? Wat heb je allemaal uitgespookt?

Ik was bij de dierenarts, met de kater die ik vanochtend onder jouw auto vandaan heb gehaald.

Hè? Die kat? Serieus?

Ja, hij moest dringend behandeld worden, anders had hij het niet gered.

En ik dan? Heb de hele dag gewerkt, kom thuis geen eten, geen vriendin.

Stijn, je bent toch volwassen? Er ligt hutspot in de vriezer. Had je best kunnen opwarmen. Of denk je dat het vanzelf allemaal voor je klaarstaat?

Hutspot?! Je denkt toch niet dat ik op de vuilnisbelt m’n eten bij elkaar schraap? En ik hoor niet te koken na zon werkdag!

Ondanks alles besloot Marjolein Stijn alsnog een maaltijd te koken, wat hij lekker vond, om geen ruzie meer te zoeken. Bedankt? Tuurlijk niet daar was Stijn te beroerd voor.

Twee weken later mocht Abel eindelijk, nog altijd broodmager maar veerkrachtig, naar huis. Marjolein had kattenbak, voer en speelgoed in huis gehaald. Stijn had nog niets gezien liever was ze daar voorzichtig.

Ze wist niet hoe ze Stijn moest vertellen dat er nu een huisgenoot bij was gekomen. Maar ach, de flat stond op haar naam. En Stijn was toch haar man niet. Nog niet eens een huwelijksaanzoek kunnen loswrikken.

Dat bleek ineens machtig relevant toen Stijn de komende avond Abel in huis aantrof. Resultaat: WOEDEND.

Je hebt een kat meegenomen van straat? Ben je gek geworden? Ben je op je hoofd gevallen, of zo?

Rustig, Stijn, ik heb hem gered en het is nu mijn verantwoording.

En hoeveel euro heb je er al ingepompt? En hoeveel nog? Dat geld kan je beter uitgeven!

Dat gaat jou niks aan. Het is mijn zuurverdiende geld. Jij koopt toch ook spullen zonder mijn mening?

Ik heb een auto te onderhouden, op mn werk loopt het stroef… Waarom wijs jij altijd naar mij? Het gaat om dat beest!

Abel heet hij. En ja, ik heb hem al een naam gegeven.

Echt, ga eens praten met een psycholoog.

Die nacht sliep Marjolein apart, dankzij haar tweede slaapkamer. Ze lag wakker, denkend aan haar relatie.

Ze woonden bijna een jaar samen, maar Stijn werd steeds vaker veeleisend en intussen ronduit onaardig. Relatie on hold? Eigenlijk wel. Ze besloot hem één laatste kans te geven. Iedereen verdient dat. Maar ja…

Stijn verspeelde die kans in recordtempo. Hij bleef zeuren over Abel, vond dat een kat op straat hoort, en Marjolein luisterde. En trok haar conclusie. Op een avond sprak ze hem aan:

Stijn, ik hou niet meer van jou. Jij houdt ook niet van mij. Laten we elkaar niet langer martelen.

Waar wil je heen met dit verhaal?

Morgen pak je je spullen en verhuis je. Ik ben klaar met jouw drama. Ik wil rust.

Dus jij haalt die kat in huis en IK ben de schreeuwlelijk?! Lekker dan!

Kan je niet omgaan met een kat in huis? Zoek dan een vriendin zonder kat. Of koop een eigen flat, en bepaal je eigen regels.

Toevallig had ze de volgende dag vrij, dus perfecte tijd om afscheid te nemen.

Stijn probeerde haar nog bij te draaien, maar zodra de kat ter sprake kwam, flipte hij. Marjolein wist: met deze man wordt het nooit wat.

Stijn snotterde pakweg tot de lunch wat zijn spulletjes bij elkaar, sleepte ook zijn geliefde computer en gereedschap van het balkon weg.

Precies op dat moment belde haar leidinggevende: Marjolein, lieverd, ik weet dat je vrij vroeg, maar we redden het hier niet zonder je.

Echt ongelukkig getimed nu – ze keek naar Stijn, die net zijn sokken in een rugtas propte als een tienjarige op schoolkamp.

Marjolein, het is een uurtje, echt waar, kom alsjeblieft even.

Ze haalde diep adem, dronk haar thee op, en vertrok. Tegen Stijn zei ze: sleutels in de brievenbus graag. Zijn woedende blik ging door merg en been.

Op het werk stond ze in no time weer buiten. Taxi besteld.

Zo, hoe is het met de kat? grijnsde de chauffeur; de bekende van de vorige rit!

Goed. Nu graag snel naar huis.

Geen probleem.

Eenmaal thuis, eerste check: brievenbus. Geen sleutels. Ook Stijns auto was nergens.

Misschien is hij nog hier binnen, dacht ze.

Maar toen ze opliep naar haar flat op vierhoog, vond ze geen tas, geen computer van Stijn, zelfs niets meer op het balkon.

En erger nog: geen Abel op het bed. De kattenmand in de hoek? Foetsie.

Wanhopig belde ze Stijn: Wat heb je gedaan? Waar is Abel?!

Tja, dat is jouw verrassing, Marjolein! Kom maar lekker op je knieën smeken, misschien krijg je hem nog terug.

Je snapt toch dat Abel speciaal eten nodig heeft? Dat beest is ziek!

Maar Stijn had de telefoon alweer weggedrukt.

Waar zoek ik nu die gek op?, huilde Marjolein, tegen de muur gezakt. Waar kon hij zijn?

Voor haar relatie had Stijn vast gehuurd in een of ander plaatsje, maar daar praatte hij nooit over. Ze kon er niet eens heen bellen.

De volgende ochtend stond ze vroeg op Stijns werk. Zijn chef: Hij heeft zich net vrij geroosterd. Maar als ik hem zie, spreek ik hem.

Weer probeerde Marjolein hem te bellen, maar zijn mobiel stond onbereikbaar.

Buiten hoorde ze opeens: Moet ik u ergens heen brengen?

Dezelfde taxichauffeur stak zn hoofd uit het raam.

Graag, alleen… naar huis alsjeblieft.

Tijdens de rit kreeg ze een nieuwe beller.

Met wie spreek ik? zei Marjolein.

U bent Marjolein? klonk een vrouwenstem.

Dat ben ik, ja…

Uw vriend, Stijn, is bij ons komen logeren. Met… een kat in een reismandje. Hij is bevriend met mijn man en vroeg of hij hier even mocht wonen.

Maar… is de kat daar? Mag ik hem halen?

Ja, hoor. Maar weet: Stijn is weer de hort op in de kroeg gok ik. Die kat zit zielig miauwend in de mand en wil niet eten. Ik kon het niet aanzien, vandaar dat ik contact opzoek. Kom hem zo snel mogelijk ophalen, alsjeblieft.

Geef me uw adres!

Marjolein gaf haar situatie door aan de taxichauffeur, die met een stalen gezicht de TomTom instelde en als een Max Verstappen de stad doorkruiste.

Voor ze het wist, rende Marjolein drie trappen op, belde aan, kreeg Abel plus mand mee van de vrouw des huizes, bedankte, racete naar beneden en plofte opgelucht neer in de taxi.

Toen ze eindelijk het flatgebouw achter zich liet, ademde ze diep uit. De hele rit snikte ze stilletjes van opluchting en van hoeveel mensen haar hadden geholpen.

Wilt u dat ik blijf totdat uw ex vertrokken is? vroeg de taxichauffeur vriendelijk.

Heel graag! riep Marjolein meteen.

Diezelfde dag schakelde ze een sleutelmaker in. Viktor, de chauffeur, bleef Abel gezelschap houden die daarop luid begon te spinnen.

Marjolein was VIKTOR (en al die anderen die haar zonder oordeel helpen) diep dankbaar. Zo sluit deze Hollandse klucht af.

En ja, de vriendschap tussen Viktor en Marjolein groeit uit tot iets veel mooiers: liefde, typisch Nederlands langzaam, maar wel gestaag.

Stijn? Die kreeg meteen de zak bij zijn vriend, want die zag hem door zijn vrouw schreeuwen en gaf hem nog een blauw oog als afscheid.

En op zijn werk werd hij na één blik op het gekneusde gezicht vriendelijk doch dringend verzocht om een ontslagbrief te typen.

En waarom?

Dat wordt nergens uitgelegd, maar iedereen weet: wie gemeen doet tegen mensen en dieren, die krijgt vanzelf de deksel op de neus.

Want dieren verdienen liefde en als je ze niet liefdevol vindt, wees dan op zn minst gewoon een beetje menselijk.

Abonneer jezelf op het kanaal,
en mis geen Hollandse avonturen meer.

Please rate
Bagattia News
Verrassing van je ex