Verraad vermomd als vriendschap

Verraad achter het masker van vriendschap

De winter had dit jaar besloten zichzelf van haar mooiste kant te laten zien: zoveel sneeuw dat de straten van Amsterdam omgetoverd waren tot een sprookjesachtig tafereel. De dikke witte vlokken dwarrelden gestaag naar beneden, bedekten de daken en trottoirs, terwijl de vorst de lucht een heldere frisheid gaf die je tot diep in je longen voelde.

In hun lichte appartement heerste een totaal andere sfeer. Binnen was het warm én gemoedelijk. Achter het grote raam ontvouwde zich dat witte schouwspel, maar binnen, omgeven door dubbel glas, was het knus en rustig. De schemerlamp verspreidde een zacht, geel licht en wierp een warme kring over het tapijt en de oude Hema-bank waar we samen zaten, dicht onder een wollen plaid.

Mijn vrouw, Merel, nestelde zich tegen me aan. Op tv kwam een Nederlandse familiefilm zonder al te veel diepgang, gewoon lekker lachen, ontspannen. Merel had haar aandacht half bij de film, half bij haar eigen gedachten, waarvan ik vermoed dat die lichter waren dan de wolken buiten. Ik zat naast haar, niet meer dan gesetteld, maar soms dwaalden mijn ogen naar buiten, waar de sneeuw onophoudelijk op de Prinsengracht bleef vallen werkelijk prachtig.

De verstilde sfeer werd onderbroken door de melodie van mijn telefoon. Ik reageerde niet gelijk. Zoals altijd wilde ik liever deze rustige avond vasthouden. Maar het rinkelde opnieuw. Met een zucht haalde ik mijn toestel tevoorschijn, keek vluchtig naar het scherm en zuchtte nogmaals.

Daar hebben we Daan weer, zei ik tegen Merel. Dit is al de derde keer vanavond.

Merel draaide haar hoofd een klein beetje, zonder haar blik van de tv af te wenden.

Waarschijnlijk wil hij ons weer eens overhalen te komen borrelen, antwoordde ze kalm. Hij heeft die chalet in Bergen aan Zee gekocht, dat moet natuurlijk gevierd worden. Maar hij blijkt het woord nee niet in zijn woordenboek te hebben staan.

Ik nam het gesprek aan terwijl ik me afvroeg hoe ik deze keer onder zijn uitnodiging uit zou komen.

Hoi Daan, alles goed? probeerde ik enthousiast te klinken.

Gijs! Wanneer kom je nou eindelijk? Daans stem klonk door het apparaat, zo opgewonden als altijd. Ik zei het toch: aankoop vieren! De sauna is heetgestookt, borrelhapjes staan klaar, de hele club is er. Toe nou, neem Merel mee, wordt echt gezellig!

Ik aarzelde even. Met een blik op Merel, die stilletjes haar hoofd schudde, wist ik wat me te doen stond. We hadden onze plannen een rustige avond, geen feestgedruis, geen herrie, geen eindeloos geklets over van alles en niks. Gewoon ons tweeën, ons eigen warme nestje dat beschermde tegen de overweldigende drukte buiten.

Even dacht ik na, maar toen bedacht ik me een list.

Nou eh luister Daan, beetje lastig. Merel is gisteren naar haar moeder in Haarlem gegaan. Dus ik zit even alleen. En om nou in mn eentje te komen terwijl iedereen gezellig als stel is Je weet hoe makkelijk mensen dingen in je oor fluisteren. Ik wil geen gezeur. Maar we komen snel wel eens, beloofd.

Aan de andere kant bleef het even stil voordat Daan zich herpakte.

Hè? Wanneer komt ze terug?

Morgenavond, antwoordde ik, met een zucht. Het was nogal spontaan, snap je. We hadden grote plannen: naar Pathé, samen door het Vondelpark slenteren zolang het weer zo lekker winters is, misschien zelfs even schaatsen op de Jaap Edenbaan. Maar helaas, dat zal voor een latere keer zijn.

Daan bleef even onduidelijk, daarna leek hij een beetje te grinniken:

Oke dan Geef het even door als ze terug is. Ik wil jullie graag zien!

Doen we! stemde ik in. Misschien volgend weekend?

Ik hing op, legde de telefoon op tafel en liet een opgeluchte adem ontsnappen. Een glimlach gleed vanzelf over mijn gezicht.

Poeh, dat was kantje boord, mompelde ik, terwijl ik Merel aankeek. Snap jij waarom hij altijd zo aandringt? Ik heb toch wel duidelijk gemaakt dat ik die feestjes op zijn chalet niks vind? Opnieuw kijken naar dronken gezichten dat is gewoon niets voor mij. Veel liever zit ik hier, samen met jou.

Ik sloeg mijn arm om haar heen. De spanning van het telefoontje ebde langzaam weg. Binnen bleef het behaaglijk en veilig, buiten dansten nog altijd sneeuwvlokken tegen het raam, en op tv ging onze favoriete film verder. We hadden niet meer nodig.

Merel schoof dichter tegen me aan, haar hoofd tegen mijn borst. De kamer was gevuld met het zachte schijnsel van de lamp, het langzame zwart-witte bewegende beeld van de film en het getik van de klok aan de muur. Al die geluiden en beelden samen zorgden voor een gevoel van beschutting dat we in het drukke leven soms missen.

Ik vind het ook heerlijk zo, fluisterde Merel met een scheef glimlachje, terwijl ze me aankeek. Laten we gewoon verder kijken en daarna lekker slapen. Meer hoeft er niet te zijn.

Ik glimlachte, omarmde haar steviger. Ik stelde me al voor hoe we straks, onder het warme dekbed, langzaam zouden wegzakken in slaap op het zachte ritme van de wind die langs het raam joeg. Maar ineens weer die ringtone. En weer, Daan.

Met een frons keek ik naar het scherm. Wat nu weer?

Daan, ik zei toch begon ik, zo rustig mogelijk, maar de irritatie was hoorbaar.

Gijs, Daans stem klonk ongebruikelijk serieus en gespannen. Ik zit nu in Club Lumière, ben daar met wat gasten om straks naar de sauna te gaan. En wie kom ik tegen? Merel! Met een andere vent. Ze drinken, ze hangt aan hem. Ik wilde er niet tussen komen, maar dit moet je weten. Tegen jou zei ze toch dat ze naar haar moeder was?

Ik verstijfde. Mijn blik gleed naar Merel, toen naar de telefoon. Was dit een grap?

Wat zeg je? vroeg ik, openlijk achterdochtig. Ben je zeker dat het haar is? Ik weet waar mijn vrouw is!

Zonder twijfel, antwoordde Daan. Ze is aangeschoten, lacht hard. Het is ook nogal opvallend En ze doet alsof ze mij niet ziet! Wil je haar anders even spreken?

Ik sloot mijn ogen voor een moment. Mijn hoofd tolde van de vragen. Was Daan zó overtuigd dat het Merel is? Of is dit iets anders?

Doe maar, zei ik kortaf, met de telefoon op speaker. Ik was benieuwd wat ik nu zou horen.

Uit de speaker rolden de basdreunen van de club en onduidelijk gelach. Toen klonk een vrouwenstem, zo op Merels stem lijkend dat het me kippenvel gaf.

Hoi? Wie is daar? klonk het wat slordig, alsof ze even niet wist met wie ze sprak.

Ik keek naar Merel, die naast me, met grote verbaasde ogen zat.

Merel? vroeg ik, kalm. Met Gijs. Wat is hier aan de hand?

Even was het stil, daarna klonk een schampere lach, en toen sprak ze, wat schor, een toon die Merel nauwelijks kende.

Ach Gijs, hou nou toch op! Ik wil gewoon lol maken. Ik ben zat van je saaie leven. Tot ik het beu ben, ga ik genieten!

Merel sprong op, haar gezicht werd lijkbleek. Ze legde haar hand op haar borst en fluisterde:

Wat is dit? Hoe kan iemand zich als ik voordoen? En hoe weet zij jouw naam? Dit klopt niet

En waar ben je dan?

Wat maakt jou dat uit? snauwde de stem. Ik hoef toch niet overal verantwoording voor af te leggen. Ik ben je vrouw, maar geen eigendom!

Gelach en glasgerinkel op de achtergrond en dan mengde Daan zich weer in het gesprek:

Gijs, je hoort het toch?

Ik onderbrak hem bruusk, voelde boosheid en verbijstering tegelijkertijd.

Stop, zei ik met trillende stem. Ik regel dit morgen wel. Bel niet meer.

Ik gooide de telefoon op de bank en staarde omhoog. Als Merel nu niet naast me zou zitten Ik had het geloofd!

Merel plofte neer, keek verdwaasd naar me. Die stem identiek! Maar het was zonneklaar: dit was opgezet. Iemand speelde een toneelstuk.

Wie was dat? Wat een circus zei ze benauwd.

Ik haalde mijn hand door mijn haar.

Geen idee. Maar die stem en zelfs de manier van praten. Dit kan geen toeval zijn.

En Daan zo stellig Als ik echt niet thuis was geweest, dan had je misschien alles geloofd.

Ik draaide me naar haar toe, nam haar in mijn armen.

Nee, nooit. Jij zou zoiets nooit doen. Ik vertrouw jou. Dit is een slechte grap, of erger. We zoeken het uit, desnoods vraag ik het personeel van Club Lumière naar de beelden. We ontdekken wel wie daar was.

Ze kroop weer tegen me aan, voelde mijn steun. De kou trok uit haar lijf, iets anders kwam ervoor in de plaats: vertrouwen. Ze haalde diep adem.

Ja, ik was zeker thuis. Wie doet zoiets? En waarom?

Mijn schouders haalden omhoog, maar ik voelde me al niet meer zo onzeker. Ik kneep zacht in haar hand: samen zouden we dit oplossen.

*************************

De volgende ochtend, tegen lunchtijd, zat Merel in de keuken. Ze dronk haar thee en werkte, terwijl ik door de krant bladerde. De stilte werd doorbroken door haar mobieltje. Daan verscheen op het scherm. Ze aarzelde, nam toch op. Ze wilde weten waar dit heen ging.

Hoi begon Daan voorzichtig. Heb je Gijs nog gesproken na gisteravond?

Merel kneep haar telefoon vast. Ze koos voor een andere aanpak.

Ja. We hebben ruzie gehad. Hij vertrouwt me niet meer. Hij denkt dat ik hem lieg.

Het bleef stil, daarna merkte ze iets eigenaardigs tevredenheid in Daans stem:

Tja. Ik heb het altijd al gezegd, Gijs waardeert je niet zoals je verdient.

Merel slikte haar frustratie weg, bleef kalm.

Wat bedoel je?

Daans stem werd zachter, bijna vertrouwelijk:

Je verdient beter. Ik ben al zo lang verliefd op je, Merel. Ik zou alles voor je doen. Wil je hem verlaten, ik ben er voor je.

Ze bleef stil. Was dit waar het allemaal om draaide? Alles gepland zodat zij boos zou worden op mij?

Ze inhaleerde diep, antwoordde kalm en beslist:

Daan, dit is behoorlijk ongepast. Ik houd van Gijs en we lossen dit samen op. Ik wil niet dat je je er nog mee bemoeit.

Sorry als ik te ver ging, antwoordde hij met wankele stem. Het is gewoon Ik wilde dat je wist dat je op mij kon rekenen. Wat Gijs je flikte was gemeen, dat verdien je niet!

Merel klemde haar telefoon samen, sprak koeler:

Weet je, Daan ten eerste: ik was gisteren thuis, ten tweede: we hebben geen ruzie gehad, en ten derde: ik weet nu precies wat je heb gedaan. Je hebt iemand geregeld die mijn stem nadoet, om onze relatie te saboteren.

Het bleef enkele tellen stil. Toen hoorde ze hem zwaar ademen. Uiteindelijk, bijna schreeuwend:

Ja, ik heb het bedacht! Omdat ik van je hou, Merel! Gijs ziet niet wat ik zie. Je verdient meer, een man als ik!

Ze zuchtte diep, haar woede koud en hard:

Jij? Jij praat over liefde? Je hebt niet alleen mijn vertrouwen, maar ook onze vriendschap verraden! Denk je echt dat ik zo met iemand als jij verder zou willen?

Daan zweeg even, kwam uiteindelijk zachtjes uit de hoek:

Ik dacht dat, als jullie ruzie kregen, je zou inzien dat ik beter ben. Al die andere meiden het was allemaal om jou te vergeten. Ik zweer, geen enkele vrouw kan met jou tippen. Kies voor mij!

Merels stem was ijzig:

Vergeet het, nooit! Ik wil jou niet. Je hebt onze vriendschap kapotgemaakt, alles opgeofferd voor je eigen dromen.

Sorry, Merel zijn toon zakte in, helemaal verslagen.

Merel nam nu het laatste woord:

Je hoeft me noot meer te bellen. Echt nooit. Ik laat Gijs deze opname horen.

Ze verbrak de verbinding, legde de telefoon neer en keek even zwijgend naar de sneeuwvlokken die als veren op de daken dwarrelden.

Op dat moment kwam ik de keuken binnen, zag aan haar gezicht dat het gesprek klaar was.

En? vroeg ik, ongerust.

Ze keek me aan met een wrange glimlach.

Alles duidelijk. Daan heeft alles opgezet. Hij gaf toe dat hij op me verliefd is, wilde dat wij uit elkaar gingen. Wat ontzettend laag

Ik ging vlak naast haar zitten, nam haar hand.

Dan was het dus nooit echte vriendschap, zei ik zacht. Voor mij hoeft hij niet in ons leven meer. Ik had al vermoedens dat hij niet eerlijk was, maar bewijs had ik nooit. Nu weten we genoeg.

Ze kneep in mijn hand, schoof tegen me aan.

Nu weten we wie er echt toe doet en wie niet, zei ze met een zachte, kalme stem. De ruimte voelde ineens weer veilig.

Ze snoof diep de geur op van thee, van hout, van onze kleine, vertrouwde wereld.

Eigenlijk is het best fijn zo, merkte Merel op, met een kleine knipoog. Nu hoeven we voortaan niet meer te schipperen over feestjes. Als hij erbij is, gaan we gewoon niet. Eerlijk gezegd wat een opluchting.

Ik lachte eindelijk oprecht.

Helemaal goed. Wij blijven thuis, kijken een film, drinken thee.

Precies, onder onze eigen plaid, fluisterde ze, zich dieper in de warme deken nestelend.

Perfect, zei ik, terwijl ik haar dichter tegen me aantrok.

En zo, omringd door dwarrelende sneeuw, warme plaids en het zachte schijnsel van de lamp, maakten wij ons eigen veilige nestje opnieuw compleet. De rest bestond gewoon niet meer: alleen wij, onze eigen wereld met vertrouwen, liefde en de zekerheid dat morgen net zo rustig en warm zou zijn als vandaag.

*************************

Aan de andere kant van de stad zat Daan alleen in zijn woning. Hij staarde naar zijn lege mok, de thee was allang koud geworden. In zijn hoofd bleven de woorden weerklinken: Bel me nooit meer.

Maar schuldgevoel voelde hij niet. Alleen een verstikkende, zware boosheid vulde zijn borst het drukte, duwde, sloot af. Gefrustreerd veegde hij met zijn hand de kruimels van de tafel.

Waarom is alles misgegaan? schreeuwde hij, tegen zichzelf.

Weer beleefde hij alles van de afgelopen dag. Hoe hij samen met Mariska, een meisje van café de afgelopen weken, Club Lumière was binnengelopen. Zelfde lach, hetzelfde blonde haar, zelfs haar stem leek op die van Merel. Ze vond het alleen maar leuk, die rol, die telefoonactie ze lachte, deed precies wat hij had bedacht. Toen, in het moment, voelde hij zich bijna euforisch: Merel zou nu eindelijk voor hem kiezen!

Maar in plaats daarvan: een koude afwijzing, én alles verloren.

Het is niet míjn fout! mopperde hij innerlijk. Zij snappen het gewoon niet! Gijs verdient haar niet ik wél!

Hij balde zijn vuisten, keek door het raam hoe de sneeuw viel. Zijn vriendschap met Gijs was voorgoed kapot. En in plaats van berouw was er alleen maar koppige jaloezie.

Zijn mobiel bleef op tafel liggen. Hij zou niet meer bellen, nooit meer uitleg geven dat zou zijn nederlaag alleen maar groter maken. In zijn hoofd, een wrange echo:

Laat ze maar in hun veilige cocon leven, denken dat ze gewonnen hebben. Maar ik weet het wel: Gijs zal haar nooit zo waarderen als ik had gedaan. Misschien ziet ze dat ooit maar tegen die tijd is het te laat

Daan draaide zich weg, zag het papier met zijn aantekeningen van het plan liggen, verscheurde het en gooide het in de afvalbak. Dit fiasco was compleet.

Witte sneeuwvlokken vielen buiten onophoudelijk, bedekten de stad opnieuw. Daan trok zich terug in de schaduw, starend, knarsetandend, overtuigd van zijn eigen gelijk:

Het had míjn leven moeten zijn. Het had allemaal van mij moeten zijn.

Please rate
Bagattia News
Verraad vermomd als vriendschap