Verraad, schok, mysterie.

Marjolein stond in de keuken, de pannen zachtjes tikkend op het fornuis, toen er plotseling getik klonk aan de deur.
Bent u Marjolein? vroeg een onbekende vrouw met een stem die klonk als een echo uit een kanalenpand.
Ja, en u bent? antwoordde Marjolein, de lepel in haar hand nog dampend.
Ik ben de minnares van uw man, zei de vrouw zonder te aarzelen.
Joris? herhaalde Marjolein twijfelend.
Joristje, corrigeerde de gastvrouw, haar woorden dwarrelend als herfstbladeren.

Marjolein voelde een koude rilling langs haar wervelkolom glijden. De vrouw vervolgde:
Dus u en mijn man wisselen elkaar de liefde? En ik sta in de weg van uw geluk? zei ze spottend.
Wat heeft hij u verteld? Dat de kinderen nog klein zijn en hij daarom niet kan vertrekken? vroeg Marjolein, haar stem breder dan de grachten.
Nee Hij zei dat we moeten wachten tot tot uw vader er niet meer is, fluisterde de minnares, haar ogen glinsterend als de Spiegel van het Rijksmuseum.

Marjolein verstarde; haar vader, een robuuste man van zestig jaar, was nog steeds gezond, een oude zeeman die nooit op de klippen zou lopen.
U vergist zich, protesteerde ze. Joris heeft mij nooit zoiets gezegd.

De vrouw haalde diep adem, alsof ze de wind van de Noordzee in zich opnam.
Misschien moet hij zijn baan verliezen, want in ons kantoor worden scheidingen niet getolereerd? mompelde ze. Of hij moet wachten tot uw vader sterft.

Marjolein keek haar doordringend aan, haar gedachten als drijvende boten.
Mijn vader leeft nog, hij is nog altijd sterk. Hij zal niet zo snel weggaan.

De minnares, die zich voorstelde als Greet, glimlachte nerveus.
Ik begrijp het niet, Marjolein. Joris zei dat wanneer uw vader er niet meer is, hij zijn appartement kan overnemen.
Waarom niet eerder? vroeg Marjolein, haar stem nu een fluisterende klank van een kermis. Hij zou toch niet zozeer om mijn vader geven, maar om mij?

Greet knikte, haar handen trilden als riet in een storm.
Hij respecteert uw vader enorm, maar zodra hij er niet meer is, wil hij in uw woning intrekken.

Marjolein voelde haar wereld uit elkaar drijven als een vlot op de Amstel.
Mijn appartement is mijn dierbare bezit, ik ga het niet zomaar weggeven! snauwde ze.
Maar jij zult toch wel een chalet, een auto, een garage overhouden, nietwaar? drong Greet aan.

Marjolein liet een zweem van lach ontsnappen, de droom werd steeds ongrijpbaarder.
Wat wilt u van mij? vroeg ze, terwijl de keuken zich uitstrekte tot een oneindig kanaal.
Laat Joris maar gaan, fluisterde Greet, haar stem nu een zacht gefluister van de wind. Ik hou hem niet meer vast.

Marjolein keek naar de klok, die in plaats van cijfers wolken toonde.
Ik zal de spullen van Joris inpakken, maar hij zal zelf komen halen wanneer hij wil.

Greet boog zich naar haar toe, haar gezicht half in de schaduw van een molen.
Vandaag zal ik het regelen, morgen vraag ik de rechter om de scheiding te formaliseren. Het appartement blijft van mij, het is van mijn grootmoeder; de verbouwing betaalde mijn ouders.

Marjolein knikte, haar gedachten zwevend over de grachten.
Oke, Joris zal niets meer vinden in dit huis.

De deur sloot zich zachtjes, en de droom gleed verder. Joris, die net van zijn werk in de haven terugkwam, merkte niets op behalve dat Marjolein het avondeten weigerde. Hij dacht aan een avondwandeling langs de duinen, zoals hij altijd deed.

Dank je voor het eten, liefste, zei hij, en hij stapte de duinen in.

Marjolein fluisterde in zichzelf:
Ga maar, ga maar, de nacht is jong.

Joris, inmiddels al met zestig, protesteerde:
Hoe kun je zeggen dat ik nog jong ben? hij trok een rimpel in zijn gezicht.

Marjolein lachte, haar woorden dwarrelend als fietspeddels.
Je bent al oud, Joris, en toch zie je jezelf nog in de spiegel van het Rijksmuseum.

Hij staarde naar zijn eigen reflectie, een mengeling van jeugd en vervaagde herinneringen.

Ik voel me nog sterk, zei hij, terwijl de wind door de rieten daken fluisterde.
Ja, maar soms moet je toegeven dat de tijd langs de grachten stroomt.

De discussie werd een wervelwind van leeftijd, van vergeten busstoelen en van een buurman Pieter, die steeds vaker vroeg om een stoel in de bus.

Uiteindelijk zei Joris:
Ik vertrek, ik ga naar Greet.

Marjolein keek naar de deur, naar de sloten die nu als sloten van een oude schatkist leken.
Neem je spullen, zei ze. Het is tijd om de waarheid te zien.

Joris pakte een tas, rende naar de auto, en reed weg naar Rotterdam, waar Greet op hem wachtte.

De volgende dag tekende Marjolein een verzoek tot echtscheiding bij de kantonrechter. Joris kreeg zijn auto en garage; het chalet dat de rechter aan Marjolein toekende, verkocht ze later en reed met haar vader, een oude zeeman, naar Maastricht. Van daar naar de Belgische kust en daarna weer terug naar het stille platteland, waar haar vader nog lang zou blijven zeilen.

Een half jaar later realiseerde Greet zich dat Joris te vaak ‘s avonds verdween. Ze zette een val, legde zijn kleren bij de deur, maar Joris kwam niet meer terug. Hij had een andere weg gevonden, een pad langs de Veluwe, terwijl Marjolein niets meer van hem hoorde.

De buren fluisterden dat Marjolein op een zonnige dag naar het strand van Scheveningen was vertrokken, haar rugzak vol dromen, haar vader nog steeds sterk genoeg om de horizon te bekijken.

En zo eindigde de vreemde, drijvende nachtmerrie van liefdes, eigendom en het geluid van de wind die door de molens waait.

Please rate
Bagattia News
Verraad, schok, mysterie.