Tussen waarheid en droom

Tussen waarheid en droom

Marieke zat diep weggedoken in haar warme plaid, genietend van de zeldzame stilte in haar huisje in Utrecht. Buiten dwarrelden sneeuwvlokken als dwarrelende stroopwafels omlaag, zich onbeschaamd neervlijdend op de vensterbank alsof ze een geheime Sneeuwbalcommissie vormden. Ze was nét terug van het passen van haar trouwjurk, een gebeurtenis waar ze al weken met een lichte zenuwtrek naar uitkeek. In haar handen bungelde nog steeds een papieren tasje van De Bijenkorf, vol sieraden, een elegante diadeem en andere prullaria die haar aanstaande bruiloftslook moesten voltooien. Haar hoofd was één warboel van trouwplannen ze zag zichzelf al helemaal lopen in die hagelwitte jurk, zag het licht op haar oorbellen schitteren, en voelde nu al de bewonderende blikken van haar gasten in een idyllische zalencentrum ergens aan een Utrechtse gracht.

De rust werd abrupt verstoord door geklingel aan de deurbel. Marieke schrok, greep haar plaid extra stevig vast het was net voor zevenen! Wie belde er in vredesnaam op zon tijdstip? Tien tegen een dat het een vergeten Thuisbezorgd-bestelling was, of misschien Ria van hiernaast, die weer haar vaatdoek was vergeten?

Stiekem tuurde Marieke door het spionnetje. Er stond een man, lang, onduidelijk gezicht. Niet bepaald uitnodigend.

Wie is daar? vroeg ze, haar stem zo kalm mogelijk.

Ik ben het, Wout, klonk het inderdaad, vaag, alsof zijn mond verstopt zat in zijn sjaal. We moeten praten. Nu.

Marieke aarzelde. Ze had op zijn minst liever chocola aan de deur gehad. Maar stel dat er iets met Lotte aan de hand was? Ze schoof de grendel eraf en deed langzaam open. Wout stond daar, dwars door de sneeuwbuien heen, zijn wangen zo bleek dat ze haast op een Hollands winterbroodje leken. Zijn ogen, normaal lief, brandden als Fiep Westendorp op espresso. Marieke vroeg zich af of ze nou heldhaftig of bloedirritant was door de deur open te laten.

Kom dan maar binnen, bromde ze, zoveel mogelijk haar zorgen verbloemend. Alsof je iemand in je woonkamer een rondje drop aanbiedt. Je hebt je hele jas vol sneeuw.

Wout stiefelde naar binnen zonder zijn schoenen uit te doen, waardoor zijn sporen op het hagelwitte parket nauwelijks te missen waren. Zijn blik dwaalde door de kamer zoals een Nederlander op zoek naar korting in de supermarkt gespannen en besluiteloos. Marieke voelde de spanning in haar keel knijpen. Dit werd geen gezellig kaaspraatje.

Marieke Wout draaide zich naar haar om, trok zijn handschoenen uit en kneep er haast de wanhoop uit. Ik trek het niet meer! Ik hou van je!

Ze stokte. Haar hersens wisten meteen: hier komt ellende van.

Wout, jij probeerde ze, al stotterend haar zin bleef onaffe sinasprik in de lucht.

Maar Wout kwam dichterbij, alsof hij bang was dat ze een gleuf tussen hun kon maken waardoor zijn woorden zouden verdwijnen.

Ik weet dat je gaat trouwen. Ik weet dat dit gestoord is! Maar ik móét het zeggen. Ik heb maanden geprobeerd je te vergeten, te doen alsof ik weer een normaal leven had het lukt me niet! Lotte, ja ik ben alleen met haar gaan daten om jou te zien! Nooit van haar gehouden, nooit!

En daar ging Mariekes interne wereld op de rem. Wacht even ging deze man serieus haar beste vriendin Lotte daten om indruk te maken op haar? Arme Lotte! Dat meisje was helemaal in de gloria met Wout.

Marieke liet haar plaid over de stoel glijden, alsof het haar naar de realiteit moest terugduwen. De kamer voelde ineens klein en de lucht benauwend.

Wout waagde ze, bedachtzaam. Heb je enig idee wat je zegt? Ik heb een verloofde, ik hou van hem en ja. We zijn serieus bezig. Ook vanwege Lotte

Zijn antwoord kwam met een knik, ogen vol pijn, maar nu voor het eerst zonder schroom die man gooide zijn hart als een zak kruidnoten op tafel.

Ik weet het, maar ik kan er níet meer over zwijgen. Over twee weken ben je voor mij onbereikbaar! Als ik het nú niet zeg, heb ik later spijt van mijn hele leven. En die Lotte ze betekent niks voor mij!

Mariekes maag draaide een rondje Elfstedentocht. Haar stem werd koud, bijna of ze tegen een klant klaagde over een te zure haring.

Hoe haal je het in je hoofd!

Het is de waarheid! Wout rechtte zijn rug. Lotte was mijn route naar jou. Ik dacht dat je me ooit zou zien, waarderen, geweldig zou vinden door mijn lieve Hollandse aard! Ik weet het nu: zonder jou is alles grauw.

Hij ging op één knie in de Hollandse huiskamer waar je met dertig bij elkaar zit en frommelde een bescheiden ring uit zijn jas. Hij stak zijn hand uit alsof Marieke de kroonprinses was: Laat je verloofde zitten. Kom met mij. Jij wordt gelukkig met mij. Gegarandeerd.

Marieke keek alleen maar. Flitsen schoten door haar hoofd: Wout lachend met Lotte bij een pubquiz, arm om haar heen op Koningsnacht, het ongekunstelde geluk in Lottes ogen toen ze over hem vertelde. Alles was dus een gebakken luchtfietstocht door zijn hoofd?

Sta op, Wout. Gewoon. Sta maar op.

Wout was langzaam, met nog een sprankje hoop in zijn kijkers, maar het smolt sneller dan roomijs in de zomerzon.

Je gelooft me niet? vroeg hij te zacht.

Ik geloof je, antwoordde Marieke. Dat je eerlijk bent. Maar het doet er niet toe.

Ze deed een stap achteruit, alsof ze haar eigen ruimte in moest nemen om na te denken de Hollandse polder in haar hoofd.

Je bent mn vriend, Wout, maar ik hou van een ander. En ik ga met hem trouwen omdat ik voel: dat is mijn toekomst. Sorry, het spijt me, maar je bent gewoon niet mijn type. Helemaal niet, eigenlijk. Je bent een fijne kerel, hoor.

Wout probeerde nog, haast smekend: Maar waarom? Jij keek laatst óók naar mij dat voelde ik! Tussen ons is wat!

Marieke zette een stapje richting de gang, computergestuurd, want lachen was het niet meer. Hij keek zo raar dat ze zich voorbereidde: als het moet, gooi ik je met een ferme ruk op de bank en ren ik naar de buren.

Er is niets, Wout, zei ze. Jij bent geobsedeerd door een idee, niet door mij. Je hebt jezelf een droom aangepraat. De echte ik ken je niet eens. Laten we afronden.

Wout balde zijn vuisten niet uit agressie, maar van pure machteloosheid.

Je vergist je. Nog nooit voelde ik voor iemand wat ik voor jou voel. Geen illusie, geen obsessie. Gewoon liefde!

Marieke beet op haar lip. Hier viel geen polderwater overheen te laten lopen. Vooral nu het om Lotte ging, moest ze op haar strepen gaan staan.

En Lotte dan? Je weet toch hoeveel verdriet je haar zult doen? Je hebt haar gebruikt. Verwacht je nou dat ik in jouw droom van romantiek stap?

Ik weet dat ik fout was, Wout keek naar zijn toeslagen-tenen. Als ik het over kon doen, zou ik het wéér zo doen.

Op andermans ellende bouw je geen geluk, schudde Marieke. Ze overwoog even haar telefoon. Jij leeft in een fantasie. Zie eens dat je bijna nooit écht met mij sprak? Alles is in je hoofd. Je moet eerlijk zijn tegen Lotte, en je moet haar om vergeving vragen.

Wout stond stil als een molen op een windstille dag, handen trillend.

Waarom zou ik? Ik hou toch niet van haar. Jij bent voor mij alles, mompelde hij.

Even voelde Marieke medelijden, maar ze schudde het van zich af zoals een natte spaniel.

Je krijgt bij mij echt nooit voet aan de grond, net zo min als bij Lotte. En ik hou mn mond niet, als je dat soms hoopt.

Wout keek haar aan, hard, bijna doordringend, tot er een koude rilling langs haar rug liep. Toen zuchtte hij.

Ik ga. Maar ik geef niet op. Ik wacht op je, tot jij ook inziet dat wij bij elkaar horen.

Doe dat vooral niet, zuchtte Marieke. Ze hoopte dat het als waarschuwing klonk. Ga leven. Zoek iemand die leeft, niet een droom. En nu, alsjeblieft, naar buiten. Echt.

Wout schuifelde naar de voordeur elke stap een kleine uittocht uit het Land van Ooit. Op de drempel keek hij nog even om.

Dank voor je eerlijkheid, zei hij, gewoon, zonder opgepoetst drama. Maar ik neem geen afscheid.

En weg was hij, deur zachtjes dicht. Marieke bleef achter, de spanning als een te strakke fietsketting. Ze liep naar het raam. Buiten lag de straat muisstil onder het natte sneeuwtapijt, lantarens gooiden stroken licht over de weg. In de verte verdween Wout, handen in de zakken, schouders opgetrokken. Elk stapje een oefening in zelfmedelijden.

Wat deed hij straks tegen Lotte? Gaat hij haar voorliegen of haalt hij daar dezelfde capriolen uit? Ze moest ingrijpen.

Ze greep haar telefoon, zocht Lottes naam. Met ijskoude handen drukte ze: bellen. Haar hart bonsde, maar haar stem bleef verrassend nuchter toen Lotte opnam.

Hee, Lotte. We moeten even bijpraten t is belangrijk.

Achtergrondgeluiden, gerommel in papier. Lottes bezorgde stem: Wat is er? Je klinkt gestrest.

Eerlijk als een Hollander in de polder stak Marieke van wal: Wout was net hier. Hij bekende dat hij bij jou is begonnen vanwege mij. Hij hield niet van jou je was een manier om dicht bij mij te zijn.

Pauze. Lotte moest het even op haar boterham smeren.

Toen, door de stilte heen: En en dat is alles? Serieus?

Er is meer. Hij zegt dat hij van mij houdt, wil dat ik mijn verloofde laat zitten voor hem. Lotte, ik voelde me totaal niet veilig!

Pauze. Dan weer Lottes stem, dun maar vastberaden.

Dank dat je het zegt, Mar. Ik waardeer het. Maar wat moet ik nu?

Marieke zuchtte; ze wist het ook niet. Beloof me dat je niet alleen bent vanavond. Ik vertrouw Wout voor geen cent.

Het komt goed. Echt. En dankjewel voor je eerlijkheid.

Sorry voor de slechte timing, zei Marieke zacht.

Lieverd, liever pijnlijke waarheid dan zon listige leugen.

Ze namen afscheid; Marieke zakte tegen het raam. De sneeuw viel onverstoord door. Twee mensen moesten nu zichzelf opnieuw uitvinden en zij kon alleen nog hopen dat iedereen rechtop bleef drijven.

Er ging van alles door Mariekes hoofd. Ze probeerde zich voor te stellen hoe Lotte zich moest voelen: verraden door hoop, haar toekomstbeeld ineens aan gruzelementen. Toch liever rauwe eerlijkheid dan een suikerzoete leugen die ooit toch door de mand zou vallen.

*******************

Lotte zat nog steeds aan tafel, haar mok thee onaangeroerd, pijn door haar hoofd als een mislukte appeltaart. De echo van Mariekes woorden weergalmde tussen de gedachten: Wout hield nooit van mij. Haar zorgvuldig opgebouwde geduld en hoop stortte in recordtijd in als een kaartspel in een herfststorm.

Ze dacht aan hun eerste afspraak hoe attent hij was, zijn catanhumor, hand die de hare zocht. Hoe hij ik hou van je had gefluisterd met die brede Hollandse glimlach en nu? Wist hij ervan? Dat ze alles allang doorhad?

Een harde klop stoorde haar getreur. Terwijl ze haar tweede kop thee inschonk, krikte ze haar moed op. Door het spion zag ze Wout, sneeuw op zijn jas, oogjes rood, haar in warboel het type dat zo uit een hele slechte Bløf-ballade lijkt te stappen.

Ik moet je alles uitleggen, schoot hij, zonder aarzeling. Ik heb nooit

Marieke heeft het al verteld, onderbrak ze met overslaande stem. Want persoonlijk van hem horen? Liever niet.

Wout stond stil, leek te willen reiken naar haar hand, maar hield zich in, teruggetrokken als een fietser bij windkracht acht.

Dus ze heeft het verteld, mompelde hij. Had gehoopt dat ik het eerste kon zeggen. Persoonlijk.

Lotte vouwde haar armen, alle liefde opgebrand. Ze wilde niet huilen die luxe gunde ze hem niet.

Waarom ben je er dan? Om het nóg een keer te zeggen? Om mij nog kleiner te maken? Me te vertellen dat ik slechts een bruggetje was naar Marieke?

Nee. Hij deed een stap, zij een achterwaartse. Ik wil sorry zeggen. Voor de leugens. Voor het gebruiken van jou.

Hij pauzeerde. Je kon aan zijn hoofd zien dat hij voor het eerst nadacht over de schade.

Ik verwacht niet dat je het begrijpt of vergeeft. Maar ik moest dit doen.

Lotte keek hem aan. Er was geen woede, geen jaloezie slechts een koele leegte.

Je had het veel eerder kunnen zeggen, zei ze, zacht. Nu ben je bij Marieke gaan smeken of ze haar huwelijk opgeeft. En dan zeg je gewoon het spijt me?

Wout staarde naar het parket. Ik snap het niet. Maar dit was mijn laatste kans.

Hij haalde een klein doosje tevoorschijn, klapte hem open een ringje, sober, Hollands. Prijsstickertje eraf, hoopte ze.

Hier. Neem het als teken dat het me spijt fluisterde hij.

Lotte keek naar het ringetje en haar blik werd staal. Houd het maar. Ik hoef niks van je.

Wout klemde het doosje dicht. Sorry, echt.

En wat denk je ermee op te lossen? Lotte lachte smaakloos. Mij ten huwelijk vragen voor de vorm? Of zelfmedelijden faken?

Wout trok wit weg, maar bleef staan. Ik wil alles eerlijk overdoen. Helemaal opnieuw, zonder geheimen.

Lotte schudde haar hoofd. Opnieuw beginnen kan alleen als je iemand vertrouwt. En dat doe ik niet meer. Je hebt alles vernietigd. Zelfs als je eerlijk bent, is er niets te redden.

Ze haalde diep adem. Ga weg en laat me mij en Marieke met rust.

Wout draaide zich om, het ringdoosje nutteloos in zijn hand. Ik begrijp het. Sorry voor alles.

Toen ging de bel weer. Wie nu weer?

Het gezicht van Thijs verscheen Mariekes verloofde, strak in het pak zoals altijd, zijn blik koud en afstandelijk, het type waar geen enkele schoonmoeder tegenop kan. Zijn stem hakte: Mag ik binnenkomen?

Lotte knikte, dacht erbij: als ik hem tegenhoud, is het alleen maar uit principe.

Toen Thijs Wout ontdekte, trok zijn mondhoek niet van zijn plaats. Ik weet alles, zei hij, op het monotone af. Hoe je hen hebt behandeld.

Wout wilde iets stamelen, maar Thijs sneed hem de Maas af. Niet praten. Marieke heeft alles uitgelegd. Sommige mensen leren alleen door consequenties.

Thijs zette een stap richting Wout, de spanning te snijden. Lotte probeerde: Thijs, is dit echt nodig? Maar hij wuifde haar weg.

Dit is niet jouw zaak, Lotte. Laat mij dit maar oplossen.

Wout stond tegen de muur, paniek in zijn blik, beseffend dat Mariekes verloofde niet het type is dat iets laat passeren. Thijs blik was die van een man die elk bonnetje bewaart.

Luister ik weet dat ik fout zat. Ik vroeg al vergeving probeerde Wout.

Vergeving? Thijs snoof spottend. Jij denkt dat je met sorry klaar bent? Jij hebt alles kapotgemaakt.

Een buiging in de lucht en Thijs vuist landde sneller dan een OV-fiets in de gracht. Wouts lip barstte, bloed gleed over zijn handen.

Als ik je ooit weer zie bij één van die vrouwen, wordt het nog lelijker. Duidelijk?

Wout knikte, langzaam overeind. Zijn waardigheid lag ergens op de stoep bij het bushokje. Bij vertrek keek hij nog naar Lotte weinig hoop, veel schaamte. Weg was hij.

Thijs draaide zich nu naar Lotte. Zn gezicht werd zachter.

Sorry voor het geweld. Maar sommige dingen snappen mannen gewoon niet anders.

Lotte keek, tikje overdonderd. Hier stond geen agressieve bruut; hij probeerde haar beschermen op zn eigen stugge manier.

Het had niet zo gemoeten, maar toch bedankt. Een glimlach, wrang maar gemeend.

Thijs knikte. Marieke maakt zich zorgen om jou. Ze wilde komen, maar ik dacht dat ik beter eh, de boel kon regelen.

Ze is een goede vriendin. En ik moet toegeven, jij bent ook zo verkeerd nog niet.

Het was even stil. Buiten dwarrelde de sneeuw. Lotte voelde langzaam weer wat rust. Er moest veel geheeld en gepraat worden, maar het ergste leek voorbij.

Toen Thijs vertrok, liet hij de deur langzaam dichtvallen. Lotte ging zitten moe, maar vastberaden.

Het is voorbij, dacht ze. Misschien zelfs een beetje opgelucht. Ja, het deed nog pijn. Maar het kon weer groeien sterker, eerlijker. Ooit zou ze weer leren vertrouwen, dromen, houden van. Maar nu even niet eerst een bak vla.

******************

Ondertussen strompelde Wout door de Utrechtse sneeuw, zich niet waarnemend van de kou. Er trok een scherpe pijn van zijn lip naar zijn ego. Hij had alles verknoeid Lotte voorgoed, Marieke al veel langer. Alles kapot gedacht en gelogen. Nederlandse dramatiek, maar dan zonder de gezelligheid.

De volgende ochtend verscheen Wout met een blauw oog en gesprongen lip op zijn werk. Collegas fluisterden Hollanders zijn niet dol op confrontatie, maar wel op geroddel maar Wout trok zich nergens wat van aan. Gewoon doorwerken tot het einde van de dag.

Een week later vroeg hij een overplaatsing naar Groningen aan. Klein briefje op het bureau van zijn baas, geen vragen. Alles in Utrecht herinnerde hem aan zijn fouten.

Voordat hij vertrok, bracht hij het ringetje terug naar de juwelier op het Vredenburg. De verkoopster keek hem even vragend aan, maar snapte het: sommige verhalen wil je niet weten. Ze betaalde hem netjes in euros terug.

Het bedrag stortte Wout over op Lottes rekening met een simpel berichtje: “Sorry. Dit geld is voor jou.” Niets meer.

Op de dag van vertrek stond hij voor zijn flat, sneeuwvlokken op zijn jas, taxi klaar. Hij keek nog één keer omhoog naar het gebouw met de herinneringen. Hij ademde diep, fluisterde: Alles verkl tja. Verpest.

De taxi reed hem de onbekende toekomst in, Utrecht verdween onder een sneeuwdeken. Tijd om opnieuw te beginnen.

Diezelfde middag zaten Lotte, Marieke en Thijs samen in een Utrechts café. Voor zich warme chocomel de Hollandse anti-winterdepressie.

Het gesprek was ontspannen, ze praatten over de toekomst. Marieke glunderde als een polderbruid over haar bruiloft met Thijs. Lotte luisterde, voelde voorzichtig weer een steuntje in haar rug, een sprankje hoop.

Thijs, normaal zo stoer, was nu zacht. Weet je, zei Lotte, loerend naar de sneeuw, ik ben niet meer boos op Wout. Jammer, maar helaas.

Marieke glimlachte, klopte haar op de schouder: Jij verdient echte liefde. Geen leugens meer.

Lotte knikte ernstig. Die vind ik wel.

In het raam dwarrelde de sneeuw. De stad Utrecht werd langzaam verstild, liet het oude achter zich zoals het hoort. Binnen was het warm, veilig, met een vleugje hoop. Want één ding was zeker: het leven, of het nou via de Domtoren of de polderbanen liep, zou gewoon doorgaan.

Please rate
Bagattia News
Tussen waarheid en droom