Trouwen voor KeesMaar toen Kees onverwacht zijn oude vrienden uit het dorp uitnodigde, realiseerde ze zich dat liefde niet alleen een naam, maar ook een gemeenschap is.

Het gelukkige kindertijd van Karel eindigde toen hij vijf jaar oud was. Op een ochtend kwamen zijn ouders niet opdagen om hem uit de kinderdagverblijf op te halen. Alle andere kinderen waren al weggelopen, en Karel zat aan de tafel te tekenen: zichzelf, mama en papa. De juf keek af en toe naar hem en veegde steeds maar weer over zijn wangen. Toen kwam ze naar hem toe, tilde hem op, drukte hem stevig tegen zich aan en fluisterde:

Wat er ook gebeurt, je hoeft niet bang te zijn, Karel. Je moet nu sterk zijn. Snap je het, kleintje?

Ik wil naar mama, zei hij.

Er komen tante en oom. Je gaat met hen mee, Karel. Daar zullen veel andere kinder­tjes zijn, en je moet vooral niet huilen. Ze kuste zijn natte wangen en legde haar gezicht tegen het zijne.

Daarna grepen ze zijn hand en leidden hem naar de auto. Toen Karel vroeg wanneer hij zijn ouders weer zou zien, kregen ze te horen dat mama en papa ver weg waren en die dag niet konden komen. Karel kreeg een plekje in een gemeenschappelijke kamer met andere jongens. Noch de volgende dag, noch de dag daarna, kwam er niemand om hem op te halen. De jongen zat s nachts te huilen, kreeg koorts en voelde zich ellendig.

Pas nadat hij weer beter was, sprak tante Mariska, die een wit uniform droeg, serieus met hem. Ze vertelde dat zijn ouders nu heel hoog in de hemel waren en niet meer konden afdalen. Ze kijken wel over je heen, iedereen kent je, dus wees braaf en blijf gezond, anders maken ze zich zorgen, zei ze.

Karel geloofde het niet. Hij keek naar de lucht en zag alleen vogels en wolken. Vastbesloten om iets te vinden, begon hij het achtertuin te onderzoeken tijdens zijn wandelingen. Uiteindelijk ontdekte hij een klein gat achter een heg, waar de draad omheining gebogen stond. Hij kon er echter maar half doorheen kruipen. Dus begon hij een ondergrondse tunnel te graven, langzaam maar zeker de grond was los en zandig. Al snel kwam er onder de breedste opening van de hek een spleet waar hij doorheen kon glijden.

Hij sprong eruit en vond zichzelf in de vrije lucht. Met de vaart van een ontsnapte rat rende hij weg van het weeshuis zo noemden de andere jongens het gebouw. Maar de stad die hij niet kende, was een doolhof; overal zagen de huizen er hetzelfde uit. Uiteindelijk zag hij op een kruispunt een vrouw die hem deed denken aan zijn moeder: een polkadotjurk, een net opgetrokken blond knotje.

Mama, riep Karel, maar zij hoorde hem niet en draaide zich niet om.

Hij greep haar vast en riep opnieuw. De vrouw bukte zich, keek hem aandachtig aan, en zei: Dit is niet je moeder, jongen.

Ondertussen had Nina, twintig jaar geleden verliefd geworden op Victor, een charmante Rotterdamse man. Ze hadden elkaar toevallig ontmoet op een zomerse dansvloer; Victor vroeg verlegen om een langzame dans en ze kletsten de hele avond. Binnen drie maanden waren ze getrouwd, leefden ze hand in hand, maar na drie jaar bleek Nina onvruchtbaar te zijn. Victor kon dat niet verwerken; Nina onderging talloze onderzoeken en behandelingen in kuuroorden. Uiteindelijk accepteerden ze dat ze geen kinderen zouden krijgen. Victor stelde voor om een kind uit het kindertehuis te adopteren.

Nina hield zo veel van Victor dat ze hem een echtscheiding aanbood, want ze waren bijna dertig en nog jong genoeg om nog een nieuw leven te beginnen. Victor weigerde te scheiden en zei dat hij haar nooit zou verlaten. Nina verzon een sluwe list: ze gaf toe dat ze een andere man had, en Victor geloofde het niet. De volgende nacht kwam ze niet terug; s ochtends rook het naar wijn en herenkruid. Ze vertelde Victor dat ze een minnaar had, en hij stemde uiteindelijk in met de scheiding.

Toen Karel Nina roepde, was ze al twee maanden gescheiden. Ze voelde zich leeg, miste Victor en vroeg zich af hoe het met hem ging. Plots kwam een onbekende jongen langs en riep Mama! haar hart sprong een gat in de lucht.

Wat is er, schat, ben je verdwaald? vroeg ze zachtjes.

Ik zoek mijn mama en papa. Ze zouden in de hemel zijn, maar ik geloof er niet meer, snikte Karel.

Kom, ik woon hier vlakbij. Wil je wat lekkere appelflappen? Ik heb er een paar meegebracht met warme kruidige thee en frambozenblaadjes, zei ze, nam zijn hand en liep met hem mee.

Thuis at Karel met smeulende slagroom de flappen die ze had gekocht, en vertelde alles over zijn misère. Het bleek dat de oudere jongens in het tehuis zijn snoep hadden afgepakt en hem soms hadden gepest. Nina kreeg medelijden met hem en vroeg: Wil je bij mij komen wonen, Karel? Als je groot bent, zul je alles begrijpen en je ouders weer ontmoeten, al is het nog even wachten. Karel knikte.

Nina belde het kindertehuis, meldde de vondst, bracht Karel zelf, sprak met de pedagogen en zorgde dat ze beter oplette. Ze kwam elke dag langs, maar kon hem niet meenemen; ze had een baan, een appartement, maar geen man. Een alleenstaande vrouw zonder echtgenoot krijgt in Nederland bijna nooit een kind in adoptie. Ze betreurde haar scheiding en wist niet hoe ze Victor terug kon winnen.

Daarom sprak ze met collega Sven, een advocaat die net gescheiden was. Hij was een rokerige flirt, maar professioneel. Sven stemde in met een schijnhuwelijk, mits Nina een vergoeding betaalde. Nina was onder de indruk, vond het walgelijk, maar hield nog steeds van Victor.

Op een avond, toen ze bij Karel kwam, zag ze een blauwe plek onder zijn ogen een straf van de oudere jongens voor het melden. De pedagogen hadden, in plaats van hem te helpen, over Nina gepraat. Nina besefte dat het voor Karel niet meer zo prettig zou worden.

De volgende dag ging ze akkoord met Svens aanbod. Op zaterdag zette ze een chique diner klaar, trok een rood jurkje aan zoals Sven had gevraagd, zette kaarsen aan en wachtte. Het voelde bitter en ongemakkelijk, maar ze moest Karel redden, ze had hem beloofd.

De deurbel ging. Nina stapte langzaam naar de deur, haar hart bonkend. Tot haar grote verbazing stond haar ex-man Victor op de drempel.

Ik wil even met je praten, Nienke. Ik heb je de hele tijd in de gaten gehouden, en niemand is bij jou binnengekomen, fluisterde hij. Op dat moment sloeg de liftdeur open en stapte Sven eruit, met een bos bloemen en een fles champagne in de andere hand.

Nienke, ik ben er ook! riep hij.

Victor bloosde, balde zijn vuisten, maar draaide zich zonder een woord te zeggen om en vluchtte de lift in. Nina staarde hem na terwijl hij in een tram verdween.

Tranen stroomden over Ninas wangen terwijl ze Sven weggestuurde. Haar hart brak; wat zou nu met Karel gebeuren?

Twee jaar later stond Karel trots in de rij voor de schooloptocht. Hij droeg een net pak, een wit overhemd, en zat met een enorme bos bloemen voor de juf. Zijn ouders en kleine zusje Marjolein kwamen hem ophalen. Marjolein was een speelse meisje, wankelde constant in de armen van vader, en droeg een polkadotjurk die Nina ooit van Karel had gekregen.

De familie bestond nu uit Nina, Victor en nog een geadopteerd kind.

Sven bleek geen egelachtige schurk te zijn; hij sprak met Victor, legde alles uit en hielp de knoop te ontwarren. De volgende dag stormde Victor naar Ninas kantoor, trok haar mee naar de gemeente en vroeg haar te trouwen, zodat hij Karel kon meenemen.

Sindsdien bezoeken ze regelmatig het kindertehuis, brengen geschenken en lekkernijen, en hebben ze Marjolein al meteen meegehaald toen ze daar terechtkwam.

Mama, papa, ik zal goed mijn best doen op school, fluisterde Karel naar de hemel. Vergeet mij niet, ook al heb ik nu andere ouders. Ik hou van hen, maar ze zijn voorlopig tijdelijk, tot ik jullie weer zie. Hij wist dat zijn echte ouders bij een ongeluk waren omgekomen en dat hun grafje in de kerkpoort stond. Op zondagen ging hij naar de zondagsschool bij de SintBavokerk en begreep hij nu wat de hemel echt betekent.

Nina had eerst Victors keuzes niet begrepen, maar het lot had andere plannen; ze trouwde uiteindelijk nogmaals met Victor. En zo eindigt dit gekke, soms trage, soms vrolijke Nederlandse avontuur met een gelukkig einde voor iedereen.

Please rate
Bagattia News
Trouwen voor KeesMaar toen Kees onverwacht zijn oude vrienden uit het dorp uitnodigde, realiseerde ze zich dat liefde niet alleen een naam, maar ook een gemeenschap is.