In mijn jaren als juf in Nederland heb ik heel wat meegemaakt, maar één situatie zal ik nooit vergeten. In mijn klas zat een jongen, hij heette Bram van Dijk. Die arme Bram was alles behalve geboren onder een gelukkig gesternte: een groeiachterstand, een zwak hart én een hazenlip met een gehemeltespleet.
Tot zijn vierde wist niemand waar hij het over had. Bij zes, na talloze afspraakjes met logopedisten, was zijn spraak enigszins verstaanbaar geworden. Ja, hij sprak nog enórm door zijn neus en met die dikke Hollandse g, maar goed we konden hem volgen.
Toen kwam de grote dag: het laatste jaar op de basisschool én 8 maart Internationale Vrouwendag. We besloten dapper te zijn en Bram een versje te laten voordragen. Dat vond hij spannend, want hij schaamde zich soms voor zijn stem en littekens. We beseften heus wel dat dit wat zou betekenen voor hem voor zijn stressniveau én zijn zelfvertrouwen. Maar ja, zonder een beetje tegenwind leer je nooit fietsen, toch? Bram moest vooral laten zien dat hij net als alle andere kinderen was.
Hijzelf wilde het stiekem ontzettend graag: als de anderen hun gedichtjes opdreunden, mompelde hij alles zachtjes na, met die gekke mondbewegingen.
Bram kreeg dus een stukje gedicht over moeders. Zijn moeder was in de wolken! Dat ze dit nog mocht meemaken Bramzelf dacht eerlijk gezegd nooit geselecteerd te worden, want hij was anders dan de rest.
Ze oefenden samen urenlang voor de spiegel, met hun hondje Loesje als publiek, hardop en fluisterend, tot ze het zelfs onder de douche konden dromen.
En toen was het zover. Bram, strak in het pak en een knaloranje vlinderdasje, mocht zijn grote moment beleven. De jongen stond te trillen op zijn benen, maar gaf het niet op. Ik doe het voor mama. Alleen voor haar.
Bram begint, netjes en duidelijk. Maar na vier regels raakte hij de draad kwijt. Hij kwam bij de zin:
En Wouter zei van de trap: Mamas piloot? Nou en? Maar Brams moeder, bijvoorbeeld, die is
Bram fronst, schuift zijn schoenen zenuwachtig en denkt na over dat lastige woord.
Mama is con-di-ti-o-neer!
Iemand achterin de aula zit al te grinniken. Bram bloost, stopt zijn handen in zijn broekzakken en doet koppig verder:
En de moeders van Pietje en Vera zijn ook allebei
Van achter uit de zaal klinkt: Conditoneer! en voor je het weet ligt de halve zaal in een deuk.
Bram draait zich om en rent weg. Ik ren erachteraan, vang hem bij de trap. Daar staat ie, zijn gezicht tegen de muur geplet, zijn mouwen nat van de woede-tranen. Ik buig naar zijn oor en zeg: Joh, die grapjas had gewoon een off day. Wil je het nog eens proberen, alleen voor mama én voor mij? Kom, we doen dit samen. Deze keer zeg je gewoon politieagent in plaats van conditoneer. Ik help je wel.
Bram snuift. Eerst schudt hij zijn hoofd, maar uiteindelijk zegt hij zacht: Voor mama dan. Maar ik vind het zo eng, juf…
Ik sta naast je, ik geef een kneep in je hand bij elk moeilijk stukje, beloof ik plechtig.
Ik veeg zijn gezicht schoon (met een snufje water en een grapje) en laat hem bijkomen bij de conciërge. Terug in de zaal wacht ik het volgende nummer af. Mijn knieën bibberen. Dan vraag ik het woord en ik weet nog precies wat ik zei, ook al is het inmiddels dertien jaar geleden:
Beste mensen, Bram is zes jaar. Het grootste deel van zijn leven bracht hij in ziekenhuizen en revalidatiecentra door. Meer operaties dan verjaardagen. Praten ging jaren niet en net sinds kort verstaat men hem. Hij heeft moed verzameld om nu, hier bij ons, een gedicht voor zijn moeder voor te dragen. Wilt u alstublieft luisteren? Hij doet zijn best, maar hij is doodsbang.
De zaal is muisstil.
Ik haal Bram achter het gordijn vandaan hij stribbelt tegen en kijkt verlegen naar zijn schoenen. Net zon Hollands knulletje: mollige wangen, dikke onderlip, betraand maar vastberaden.
Kom op Bram! juicht zijn moeder.
Ja Bram! brult diezelfde giechelende puber van net.
Ik hurk naast Bram, pak zijn hand en fluister: Voor mama, jongen.
Bram haalt diep adem, begint opnieuw en komt zonder struikelen bij:
En Wouter zei van de trap: Mama is piloot? Nou én! Maar de moeder van Bram is… po-li-tie-a-gent! En de moeders van Pietje en Vera zijn allebei in-ge-nieur!
En daarna kijkt hij de zaal fel aan.
Zon applaus heb ik nooit meer gehoord. Iedereen klapte: ouders, kinderen, juffen, meesters, zelfs de schoonmaker. Sommige mensen stonden er gewoon bij op. De rest van het gedicht was overbodig, want Brams overwinning was al binnen.
Na het feest trok onze muzieklerares me even opzij. Ik had je kunnen wurgen voor het bijna-verpesten van de voorstelling, zei ze, waarna ik prompt begon te huilen. Alles kwam eruit. Ze gaf me een knik en een handdoek om mijn gezicht mee af te vegen: Toch: niemand oordeelt over winnaars. Jullie hebben echt gewonnen. Kom, snuit je neus en hup, terug naar de kinderen.
Waarom vertel ik dit juist nu, dertien jaar later? Omdat ik onlangs Brams moeder tegenkwam in de winkelstraat. Ze herkende me meteen. Bram studeert nu Nederlands aan de universiteit in Leiden, op een beurs, direct aangenomen en alles in één keer gehaald. Weten jullie waarom? Als dat nooit gebeurd was, was ik altijd een buitenbeentje gebleven,” zei Bram via zijn moeder.
En wat is nu het belangrijkste van dit verhaal? Doorzettingsvermogen, karakter Maar vooral: dat om je normaal te kunnen voelen, soms anderen je gewoon net even iets meer moeten geven. Dat is het mooiste wat er is. Laten we vooral een beetje aardiger voor elkaar zijn. Dat is toch typisch Nederlands!







