20 juni
Vandaag zat ik lang na te denken over hoe mijn leven plotseling is veranderd sinds ik Anneke hierheen heb gehaald. Samen zijn we vanuit de stad verhuisd naar het Brabantse dorp waar vroeger mijn oma woonde. Daar staat haar oude huisje, dat ik geërfd heb na haar overlijden. Het was een grote beslissing: wonen we hier, of keren we terug naar de stad, waar we voor een duur huurappartement in Eindhoven zouden moeten betalen? Eigenlijk hadden we geen keuze. In de stad had ik niets ik verbleef ooit zelfs met mijn oudste neefje in een piepkleine kamer bij mijn zus, Marieke.
Marieke was nooit echt blij met mijn aanwezigheid. Alleen wanneer ik haar iedere maand mijn hele loon overmaakte dat stemde haar nog enigszins vrolijk. Verder zocht ze altijd wel iets om over te klagen. Alles moest ik doen: elk weekend kleden kloppen, dekens luchten, met de kinderen wandelen ze had er drie, van één, drie en zes jaar oud en haar man was altijd óf aan het studeren elders, óf met vrienden op pad, óf gewoon een paar dagen bij zijn ouders om van zijn gezin te rusten.
Anneke wist dit allemaal. Ze wist hoe ik, ondanks mijn goedbetaalde baan, altijd krap bij kas zat; mijn loon verdween naar mijn zus. Toen Anneke en ik iets kregen en ik voor het eerst wat geld voor mezelf hield, werd ik bijna het huis uitgezet. Mijn zus was er beroerd van en ik moest nog twee weken voor haar blijven werken nadat ik ontslag had genomen uit haar huis.
Handig had ze het wel met mij: geld, hulp met het huishouden en oppas voor de kinderen. Toen ik uiteindelijk weigerde mijn salaris nog langer aan haar te geven, zette ze me gewoon op straat. Met mijn spullen kwam ik aan bij Anneke, in haar kamertje in een studentenflat.
Het dorp verwelkomde ons goed. Hoewel ik er geen directe familie meer had, kende ik veel mensen uit mijn jeugd, toen ik zomers bij mijn oma logeerde. Mijn moeder woont nog steeds ergens in Drenthe en Annekes ouders zelfs nog verder weg in Friesland. Echt op iemand rekenen konden we niet.
Rustig zijn we gewoon getrouwd op het gemeentehuis, zonder veel poespas. Anneke kreeg een baan op de peuterspeelzaal en ik in de houtzagerij. De buurvrouw schonk ons een geit; ze kon er zelf niet meer voor zorgen. Gratis, als je niet rekent dat we haar elke dag een halve liter melk moesten brengen. Later kwamen er kippen en schaapjes bij.
Onze salarissen waren niet hoog, maar het eigen erf hielp enorm, en Anneke maakte voor de dorpsbewoners verstelwerk en naaiklusjes. We spaarden en hadden het best goed.
Ons zoontje, Stef, was inmiddels drie en Anneke was net uit de zwangerschapsverlof terug op haar werk. De zwaarste tijd leek achter de rug.
Totdat Marieke plots op de stoep stond. Ze was nooit één keer op bezoek geweest, sinds ik uit haar huis verdwenen was, maar nu kwam ze aanwaaien, samen met haar drie kinderen. Haar man? Tuurlijk niet, die zat lekker bij zijn ouders vakantie te vieren.
Hier heb ik vroeger óók gelogeerd! riep ze toen ze binnenkwam. Bij oma. Maar nu wil ik lekker naar de Zeeuwse kust, even uitwaaien! Jullie passen wel op de kinderen, toch?
Ik keek haar aan. Wie gaat daarop letten, Marieke? Wij zijn gewoon aan het werk, soms ben ik zelfs een paar dagen weg
Het is gewoon een dorp, wat kan ze overkomen? Ze redden zich wel, lachte ze nonchalant.
Blijf dan zelf hier bij ze, zei ik. Anneke gaat echt niet voor jouw kinderen zorgen.
Waarom niet? sputterde Marieke, Je bent toch mijn broer? Jij regelt dat toch gewoon!
Waar is jouw man eigenlijk?
Die heeft vakantie van ons, die blijft lekker thuis.
Jullie nemen ook altijd vakantie van elkaar, zei ik sarcastisch.
Terwijl we spraken, klommen haar kinderen overal bovenop, trokken laadjes open, en toen gebeurde het: er klonk lawaai buiten. Door het raam zag ik hoe haar kinderen het varkentje hadden losgelaten en hysterisch joegen ze het dwars door de moestuin. Wat een chaos. Mijn tuin lag helemaal plat.
Uiteindelijk kreeg ik het varkentje terug, maar zestig procent van de kool was verwoest. De geit met haar lammetjes liep tussen de omgewoelde groenten. Anneke was overstuur terecht. De kinderen maakten zich nergens zorgen om.
Ze spelen maar wat, Jolmer! zei Marieke schouderophalend. Het is buiten, het is toch gezond!
Onze Stef doet dit niet, zei Anneke, zichtbaar geïrriteerd.
Hij krijgt nog genoeg kansen.
Hij weet tenminste waar hij af moet blijven.
Nog geen vijf minuten later weer een hoop getrek en geschreeuw: ditmaal probeerden ze de kippen te pakken. Mijn prachtige krielkippen, die zulke mooie gekleurde eitjes leggen, werden achternagezeten tot de haan het zat was en zn veren opzet.
Wat is dit nou voor dorp! foeterde Marieke. Jullie hebben je zaakjes niet eens op orde!
Misschien kun je je kinderen wat regels bijbrengen, zei ik. En pas op de gans bij de buren, die bijt iedereen, zelfs de postbode.
Op dat moment bracht de buurman haar oudste zoon weer thuis die had geprobeerd achter het schuurtje een vuurtje te stoken.
Weet je wel wat er kan gebeuren? mopperde de man. Alles staat hier droog, geen regen in geen weken!
Ik was er klaar mee.
Nee, Marieke, dit werkt niet. Neem je kinderen maar lekker mee naar de zee. En kijk uit dat ze daar niet de zeehonden laten schrikken.
Echt hoor, jullie zijn allemaal gek hier in Brabant! siste Marieke boos. En ik heb jou wel geholpen, je woonde bij mij!
Eén jaar, antwoordde ik. En toen gaf ik je alles wat ik had.
Marieke pakte haar koffers, mopperend richting haar kinderen: We gaan, naar opa en oma in Almelo.
Ze gilden dat ze dat niet wilden, maar Marieke was onverbiddelijk.
De volgende ochtend was het huis weer rustig. Anneke en ik dronken koffie en praatten nog lang na over haar bezoek. Wat een opluchting ik wil haar voorlopig niet meer zien.






