Madelief! Waar ben je nou? Kom gauw tevoorschijn, anders hoef je niet meer naar huis! Hoor je me? Ik laat je niet gaan!
Het kleine meisje van zon vijf, verscholen tussen een wirwar berkenstruiken bij het hek van een bescheiden boerenhuis, zat op de zonverwarmde aarde, drukte haar oren met haar handjes en murmelde zachtjes voor zichzelf.
Kom maar roepen!
Madelief hoort het niet!
Ze zou haar ogen kunnen sluiten en de prachtige, ronde vrouw die op de veranda van haar omas huis stond, niet zien. Maar dat mag niet anders vindt die vrouw Madelief wel. Dat is al eens gebeurd. Toen verstopte Madelief zich achter de hondenhok van Pluis de poedel en zat zo stil dat ze zelfs in slaap viel. Ze werd wakker van een stevige klap, waarna ze aan haar oor werd getrokken. Het deed zon pijn dat ze later niet eens meer durfde aan dat oor te komen.
De mooie vrouw is niet haar moeder, maar haar tante Anja. De zus van haar oma. Anja houdt niet van Madelief, omdat ze zonder vader is. Wat dat precies betekent, weet Madelief nog niet, maar ze heeft er wel een idee van: ze vroeg het aan Joris, de buurjongen. Joris is al elf jaar oud en weet een stuk meer dan zij. Het betekent dat niemand je echt nodig heeft, legt hij uit. Je hebt geen vader, geen moeder, alleen een tante en een oude oma.
Oma zal binnenkort sterven, en dan moet Madelief bij tante Anja blijven en die wil het helemaal niet. Ik heb al zoveel kinderen, moppert Anja.
Waarom moet ik dit uitstaan? Mam! Je blijft zo stil, het is jouw schuld! Je hebt Natashka verwennen, en nu wat? Mijn appartement is geen rubberballon! We storten ons als haring in een ton! Ik, mijn man, twee kinderen en een schoonmoeder, en dat allemaal in twee kamers! Waar moet die extra persoon heen? En waarom überhaupt?
Zo moet je niet, Anja! Ze is toch je familie!
Ze is niets voor mij! Ik heb haar nooit gevraagd te baren! En ik zei Natashka dat ze niets met haar geliefde zou krijgen! Geloof je dat ik rechten had? Natuurlijk! Natashka is er niet meer, en die vent is weg, als een duif voor de ochtendzon!
Wat heeft het kind verkeerd gedaan?
Niets! Het is een last Ik kan het niet, je begrijpt het wel, mam. Geen kracht meer! Ze doen hun eigen gekkigheid je kunt ze niet inhalen! Ik sla en sla, probeer een extra cent te verdienen, maar het is zinloos! De ene keer breekt een ruit op school, de andere keer vraagt ze nieuwe spijkerbroeken Waar moet ik al die eurocenten voor vandaan halen? We hebben een miljonair! De vader blaast er niets van! Hij krijgt een salaris en gaat rondhangen als een clown! Ik ben tot de laatste cent in het gezin! En wat hij heeft, is een cent die je niet eens ziet dat kan hem niet schelen! Ik heb twee banen, hij heeft één, en die man is al uitgeput! En als je een klus wil, moet je niet lui liggen! Ze zitten in de hoek te kletsen, tot de baas je een keer een klap op de nek geeft! Dan gaan ze even door, krabben een beetje, en zijn tevreden! Hoe moet ik zo leven, mam?
Sorry, dochter, ik kan je niet helpen Het enige wat je kunt doen is het kind op een pleeggezin zetten, en dat is zonde!
Dat is niet mijn zonde, mam!
Wie zal er nog betwisten!
Ik kan haar niet liefhebben, begrijp je dat of niet?!
Ach ja, het maakt niet uit! Het belangrijkste is dat ze ergens leeft! Wat schaamt, ach Anja Was jij niet de vrouw die zei dat het leven makkelijker zou zijn als je werd bemind? Ze heeft ook liefde nodig Een levende ziel
Een ziel Je kunt een ziel niet voeden met liefdesverhalen als hij nog leeft! Hij vraagt toch wel iets. Waar haal je dat vandaan? Je kunt het niet zeggen? En over liefde stop er niet over te filosoferen! Het was eenmaal nodig, nu is het genoeg! Basta! Het meisje is groot geworden Het is slimmer geworden
Madelief begrijpt van het gesprek dat ze onder het bed van oma luistert nauwelijks de helft, maar ze onthoudt bijna alles. In de crèche prezen de opvoeders haar. Je geheugen is goed, zeiden ze. Madelief probeert het echt te doen: ze luistert aandachtig en kan alles woord voor woord naspelen!
Madelief! Hoe vaak moet ik je roepen? Als je nu niet komt, ga je hongerig slapen! riep tante Anja weer, maar slechts even.
Oma voelde zich weer slecht, en haar kreunen hoorde Madelief zelfs vanuit haar verstopplek, ondanks de afstand tussen het hek en de berken.
Laat die honger maar! Tenminste niet geslagen! dacht Madelief. Ze wist waarom tante Anja haar nodig had: die had die ochtend opgedragen om de halve veranda en de trap te wassen. Madelief vergat het. Ze was in de war. Joris gaf haar een oude rode loopauto zonder één wiel. Maar dat vond ze fijn! Ze had weinig speelgoed: een oude pop Marjoleintje, waarvan oma een jurkje had gemaakt van een tissue, een grijze konijntje met één oog dat dier hield ze het meest van en de beugels van haar moeder. Mooi, blauw, een cadeau van papa! fluisterde oma. Een marktdag kostte ze niks, volgens oma. Maar Madelief gaf niet om de prijs. Ze legde de kralen op de trap, en het werd een zee, een berg en een draak, net als in het verbodsbokje dat ze nergens van mocht lezen. Oma zei: Je mag het niet scheuren.
Dat vond Madelief pijnlijk! Ze scheurde nooit boeken! Ze hield van ze, zelfs van die zonder plaatjes. Ze kende nog maar drie letters, maar elke keer dat ze ze op een blad zag, sprong ze van blijdschap. Als ze de letters herkent, leert ze de rest een beetje inspanning volstaat.
De avond drapeert de hof met een dunne mantel van duisternis. Muggen zoemen, en Madelief zucht. Het is tijd om te gaan. Er zal waarschijnlijk niks meer gegeten worden, want tante Anja had al een paar keer van het erf naar de keuken gerend, moe van het huishouden. Ze heeft geen kracht meer voor Madelief. Een scheldpartij is genoeg.
Madelief kruipt uit haar schuilplaats en schuifelt naar de veranda. Daar zit tante Anja, nors op de trap.
Aanwezig? Oh, mijn ellende Waar ben je toch gekropen? Zo vies! Ga naar binnen!
Madelief haalt diep adem. Vandaag zal ze niet meer gescheld worden. Zelfs volwassenen worden moe van het geschreeuw. Ze kan naar oma gaan, haar wange tegen haar droge, warme hand leunen en even wachten. De pijn zal wegebben, en oma zal haar even spaarzaam troosten. Een zacht aanraking, een fluistering, woorden
Ik hou van je, mijn kleine! Ik hou
Niemand heeft die woorden ooit tegen Madelief gezegd. Mama niet, en tante Anja blijkbaar ook niet. Madelief had eens gehoord hoe Anja oma berispte omdat ze kleine dingen zei, maar nooit iets tegen haar eigen dochter.
Madelief gelooft Anja niet. Het kan niet waar zijn. Volwassenen zijn raar. Ze onthouden het slechte en vergeten het goede. Ze vroeg Anja ooit waarom ze zo deed: het is net een wond die je steeds uithakt. Als je de korst afpelt, doet het weer pijn. En steeds weer, tot het geneest. Maar als je blijven uithakken, blijft er een litteken. Waarom? Omdat de handen krabben! Zo zei oma, en ze schold Madelief als ze dat deed. Wat doet een ziel als ze niet bemind wordt? Oma zei dat het krabben is.
Als ze Madelief vragen zou, zou ze zeggen wat volwassenen moeten doen om iedereen gelukkig te maken. Oma moet aan tante Anja zeggen: Ik hou van je! en dan moet ze medelevend zijn, want Madelief heeft s avonds altijd medelijden. Het is zo simpel! Neem het, en heb medelijden! En tante Anja Laat oma het doen Tante Anja is sterk! En heel slim! Maar toch heeft Madelief medelijden met haar Want, als Anja zegt dat niemand haar liefheeft, dan is dat zo. Niemand heeft haar ooit liefgehad. Natuurlijk liegt ze, want niemand is echt zo. Als ze s nachts niet in een kussen huilt, is dat omdat ze wel wordt bemind! Madelief weet dat, want ze huilt zelf Ze weet dat als oma weg is, er ook niemand meer is die van haar houdt
Oma streelde Madelief over het hoofd, fluisterde haar woorden en liet haar gaan.
Ga maar, lieverd, tijd om te slapen!
Madelief is gewend haar te gehoorzamen. Ze draait zich om, merkt niet dat oma haar zacht op de rug kust.
Ze heeft dorst, sluipt naar de keuken en hoopt dat Anja er is.
Anja staat daar
Wat wil je?
Een beetje water
Veel water voor jou snauwt Anja, schenkt een glas melk en zet een bord met aardappels en een groot stuk brood voor Madelief. Eet! Het water is opgewarmd. Ik was eerst mama, daarna jou. Vies meisje, als een heks!
Anja streelt automatisch Madeliefs hoofd, en het meisje maakt iets wat ze al lang wilde: ze glijdt van de kruk en omhelst Anjas benen, omdat ze de top niet kan bereiken.
Wat doe je? vraagt Anja, geschrokken, duwt Madelief weg.
Ik wil van je houden. Als niemand anders wil mag ik?
De vraag blijft onbeantwoord. Anja huilt en vlucht de kamer uit, duwt Madelief weg. Maar Madelief weet: het is niets, het is niet eng. Nu kan ze rustig haar melk drinken. Anja huilt, kalmeert, en de pijn wordt niet minder, maar toch een beetje minder zwaar. Madelief snapt dat. Een klein beetje minder is al goed genoeg! Want ze heeft ‘s avonds nog die minuut naast oma om over het goede na te denken, in plaats van het slechte. Misschien lukt het Anja ook? Als je aan het goede denkt, voel je je lichter, zelfs als iemand je kwaad doet.
Anja keert terug naar de keuken, vult een bak met warm water en wast Madelief. Stil, zonder te schreeuwen. Ze wrijft met een spons op een rare manier, zachtjes, niet zoals gewoonlijk.
Ga! Ga naar je bed, het is tijd!
Een korte bevel, Madelief zucht uit. Ze kan naar haar kleine kamertje, onder de lichtgewicht dekens kruipen, zich eronder verstoppen en zachtjes met haar (verbeelde) moeder praten. Elke avond een klein gesprek over alles. Oma zei ooit dat dat goed was. Het is juist. En haar moeder hoort haar. Zo praat Madelief met haar. Vanavond moet ze Anja vertellen over haar dag, en morgen vroeg opstaan om de traptjes te wassen, zoals Anja vroeg. Madelief houdt van opruimen, maar vergeet soms.
De volgende ochtend lukt Madelief niets, want Anja wekt haar vroeg, kust haar heel vreemd en stuurt haar de deur uit, waar de buurvrouw van oma op haar wacht.
Laat haar even blijven. Er is niets voor haar hier
Mag ik nog afscheid nemen?
Moet ik? Totdat ze weer terugkomt, blijft ze in ons geheugen. Ze is nog zo klein
Dat is waar. Nou goed, ik zal haar voeren en later helpen.
Dank je
En een paar dagen later gaan ze met de bus naar de stad Utrecht. Madelief zal niet meer terug naar omas huis; dat wordt over een jaar verkocht en tante Anja zal haar officieel als dochter beschouwen. Het woord dochter is nieuw voor haar, maar het klinkt mooi.
En Anja mag een oude knuffelkonijn meenemen, dat oma ooit aan Madelief had gegeven, lang geleden. Een eenogig, versleten konijntje met een oor dat ooit afzat. Anja heeft het weer vast genaaid. Ze wilde een oogjes aannaaien, maar de juiste knoopjes vond ze niet. Later wel, zei ze. Madelief heeft geen haast; ze kan wachten.
Het belangrijkste is echter dat Madelief elke avond nu bij tante Anja terechtkomt, en Anja doet wat oma vroeger deed: streelt Madelief over de wang en fluistert woorden die je de hele dag wilt horen.
Ik hou van je
De eerste keer dat Anja dat zei, de volgende dag nadat oma weg was, geloofde Madelief het niet. En nog een tijdje niet. Maar steeds antwoordde ze:
Ik hou ook van jou!
Nu gelooft ze.
Want Anja zegt die woorden niet alleen tegen Madelief, maar ook tegen haar eigen kinderen en haar man. Hij hoort het niet elke dag, maar wel af en toe. Hij geloofde het eerst ook niet, net als Madelief. Nu gelooft hij, en reageert hij zonder woorden. Hij heeft een nieuwe taak gevonden, en hij heeft Madelief niet weggejaagd. Hij zei: Waar twee zijn, kunnen er drie zijn, dus laat Madelief blijven. Daarom zegt hij ook wel eens die woorden.
Natuurlijk pesten broertjes en zusjes Madelief soms, maar dat is niet erg. Echt eng is wanneer er niemand is. Madelief weet dat niet precies, maar ze vermoedt het. Ze kan nu lezen, en in de boeken staat veel geschreven. Ze gelooft daarin. Waarom tijd verspillen aan onzin?
Soms herinnert Madelief zich omas huis, de berken bij het hek, groot als echte parasols. Onder die schaduw was het warm, groen en knus Maar nu mag ze er niet meer terug. En dat hoeft ook niet. Oma is er niet meer, maar bij tante Anja is het toch niet slecht.
Eén ding snapt Madelief niet: waarom loog Anja toen ze zei dat ze niet wilde dat iemand van haar hield? Iedereen wil toch bemind worden! Madelief weet het.







