Sanne kon de dagen niet uitstaan waarop toekomstige adoptieouders het kindertehuis bezochten. Want in de zeven jaar dat ze daar woonde, was zij nooit gekozen.
Toen ze nog heel klein was, keek ze er juist enorm naar uit. Betoverd staarde ze naar de chique dames en keurige heren. In haar dromen leken het wel tovenaars, die haar in hun kasteel zouden meenemen. Dan zou haar nieuwe moeder haar ‘s avonds een kus geven voor het slapen. Haar nieuwe vader zou haar dragen op zijn schouders. Eigenlijk verlangde ze vooral naar een eigen kamer. Dan hoefde ze niet meer elke dag die vervelende Willem onder ogen te komen. Altijd was hij erop uit om aan haar vlechtjes te trekken en haar ‘Graspieper’ te noemen.
Sanne wist niet wat dat betekende, maar het klonk vreselijk naar. Toch bleef Willem het herhalen:
Graspieper! Graspieper!
Ze was pas vijf toen ze in het kindertehuis belandde. Haar ouders waren gestorven bij een verkeersongeluk. Sanne snapte maar niet waarom papa en mama niet kwamen. Waarom hadden ze haar zomaar achtergelaten?
Langzaamaan begon ze te begrijpen dat ze niet meer terugkwamen. Hun gezichten vervaagden uit haar herinnering, hun stemmen en hun geur raakten op de achtergrond. Zelfs het huis waar ze samen hadden gewoond vergat ze beetje bij beetje.
Hoe graag had Sanne gewild dat iemand haar eens uitkoos! Maar het gebeurde nooit, en met de jaren besefte ze: ze zou nooit gekozen worden. Gewone meisjes maakten geen kans, want altijd kozen ze de knapste meiden uit, met strikjes in glanzend haar en met lieve lachjes.
Willem hield niet op haar te pesten, maar ondertussen had Sanne wel ontdekt dat een graspieper een vogeltje was.
Die dag kwamen de adoptieouders opnieuw op bezoek. Alle meisjes kregen mooie strikken in hun vlechten, werden in hun beste jurkje gestoken. Sanne knipte plots haar eigen haar tot een jongensachtige coupe. Ze besloot dat ze zelf voortaan keuzes ging maken in haar leven niemand zou haar meer kiezen, dat wilde ze niet.
De leidsters schrokken van haar korte haren toen ze haar zagen, Willem vond het prachtig en riep zoals altijd:
Graspieper!
Sanne was inmiddels twaalf, Willem was drie jaar ouder.
Die dag koos niemand Sanne uit. Haar kortgeknipte haar stond haar strak en haar ogen flitsten donder en bliksem. Het was niet verwonderlijk dat ouders haar angstig voorbijliepen.
Drie jaar later verliet haar grote plaaggeest Willem het kindertehuis. Nadat hij iedereen had gedag gezegd, kwam hij naar Sanne toe.
Nou, tot ziens dan, Graspieper?
Tot ziens, antwoordde Sanne koeltjes.
Je hoeft het niet lang meer hier vol te houden! Nog maar drie jaar, dan haal ik je op, klonk Willems stem ineens serieus.
Ha, alsof ik dan voor jou zou kiezen! Dwaas! beet ze hem boos toe.
Willem keek haar lang en vreemd doordringend aan en keerde zich om, zonder nog een keer achterom te kijken.
Toen Sanne na al die jaren het kindertehuis mocht verlaten, sloot ze de deur achter zich, inhaleerde de frisse buitenlucht van haar nieuwe leven en voelde zich vrij. Uit het lelijke eendje was een prachtige zwaan ontloken. Haar volle, glanzende haar tot aan haar middel, groene ogen, een sierlijke gestalte. Ze liep naar het oude huis van haar ouders om eindelijk te beginnen aan een nieuw hoofdstuk.
Ineens hoorde ze een stem:
Dag, Graspieper!
Ze draaide zich om en zag Willem.
Wat moet je hier? vroeg ze.
Ik heb beloofd je op te halen. Dus hier ben ik, zei Willem, die nu breder en langer was geworden.
Maar ik heb toch gezegd dat ik zelf kies! Ze keek hem opstandig maar stiekem ook nieuwsgierig aan.
Kies dan mij, Sanne, vroeg Willem zacht.
Ik zal erover denken, zei Sanne met een flauwe glimlach, al lopend naar haar nieuwe huis.
Willem volgde haar tot aan de deur, wachtte tot ze naar binnen was gegaan, en liep daarna weer weg. Maar vanaf die dag zat Willem elke avond voor haar raam op het bankje naast het huis en bleef daar wachten tot het licht in haar kamer uitging.
De zomer werd herfst, de bladeren kleurden bruin en gevallen, het werd winter. En nog steeds kwam Willem. Op een avond liep Sanne naar buiten en ging naast hem zitten.
Ben je het niet beu? Het is toch ijskoud om hier te zitten?
Dat geef ik niet om. Maar kies mij, alsjeblieft, Sanne, antwoordde Willem en keek haar aan, teder en langdurig.
Verward sprong Sanne overeind en rende naar binnen. Door het gordijn keek ze toe hoe Willem bleef zitten en naar haar raam keek.
Op oudejaarsavond spoedde Sanne zich naar huis na haar werk. De tafel moest nog worden gedekt, haar nieuwe jurk moest aan het was immers bijna Nieuwjaar! Maar op het bankje zat geen Willem. Haar hart sloeg een slag over. Wat zou er zijn gebeurd?
Na een uur was alles klaar. Ze schonk zichzelf cava in, liep naar het raam en keek uit. Geen Willem. Herinneringen en nare vermoedens grepen haar bij de keel. Wat moest ze doen? Waar kon ze zoeken? Ze wist niet waar hij woonde, geen adres, geen nummer Stom, stommer, stomst vond ze zichzelf.
Toen, opeens, buiten een felle lichtflits!
Het vuurwerk is begonnen, dacht Sanne, en liep naar het raam voor het spektakel.
In de sneeuw schitterden met vuur grote, vurige letters:
KIES MIJ, SANNE!!!
Willem zat op het bankje, zwaaide vrolijk naar haar en keek haar smilend aan.







