Op vakantie naar het platteland namen we onze stads-kater, Sjoerd, mee. In het dorp woont de broer van Sjoerd, genaamd Pim. Pim heeft grote, uitpuilende ogen, daardoor noemen ze hem daar Kikker. In het dorp nemen ze niet echt een blad voor de mond, dus de bijnaam bleef.
Sjoerd had het de eerste tijd niet makkelijk. Ondanks dat hij niet groot is, liet Pim hem meteen voelen wie de baas was. Hij joeg hem weg bij het eten en blies zo hard als de gasten aan tafel bij Jinek als het gesprek hen niet zint.
Op een dag heeft Pim, door zn bravoure, een typische fout gemaakt: hij dacht dat hij onaantastbaar was en viel Sjoerd frontaal aan. Sjoerd walste zich lui met zn poot over hem heen, in de stijl van ach, houd toch op joh, en per ongeluk bleek het een ferme tik: Pim moesten we daarna uit de groene kliko vissen. Zo kwam Sjoerd, net als altijd per toeval, bovenaan de kattenhiërarchie te staan.
Op het platteland heeft men een praktische kijk op katten: Sjoerd werd alleen van muizenvangen gered omdat het hartje winter was. Eten geven is daar een creatief en onregelmatig proces. Sjoerd kon daar maar moeilijk aan wennen, want in de stad at hij netjes op vaste tijden, zijn voer in porseleinen bakjes en de buurvrouw nodigde hem soms zelfs uit aan tafel.
De stress bracht Sjoerds oerinstincten snel terug. Soms betrapte ik hem s nachts, terwijl hij met zijn kop in de soeppan op het fornuis stond. Ondertussen zat Pim op de uitkijk naast het keukentafeltje, blazend om Sjoerd te waarschuwen als ik eraan kwam. Sjoerd keek loom mijn kant op en mauwde geruststellend: Maak je niet druk, deze hoort bij ons. Je had moeten zien hoe hij gisteravond in het donker de koelkast afzocht naar kaas.
Toen besloten we dat Sjoerd klaar was voor de buitenwereld, en zetten hem in de sneeuw in de tuin. Hij draaide zich om en zijn hele snuit was wit, zijn ogen vol weemoed, net als Al Pacino in Scarface. We lieten hem sindsdien maar liever binnen.
Op een avond kwamen Laurens zn vrienden uit het dorp langs. We zaten gezellig in de woonkamer, ik las aan de kinderen voor uit Meiavond van Van Alphen. Net bij het stukje dat de stiefmoeder in een gitzwarte kat verandert die tikkend met haar nagels door het huis loopt, kraakte de deur van de woonkamer akelig open en paradeerde Pim binnen.
Sjoerd had zijn broer inmiddels geleerd hoe je elke deur met een slimme zwiep van je poot open krijgt. De woonkamer was piepklein, maar we wisten met de kinderen snel uiteen te stuiven. Eén van de jongens moesten we later uit het wc-raampje halen; hij werd gelukkig tegengehouden door zijn oma, die altijd goed voor hem zorgde.
O ja, Pim is dus echt gitzwart, geen straaltje licht erin te bekennen. Geef toe, het gebeurt zelden dat een stukje Nederlandse literatuur zon onvergetelijke indruk maakt op kinderen van nu.
Wat ik hier van heb geleerd? Soms kan het leven in één onhandige beweging veranderen, en blijken katten niet alleen leuke huisdieren, maar ook ware leermeesters die ons laten ervaren dat je je plaats in het leven soms gewoon per ongeluk vindt én dat je samen veel meer deuren open krijgt dan alleen.






