— Onze excuses, meneer, — begon een van de agenten. — Maar deze dame beweert dat uw kat op haar balkon is gesprongen, haar heeft aangevallen en vervolgens haar kitten heeft ontvoerd…

Excuseer ons even, begon één van de agenten destijds, maar deze dame beweert dat uw kat op haar balkon is gesprongen, haar heeft aangevallen en vervolgens haar kitten heeft gestolen…

Lang geleden, in een karakteristiek Amsterdams grachtenpand waar de V-vorm van het gebouw twee vleugels in een scherpe hoek samenbracht, speelden zich eigenaardige dingen af. Je kent ze wel, die oude appartementsgebouwen waar de balkons van verschillende woningen bijna tegen elkaar lijken te leunen, op een haar na hooguit anderhalve meter ertussen.

Op de vijfde etage van zon pand woonden Willem en zijn vrouw Liesbeth. Ze werkten beiden bij hetzelfde bedrijf aan de Herengracht en reden elke dag samen in hun oude Volvo naar kantoor en weer terug.

Op een grijze avond bij het thuiskomen staken ze het binnengasthof over toen ze luid geblaf hoorden. Een groep zwerfhonden viel de zwerfkat aan die door de bewoners, ook Willem en Liesbeth, af en toe eten kreeg. Willem jaagde de honden weg, maar de kat bleek gewond. Niet dodelijk gelukkig. Ze raapten hem op, droegen hem naar de auto en reden direct naar de dierenarts, waar zijn wonden werden behandeld, hechtingen gezet en hij een infuus met vocht en vitamines kreeg. Een antibioticumprik volgde en men drukte hen op het hart hun patientje een week lang dagelijks voor controle en injecties te brengen.

En zo kwam Boris bij hen in huis terecht.

Waarom Boris? zou je je afvragen. Ach, naar de Amsterdamse volksheld Boris van de Zeedijk, een eens gevreesde zwerver. En inderdaad: Boris had wat imposants. Maar die grimlach bleek bedrieglijk.

De stoere Boris was tot ieders verbazing binnen twee dagen al helemaal gewend aan warmte en aandacht. Al snel lag hij op de bank op een zacht, geruit dekentje te spinnen en zijn ogen dicht te knijpen, vooral als Liesbeth hem onder zijn kin kriebelde.

Kijk nou, wat een charmeur, lachte ze, terwijl ze hem over zijn buik aaide.

Boris trok zijn neus op, want zijn wonden speelden nog op, maar toch spinde hij onverstoorbaar door. Hij genoot intens.

Binnen een week was hij opgeknapt, glanzend en goeddoorvoed, zijn vacht dik en zacht. Hij keek niet meer om naar zn oude leven kou, honger en de constante angst dat leek nu niet meer dan een vage nachtmerrie.

s Ochtends en s avonds zat hij het liefst op het balkon, hoog boven de gracht, en aanschouwde de dagelijkse bedrijvigheid beneden. Terug de straat op? Geen haar op zijn kop die daar nog over nadacht. De vrijheid had hij wel gezien.

De naastgelegen balkons deden hem niets, tot…

Op een dag kwam er op het haast aangrenzende balkon van het appartement ernaast ineens een kittentje tevoorschijn. Nog piepjong, een pluizige, goedverzorgde boefje.

Waarschijnlijk een stamboomkat, bromde Boris. Die weet zeker van de prins geen kwaad…

Hij snoof minachtend, draaide zich met geheven staart om en deed alsof hij niets zag.

Maar de volgende ochtend trok een vreemd, zacht geluid Boris aandacht. Het kwam duidelijk van de balkonbuur. Hij sloop dichterbij.

Het kittentje zat helemaal weggedoken in een hoekje en piepte zachtjes.

Hé, wat is er aan de hand, ukkie? Mis je je ontbijtje ofzo? miauwde Boris.

Het kittentje kromp ineen en keek angstig omhoog naar de grote, norse kater.

Waarom huil je? vroeg Boris vriendelijker.

Het antwoord kwam als een fluistering:

Ze sloeg me met haar pantoffel Het deed zon pijn…

Boris kende die kant van mensen niet. Zelf werd hij nu gekoesterd en verwend; een tik had hij al lang niet meer gehad. Maar pijn, ja, dat kende hij als de beste.

Met een pantoffel?! Maar waarom dan?

Ik miauwde te vroeg vanmorgen. Had honger…

En daarom sloeg ze je?

Ja. Ze schreeuwde ook

Boris werd stil. Het furieuze vrouwtje uit het appartement was berucht; het kleine grijze bolletje beefde zo erg dat Boris zich plots zijn eigen jeugd op straat herinnerde, vol kou, honger en angst.

Doet ze dat vaak? vroeg Boris zacht.

Bijna altijd. Voor elk geluidje, voor alles wat ik doe. Ze houdt niet van mij.

Maar als ze met haar vriendinnen belt, zegt ze altijd hoe duur ik ben. Alleen ik weet niet wat duur betekent

Boris wel. Zijn Liesbeth zei altijd:

Jij bent mijn kostbare vriend.

Maar bij deze vrouw klonk het woord ijzig, zonder warmte.

Boris fronste. Dit was een lastige situatie. Op straat wist hij wat hem te doen stond, maar nu was hij een geliefde huiskater. Wat kon hij hier beginnen?

Op een dag werd het kittentje terug naar binnen geroepen. Met de oren plat, het staartje tussen de achterpoten, glipte het naar binnen een nat plekje op de tegels achterlatend van angst.

Boris stond peinzend op het balkon. Hij herinnerde zich hoe hij zich als kitten eens uit schrik tegen een grote bulldog ook eens verstijfde, zijn angsten had hij sindsdien nooit helemaal losgelaten.

Vanaf toen zat Boris steeds vaker op het balkon. Hij wist nu dat het kittentje een deftige naam had Floris, maar Boris vond Druppel eigenlijk beter passen.

Druppel kwam nu geregeld voor wat troost:

Ze zei net snikte hij, dat als ik nog één keer miauw, ze me van het balkon zou gooien. Ze is het spuugzat om mijn ongelukjes op te ruimen

Elke keer als Boris gekrijs uit het naastgelegen appartement hoorde, stond zijn vacht rechtovereind. Soms klonk het harde geluid van pantoffels die tegen een klein lichaampje sloegen.

Hij wist wat hij wilde doen, maar de angst hield hem tegen.

Ze zetten me eruit als ik iets doe, dacht hij droef. Dan lig ik straks weer op straat.

De gedachte aan die kille wereld, ver van Liesbeth en Willem, weerhield hem.

Maar de gedachte dat Druppel misschien de volgende dag niet meer zou leven, liet hem niet los.

En toen gebeurde het gewoon, uit het niets.

Boris hoorde woedend gebrul vanuit de kamer van de buurvrouw. Door het balkonraam zag hij hoe ze, vanuit haar bed, het kittentje met de pantoffel achterna zat.

Kom hier jij, ellendeling! Ik maak je af!

Voor hij het wist, greep Boris een aanloop en sprong anderhalve meter over het gapende gat tussen de balkons.

De vrouw hief haar pantoffel, maar plots verscheen er op haar dekbed…

Nee, niet zomaar een kat.

Een schim, imposant en wild, met bliksemende ogen en een vacht recht overeind, tanden ontbloot, grommend als een duivel. Vlammend leek zijn bek, zijn ogen vonkten in haar angstige verbeelding.

Gillend liet de vrouw haar pantoffel vallen, verloor haar evenwicht en voelde plots een nare warmte in haar pyjama

Ze dacht werkelijk dat de duivel aan haar bed stond.

De duivel hief zijn klauw dreigend, maar terwijl de vrouw spartelde, sloeg ze haar handen voor haar gezicht en verloor het bewustzijn.

Tien minuten later werd er aangebeld bij Willem en Liesbeth. Op hun mat stond een totaal ontredderde buurvrouw met haar haren in de war en haar blik vol paniek.

Uw kat heeft mij aangevallen! Hij heeft me aangevallen en mijn peperdure kitten gestolen! Ik bel de politie! gilde ze.

Mevrouw, zei Liesbeth kalm, onze kat is altijd binnen. Vraag maar na: hij verlaat nooit het appartement. We hebben ook geen kitten.

De buurvrouw grijnsde zuur, hapte naar adem, siste nog wat en vertrok stampvoetend naar haar eigen woning.

Kwartier later stond de politie op de stoep, met de buurvrouw. Een agent deed zijn pet af:

Pardon, deze mevrouw beweert dat uw kat op haar balkon is gesprongen, haar heeft aangevallen en het kitten heeft meegenomen

Wat!? riepen Willem en Liesbeth tegelijk, zichtbaar verbijsterd.

Neemt u gerust een kijkje, stelde Willem voor. Boris ligt gewoon op de bank.

Inderdaad, Boris lag heerlijk op z’n rug, poten in de lucht, knorrend van tevredenheid.

Dat is m! krijste de buurvrouw. Hij heeft mijn Floris gestolen!

Pardon? vroeg een agent. Uw kat is gestolen?

Ja, mijn kat heet Floris!

De agenten wisselden een blik, liepen het balkon op.

Zeker bijna twee meter afstand, mompelde de een.

En u zegt dat de kat dat met een kitten in zijn bek overbrugd heeft?

De buurvrouw krijste nog harder en begon in hun kastjes te zoeken, liet linnengoed op de vloer vallen en trok de laden open.

De agent moest haar uiteindelijk tot bedaren brengen.

Mevrouw, Johan en Liesbeth mogen u wegens deze vernieling aanklagen.

Wat?! Ik? Na alles wat hun kat mij en Floris heeft aangedaan?!

Kunnen we uw verwondingen zien? vroeg een agent achterdochtig.

Nu stond de buurvrouw met haar mond vol tanden.

Jullie krijgen allemaal van mij te horen! riep ze, besloot het met een scheldkanonnade.

Eh, zei Liesbeth voorzichtig, maar u ruikt nogal sterk naar urine… Wilt u misschien van onze stoel opstaan?

De ogen van de buurvrouw werden groot, ze werd rood, toen groen en uiteindelijk lijkbleek.

Zonder verder nog een woord te zeggen, stoof ze het huis uit, gooide haar eigen deur met een klap dicht.

Gaan jullie aangifte doen? vroeg de agent beleefd.

Nee, antwoordden Willem en Liesbeth samen.

Ik denk dat ze de werkelijkheid een beetje kwijt is, fluisterde Liesbeth.

De agenten knikten en verlieten vriendelijk het huis.

Toen keken Willem en Liesbeth naar Boris. De kater keek hen schuldig aan, sprong van de bank af en liep naar de linnenkast. Met zijn klauw opende hij het deurtje, sprong op de onderste plank en duwde voorzichtig een piepklein, trillend kittentje tevoorschijn.

Och hemel, zuchtte Liesbeth.

Samen gingen ze op de bank zitten.

Boris bracht het trillende grijze bolletje voorzichtig naar ze toe, snuffelde even en ging toen naast Willem zitten.

Wat nu? vroeg Liesbeth terwijl ze het kleintje op haar schoot nam.

Druppel schokte nog even, kroop toen dichter tegen haar hand aan.

Niet bang zijn, kleintje, suste Willem.

Wij doen katten geen kwaad, zei Liesbeth, terwijl ze hem zachtjes over de rug aaide. Maar jij, Boris, je bent stout, zei ze streng. Dit kun je niet zomaar doen.

En wat had hij moeten doen dan? grinnikte Willem. Hij heeft Druppel van een kreng gered! Daar verdient hij eerder een beloning voor.

Jij ook altijd met je kattenliefde, lachte Liesbeth. Moet ik je straks misschien ook nog kipfilet geven?

Absoluut! knipoogde Willem. Kom, Boris, halen we een stukje kip voor je. Je hebt het verdiend.

Zie je dat nou, fluisterde Liesbeth, toen Boris en Willem de keuken in liepen. Altijd dat mannenverbond

Maar tot haar verrassing duwde Druppel zich ineens stevig tegen haar warme hand. En het leek net alsof het woord kostbaar voor het eerst echt iets liefs en geruststellends betekende.

Liesbeth glimlachte mild en fluisterde vergevend:

Goed dan, voor deze keer vergeef ik het je…

En terwijl van de keuken het geluid kwam van kipfilet die gesneden werd, lag het kittentje voor het eerst zacht spinnend en tevreden in haar schoot. Eindelijk was ook hij thuisgekomen, daar in het oude Amsterdam, ver van de rauwe straat en het koude verleden. En het woord kostbaar dat had nu een andere klank gekregen.

Please rate
Bagattia News
— Onze excuses, meneer, — begon een van de agenten. — Maar deze dame beweert dat uw kat op haar balkon is gesprongen, haar heeft aangevallen en vervolgens haar kitten heeft ontvoerd…