— Onze excuses, begon een van de agenten, maar deze dame beweert dat uw kat op haar balkon is gesprongen, haar heeft aangevallen en vervolgens haar kitten heeft gestolen…

Sorry dat we u storen, begon een van de agenten beleefd. Maar deze dame beweert dat uw kat op haar balkon is gesprongen, haar heeft aangevallen en vervolgens haar kitten heeft gestolen

In Nederland herken je ze direct: de typische hoekappartementen, waar twee blokken in een scherpe bocht van negentig graden samenkomen. En balkonnetjes in de binnenhoek bijna met elkaar versmelten. Die bijna is net anderhalve meter een sprong voor een kat misschien, maar voor een mens behoorlijk ver.

Goed, nu het verhaal.

Op een dag kwamen Bart van Dijk en zijn vrouw Marieke thuis uit hun werk bij hetzelfde kantoor in het centrum van Utrecht. Ze reden altijd samen in hun grijze Volvo terug naar hun flat in Amersfoort.

Terwijl ze over het binnenplein liepen, zagen ze hoe een groep zwerfhonden het op een magere kater had gemunt dezelfde kater die bewoners van de flat, zijzelf ook, af en toe wat brokjes gaven. Bart joeg de honden weg, maar de kat was er niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Gelukkig leefde hij nog. Ze tilden het bange dier op en reden terug naar hun auto.

In de dierenkliniek werden de wonden schoongemaakt en gehecht, kreeg de kat een infuus met vocht en vitaminen en een antibioticaspuit, met het advies: een week lang, elke dag terugkomen voor controle.

En zo kwam de kater die ze Gerrit noemden bij hen thuis terecht.

Waarom Gerrit? vraag je je misschien af. Nou, omdat hij zon ruige kop had, dat Bart direct zei: Dat is me er eentje, net een kleine crimineel Gerrit de Gever! Zijn uitstraling was bepaald indrukwekkend, maar achteraf bleek hij een echte knuffelkont.

Al na een paar dagen lag Gerrit luid spinnend op een zacht kleedje op de bank, de ogen half dicht van geluk als Marieke uitgebreid zijn buik kroelde.

Wat een bofferd ben jij toch, lachte ze, terwijl Gerrit soms nog met een lichte grimas aan zijn wonden dacht, maar bleef genieten.

Langzaamaan werd Gerrit gezonder, zijn vacht ging weer glanzen en snel was hij gewend aan zijn nieuwe thuis. Slapen op schoot, lekker eten, geen stress, geen kou.

Zijn oude leven vol ruzies, honger en angst loste op, als sneeuw voor de zon. Nu zat hij graag op het balkon, leunend over de reling, en hield van bovenaf toezicht op het plein zonder een enkele wens om nog naar buiten te vluchten.

De balkons van het naastgelegen blok interesseerden hem eigenlijk niet tot hij op het balkon daar tegenover opeens een nestjonge kitten zag zitten. Lief, zacht, verzorgd duidelijk een raskat.

Wat een verwend kreng dat weet vast niet eens wat pech is, dacht Gerrit met een snuivend trekje en draaide zich moedwillig om.

De volgende dag hoorde hij echter zacht gehuil. Nieuwsgierig sloop hij naar het uiterste puntje van het balkon, richting het geluid.

De kitten zat ineengedoken in een hoekje, zacht jammerend.

Hé, wat is er met jou? Vies voer gekregen soms? brieste Gerrit.

Het beestje schrok en klemde zich trillend tegen de muur, klaar om bij elke beweging te vluchten.

Waarom huil je? vroeg Gerrit iets zachter.

Toen fluisterde het jonge katje terug: Ze sloeg me met een pantoffel… Weet jij hoe dat voelt?

Gerrit wist eigenlijk niet hoe een klap met een pantoffel voelde, dat was hem in zijn nieuwe leven bespaard gebleven. Maar pijn, dat begreep hij heel goed.

Pantoffel? Waarom?

Ik miauwde van de honger, s ochtends vroeg. En toen werd ze boos schreeuwde en sloeg me.

Hij viel stil. Het kleintje zat te trillen, zelfs bang om hardop te ademen.

Slaat ze je vaker? vroeg Gerrit met een brok in zijn keel.

Bijna altijd Als ik speel, geluid maak. Ze houdt niet van mij Maar tegen haar vriendinnen zegt ze dat ik een dure kat ben. Dat ik veel geld kost. Ik snap niet wat duur betekent

Gerrit kende het woord vooral als compliment van Marieke: Jij bent mijn dierbare. Maar hier klonk het anders.

Hij fronste. Buiten op straat had hij de regels gekend. Maar nu, als huiskat?

Toen werd het katje terug naar binnen geroepen. Met de oren plat, staart naar beneden, en een plas van angst onder de pootjes rende hij weg.

Gerrit bleef achter, starend naar het natte spoor. Hij herinnerde zich ineens dat hij als kitten ooit uit totale angst voor een hond ook zo’n plas had achtergelaten.

Sindsdien bracht hij veel tijd op het balkon door. De kitten bleek Bikkel te heten, maar Gerrit vond het een naam die niet paste. Zelf noemde hij hem stiekem Sprietje.

Het duurde niet lang of Sprietje begon Gerrit dagelijks op te zoeken: Ze zei net dat als ik niet rustig ben, ze me van het balkon gooit. Ze is het schoonmaken zat snufte hij.

Telkens kreeg Gerrits vacht kippenvel en zijn nagels krabden onwillekeurig over het hout.

Vaak hoorde hij het geschreeuw van Sprietjes bazin. Soms zelfs het geluid van een pantoffelslag tegen het kleine lijfje.

Gerrit had zijn besluit eigenlijk al eens genomen: hij moest iets doen. Maar één ding hield hem tegen wat als hij voor straf zelf weer op straat werd gezet? Zonder Marieke en Bart, zonder liefde…

Toch gaf de gedachte dat Sprietje het niet zou overleven hem geen rust. Tot die dag.

Gerrit zat weer op het balkon toen het gekrijs begon. In de weerkaatsing van het glas zag hij de vrouw uit haar bed opstaan, een slof pakken en dreigend op Sprietje aflopen.

Ik maak je kapot, viezerik! schreeuwde ze.

Gerrit dacht niet na. Ineens stond hij, met een sprong over het anderhalve meter diepe gat, midden op haar balkon.

Nog voordat de slof kon dalen, keek ze plotseling recht in het gezicht van een woeste, sissende kater met opgekropte woede in haar ogen was het een monster. De slof viel uit haar hand op het tapijt, en het liep haar letterlijk in de pyjama.

Ze gilde, probeerde zichzelf te beschermen, maar zakte toen kermend in elkaar en verloor het bewustzijn.

Tien minuten later werd er aangebeld. Voor Bart en Marieke stond hun opgewonden, gehavende buurvrouw. Uw kat heeft me aangevallen! En nu is mijn dure kitten ook weg! Ik bel de politie!

Mevrouw, antwoordde Marieke kalm, onze kat komt het huis niet uit. En van uw kitten ontbreekt ieder spoor.

De buurvrouw vertrok met een boze snauw, en even later stonden er twee agenten voor de deur, met haar in hun kielzog.

Sorry, mevrouw en meneer, begon een van hen formeel, maar deze dame beweert dat uw kat op haar balkon is gesprongen en haar kitten heeft gestolen

Pardon? Bart en Marieke keken stomverbaasd.

Kom binnen, heren agenten, zei Bart uitnodigend. Kijk gerust zelf: onze kat ligt te slapen op de bank.

De hele stoet ging naar binnen. Gerrit lag inderdaad languit en ogenschijnlijk onschuldig op de bank.

Dat is hem! Dat is de dader! gilde de buurvrouw. Hij heeft mijn Bikkel meegenomen!

Bedoelt u uw kat of uw geld? vroegen de agenten, even in de war.

Bikkel ís mijn kat! Hoe moeilijk kan het zijn! krijste ze.

De agenten liepen naar het balkon en wierpen een blik.

Twee meter mompelde een van hen.

Wilt u ons doen geloven dat deze kat dat overbrugt, met een kitten in de bek? vroeg de ander.

De buurvrouw begon door de kamer te razen, roepend: Bikkel! Bikkel! Bikkel! Ze trok kasten open, gooide lakens op de vloer, en verspreidde een enorme rotzooi tot de politie haar tot halt riep.

Mevrouw, u overtreedt nu de regels, zei een agent streng. De bewoners kunnen u aanklagen voor deze ravage.

Wat, ík? Nadat hun kat mij heeft aangevallen?!

Toon dan even waar u verwond bent? vroeg een agent.

De buurvrouw stotterde, maar vond niets om te laten zien.

Mevrouw, zei Marieke beleefd, voelt u zich wel oké? U ruikt nogal naar urine. Misschien even opstaan van onze stoel?

Haar gezicht liep rood aan, toen groen, toen wit. Ze vluchtte weg en sloeg de deur achter zich dicht.

Doet u aangifte? vroeg de politie.

Nee hoor, antwoordden Bart en Marieke in koor.

Ze is waarschijnlijk de kluts kwijt, zei Marieke zacht.

Excuses voor het ongemak, knikten de agenten en vertrokken.

Bart en Marieke keken naar Gerrit, die net was opgestaan. Zeg eens, kat begon Bart. Gerrit sprong van de bank, liep recht naar de kast, opende die vakkundig en trok behendig een trillend hoopje grijze vacht van onder een stapel handdoeken.

Lieve help zuchtte het stel opgelucht.

Gerrit legde Sprietje voorzichtig neer bij Marieke op schoot. Ze nam het diertje in haar armen, terwijl Bart geruststellend zei: Niet bang zijn, kleintje. Bij ons word je niet geslagen.

Marieke kriebelde zijn rug: En jij, Gerrit, ondeugend beest! Dit kun je niet zomaar doen. Je had het moeten melden

Wat dan? zei Bart verbaasd. Hij heeft het kleintje toch juist gered van een heks. Waarom zou je hem straffen?

Typisch, grinnikte Marieke naar Sprietje, mannen houden elkaars hand boven het hoofd. Moet ik hem nu óók nog belonen?

Ja, tuurlijk! Kom op, Gerrit, op naar de keuken voor een stuk kip.

Zie je dat nou? Marieke zocht steun bij Sprietje, maar het kitten greep haar handje en kroop er dicht tegenaan.

Ze glimlachte en zei: Goed Voor deze keer vergeef ik het.

Bart en Gerrit liepen naar de keuken. Sprietje bleef op haar schoot liggen, zachtjes snorrend, en begreep eindelijk dat geaaid worden fijn is.

En hij dacht na over het woord dierbaar. Want bij deze vrouw voelde dat woord en alles eromheen heel anders dan hij ooit had gedacht.

Zo kun je merken: ware waarde zit niet in geld of mooie verhalen, maar in liefde en aandacht. En ook als je bang bent of je niet weet wat de juiste stap is, kun je met een beetje moed samen het verschil maken.

Please rate
Bagattia News
— Onze excuses, begon een van de agenten, maar deze dame beweert dat uw kat op haar balkon is gesprongen, haar heeft aangevallen en vervolgens haar kitten heeft gestolen…