ONDANKBARE GRIETJE
Vroeger, lang geleden, kreeg Grietje op een ochtend een telefoontje van haar man, rechtstreeks op haar werkplek aan het Damrak in Amsterdam. Kalmpjes meldde hij dat hij na het werk meteen naar de familie Van Vliet zou gaan om samen met zijn vakgenoten hun beroepsdag te vieren.
Als je zin hebt, kun je ook langskomen, voegde hij er achteloos aan toe, alsof hij vermoedde dat ze toch niet zou komen, maar liever met een boek op de bank zat of de hele avond achter haar computer zou verdwijnen.
Goed hoor, antwoordde Grietje kleurloos, maar tijdens haar lunchpauze liep zij toch snel naar De Bijenkorf om een cadeautje voor haar man uit te zoeken. In de parfumerie was het druk; vrouwen verdrongen zich tussen de geurige flesjes.
Meteen zag ze een luxe fles aftershave staan de doos glansde zwart als lak, met daarop een knappe vent, nonchalant een colbert over zijn schouder geslagen, vage grijns, uitdagend priemende blik. Precies Gijsbert, haar Gijsje.
Een verkoopster wikkelde vlot en vakkundig de cadeaus in glinsterend folie, plakte er lintjes op. Plots stond naast haar een oud omaatje, die mompelde: Ach, meiden, jullie kopen die mannen dure luchtjes, maar ruiken zullen de anderen eraan, en die slanke dassen bewonderen zij ook vast niet alleen thuis
Iedereen lachte, maar bij Grietje bleef het zinnetje hangen. Altijd deed ze alles voor Gijsje, en hij wendde zich telkens naar anderen. In hun jonge jaren was ze stapelgek op hem geweest, deed zijn huiswerk toen hij aan de avondstudie begon, schreef zelfs zijn verslagen. En toen de kinderen kwamen, was alle zorg voor haar rekening.
In het begin merkte ze zijn dankbaarheid. Later raakte hij eraan gewend, nam haar inspanningen voor lief. Van buiten leek hun gezin misschien perfect: genoeg geld, rust in huis, gehoorzame, slimme kinderen. Maar toen de kinderen uitvlogen naar Utrecht en Groningen, bleef Grietje alleen met haar man over. Ze voelde ineens een leegte in haar leven.
Haar moeder had haar, ruim twintig jaar geleden, nog gewaarschuwd tegen deze schoonheid. Kijk toch eens, hij weet gewoon dat hij aantrekkelijk is en geniet er zelf het meeste van, zei moeder altijd. Mooi zijn betekent van iedereen een beetje. Iedereen wil hem bewonderen, maar zelf houd je er het minste aan over. Duidelijk: eerste punt een vrouw die niet bemind wordt. Tweede punt inmiddels 43 jaar. Derde punt wie heeft haar nou nog nodig?
Grietje liep naar het raam. De zon scheen bijna lenteachtig warm. Nog even, en dan is het Internationale Vrouwendag, dacht zij loom. En waarvoor? Weer alleen De meeste jaren zijn al voorbij, en wat brengt de toekomst eigenlijk nog
Van buiten klonk opgewekt getjilp, gevolgd door driftig getik op het raam. Op het kozijn hupte een verfromfraaid musje, dat haar met een rond oogje aankeek.
Dat is vast een teken, dacht Grietje. Op datzelfde moment begonnen de klokken in de kamer uitbundig te slaan.
Mooi, dan is er nog tijd. Eerste punt: als een ander je niet liefheeft, doe het dan lekker zelf. Ze gooide de voordeur dicht en rende licht naar beneden eerst langs de kapper, daarna de HEMA in
Om half zeven tuurde het spiegelbeeld vol bewondering naar een mysterieuze onbekende; wiebelend op het stoere bureaustoel. Een simpel zwart jurkje, een pittig kort kapsel met drie kleuren, en ogen vol diepte en geheimzinnigheid (eyeliner, schaduw, zorgvuldig vervaagd). Lippen, met een streepje potlood en wat gloss, leken voller en uitdagend eigenzinnig.
Dus, tweede punt: het leven begint pas bij veertig
Ze liep de keuken in, kwam terug met een glas wijn, tikte ermee tegen het spiegelbeeld: En derde punt: hebben we eigenlijk een vent nodig die zon vrouw niet weet te waarderen?
Het behoeft geen uitleg dat ze even later bij de Van Vliets binnenkwam op haar hoge naaldhakken, licht draaiend op ieder stap. Verwarring alom en meteen snelden verschillende heren haar tegemoet om haar jas aan te nemen, haar een stoel of een appeltje aan te bieden. O, is mijn echtgenoot hier ook? Was me niet opgevallen
Gijsbert was totaal overrompeld door haar onverwachte entree, verward door haar doortastende houding en vooral verbijsterd door de algehele bewondering.
De volgende ochtend, klaar voor een tegengesteld spel, probeerde hij zijn oude routine terug te pakken: Gaan we vandaag nog ontbijten? riep hij met een brutale ondertoon. Maar ditmaal had hij zich vergist naast hem lag geen volgzame vrouw meer, maar een zelfverzekerde, licht briesende Grietje.
Zonder om te kijken, met haar woelige driekleurenlok, spinde ze speels:
Hé schat, heb jij het ontbijt al gemaakt?
Ze rekte zich uit, dommelde bijna weer in en dacht, net voordat ze in slaap viel: Zo dus, beste vent. Anders moeten we toch nog terug naar punt drieDitmaal ben jij aan de beurt.
Ze trok de deken over zich heen, terwijl buiten de merel vrolijk zijn lied floot. In de keuken hoorde Gijsbert wat onhandig rommelen met koffiekopjes. Grietje kneep haar ogen dicht tegen het ochtendlicht en glimlachte.
De geur van versgezette koffie zweefde langzaam de slaapkamer binnen. Even later stond Gijsbert aarzelend in de deuropening, een dienblad in zijn handen, zijn blik afwachtend en misschien zelfs een tikkeltje bewonderend.
Goedemorgen, mooie vrouw, zei hij zacht.
Grietje opende één oog en knikte waardig, zelfverzekerd, als een koningin die haar hofhouding inspecteerde. Ergens was er iets verschoven, op een zachte, onomkeerbare manier.
En terwijl zij het dampende kopje aannam, wist Grietje dat haar leven vanaf nu niet langer in dienst stond van verwachtingspatronen. De ondankbare Grietje van gisteren had haar plaats afgestaan aan een vrouw die leefde in haar eigen verhaal. Ze proefde de eerste slok koffie sterker, bitterder dan anders, maar precies goed.
Buiten glinsterde de lucht van belofte. Het was, besloot ze, haar eigen lente die nu begon.







