Olga stond in de keuken en was druk bezig met het inmaken van haar zelfgemaakte zoetzuur toen haar man thuiskwam van zijn werk.
Ik ben thuis, riep Sander terwijl hij de keuken binnenkwam en abrupt stilhield. Wat is hier allemaal aan de hand?
Wat bedoel je? vroeg Olga met een glimlach, terwijl ze paprikareepjes sneed. Ik maak zoetzuur, precies zoals jij wilde.
Nee, ik bedoel, kijk om je heen. Sander gebaarde naar de keuken vol pannen, schalen en snijplanken. Het is hier één grote puinhoop.
Ach, het komt allemaal goed, schat. Met inmaken krijg je nou eenmaal rommel. Je weet toch dat ik straks alles opruim, zei Olga verbaasd.
Doe niet alsof je het niet snapt, bromde Sander, zichtbaar geïrriteerd. Ze keek hem niet-begrijpend aan, zich niet realiserend wat hem zo stoorde.
Ze woonden sinds vier maanden samen, in Sanders huis in Amersfoort. Dáárvoor had Sander jarenlang alleen gewoond, helemaal gewend aan zn eigen routine. Maar toen leerde hij Olga kennen, allebei ruim in de veertig. Olga had een volwassen dochter die al werkte en op zichzelf woonde. Sander had een zoon uit zijn eerste huwelijk, een jongen van tien, maar die zag hij nauwelijks diens moeder woonde helemaal in Groningen.
In het begin leek het allemaal perfect. Olga voelde zich thuis bij Sander en hoopte eindelijk een fijne, betrouwbare man gevonden te hebben, iemand om eventueel samen oud mee te worden in hun Hollandse huis. Haar gehuurde appartement in Utrecht had ze zonder spijt opgezegd.
Ze gaf alles om Sander gelukkig te maken. Ze haalde de lekkerste recepten uit haar jeugd aan, maakte huzarensalades, zuurkoolschotels, appeltaarten, en had soms het gevoel dat deze liefde haar vleugels gaf. Het leven van alledag voelde licht.
Maar na een paar maanden begon Sander te veranderen. Hij kwam moe en prikkelbaar thuis, mopperde vaak zonder duidelijke reden. Soms was het omdat er nog een kopje op het aanrecht stond, soms omdat de bedden niet netjes genoeg waren opgemaakt, soms om maar iets. Olga negeerde het eerst, hoopte dat het over zou waaien. Ze werkte immers zelf ook, en was meestal zelfs eerder thuis dan Sander, zodat alles netjes en op tijd klaar stond.
Maar lieve woorden werden steeds spaarzamer. Zijn gemopper vrat aan haar.
Op die bewuste zaterdag moest Sander eigenlijk naar zijn zus in Zwolle om samen met zijn zwager aan de auto te klussen daarom had Olga haar inmakerij juist voor dat weekend gepland. Maar onverwachts stond hij toch opeens in de keuken, net op het moment waarop alles nog in volle chaos verkeerde: dampende pannen, gemorste tomatensap, overal schoteltjes met knoflook en peper.
Het ruikt hier naar een inmaakbedrijf, klaagde hij. En het is bovendien bloedheet.
Dan ga je toch even in de woonkamer zitten? Kijk een stukje van de wedstrijd, ik ben zo klaar, probeerde Olga kalm te blijven.
Maar Sander begon te steigeren. Moet ik alweer pasta met gehaktbal eten? Dat eet ik nu al drie dagen achter elkaar!
Ik had het graag anders gedaan, maar zon dagje inmaken vreet tijd. Bovendien was jij er niet om even te helpen sjouwen met de boodschappen op de markt. Dit was jouw idee, weet je nog? Ik doe ook mn best, verzuchtte ze, moe van het gesjouw.
Sander mopperde verder, kleineerde haar inspanningen en begon harder te praten. Ook Olgas geduld raakte op.
Wat wil je nou eigenlijk van mij? riep ze. Als je zo verlangt naar perfecte orde, waarom gooi je je spullen dan altijd overal neer? Waarom moet alles altijd exact op jouw manier? Misschien moet ik mij wel helemaal opofferen zodat jij kunt klagen over het minste of geringste?
Toen barstte de bom. Oude ruzies kwamen boven, de woorden werden bits, steeds feller. En toen brak die broze draad Sander liet zich gaan, en Olga voelde dat er een grens was bereikt die niet meer goedgemaakt kon worden.
Ik ga, zei ze kil, en vertrok naar de logeerkamer van haar vriendin Marja. Haar handen beefden terwijl ze haar spullen inpakte, twee koffers vol en haar favoriete vest, dat haar zus haar ooit op haar verjaardag had gegeven.
Die eerste dagen was Olga vastbesloten niet terug te keren. Ze vond een klein appartementje in Hilversum peperduur, vierhonderd vijftig euro per maand, plus kosten voor het makelaarskantoor en wat nieuwe keukenbenodigdheden. Het deed pijn, vooral geestelijk.
Nooit eerder had ze zoveel geld in één week uitgegeven en alleen de gedachte eraan maakte haar nog verdrietiger. Sander zocht geen contact, hij stuurde enkel één spaarzaam berichtje diezelfde avond: Wat moet ik nu met al dat zoetzuur?.
Eet het op, doe er wat mee, het zal me worst wezen. had ze impulsief getypt. Maar eigenlijk blies ze haar wettig verdiende zuurkool, haar eigen werk en liefde, op in rook.
Dagen gingen voorbij. In het begin voelde de stilte verademend, was ze opgelucht dat het gemopper eindelijk ophield. Maar na drie dagen werd haar hart zwaar het was niet alleen woede, ook gemis. Ze dacht na over hun ruzie, alle nare dingen die ze hadden gezegd en of er geen weg terug was. Maar diep vanbinnen wist ze dat sommige dingen niet opnieuw samen te lijmen waren.
Op een dag besloot Olga haar laatste spullen uit Sanders huis op te halen. Ze meldde netjes dat ze zou komen Sander stond stil voor de deur, tot haar verbazing zichtbaar aangeslagen. Dat verzachtte Olgas hart nauwelijks, al deed de brok in haar keel pijn.
Olga, kan het alsjeblieft nog anders? probeerde Sander, Ik heb je gemist, ik wil je niet kwijt.
Maar Olga voelde dat haar vertrouwen geknakt was. Als je mij echt had gemist, was je wel gekomen. Je bleef gewoon stil een hele week, zei ze zacht.
Ze pakte haar laatste dingen: haar favoriete theekopje, de pot met honing uit Friesland, haar eigen shampoo en de plaid die haar dochter voor haar had gehaakt. Ze zette het keurig bij de voordeur klaar.
Toen het klaar was, belde Olga een taxi. Sander probeerde haar nog tegen te houden Blijf, zonder jou red ik het niet! maar Olga keek hem recht aan.
Met jou verdwijnt mijn eigenheid. Ik moet nu voor mezelf zorgen.
En ze liep het huis uit. Sander bleef verslagen achter, in de stille flat, kijkend naar de lege kamer waar ooit de warmte had geheerst die Olga had gebracht.
Dat was lang geleden, nu, en er zijn avonden dat het Nederlandse herfstlicht door de ramen scheen terwijl Olga in haar taxi naar huis reed, vluchten van tranen onderdrukkend. Ze herinnerde zich ineens weer dat de herfst altijd haar lievelingsseizoen was, en dat haar verjaardag over twee weken viel.
Alles komt goed, fluisterde ze tegen haar spiegelbeeld in het raam, en glimlachte voorzichtig want zelfs in het grauwste seizoen breekt soms het zonlicht toch nog door.







