Oksana en haar (bijna ex-)schoonmoeder zaten samen op het oude bed, allebei warm aangekleed. De Hollandse winter gierde buiten terwijl de kachel net werd aangestoken. – ’Maak je geen zorgen, lieve moeder. Het komt goed met ons. We redden het wel. Ik geef je zo je medicijnen,’ stelde Oksana haar gerust, ondanks dat het eigenlijk haar ex-schoonmoeder was. Of eigenlijk: bijna ex-schoonmoeder…

Sanne zit samen met haar schoonmoeder op een oud bed. Ze dragen allebei dikke truien en wollen sokken. Buiten is het winter en ze hebben de houtkachel net aangestoken in het huisje in Friesland.

Maak je geen zorgen, Maartje. We redden ons wel. Ik geef je zo je medicijnen, fluistert Sanne geruststellend.

Sanne probeert Maartje zo goed mogelijk te kalmeren, al is het eigenlijk niet écht haar moeder, maar haar ex-schoonmoeder. Of, nou ja bijna ex.

Zo is het nu eenmaal gelopen; ze wonen met zijn drieën in huis: Maartje, Harm (Sannes ex-man) en Sanne.

Sanne is pas op haar dertigste met Harm getrouwd. Ze was zijn tweede vrouw, maar ze heeft nooit een gezin uit elkaar gehaald toen ze hem leerde kennen, was Harm al gescheiden.

Maartje, streng maar zorgzaam, mocht Sanne direct. Het werd zelfs een warme band Maartje was als een echte moeder voor haar. Sanne verloor haar ouders jong en stond er alleen voor, tot ze Maartje leerde kennen. In haar vond ze geborgenheid.

Jullie samenzweren tegen mij, lachte Harm altijd.

Vijf jaar huwelijk vlogen voorbij. Maar geleidelijk veranderde Harm: hij werd nors, onredelijk, riep tegen Sanne, tegen zijn moeder. De reden: een andere vrouw. Hij kwam steeds later thuis en vaak had hij te veel gedronken.

Op een dag zei Harm dat hij wilde scheiden en gaf Sanne twee dagen om haar spullen te pakken. Ze was nog niet eens weg, toen zijn nieuwe vriendin binnenkwam met een rolkoffer.

Misschien deed ze het expres, om Sanne te provoceren. Het was een blonde dame met lange benen en overdreven grote wimpers van die waar je amper je ogen mee openhoudt.

Sanne kon haar lach nauwelijks inhouden.

Heb je mij serieus ingeruild voor deze pop met koeienwimpers? Nou, veel geluk ermee ik rouw er geen seconde om.

Maar zij is tenminste gezellig. Jullie zijn twee oude wijven, jij en mn moeder. Twee kippen, kaatste Harm terug.

Prima, noem mij wat je wil, maar laat je moeder erbuiten!

Schatje, piepte de blondine met haar wimpers knipperend, blijft zn moeder dan hier wonen? Moet zij niet gewoon mee met die andere vrouw? Waarom moeten wij haar hier houden?

Ja mam, het wordt tijd dat je vertrekt. Je hebt hier nu lang genoeg gezeten.

Waar moet ik heen? Je hebt al mijn spaargeld gekregen van de verkoop van mijn appartement. Daar heb je dit huis van gebouwd! snikt Maartje.

Geen drama nu, je mag blijven. Maar houd je in je eigen kamer. Voortaan is Albina hier de baas.

Schat, laat ze beiden oprotten dan.

Dat is mijn moeder!

Jij bedoelt dat dát mijn schoonmoeder is nu? Pfff

Sanne werd het gekibbel zat.

Maartje, kom. We gaan samen naar het dorp.

Liever naar het dorp dan bij zon zoon en zijn vriendin blijven…

Blijf even zitten, ik pak zo je spullen.

Vergeet mijn medicijnen niet, en het sieradendoosje. En mn handtas.

Sanne haalt een tweede koffer tevoorschijn en pakt snel alles in: sieradendoosje, medicijnen, papieren, kleren.

Neem maar alles mee, wij willen niets van jullie, klonk het al uit Albinas mond. Toch, Harm?

Harm stond er bij en zweeg. Hij wist dat zijn moeder hem dit nooit zou vergeven. Of misschien toch wel, want ze bleef tenslotte zijn moeder.

Na een halfuur stonden Sanne en Maartje bij de auto. Maartje zat al achterin en veegde stilletjes haar tranen weg ze keek haar zoon niet meer aan.

Zwaar om moed te houden, als je alles gegeven hebt en ongewenst bent.

Hoe moeten we nu verder, Sanne?

Het komt goed, Maartje. Ik heb wat spaargeld, en jij hebt je AOW. We redden ons wel, er is brood en kaas genoeg tot ik werk vind.

Ze komen aan in het Friese dorpje waar Sanne opgroeide. Gelukkig is het nog licht. Het huis is ijskoud. Sanne steekt snel de kachel aan en zet water op.

Jij kan dit goed, alsof je altijd hier woont!

Opa heeft me alles geleerd. Fijn dat we boodschappen hebben, zo hoeven we niet het dorp in. Ik ben die dorpsroddels zat.

Langzaam wordt het warm.

Morgen ga ik alles schoonmaken.

Dan wordt er geklopt.

Ben je teruggekomen, buurvrouw? t Is lang geleden. Ik zag je auto al staan. Waarom ben je in de winter hier? Problemen?

Het gaat goed, meneer Willemse. Ik leg het later wel uit. Kom binnen voor een kop thee.

Ik wilde je net uitnodigen. Je bent niet alleen, zie ik?

Dit is Maartje. En dit is Willemse, onze buurman, stelt Sanne ze aan elkaar voor.

Laat het weten als jullie iets nodig hebben.

Dank u, het lukt zo wel.

Na een week is het huis schoon en gezellig.

Weet je, Sanne, ik kom eigenlijk uit een dorp. Ik trouwde een stadse man. Toen hij verongelukte was Harm drieëntwintig. Ik verkocht mijn appartement en gaf het geld aan Harm voor dit huis. Hij beloofde zijn moeder voor altijd in huis te houden. Kijk eens hoe het is gelopen

Niet treuren. Ik weet dat het pijn doet. En misschien, als we samen doorzetten, worden we alsnog een familie misschien zelfs met kleinkinderen.

Van die nieuwe vriendin? Bespaar me! Maar wie is buurman Willemse eigenlijk?

Hij woont alleen, zijn vrouw is verdronken toen ze een buurkind probeerde te redden. Dat is jaren geleden. Kinderen heeft hij niet. Zijn enige contact was met mijn opa, ze waren goede vrienden.

Een maand gaat voorbij. Harm laat niets van zich horen zelfs Maartje belt hij niet. Op een dag krijgt Sanne een telefoontje van een onbekend nummer.

Hallo, spreek ik met Sanne?

Ja, met Sanne.

Uw ex-man Harm hij is omgekomen in een auto-ongeluk. Sorry, het spijt me, maar hij was onder invloed en samen met een jonge vrouw. Zij is ongedeerd. Kunt u komen voor identificatie?

Sanne schrikt. Arme Maartje. Hoe moet ze dit brengen? Willemse! Hij zal weten wat te doen.

Sanne, wat is er? Je ziet lijkbleek.

Maartje, ga even zitten. Harm is er niet meer

Och Dit is mijn schuld, omdat ik hem in de steek liet!

Nee Maartje, hij stuurde jou weg!

Misschien was het karma

Ik ga naar het mortuarium. Ga jij met me mee, Willemse?

Natuurlijk. We nemen mijn auto, daar wordt niet over onderhandeld.

De uitvaart volgt. Sanne en Maartje besluiten terug naar het huis in Leeuwarden te gaan, dat nu hun eigendom is. Harm had de echtscheiding nog niet geregeld: feestjes, drank en vrouwen waren belangrijker.

Willemse wijkt niet van hun zijde.

Ik ga mee. Wie weet heb je hulp nodig daar.

Het huis Alles is veranderd. Overal ligt vuile was, de geur van drank en rottend eten hangt in alle kamers.

Ongelofelijk dat mijn zoon dit zo heeft achtergelaten. Zo was hij nooit

Wat doen jullie hier? Dit is míjn huis, verdwijn! schreeuwt Albina plots uit de slaapkamer, gevolgd door een halfnaakte man.

Laat maar even je papieren zien, zegt Willemse streng.

Welke papieren? Harm is mijn man! We waren zelfs getrouwd!

Hij was nog niet eens officieel gescheiden!

Trouwen kun je ook van tevoren vieren, hoor. Dus alles is nu van mij!

Laat je onzin maar zitten. Pak je spullen maar en ga weg! Nog meer mensen hier?

De man sluipt stiekem de deur uit. Willemse houdt Albina goed in de gaten, zodat ze niets meeneemt.

We moeten het huis direct op slot doen en het eigendom controleren. En alle sloten vervangen, voor ze terugkomt met een reservesleutel.

De documenten blijken in orde; het huis is officieel van Sanne en Maartje. De sloten worden vervangen.

Veel spullen kunnen ze alleen maar weggooien. Willemse blijft hen telkens helpen.

Het spijt me dat jullie terug moeten komen, ik ga jullie missen.

Wij jou ook. Je bent altijd welkom, meneer Willemse.

Jullie maken me weer jong, vooral Maartje. Ze lijkt zo op mijn overleden vrouw.

Ach, ik zie wel hoe je naar haar kijkt, Willemse. En Maartje naar jou Ben je verliefd?

De oude man bloost.

Wat je niet zegt

Maar een jaar later trouwen Willemse en Maartje. Het is goed samen, met Sanne erbij voelen ze zich als een gezin, alsof ze een dochter hebben gekregen. Maar dit is niet het einde: ze hebben inmiddels ook kleinkinderen.

Sanne is alsnog moeder geworden; ze adopteerde een broertje en zusje. Haar hart is groot genoeg voor twee. Je hoeft geen bloedverwanten te zijn om familie te zijn. Soms brengt het leven je samen, juist als je het niet verwacht.

Please rate
Bagattia News
Oksana en haar (bijna ex-)schoonmoeder zaten samen op het oude bed, allebei warm aangekleed. De Hollandse winter gierde buiten terwijl de kachel net werd aangestoken. – ’Maak je geen zorgen, lieve moeder. Het komt goed met ons. We redden het wel. Ik geef je zo je medicijnen,’ stelde Oksana haar gerust, ondanks dat het eigenlijk haar ex-schoonmoeder was. Of eigenlijk: bijna ex-schoonmoeder…