Niet te betreuren
En ik wil dat het huis netjes is als ik straks thuiskom! riep mevrouw Olga van Dijk terwijl ze de voordeur met zon klap dichtsloeg dat de ramen in het portiek ervan rammelden.
Nienke de Vries, die net de trap afliep, schrok ook van het geluid en bleef direct stilstaan, hopend dat mevrouw Van Dijk haar niet zou opmerken. Tevergeefs natuurlijk. Ze had haar gezien.
Ach, Nienke… Goedemorgen!
De vrouw zette haastig een kartonnen doos van een rijstkoker op de grond en probeerde in allerijl haar jas dicht te knopen. Het was duidelijk dat ze haast had.
Hallo, mevrouw Van Dijk, glimlachte Nienke voorzichtig. Hebben de kinderen weer iets uitgespookt?
Dat kun je wel zeggen! Ik word er gek van… mopperde haar buurvrouw, terwijl ze worstelde met de laatste knoop.
Op dat moment kwam de doos op de grond tot leven.
Nienke sprong bijna een trede omhoog van schrik, ook al stond ze op veilige afstand.
Ze was nooit een bangerik geweest; ze had gewoon niet verwacht dat er íets levends in die doos zou zitten…
Wat zou daar toch inzitten?
Haar fantasie dacht ineens aan een rijstkoker die tot leven was gewekt, eentje die zo moeilijk deed bijvoorbeeld door onrijpe groenten uit te spugen dat deze ter terechtstelling naar de vuilstort moest.
Kijk maar, zei mevrouw Van Dijk, terwijl ze de doos optilde om het inhoud te laten zien.
Nienke liep de overloop op, kwam dichterbij en keek voorzichtig in de doos.
Natuurlijk wist ze dat er geen magische rijstkoker in zat, maar wat ze zag had ze nooit verwacht. Het was een aangename verrassing.
Twee nieuwsgierige oogjes keken op vanaf de bodem van de doos. Ze waren van een klein kattetje.
O joh, wat een schatje! slaakte Nienke.
Daar moet je niet zo blij van worden, bromde Olga Van Dijk terwijl ze het deksel weer dichtvouwde.
Hoe komt u aan hem?
Tsja, de kinderen hebben hem meegenomen… Spijt dat ik het heb toegestaan. Zoveel gedoe met dat beestje, ik ben er echt helemaal klaar mee. Eerst vond ik hem ook aandoenlijk, die grote ogen en schattige snoet. Maar ja, zoals ze zeggen: schijn bedriegt. Hij lijkt onschuldig, maar zn karakter lijkt op die van mn ex.
Ach kom, het wordt vanzelf beter als hij wat ouder wordt, probeerde Nienke haar gerust te stellen. Gaat u nu naar de dierenarts voor inentingen?
Echt niet! Welke dierenarts? Welke prikken? Ik ben er helemaal klaar mee. Ik breng hem naar de volkstuin in Zaandam. Laat hem daar maar zn gang gaan.
Nienke keek haar verwonderd aan, hopend dat ze een grapje maakte.
Maar aan de gefronste wenkbrauwen en de norse blik merkte ze meteen dat dit geen grap was. En het was ook niet 1 april, maar 15 november.
Een kitten naar de volkstuin brengen? In de herfst?
Moet ik soms wachten tot het voorjaar? Het maakt niet uit wanneer, ik ben hem liever kwijt dan rijk. Het is gewoon een vergissing, geen kat!
Van de opwinding kreeg mevrouw Van Dijk het benauwd en hield even haar mond.
Na een korte pauze ging ze verder:
Je wilt niet weten wat dat beest allemaal uitvreet! Ik heb nog nooit zoveel kalmeringsmiddelen geslikt, zelfs niet toen ik alleen was met twee kinderen. Mijn besluit staat vast: hij gaat naar de volkstuin!
Maar wacht even…
Ik kan hem ook op het pleintje achterlaten. Daar is hij tenslotte ook gevonden. Maar dan vrees ik dat de kinderen hem toch weer het huis insmokkelen en hem in de kast verstoppen. Daar zit ik niet op te wachten!
Ze keek op haar mobiel en schudde met haar hoofd:
Je houdt me op, Nienke. Ik moet echt gaan anders mis ik de bus naar Haarlem.
Met vaste hand pakte ze de doos, draaide zich om en liep de trap af, stevig vasthoudend aan de leuning.
Nienke bleef vol verbazing staan. Hoe kon je nou een kitten naar een tuinhuis sturen en in zn eentje achterlaten? Die heeft daar geen schijn van kans.
Wacht u even, mevrouw Van Dijk! riep ze haar na.
Wat nu weer? Ik zei toch dat ik haast heb!
Breng het katje niet naar de volkstuin, alsjeblieft. Laat mij proberen om een goed baasje te vinden. Geef hem alsjeblieft aan mij.
Mevrouw Van Dijk stopte en…
…draaide zich langzaam om.
Een goed baasje? Wil je daarmee zeggen dat ík geen goed baasje ben? sneed ze Nienke een woedende blik toe. Met deze handen heb ik nog twee kinderen opgevoed!
Nee, ik bedoel dat niet zo. Maar het katje redt het niet op de volkstuin.
Wil ze leven, prima. Redt ze het niet, dan was het zo bedoeld. Had zij nooit geboren hoeven te worden…
Maar mevrouw, zon klein diertje…
Ach, het ligt niet aan mij, hoor. Dat beestje weet zich thuis gewoon niet te gedragen.
Ze is nog een baby! Dat komt vanzelf wel goed! probeerde Nienke. Toen floepte ze eruit: U stuurt uw eigen kinderen toch ook niet naar de volkstuin? U schreeuwt zelfs vaak naar ze!
Mijn kinderen zijn mijn kinderen. Vergelijk die niet met dit gespuis! Enfin, neem haar maar mee als je wilt.
Ze zette de doos neer.
Lekker makkelijk: hoef ik niet in de kou naar Zaandam en spaar ik ook nog een paar euros aan OV-chipkaart. Ik ben benieuwd hoe lang jij het volhoudt! siste ze.
Met een ruk verdween ze haar huis weer in en schreeuwde naar binnen:
Wat zie ik nou? Waarom zijn jullie nog niet begonnen met opruimen? Geef snel die telefoons hier!
Wat er daarna gebeurde, hoorde Nienke niet meer. Ze pakte voorzichtig de doos, keek nog even of het katje er nog was, en ging naar haar eigen etage.
En zo werd ze, zonder het te verwachten, ineens de trotse eigenaresse van een lege rijstkokerdoos en…
…een klein, pluizig katje dat daarin schuilde.
Ze had vanmorgen zeker niet kunnen bedenken dat ze een logé zou krijgen. Zeker vandaag niet. Ze was gewoon op weg naar Albert Heijn om koffie te halen en belandde bij toeval op het juiste moment op de verkeerde plek.
Eigenlijk hield ze niet heel veel van dieren. Geen blinde katten- of hondenliefde, zoals sommige mensen.
Maar mevrouw Van Dijk haar zin laten krijgen, dat kon zij niet laten gebeuren.
Simpelweg omdat onverschilligheid niet gelijk is aan onmenselijkheid. Zo doe je dat niet! Gewoon iemand vinden die van het katje houdt, dat was toch niet zo lastig?
Zon dotje zou vast snel een huis vinden. Daar twijfelde Nienke geen seconde aan.
Een paar mooie fotos genoeg, online zetten, en er zou meteen een rij mensen met warme harten voor haar deur staan.
Appeltje-eitje!
*****
Nienke schoof het niet voor zich uit. Meteen thuisgekomen fotografeerde ze het katje en plaatste ze de fotos op verschillende Facebookgroepen als Gratis af te halen en Op zoek naar lief thuis.
Daarna ging ze met een gerust gevoel alsnog boodschappen doen, kocht koffie en…
…kittenvoer (iets moest het beest toch eten tot iemand het kwam ophalen).
Ook moest ze een kattenbak met grit aanschaffen. Extra kosten, maar het kon niet anders.
Die spullen geef ik gewoon mee aan degene die het katje adopteert, dacht ze bij zichzelf.
Ze glimlachte terwijl ze eraan dacht dat een goed doel altijd de moeite waard is geen geld verspild.
Volgens mevrouw Van Dijk heette het katje Bollie, maar die naam negeerde hij volkomen. Dus verzon Nienke zelf iets anders.
Ze probeerde allerlei namen en kwam uiteindelijk bij de 132ste.
Jij bent nu Moosje! Vind je het goed als ik je zo noem? vroeg ze.
Miauw! antwoordde Moosje en stoven richting de gang om de pluizige sloffen aan te vallen. Die hadden het mis: hij was hier duidelijk de zachtste en liefste, niet dat onnozele schoeisel.
Nienke glimlachte om de kattige capsriolen en ging daarna aan het werk.
Ze was freelance fotograaf, gaf fotoshoots in opdracht, en hield daar erg van. Het bracht bovendien een mooi inkomen.
Vandaag moest ze dringend wat nieuwe portretten bewerken. Dus zette ze haar laptop aan, opende Photoshop en begon aan de nabewerking.
Maar rustig werken zat er niet in.
Moosje, klaar met de sloffen, racete door het huis op schroeiendsnelheid, bochten nemend als een Formule 1-coureur.
Wat een kabaal!
Hé, kleine dondersteen! riep Nienke, draaide met haar bureaustoel om en hief haar vinger waarschuwend op.
De kitten stond midden kamer, keek haar serieus aan zeg het maar gauw, want ik moet spelen, hoor.
Je wilt spelen, dat snap ik. Maar vergeet niet: je bent hier maar tijdelijk…
Miauw!
Geen tegenspraak! Je bent hier te gast. Dus een beetje netjes, oké?
Dat had ze beter niet kunnen zeggen.
Moosje keek haar met zulke zielige ogen aan dat Nienke zich intens schuldig voelde. Niet gewoon schuldig haar gezicht werd er helemaal warm van.
Hoe kun je nou mopperen op zon klein hummeltje?
Oké, ga maar lekker spelen. Maar wel rustig graag, zwichtte ze.
Moosje sprong verheugd in het rond en denderde verder, botste tegen de stoel, tegen de kast, tegen het bureau.
Doel voor ogen, geen obstakels! Typisch Moosje, dacht Nienke.
Ze deed snel haar koptelefoon op om het geluid te dempen, zette muziek aan en bewerkte het volgende portret.
Maar nog geen vijf minuten later, tijdens een wilde sprint, dook Moosje pardoes onder het bureau, trok met een poot de stekker uit de computer en verdween spoorloos. Probeer nu maar eens te bewijzen dat hij de schuldige is.
Nee hè… Waarom?! riep Nienke naar het donkere scherm.
De volgende dertig minuten denderden er niet één, maar twee door het huis: Moosje én Nienke, die hem probeerde te vangen.
Tevergeefs.
Ze stootte haar grote teen aan de stoel en bezeerde haar knie aan het bureau. Twee keer.
Toen ze haar computer weer aan de praat had, bladerde Nienke, met een trillend linkeroog van frustratie, door haar posts over Moosje.
Een heleboel likes, daar werd ze blij van. Maar de berichten vielen toch tegen.
Iedereen schreef hetzelfde:
Oooh, wat een plaatje!, Wat bof jij met zon katje!, Echt een schat!
Maar niemand wilde het diertje overnemen.
Geen enkel telefoontje en zeker geen rij bij haar deur.
Uiteindelijk plaatste Nienke onder al haar posts dat ze het katje tot aan huis wilde brengen desnoods naar Utrecht, Groningen of Maastricht zelfs tot het einde van Nederland.
Vast komt het omdat mensen het lastig vinden om hier te komen. Nu reageert er vast wel iemand! dacht ze hoopvol.
Intussen lag Moosje ook uitgeput op de bank. Na enkele pogingen om op te springen, lag hij eindelijk heerlijk op zijn rug, pootjes over zn buikje: Hou van mij zoals ik ben!
Nienke ging naast hem liggen en aaide zijn buik net zo lang tot hij in slaap viel.
Zij viel er vlak achteraan ook van in slaap.
En zo sliepen ze samen de hele avond. Werken kwam er die dag natuurlijk niet meer van.
*****
Na een week begreep Nienke dat een kitten een goed huis geven minder vanzelfsprekend was dan gedacht. Mensen bewonderden hem online, maar daar bleef het bij.
Op dag tien dacht ze serieus:
Wat als niemand Moosje neemt? Dan blijft hij hier zeker wonen?
Nou, dat kan er ook nog wel bij! verzuchtte ze hardop, waarna ze zichzelf toesprak.
Moosje lag vlak naast het toetsenbord, met zn pootjes om de muis (waardoor werken al uren onmogelijk was). Zijn ene oog opende zich gekrenkt:
Rust is heilig, jij maakt kabaal. Kun je dat niet ergens anders doen?
Nienke zuchtte diep en scrolde door de reacties op haar berichten.
Maar niets nieuws. Nog steeds eeuwigdurende bewondering voor Moosje, niemand die hem wilde adopteren.
Iedere like, ieder commentaar deed haar hoop slinken.
Toen bedacht ze dat ze kortgeleden bij de psycholoog was geweest om uit te zoeken wat er ontbrak in haar leven voor volledige tevredenheid.
Werk: geweldig. Geld: geen probleem. Woning: haar eigen paleisje (dankzij haar ouders). Wat zeurde ze dan toch?
Ze had haar liefdesleven zelf op pauze gezet en wist zeker: daar lag het niet aan.
Dus, wat dan wel?
Ze had de tip van de psycholoog opgevolgd om een goed gesprek met zichzelf te voeren. Diep naar binnen kijken, ergens op de bodem van haar gevoel het antwoord zoeken, maar…
Het liep uit op een glas water en een paracetamol.
Het vraagstuk bleef steken, waar het altijd zat.
Teleurgesteld zocht ze steun bij haar vriendinnen.
Volgens mij verveel je je gewoon dood, zei Anne, die Nienkes baan en woning altijd een tikje benijdde.
Nee hoor, Anne. Ik werk net zo hard als jij, hoor. Zelfs in het weekend. Waar zou ik me aan ergeren?
Misschien mis je júist iets? dacht Marije hardop, terwijl ze haar tiramisu opat.
Hoe bedoel je?
Nou, niet wie maar wat! Er ontbreekt gewoon wat vet op je botten. Je bent zo slank, je had in je jeugd duidelijk te weinig tompoezen.
Na het gesprekje met haar vriendinnen was ze geen steek verder. Ze besloot niet meer aan zulke dingen te denken. Maar nu dacht ze er toch weer aan terug.
Dat kan ik er ook nog wel bij hebben, zei ik laatst. Zou het kunnen dat Moosje precies is wat ik miste voor mijn geluk? We zullen zien
*****
Een maand later realiseerde Nienke zich: er was nog steeds niemand die Moosje wilde adopteren. Van de 1228 likes onder zijn fotos had niemand überhaupt gereageerd als toekomstige eigenaar.
Nu, dertig dagen verder, wist ze waarom.
Er was in die maand zoveel gebeurd, dat het bijna een halve “Max Havelaar” zou kunnen vullen. Maar ze hield het kort.
Beginnen bij Moosje: een slimme kitten, dat snel wist wat Nienke bedoelde, zelfs als ze hem de tiende keer tot orde riep over haar nieuwe bank.
Hij probeerde allerlei beroepen uit: binnenhuisarchitect dankzij hem had Nienke vier keer andere gordijnen moeten ophangen, totdat ze besloot dat gordijnen overbodig waren.
Hij probeerde de rol van chef-kok: alles proefde hij, maar spuugde het net zo snel weer uit. Waarom zijn tijd verspillen, als er lekkere kattensnoepjes in het keukenkastje staan?
Maar uiteindelijk deed hij vooral wat alle katten doen: hij vulde het huis van Nienke met geluk en gelach.
Voor haar betekende “geluk” kunnen uitslapen en rustig werken. Maar sinds Moosje in huis was, was rust ver te zoeken.
Misschien vonden de bovenburen haar leven gewoon te rustig; daarom stuurden ze haar Moosje op haar pad.
Zodra ze ging zitten, verscheen Moosje met een blik vol vraagtekens: Gaan we spelen?
En dan begon het feest. Elke dag opnieuw. Meer dan woorden konden beschrijven.
Nienke begreep steeds beter waarom haar buurvrouw, Olga van Dijk, soms gillend gek werd van een kitten. Maar zelf zou ze nooit zoiets doen als hem naar een verlaten tuin brengen.
Toch waren er mooie veranderingen. Ze stopte met peinzen over wat ze miste in haar leven; die vraag was vanzelf verdwenen.
Ze leerde sneller en slimmer schoonmaken. Niet omdat het huis schoner werd, maar omdat ze wist dat ze elk klusje moest afronden voor Moosje wakker werd.
En de blijdschap toen Moosje eindelijk zonder haar hulp naar de kattenbak kon groter geluk kende ze niet.
Het maakte niet uit hoe laat het was één uur, kwart voor vier, of halfvijf als hij moest, bracht zij hem. Maar nu kon ze weer ongestoord slapen.
Uiteraard bleef hij kattenkwaad uithalen: s nachts met het nachtlampje spelen, aan/uit, aan/uit tot het lampje voorgoed werd opgeborgen. De gordijnen erbij.
Ze raakte gewend aan het nieuwe ritme. Zoals iedereen gewend raakt.
Na een maand met Moosje ontdekte ze iets bijzonders: het was niet haar huis waar Moosje woonde, zij kwam eigenlijk gewoon bij hém op bezoek. Hij was de baas. En hij haalde haar s avonds bij de deur binnen en zwaaide haar s ochtends uit.
Ineens wist Nienke: ze hoefde niet langer te zoeken naar een goed baasje voor Moosje want dat was ze allang zélf, met eigen zachte handen en een warm hart.
Ze was bereid alles te verdragen: slapeloze nachten, voetbalpartijen s ochtends vroeg, uitgebreide aaisessies op haar eigen bed, dat wonder boven wonder bijna helemaal aan hem toebehoorde.
En ze had nergens spijt van. Want ze hield van hem. Omdat je niet anders kunt.
En Moosje hield net zo van haar.
Hij maakte haar nu niet meer wakker hij kwam er gewoon bij liggen. Zachtjes. Tot zij vanzelf opstond.
Soms keek hij haar aan alsof hij wilde zeggen: “Hoe lang ga je nog slapen, vrouwtje? Ik mis je een beetje…”
Zo leerde Nienke uiteindelijk: Soms krijg je onverwacht wat je nodig hebt, juist als je dacht dat je geen ruimte meer had. Ware liefde groeit uit mededogen en van zon warm hart krijg je nooit spijt.






