Dagboekfragment
Vandaag moest ik weer aan alles denken. Mijn moeder hield me stevig vast, drukte kusjes op mijn haar, terwijl ze zich stiekem afvroeg: Op wie lijkt ze eigenlijk? en dan zuchtte ze. Bekenden vroegen het haar ook vaak, wat haar steeds aan het denken zette. Of wellicht dat iemand in de buurt mijn vader, Jan, op gedachten heeft gebracht, of dat mama er zelf iets achter zocht? Of misschien begon Jan zelf aan de trouw van zijn vrouw te twijfelen, want hij kwam op een dag somber thuis van zijn werk in Amersfoort.
Jan, wat moeten we nou? Dit is toch te vroeg. Merel is nog geen drie, net uit de luiers. En ik heb amper kunnen bijkomen, zuchtte mijn moeder, Lotte.
Van het ene zwangerschapsverlof in het andere Merel is nog klein, wil telkens op schoot. Hoe til ik haar straks nog, met een dikke buik? zo sprak ze haar zorgen uit.
We worden straks met zn vieren, en jij bent de enige die werkt. Moeten we niet even wachten met een tweede kind? vroeg mijn moeder. Ze schrok zelf een beetje van haar eigen woorden.
Ben je gek? Haal die gedachte onmiddellijk uit je hoofd, zei Jan streng, vond zichzelf meteen te fel en probeerde zachter te doen. Het komt goed, ik zoek er wel iets naast.
Wordt het een meisje, liefst zelfs, want er ligt nog zoveel babykleding boven van Merel. Zelfs een wagen hoeven we dan niet te kopen.
Ze zouden vast close worden, die meiden. En stel nou dat het een jongen is Jan grijnsde ineens. Dan vraag ik extra woonruimte aan bij de woningbouwvereniging, grapte hij.
Daar hielden ze het op. Lotte hield zielsveel van Merel, haar eerste, zo lang gewenst. Ze kon het niet laten haar telkens weer op te tillen, te knuffelen, haar te overladen met liefde, ook toen haar buik weer begon te groeien.
Stiekem hoopte ze soms dat haar tweede zwangerschap niet goed zou gaan, dat die baby te haastig op de wereld kwam. Ze kon zichzelf dat nooit toegeven, maar de natuur ging haar eigen gang. Het kindje kwam makkelijk ter wereld nog een meisje bij de familie Van den Berg.
Toen ze haar voor het eerst kreeg om te voeden, werd Lotte overvallen door het zachte, blonde dons op het hoofdje van haar nieuwe dochter. Zowel Lotte als Jan hadden donker haar.
Merel had bij de geboorte pikzwart haar, iets lichter geworden later. Misschien dat dit meisje juist donkerder wordt met de tijd, dacht Lotte.
Haar blauwe kijkers en lichte huid maakten indruk op iedereen die haar zag. Over de naam deden ze niet lang moeilijk: Fenna. Een bijzondere naam, vonden ze, en de initialen pasten zo leuk bij elkaar.
Dat Fenna zo anders was dan haar zus en haar ouders daar kon niemand een verklaring voor geven. Hoe ouder ze werd, hoe opvallender haar verschillen. Alsof ze per ongeluk met een stevige westenwind was meegekomen.
Haar haar werd al snel iets donkerder, lichtbruin. Fenna was een rustig, mollig kindje dat met grote nieuwsgierige blauwe ogen de wereld in keek.
Moeder hield haar dicht tegen zich aan, kuste haar zacht en dacht steeds weer: Op wie lijk jij toch? Ze zuchtte er diep bij. Bekenden stelden haar precies dezelfde vraag.
Of iemand Jan op gedachten had gebracht of dat hij uit zichzelf ging twijfelen, weet niemand. Opeens kwam Jan, nors, thuis van zijn werk.
Lang bleef hij zwijgen, wat Lotte onrustig maakte. Daarna vroeg hij uitleg en beschuldigde haar ronduit van ontrouw.
Hij herinnerde zich vaag een blonde collega die wel érg aardig tegen Lotte was geweest. Had ze misschien met hem een misstap begaan?
Of misschien was het in het ziekenhuis misgegaan baby verwisseld. Klein kansje, maar toch.
Ik ben je nooit ontrouw geweest. Fenna is van ons, verwisseld is er zeker niets, Lotte huilde en verdedigde zich tegen de ongegronde verdenkingen.
Het werd een dagelijks gekibbel. De sfeer thuis werd stroef, alles liep richting scheiding. Lotte pakte zelfs al haar spullen. Toen pas schrok Jan wakker.
Hij hield van Lotte. Ze zou de kinderen meenemen; hij bleef dan alsnog alleen achter, en dat vreesde hij. Hij wilde alleen duidelijkheid.
Steeds die blikken van anderen, die opmerkingen: Wat is ze licht, hé? Niets van mama of papa… Het voelde Jan alsof iedereen de hoorns op zijn hoofd zag.
Lotte liet zich overhalen toch te blijven, maar Jan wilde vaderschapstests laten doen. Lotte barstte opnieuw in tranen uit.
Hoe kan ik blijven als je me niet vertrouwt? Doe dan meteen Merel ook, misschien is zij ook niet van jou! Laten we gewoon uit elkaar gaan.
Zelf haalde Jan wattenstaafjes over Fennas wang en plukte haren van Merel, bracht het allemaal eigenhandig naar het laboratorium in Utrecht.
Hij bleef de labmedewerkers bestoken met vragen, bang voor vergissingen of verwisselingen. Maar alles was veilig, verzekerden ze hem. Hij kwam iets tot rust.
De ruzies waren Fenna en Merel niet ontgaan. Fenna was pas vier, maar voelde heus wel dat de spanningen om haar draaiden.
Merel zei het zelfs letterlijk:
Jij bent mijn zusje niet, jij bent hier gewoon bij ons neergezet. Door jou maken papa en mama altijd ruzie en gaan ze misschien nog wel uit elkaar.
Fenna begon hartverscheurend te huilen. Zelfs toen moeder haar op schoot nam, duurde het lang voor ze rustig werd.
Merel broedde ondertussen op plannen om van haar zusje af te komen als Fenna er niet was, zouden hun ouders weer gelukkig worden.
Op een dag was Lotte naar de supermarkt, liet de dochters even alleen thuis. Jan was nog aan het werk. Merel kleedde Fenna aan, en sleepte haar het huis uit. Ze liep steeds verder met Fenna weg van huis.
Toen Lotte thuis kwam en geen dochters zag, rende ze de straat op nergens was een spoor. Een buurvrouw van beneden had ze zien vertrekken, maar was te gehaast om haar favoriete tv-programma te missen.
Het werd avond, de paniek steeg. Jan kwam thuis en zochten samen. Met het vallen van de avond belden ze de politie. Binnen een uur werden beide meisjes gevonden.
Eerst Fenna, snikkend op een pleintje door een voorbijganger gevonden. Daarna Merel, verdwaald in het donker en niet meer wetend waar ze was.
Hun ouders waren zo opgelucht bij de hereniging dat ze zelfs geen boos woord konden uitbrengen. Merel hield haar geheim voor zich, dat ze Fenna eigenlijk had willen dumpen.
Toch bleven er spanningen. Jan verweet Lotte dat ze niet op de meisjes had gelet, Lotte dat Jan altijd aan het werk was.
Wat als ze onder een auto kwamen, of erger, meegenomen werden?
Toen kwamen eindelijk de uitslagen van het lab. Beide meisjes waren zijn dochters, genetisch geen twijfel. Het bleken onverwachte genen van vroeger soms krijgen zelfs donkere ouders lichtere kinderen. De erfenis van verre voorouders.
Langzaam keerde de rust terug. Maar Fenna bleef zich anders voelen.
De zussen werden nooit echt vriendinnen. Merels afgunst bleef; als er ruzie was, herinnerde ze Fenna eraan dat niemand van haar hield en dat ze toch geen echte zus was.
Ik krijg altijd nieuwe jurkjes, jij draagt alleen mijn afdankertjes, want je hoort er niet echt bij… zei ze.
Fenna huilde vaak, maar klaagde nooit bij haar moeder. Merel schoof haar vaak de schuld in de schoenen als er iets misging.
Waarom lijk je niet op iemand van ons? Kijk dan naar Merel, hoe voorbeeldig ze is, zuchtte Lotte telkens.
Zo leerde Fenna zich zwijgen. Ze dook weg in een hoekje, kneep haar ogen dicht. Als ze zichzelf niet zag, misschien zag haar moeder haar ook niet.
Merel maakte de basisschool als eerste af, maar dacht niet aan verder leren. Ze was mooi, dus vond ze het overbodig.
Tijdens het dansen ontmoette ze een jongen bij de discotheek en trouwde vrijwel direct. Hij had een eigen appartement in Utrecht en werkte bij zijn vader in de automarkt.
Lotte hield van Fenna, maar onbewust vergeleek ze haar altijd met Merel.
Die gedachten, die opmerkingen over afdankkleertjes en altijd maar dat kijk toch naar Merel, groeiden in Fennas hoofd uit tot waarheid. Toen in klas vijf eindelijk een jongen interesse toonde voor haar, was Fenna hongerig naar liefde.
Ze besefte pas laat dat ze zwanger was. Toen ze het haar vriend vertelde, schrok hij maar besloot eerlijk met zijn ouders te praten. Zo kwam haar zwangerschap in de openbaarheid.
De moeder van de jongen kwam naar de Van den Bergs om Fenna over te halen tot een abortus.
Tot ieders verbazing nam Jan het op voor zijn dochter, misschien als vergiffenis voor vroeger of gewoon uit medelijden.
Laat haar het kind baren, hield hij voet bij stuk. Ik sta achter haar, ze heeft al genoeg meegemaakt. En als jullie dat niet willen, redden wij ons ook wel.
De jongen werd terug naar familie in Groningen gestuurd om zijn studie af te maken, Fenna kreeg tijdelijk huisonderwijs.
Op school hield men de zaak stil de gemeente mocht er niet van horen, anders kreeg de school de schuld. Zelfs haar eindexamens maakte ze onder toezicht van de docent thuis.
Alleen haar lerares Engels had begrip, hielp haar zelfs aan een goed cijfer.
Maar waar had Fenna dat voor nodig? Ze moest nu voor haar kind zorgen.
Plots overleed Jan, waarschijnlijk door oververmoeidheid en spanning zijn hart begaf het terwijl hij na het werk tegen de televisie in slaap was gevallen. Hij werd niet eens meer wakker voor het avondeten.
Het appartement vulde zich met huilende vrouwenstemmen, de ambulance kwam nog snel, maar tevergeefs. Fenna kreeg door de schrik vroegtijdige weeën.
Zo kwam het dat ze op de dag van haar vaders overlijden een zoon kreeg. Een jongetje als zijzelf, blond dons en diezelfde hemelsblauwe ogen.
Ze miste zijn begrafenis; ze lag nog in het ziekenhuis. Haar moeder kwam haar ophalen, wit van verdriet, fluisterde thuis dat Fenna haar vader om zeep had geholpen.
Ondanks alles, hield oma direct van haar kleinzoon. Wie kan nou geen liefde voelen voor zon lief blond ventje met engelenglimlach? Alleen bleef ze tobben: wie zou Fenna nu ooit nog willen?
Ik hoef niemand, mama, zei Fenna resoluut. Mijn eigen vader twijfelde, geen vreemde man zal ooit van mij en mijn zoon houden.
Haar zoontje, Jens, groeide op tot een vroegrijp, lief kind. Toen hij vijf was, bemoeide Merel zich weer met hun leven.
Merel, die zelf geen kinderen kreeg, zag haar man steeds verder van haar afdrijven. Zijn ouders wilden zo graag een kleinkind, daardoor zochten ze onophoudelijk naar een betere schoondochter.
Haar man sloeg uiteindelijk aan het zwerven; Merel bleef stoïcijns, wilde niet terug naar huis. Liever niet naar dat kleine flatje in Amersfoort, bij haar moeder zeker niet nu Fenna daar met Jens woonden. Fenna werkte na een opleiding tot kapster parttime, Jens zat op het kinderdagverblijf.
Toen besloot Merel dat zij alsnog Fennas geluk wilde saboteren. Maar haar kleine zusje was inmiddels volwassen haar kon ze nu niet meer lukraak ergens achterlaten. In plaats daarvan regelde ze een ontmoeting.
Er kwam vaak een jonge computermonteur bij hun thuis Lars, vriendelijk en ongehuwd.
Merel probeerde nog subtiel met hem te flirten om haar man te jennen, maar Lars liet haar abrupt koud staan. Dus regelde ze een ontmoeting voor Fenna. Wil je mij niet, dan maar mijn sullige zus, met kind en al.
Merel stak er geen moeite in haar zus zenuwachtig te maken. Ze rekende op een afgang, zodat alles weer in haar voordeel zou zijn.
Fenna maakte zich netjes op, maar hield het naturel ze wilde dat Lars haar puur zag.
Toen ze het café binnenkwam, herkende ze hem meteen. Hij zat verdiept in zijn telefoon, alleen aan een tafeltje.
Bent u Lars? vroeg Fenna.
Ja, wie bent u?
Ik ben Fenna, de zus van Merel.
Lars bood haar koffie aan. Ze hebben hier heerlijke appeltaart, zal ik dat bestellen? vroeg hij.
Hoe weet u dat?
Ik kom er vaker met klanten.
Toen de koffie kwam, schoof ze het gebak resoluut opzij.
Bang om dik te worden? U ziet er prachtig uit, hoor, zei Lars.
Mannen houden van slanke vrouwen.
Wie zegt dat? Wat weet u nou van mannen?
Eigenlijk niets, gaf Fenna toe. Ik heb een zoon, Jens, hij is vijf. Heeft Merel dat niet verteld? voegde ze er zacht aan toe.
Nee, had niet gehoeven toch? glimlachte Lars.
Ondanks alle tegenwerpingen bracht Lars haar toch naar huis. Hij praatte vooral, Fenna luisterde aandachtig. Voor haar huisnummer vroeg hij haar telefoonnummer.
Waarom?
Ik wil je graag beter leren kennen, ik werd nieuwsgierig van jouw verhaal.
Na een week pas belde hij haar.
Sorry, druk met werk. Zin om vanavond iets te doen?
Fenna aarzelde, haar leven draaide om haar zoon, maar besloot hem toch een kans te geven.
Ze praatten in het café, Fenna vertelde over haar jeugd, de ruzies thuis. Langzaam zag ze haar leven door zijn ogen, en kreeg er anders zicht op.
Toen ze naar buiten kwamen, volgde een zwerfhond hen. Lars kocht brood en worst voor het dier, en bij de kassa betaalde hij ook voor een oud vrouwtje voor hen zelfs een chocoladereep en ijsje erbij.
Waarom dat ijsje? vroeg Fenna.
Mijn oma hield van ijs, maar kocht het zelden, vond het zonde van het geld.
Doe je mij ook uit medelijden? vroeg Fenna.
Wat? Nee! Jij bent bijzonder. Maar dieren en oude mensen kunnen altijd op me rekenen als ik kan helpen.
Jens genoot thuis zichtbaar van zijn ijs.
Die avond belde Merel.
En? vroeg ze argwanend.
Goed antwoordde Fenna.
Wat goed?
We zien elkaar weer, Lars en ik. Dankjewel dat je dat regelde.
Merel bromde wat en hing op. Niet lang daarna kwam ze langs, Fenna ving in de gang per ongeluk haar gesprek met moeder op.
Altijd krijgt die sukkel alles! Wilde hem eigenlijk op jou laten afknappen, als wraak, maar nu wil hij haar…
Je hebt toch een man? protesteerde Lotte.
Kan me niets schelen. Wat moet ik nou, mam?
Je stelt je aan, Merel.
Nee, mam. Waarom zij? Dik, saai, verknipt haar van anderen, zelfs een kind… bij mij wilde hij niet! Ik had haar destijds moeten dumpen in het water!
Wat zeg je nou? …
Op dat moment kreeg Lotte een aanval, greep naar haar borst. Fenna stormde naar binnen, belde direct 112.
De ambulance kwam snel gelukkig viel het herstel mee.
Twee maanden later trouwde Fenna met Lars en verhuisden ze samen met Jens naar zijn huis in Deventer.
Haar moeder bezocht ze trouw. Merel vertrok, boos op alles en iedereen, op zoek naar haar geluk.
…Ouders denken altijd dat kinderen niks doorhebben, maar ze horen en onthouden alles. De strijd om een beetje liefde is soms keihard en wraak keert zich vaak tegen jouzelf.
Kinderen luisteren nooit naar hun ouders, maar ze imiteren ze perfect.
J. Baldwin
“De woorden die een dochter hoort of ze haar steunen of afbreken worden door haar tot de waarheid gemaakt, over zichzelf en over hoe relaties werken.”







