Mevrouw Vermeer, mag ik binnenkomen? – Aan de deur van de directeur van de fabriek bleef één van haar adjuncten staan.

– Marloes van Dijk, mag ik even? In de deuropening van het kantoor van de directrice stond een van haar plaatsvervangers stokstijf.
– Zeker, Gijs Janssen, kom maar binnen, – knikte ze op zakelijke toon. – Nou, hoe staat het er vandaag voor?
– Hoe staat het waar?
– Op de afdeling.
– Oh, op de afdeling. Daar gaat alles lekker. Waarom?
– Wat waarom? Je bent vast niet voor niks bij me binnengewandeld. Je hebt vast iets te melden over het werk.
– Ja, klopt… Maar eigenlijk moet ik je iets vragen, – zei Gijs met een frons, bijna verlegen. Eigenlijk… verzoeken.
– Een verzoek? Marloes keek hem aandachtig aan, deze doorgaans zo beheerste man, en schudde haar hoofd. Gijs, wat is er toch met jou de laatste tijd?
– De laatste tijd?
– Ja. Je bent ineens zo stil en gesloten. Of er thuis iets verschrikkelijks aan de hand is. Klopt alles wel bij jullie thuis?
– Tja, hoe zal ik het zeggen – Hij zuchte diep. Nog even, en het gaat juist helemáál mis. Tenzij jij me een verklaring geeft.
– Een verklaring? Marloes spitste haar oren. Waar heb je het over? Wat voor verklaring?
– Ik snap best dat je het niet begrijpt, maar… – Gijs trok een ernstig gezicht. Er is gewoon geen andere oplossing. Ik heb echt een verklaring nodig. Voor mijn vrouw.
– Sorry, wat zeg je nou? Marloes haar wenkbrauwen schoten omhoog. Een verklaring? Voor je vrouw? Hoe bedoel je?
– Eén waarop staat dat er nooit iets is geweest of is tussen jou en mij.
– Dat er nooit wát is geweest?
– Nou ja dat wij geen relatie hebben (of gehad hebben), – Gijs werd vuurrood. Je weet wel tussen een man en een vrouw.
– Ben je nou helemaal?! – Marloes trok wit weg, compleet van haar apropos. Maak je een grapje, of?
– Was het maar zo, maar die verklaring, met jouw handtekening en de stempel van het bedrijf, bepaalt het lot van mijn gezin. Mijn vrouw is ervan overtuigd dat wij een affaire hebben.
Je moest Marloes zien, ze viel bijna uit haar stoel. Na een korte stilte zei ze voorzichtig:
– Is je vrouw helemaal gek geworden? Je vraagt je man om een verklaring dat hij Ik heb daar nooit van gehoord! Dat kan niet waar zijn.
– God, ik weet het! riep Gijs wanhopig. Maar wat moet ik dan? We hebben kinderen. En mijn vrouw zei: als jij geen verklaring regelt dat er tussen jou en Marloes niks is, gaat ze scheiden. Dan neemt ze de kinderen mee naar Groningen, terug naar haar moeder. Ken je dat? Groningen is voor mij echt het einde van de wereld. Dus alsjeblieft, Marloes, schrijf dat idiote briefje!
– Luister, Gijs – Marloes kon met haar hoofd niet bij het absurde gesprek. Hoe is je vrouw überhaupt op het idee gekomen dat wij een affaire hebben? Ze kent mij toch amper? Er zitten toch geen lippenstiftvlekken op je overhemden? Waar haalt ze dit vandaan?
– Komt hier door – Gijs haalde zijn mobiele uit zijn colbert, zocht snel iets op, en hield het scherm voor haar neus. Mijn vrouw zag deze foto en toen is ze helemaal doorgedraaid.
– Wat dan? Marloes keek verbaasd naar de foto met het hele managementteam van het bedrijf. Die heb ik zelf ook. Dat was toen we allemaal een oorkonde van de gemeente kregen.
– Klopt, – zei Gijs zuur. Maar wij staan daar naast elkaar. En ik heb mijn hand op jouw schouder gelegd.
– Omdat er niet meer plek was, en we anders allemaal niet op de foto pasten!
– Precies. Maar kijk naar jouw hoofd. Anneke zegt dat een vrouw haar hoofd alleen zo naar de borst van een man laat zakken als ze verliefd is.
– Serieus?! Marloes ogen vuurden van verontwaardiging. Wat bedoelt ze nou? Ziet ze niet dat ik me klein maak omdat de bloemen van Ingrid half mijn gezicht bedekten?
– Dat probeerde ik Anneke ook uit te leggen. Maar hoe meer ik het uitlegde, hoe verdachter ik werd. Kortom, zonder jouw verklaring zit ik goed in de problemen. Echt waar
– Maar dit is toch van de zotte! riep Marloes weer uit. Ben je soms zon pantoffelheld dat je je vrouw niet aankunt?
– Ja, ik ben een pantoffelheld, – fluisterde Gijs zacht, voor haar oren bestemd. Voor mijn kinderen. Zonder hen kan ik niet leven, snap je?
– Ongelofelijk – zuchtte Marloes diep, pakte met lichte tegenzin een leeg vel van de stapel. Oké, als je dat briefje nodig hebt dicteer maar.
– Uhu, Gijs bromde bedeesd. Schrijf op: Ik, Marloes van Dijk, verklaar hierbij dat ik mijn plaatsvervanger Gijs Janssen niet uit kan staan.
Marloes keek hem met opgetrokken wenkbrauwen aan, maar hij gebaarde geruststellend door.
Ja joh, schrijf dat gerust op. Kan hem niet uitstaan. Zet er maar bij: Sterker nog, ik heb zelfs een hekel aan hem.
– Hoezo een hekel?! floepte Marloes eruit. Waarom zou ik mijn collega haten? Zo kun je niet samenwerken.
Zet er dan bij dat je hem alleen als man nooit aantrekkelijk vond of zou vinden. Zelfs niet voor een miljoen euro. En zet eronder: handtekening en bedrijfsstempel graag, dat moet.
– De stempel ligt bij de administratie, – zei Marloes op de automatische piloot. Ze las haar eigen tekst nog even na en schrok ervan.
– Dit is toch compleet gestoord! Zoiets bestaat toch niet! besloot ze, vouwde het papier dubbel, scheurde het in tweeën en toen nog eens.
– Wat doe je?! riep Gijs in paniek. Ik heb dat bewijs écht nodig!
– Gijs – Marloes trok een vreemde glimlach. Weet je wat ik denk? Je kunt beter gewoon scheiden van Anneke, dan wordt je leven een stuk rustiger.
– Ben je gek geworden? Gijs schrok opnieuw. Dat kan niet. Ze neemt onze kinderen zeker weten mee. Zonder twijfel.
– Heerlijk, nee hoor, – glimlachte Marloes geruststellend. Ik ken een topadvocaat, die weet echt álles van familiezaakjes en zorgt dat de kinderen bij jou blijven.
– Maar, eh
– En als het moet, – onderbrak ze hem, kom ik je zelfs persoonlijk helpen met de kids.
– Jij? Mij helpen? Persoonlijk?
– Natuurlijk. Je bent me veel te lief als collega. Ik zoek gewoon een top-nanny voor je die je helemaal gelukkig maakt.
– En Anneke dan?
– Anneke? Die mag wat mij betreft lekker terug naar Groningen. Of ze komt gewoon eens gezellig met mij een biertje drinken. Even alles uitpraten, zónder rare verklaringen met stempels. Dat doet toch niemand.

Please rate
Bagattia News
Mevrouw Vermeer, mag ik binnenkomen? – Aan de deur van de directeur van de fabriek bleef één van haar adjuncten staan.