Mevrouw des Huizes: De baas in haar eigen huis

De baas in eigen huis.

Chantal, je bent weer vergeten de boter af te dekken, verzuchtte Ria van der Veen terwijl ze met veel misbaar een stoel aanschoof. Nu heeft het de hele nacht de luchtjes uit de koelkast opgeslurpt. Bas, jongen, smeer jij maar lekker wat kwark op je brood, die heb ik gister vers gehaald.

Chantal voelde haar vingers zich verkrampen rond het broodmes. Zwijgend bleef ze het brood snijden, probeerde het recht te houden, ook al trilden haar handen een beetje. Buiten regende het herfstig, parelden spatjes langs het raam en het leek alsof de keuken te klein was voor drie volwassen mensen.

Mam, met die boter is niks aan de hand, bromde Bas zonder op te kijken van zijn telefoon, terwijl hij doorkauwde op zijn boterham.

Tja ja, zeg dat maar. Ik bedoel het alleen goed, hoor. Jullie jonge mensen, jullie snappen gewoon niet dat vers juist snel bederft als je het verkeerd bewaart. Straks zit je met buikpijn, en wie mag daar dan voor zorgen?

Chantal zette het bord met brood op tafel en zakte op haar stoel. Haar hoofd duizelde al sinds de ochtend en haar mond smaakte alsof er een mol lag te slapen. Ze schonk zichzelf een kop Pickwickthee in, hopend dat het warme vocht haar opflakkende misselijkheid weg zou branden.

Chantal, je eet weer niks, vervolgde haar schoonmoeder, terwijl ze over haar brilrandje keek. Je wordt mager, echt! Basje, hoe moet je met zo’n vrouwtje ooit aan kinderen beginnen? Een kind heeft een gezonde moeder nodig.

Er kneep iets in haar binnenste. Chantal nam een te hete slok thee en glimlachte dapper.

Ria, ik heb s ochtends gewoon nooit trek. Dat is altijd zo geweest bij mij.

Altijd, altijd… In mijn tijd ging je zelfs met koorts nog naar kantoor, kek muts op, en geen klagen. Tegenwoordig nemen ze al ziekteverlof bij een niesbui. Ik runde jullie Bas zonder partner, werkte keihard en hield mijn hele huis blinkend.

Bas keek nu wel op.

Mam, dat heeft er niks mee te maken. Chantal zat gister tot acht uur op kantoor, ze moest rapportages afronden.

Ach ja, ik weet het, hoor. Ik maak me gewoon zorgen. Jullie jonge stellen moeten aan gezinsuitbreiding denken, en dan zon fragiel gestel…

Chantal stond op en nam haar nog volle mok mee naar het aanrecht. In het reflecterende raam zag ze hoe Ria Bas nog een lepel kwark gaf, hem liefdevol op de schouder klopte. Haar zachte, zorgzame stem klonk naar haar zoon gericht.

Bas, vergeet je afspraak straks niet! Je blauwe overhemd heb ik gestreken, hangt over je stoel hoor.

Chantal bleef staan bij het aanrecht, de handen op de half afgekoelde mok geklemd. Binnenin voelde ze alleen nog een zware, doffe leegte. Het leek op vermoeidheid, maar dan erger. Op wrok, maar dan dieper.

Ooit was ze – lang geleden, nou ja, drie maanden terug – nog oprecht blij geweest met de komst van haar schoonmoeder.

***

Ria meldde zich eind juli bij hen. Ze had s avonds gebeld, in een paniek-achtige, bijna huilende bui. De onderburen hadden wateroverlast veroorzaakt: visgraatparket kapot, meubels verpest, alles had een opknapbeurt nodig. De aannemer zei: een week werk, hooguit tien dagen.

Bas, mag ik een weekje bij jullie logeren? Een hotelkamer is zo duur, en het lijkt me niks in mijn eentje, had ze gesmeekt, en Bas had volmondig ja gezegd.

Chantal was toen zelfs opgelucht geweest. Ria woonde in Zwolle, ze zagen elkaar zelden, alleen met verjaardagen, en meestal gingen die zonder kleerscheuren voorbij. Ze had Ria altijd gezien als een energieke, kwebbelige maar verder warme vrouw. Sinds haar man vijf jaar geleden overleed, was ze alleen, werkte nog parttime op het gemeente-archief en was gek op viooltjes kweken.

Ach joh, dat weekje is zo voorbij, zei Chantal opgewekt tegen Bas, terwijl ze haar hoofd al boog over hoe ze een logeerkamer vrij zou maken. Het is weer eens wat anders.

Bas sloeg zijn arm om haar heen, gaf haar een kus op het voorhoofd.

Je bent een schat. Het voelt ook fijner dat mijn moeder niet alleen in die rommel zit.

Ria kwam met twee megakoffers en een kartonnen doos vol tupperware en voorgesneden cake. Chantal en Bas haalden haar op bij het station, sjouwden alle spullen naar boven. Ze zag er vermoeid uit, rode ogen en een mond zo stijf alsof hij vastgelijmd zat.

Wat fijn dat ik bij jullie mag neerdalen, Chantal zei ze, Chantal omhelzend op de drempel. Het is echt maar even, ik beloof het. Zodra het klaar is, ben ik weer foetsie.

De eerste dagen waren een soort tweede wittebroodsweken, maar dan met een schoonmoeder. Ria kookte, poetste als Chantal en Bas op werk waren, bracht koekjes mee van thuis, en ze babbelden met thee tot laat. Bas bloeide op, maakte meer grapjes, genoot er zichtbaar van zijn moeder dichtbij te hebben.

Maar na week twee begon er iets te veranderen.

Het begon klein. Ria draaide de potten en kruiden op de plank handiger. Daarna herschikte ze het linnengoed volgens haar eigen vastgeroeste logica. Chantal vond haar bezittingen op vreemde plekken en slikte haar verbazing in het zijn randzaken, toch?

Chantal, ik zag dat de gordijnrails stof vangen, zei Ria terloops tijdens het soepscheppen. Daar moet je echt vaker een vochtig doekje overheen halen. Ik heb het vandaag maar even gedaan, nu is het weer lekker fris.

Bedankt, Ria, murmelde Chantal, haar wangen rood. Eerlijk was eerlijk: de gordijnrails zag ze zelf nooit. s Avonds wilde ze gewoon Netflixen of lezen, punt.

Ik wil je nergens op pakken hoor, lieverd! Ik help alleen mee. Scheelt jou weer werk.

Na drie weken belden de klusjesmannen uit Zwolle dat het langer ging duren. Installatieproblemen, een nieuwe groepenkast moest erin, minimaal nog een weekje of zoiets. Ria vond het vervelend, maar zei niks, betrok alleen haar mond in een droevige streep.

Bas, ik zit jullie toch niet in de weg? Even doorbijten nog.

Ma, je bent absoluut niet tot last, Bas omarmde haar.

Chantal keek toe en zei niets. Ze probeerde het knagende onderbuikgevoel te negeren. Nog een weekje dan.

Maar toen ging er een maand voorbij. En daarna nog eens twee weken. Ria had geruisloos haar plek veroverd in hun twee-kamerflat in Amsterdam-West. Ze sliep in wat ooit Chantals werkplek was haar bureau en laptop verhuisden naar de eetkamertafel of slaapkamer, waar dat eigenlijk helemaal niet handig was. Maar claimen deed Chantal niet graag.

Elke avond kookte Ria. Lekker, dat wel, maar altijd Bas favorieten: aardappel-met-sateh, stamppot, slavinken. Chantal hield het liever licht, vis, salade, maar durfde dat nauwelijks te zeggen.

Chantal, je eet weer niks schudde Ria het hoofd. Bas, kijk hoe mager ze wordt, straks heeft ze problemen met haar maag.

Je eet inderdaad minder, mam heeft gelijk, zei Bas zachtjes bezorgd.

Heb gewoon geen trek, antwoordde Chantal, en dat was nog waar ook. De eetlust was weg. Opstaan ging met kokhalzen, overdag voelde ze zich wankel. Ze wilde geen arts bang dat ze te horen kreeg dat het stress was, te wijten aan aan alles. Hoe zeg je tegen je man dat je schoonmoeder teveel wordt?

***

Het werd druk op kantoor, half september. De Belastingdienst dreigde met deadlines en Chantal werkte tot laat door. Ze kwam soms pas om negen thuis, uitgeput en met bonkende kop.

En altijd wachtte het huis haar op met de kleur van warmte, geur van eten en de immer pratende Ria.

Chantal, daar ben je eindelijk! Bas en ik hebben al gegeten, voor jou staat er nog in het pannetje. Wil je niks verzetten in de keuken? Ik heb alles zo handig ingedeeld, zei Ria vrolijk.

Chantal knikte alleen maar, schoof het eten naar binnen. Bas vertelde ondertussen over zijn dag, terwijl Ria zat te breien of door de Libelle bladerde. Rias schaduw hing zelfs tussen de muren.

Bas, denk je dat je moeder voorlopig blijft wonen? vroeg Chantal op een avond als ze in het donker naast hem lag.

Het huis is nog niet klaar, toch? Nog even volhouden. Ze kan daar echt niet wonen nu.

Maar het is al bijna twee maanden…

Het is mijn moeder, Chantal. Ze voelt zich alleen. Kun je daar niet wat begrip voor opbrengen?

Au. Chantal draaide zich om naar de muur. Bas snurkte binnen een minuut, zij lag met open ogen te luisteren naar de zachte geluiden van Rias nachtgewoel in de kamer ernaast.

De zaterdag erop kwam Ria met het volgende plan: samen het huis poetsen. Vrolijk kwam ze aanzetten met dweil en emmers.

Chantal, laten we gezellig samen boenen. Gaat lekker snel en ik weet precies waar het vuil zich verstopt.

Chantal wilde weigeren, maar Ria liet haar niet ontsnappen. Dus stonden ze samen te poetsen. Ria dirigeerde alles: Oooh, stof achter de radiator. De gordijnen mogen wel eens gewassen. De koelkast moet eigenlijk om de week uitgesopt, anders schimmelt alles.

Chantal knikte, boende, schrobde en voelde het in haarzelf koken. Maar boos zijn mocht niet Ria bedoelde het goed. Of niet?

Tegen eind september wist Chantal: dit is niet meer mijn huis. Alles rook naar Ria, haar ordening, haar regels. Zelfs de was van Bas deed schoonmoe zelf, en hoe! Hij liep met strakke gesteven overhemden rond.

Bas is zo dol op krokante boorden. Dat heb ik hem als kind al geleerd.

Chantal waste haar eigen spullen apart, als het apparaat toevallig vrij was. Steeds vaker betrapte ze zich erop dat ze op eieren liep.

s Nachts droomde ze van gangen zonder deuren, keukens zonder pannen, alsof haar leven stukje bij beetje werd weggegomd.

Ze werd zwetend wakker, met een snik in haar keel, durfde niemand te wekken. Hoe moest ze uitleggen dat ze werd bedolven onder zorg?

***

Toen begon oktober. En daarmee werd het echt vreemd.

Chantal werd wakker van misselijkheid. Ze rende net op tijd naar het toilet. Terwijl ze zich aan de wasbak vastklampte, hoorde ze Ria achter de deur.

Chantal, alles goed, zal ik iemand bellen?

Nee, niks aan de hand. Waarschijnlijk iets verkeerds gegeten.

Oh? Maar gisteren heb ik verse karbonade gehaald hoor! Bas heeft het ook gegeten, nergens last van maar jij weer…

Ria, het lag niet aan het eten. Gewoon een gevoelige maag.

De hele dag bleef ze slapjes. Op werk kon collega Sophie niet meer aanzien hoe wit Chantal erbij zat.

Je hebt een doodskop in je smoel, Chantal. Ga naar huis of naar een dokter.

Kan niet, de jaarcijfers moeten af.

Ze negeerde het advies en werkte door. Thuis vond ze Ria in een hybride van oprechte zorg en onmiskenbaar enthousiasme over Bas blijvend lege maag.

Je moeder maakt zich wéér druk om me, zei ze die avond tegen Bas.

Ze bedoelt het goed. Misschien toch naar de huisarts?

Huisarts, huisarts. Chantal wilde het niet horen. Ze sloot zichzelf op in hun slaapkamer.

De ochtend erop trof ze haar favoriete blouse met een rare geelbruine vlek op de kraag in de kast. Gisteren was-ie brandschoon.

Ria, weet je wat er met die witte blouse is gebeurd?

Ria draaide zich fluisteronschuldig om van de pan.

Hè? Welke blouse? Ik heb jouw spullen niet aangeraakt. Misschien iets geknoeid toch?

Chantal keek haar strak aan en wist ineens: Ria loog. Ze wéét het. Maar vroeg verder niks en pakte een ander shirt.

De daaropvolgende dagen verdwenen raar genoeg wat van haar spulletjes. Haar Miffy-mok, een cadeautje van Bas, foetsie. Ria had er zoals verwacht geen idee van.

Ook haar shampoofles was ineens leeg Misschien een lekdopje.

Chantal stopte met vragen, voelde zichzelf afdrijven richting een soort moeras van machteloosheid. Op kantoor was ze robotisch, thuis hing ze wat aan de keukentafel, vermijden haar eigen kamer (nu de kamer van Ria). Bas werd humeuriger; de discussies werden bits.

Je bent zo gespannen, zei hij. Komt het door het werk?

Niet alleen.

Dan wat dan?

Ze zweeg, stuntelde. Ze wilde zeggen: Het komt door haar, ik stik hier. Maar de woorden kwamen niet.

Gewoon moe, sorry.

Hij troostte haar, beloofde weer: Nog even volhouden, bijna klaar.

Maar elke week weer uitstel aan de kant van Zwolle. Het is nog een likje verf, gordijnen ophangen, daarna ben ik weg. Ha, ha.

***

Eind oktober deed de slapeloosheid zijn intrede. Eigenlijk sliep ze nog wel, maar werd steeds wakker met een hoofd alsof ze door het Gouden Eeuwmuseum was rondgeleid door een stel kleuters.

‘s Nachts werd ze eens wakker van een raar geluid. Geritsel, bijna als nagels op houten vloer. Vanuit de kamer van Ria. Chantal spitste haar oren. Stilte.

De ochtend daarna vroeg ze aan Ria of die wakker was geweest.

Nee hoor, ik slaap altijd als een blok zenuwen, Chantal. Je zou eens met de dokter moeten praten.

Niet veel later dook ineens een eigenaardige geur op in huis: zoetig, wasachtig, als in een katholieke kerk. Ze volgde haar neus sterkst bij de logeerkamer.

Ria, brand je soms kaarsen?

Hoezo? Nee hoor, is niks voor mij. Ruikt het dan naar kaarsen?

Het ruikt naar was.

Misschien van de buren? De ventilatie trekt soms gekke luchten door.

De geur bleef s nachts hangen. Chantal lag in het donker, bang om te bewegen.

Eens, toen Ria boodschappen deed, trok Chantal de logeerkamer in. Alles zag eruit als altijd. Bed netjes, blossende viooltjes, stapeltje VIVAs, haar spullen structureel geordend. In de kast stonden koffers en… die kartonnen doos.

Chantal hurkte, maar hoorde de voordeur opengaan. Ze schoot overeind, vluchtte naar de woonkamer. Even later kwam Ria binnen, pafferige boodschappentassen, breed glimlachend.

Chantal, ben je thuis? Ik dacht dat je t druk had op werk.

Voel me beroerd, ben even naar huis gekomen.

Ach meisje toch. Zal ik een kop thee zetten?

Die avond hing de kaarsengeur opnieuw, en die nacht, toen ze de gang op liep, zag ze uit haar ooghoek hun gezamenlijke foto op het plankje. Voor het eerst sinds maanden lag die niet in hun slaapkamer. Er stonden krassen over haar gezicht. Kleine, dunne krasjes, vingerdik alsof iemand met een naald had gewerkt.

Haar hart bonkte in haar borst, haar oren, haar voeten. Ze stond stil in de gang, de lijst trillend in haar hand.

Chantal, wat doe je zo stijf? Bas verscheen gapend.

Bas, kijk…

Hij pakte het lijstje, keek. Fronste.

Huh?

Dit zat nooit op de foto… Kijk dan naar die krassen! Iemand…

Wie zou dat nou doen?

Beiden wisten het antwoord. Maar hardop, dat klonk te krankzinnig.

Denk dat ik me vergis, mompelde ze.

De nacht lag zij wakker. Niet Bas.

***

November bracht koude regen en een nare kou die bij Chantal bleef hangen, al zat ze s avonds thuis in een dikke wollen trui. De ochtendmisselijkheid was een ramp. Ze at nauwelijks, dronk thee als Ria niet keek.

Chantal, je lijkt wel helemaal ziek, zei Ria, met openlijk zorgzame blik, maar Chantal meende er ook iets van triomf in te zien.

Op werk werd ze bij de baas geroepen.

Chantal, er staan fouten in je overzichten. Gisteren een verkeerde datum, eergisteren verkeerd bedrag. Gaat het wel?

Sorry, Marijke. Het zal niet meer gebeuren.

Moet je geen dokter bellen? Je ziet er niet best uit. Of misschien een week vakantie nemen?

Vakantie. Het idee van dagen in huis met Ria vulde haar met paniek.

Dankjewel, maar dat red ik wel.

Ze was allesbehalve oke. Werken ging op de automatische piloot, thuis zat ze als een geest aan de eettafel. Bas probeerde het wel, maar zij gaf geen echte antwoorden. Hij werd chagrijnig, steeds vaker was er gedoe.

Wat is er toch aan de hand? Je bent niet meer bereikbaar, je bent weg bij mij.

Sorry. Gewoon moe.

Misschien moet je dan echt langs de huisarts mam zegt dat je niet eet.

Mam zegt. Chantal keek hem aan.

Jouw moeder zegt zoveel.

Wat bedoel je?

Laat maar.

Ze liep naar de slaapkamer. Bas kwam niet achter haar aan.

En toen brak alles open.

Chantal kwam eens vroeg thuis. Normaal zat Ria dan met koffie in haar keukentroon, bakje koekjes erbij. Nu was het muisstil.

Chantal trok haar jas uit, liep naar de badkamer. Toen ze haar gezicht wilde afvegen, hoorde ze zachte, monotoon fluisterende stem uit de logeerkamer. Een soort murmelpraatje, donker van toon geen Nederlands gebed.

Ze bleef staan, luisterde. De stem bleef prevelen.

Chantal sloop naar de deur, die op een kiertje stond. Ze zag alleen de rand van de tafel. Daar brandden twee dikke kaarsen. Gele vlammen. Een foto van Bas lag op het blad en daarnaast een foto van haarzelf. Op die laatste was haar gezicht met zwarte streep doorgestreept.

Met een misselijkmakende, pulserende schok zag Chantal hoe Ria met een naald boven haar foto cirkelde, zacht brommend.

Ria wat dóe je?

Ria schrok zich een hoedje, draaide zich vliegensvlug om. Het wit in haar gezicht stak af tegen haar rode wangen.

Chantal… ik ik had je hier niet verwacht

Kaarsen? Fotos? Wat betekent dit?

Dit is mijn kamer! beet Ria haar toe, Dit hoef jij niet te snappen. Buiten!

Chantal voelde iets knappen. Alles wat ze had ingeslikt kwam eruit als een loodzware stroom.

Jouw kamer?! Dit is mijn huis! Mijn kamer! Waar jij nu al drie maanden woont. MET rare kaarsen, naalden, waar je mijn spullen vernielt en mn leven vergalt!

Niks vernield, jij maakt alles kapot! Jij maakt Bas ongelukkig. Met een normale vrouw had hij lang kinderen gehad, echte familie gemaakt, jij je werkt enkel je bent hem niet waard!

De klap kwam waar ze zat. Chantal raapte haar eigen foto op, scheurde hem in tweeën. Gooide de kaarsen om. Eén doofde, één bleef branden.

Ga weg, zei ze, ijzig rustig. NU. Pak je spullen en vertrek. Nu meteen.

Wat? Je meent dit niet je kan me hier niet uitzetten!

Oh jawel. Ik ben hier de baas. En je gaat, NU.

Bas kwam net thuis, hoorde het tumult. Ria vloog op hem af, Bas moest haar van zich afschudden.

Ze smijt me eruit, Bas! Je vrouw jaagt me de straat op!

Bas staarde naar zijn moeder, toen naar het tafereel vol fotos, kaarsvet en naalden.

Ma wat is dit?

Gewoon, ik wilde je beschermen

Iemand beschermen met naalden, strepende markers en brandende kaarsen? Ma ga alsjeblieft.

Basje

Inpakken, naar het station. NU.

Ria stapelde haar koffers en tasjes, geen traan te bekennen, wel een ijzige blik voor Chantal.
Je krijgt nog spijt.

Chantal haalde haar schouders op. Bas droeg haar koffers naar de auto en vertrok, zonder om te kijken.

Toen was het stil.

Chantal stond midden in het huis en ademde. Ze ruimde de resten kaars en fotos op, gooide ze op het balkon in de grijze kliko. Daarna stak ze alles open, wapperde frisse lucht naar binnen en stond daar, bibberend van kou én opluchting.

Bas kwam midden in de nacht terug, uitgeput.

Ze zit op de trein naar Zwolle.

Chantal ging naast hem zitten.

Sorry.

Ik moet sorry zeggen. Heb niet gezien hoe jij je voelde. Dacht: het valt wel mee, het is maar even. Maar wat er net gebeurde…

Bas wreef over zijn gezicht.

Ze is ontspoord. Zo ken ik haar niet.

Ze is eenzaam. Ze heeft jou alleen nog. Dat is heel veel en heel weinig tegelijk.

Dat is geen excuus. Wat zij deed het was niet normaal.

Samen zaten ze zwijgend op de bedrand. Bas hield haar stevig vast.

Ik dacht echt dat ik je kwijt zou raken. Je was weg, zo koud, zo ver bij me vandaan. Ik dacht dat je me niet meer moest.

Nee. Ik stikte alleen. Nu niet meer.

De volgende ochtend werd Chantal wakker van zonlicht. Geen geluiden van koekjespotten, geen stem van Ria in de keuken. Ze liep het huis rond alles rook naar zichzelf. Haar bureau was weer haar domein, niet een logeerplek.

Bas zette koffie. Hij keek haar grijnzend aan.

Goedemorgen.

Goedemorgen.

Ze aten samen ontbijt, zonder betutteling, zonder commentaar. Chantal proefde voor het eerst weer echt wat en hield het eten binnen.

Je gáát wel naar de huisarts, zei Bas Je ziet eruit alsof het je vijf jaar kostte.

Oké dan.

De volgende dag ging ze. De huisarts, een vriendelijk grijze mevrouw met accent uit het Noorden, vroegen door.

Zeg eens, weten we nog wanneer u voor het laatst ongesteld bent geweest?

Chantal dacht na en realiseerde zich: al weken niet. Ze deed direct een test.

Positief.

Ik mag u feliciteren zon zes weken, schat ik! Die misselijkheid, kloosterachtige dromen, dat hoort erbij, knipoogde de dokter.

Chantal stond buiten, overdonderd. Zwanger. Echt zwanger.

s Avonds vertelde ze het Bas. Die sprong door de kamer als een oververhitte Sinterklaas, huilde, lachte, trilde.

Echt? Echt, Chantal?

Echt. Zes weken!

Ze lachten, ze huilden, ze vertelden het aan niemand nog niet. Het huis voelde weer van hen.

***

Drie weken later. Ria had niet gebeld. Bas probeerde haar te bereiken geen gehoor, alleen een appje: Leef nog, maak je niet druk. Niets meer.

Langzaam kreeg hun leven kleur terug. Chantal voelde zich elke dag een beetje beter, ze kookte haar eigen eten, lachte met Bas om afgebroken tompoucen, ze maakte haar kamer opnieuw eigen.

Ze dachten over de toekomst, over Ria.

Als de baby er is, wil ze vast langskomen, zei Bas voorzichtig.

Tuurlijk, zei Chantal. Maar als bezoek. Eén dag. Hier overnachten gebeurt niet meer.

Snap ik, en dat wil ik ook niet opnieuw.

Ik wil niet zuur zijn, niet een heks, zei Chantal zacht. Maar ik moet kunnen zeggen: stop. En jij, Bas hoor me als ik dat zeg.

Ik hoor je. Beloofd.

Ze legde haar hand op haar buik. Buiten viel de regen zacht tegen het ruit. Binnen was het huis weer haar thuis. Eindelijk.

Bas, als het weer mis gaat, luister je dan naar mij?

Altijd, Chantal. Beloofd. Altijd.

Please rate
Bagattia News
Mevrouw des Huizes: De baas in haar eigen huis