Luba nam haar verloofde mee naar het Nederlandse platteland, maar hij stelde haar een onverwachte eis…

Rosa bracht haar verloofde naar het dorp, maar hij stelde haar een voorwaarde…

Jorrit zag de gele Arriva-bus over het hobbelige zandpad aan komen rijden en liet zijn bal vallen, stormde zo hard als hij kon naar de halte. Zijn geruite overhemd wapperde open, blonde haren sprongen op door de wind.
Mama, mama is er! was het enige wat door zijn hoofd ging terwijl hij rende. Maar Rosa stapte niet alleen uit naast haar liep een gezette man in een lichtgrijs colbert. Met een aktetas zwaaiend liep hij alsof hij de burgemeester van het dorp was.
Jorrit holde op zijn moeder af, greep haar hand, keek haar blij in de ogen.
Dag ventje, lachte de dertigjarige vrouw, boog zich en drukte een kus op zijn kruin.
Zo, daar ben jij dan, knul! bromde de man en woelde met een zware hand door Jorrits haren, waarin de jongen even van schrok.
Kom binnen, kom bij de tafel zitten, zei Janny, Rosas moeder, met beleefde warmte.
Dank u wel, dank u wel, antwoordde Bert van Kooten belangrijk, terwijl hij de volle tafel bekeek.
Kijk, dat heb je op het platteland! riep hij terwijl hij zijn arm over de ham en kaas spreidde. In de stad is alles op de bon, alles strak geregeld, maar hier hier kweken mensen hun eigen eten.
Eigen melk, eigen yoghurt, eigen groenten uit de tuin, voegde Janny bijna zingend toe.
Zolang we kunnen blijven we zelfvoorzienend, mengde Gerrit van der Meulen, Rosas vader, zich in het gesprek. Magere man, zwijgzaam, heel zijn leven op de maaidorser bij een coöperatie gewerkt.
Wij komen er ook wel, hoor, trek om de bonnen en zo, maar via mijn zus op het distributiepunt heb ik soms een dealtje, dan sla ik lekkernijen in waar een ander alleen maar van kan dromen, pochte Bert, strijkend over zijn kalende hoofd, daarom kan ik jouw Rosa verwennen met wat exclusiefs.
Jorrit keek de onbekende man met argwaan aan, bedenkend hoe hij zich tegenover die meneer moest gedragen. In de stad, waar hij met zijn moeder woonde, naar school ging en op het binnenplein voetbalde met andere jongens, had hij vaak naar vaders gekeken van zijn klasgenoten.
Hij stelde zich dan voor hoe het zou zijn, om met zijn eigen vader naar Blijdorp te gaan. Of een middenstip te delen. Misschien leek zijn vader wel op de vader van Bram, of juist totaal niet.
Maar nu deze forse meneer bij zijn moeder zat, dacht Jorrit: hij zal wel mijn vader worden nu hij hier is.
Jorrit pakte het houten vliegtuigje, vakkundig gezaagd en geschaafd door opa Gerrit, en liep verlegen naar Bert, die met een rode blos van het eten bij de tafel zat.
Kijk eens, wat een vliegtuig! zei hij zacht en stak het uit naar de gast.
Nou nou, kijk eens aan, zei Bert, en tikte hard met zijn vingers tegen het propellertje, dat opa zelfs had laten draaien. Maar door de klap schoot het schroefje los en rolde op de grond. Slap speelgoed, mopperde Bert en duwde het vliegtuigje terug in Jorrits handen.
Jorrit raapte het propellertje op, keek naar opa.
Komt goed, we fixen het, zei opa Gerrit geruststellend.
Bert van Kooten is bij ons de baas op de garage, probeerde Rosa het gesprek vlot te trekken.
Bert vulde zijn borst, knikte verwijtend: Zo is dat.
Rosa, altijd bezig achter de naaimachine op de fabriek, was dolblij: eindelijk een serieuze man, ouder dan zij, een echte functie. Daarbij leek hij verstandig. Ze schoof Bert bordjes toegeschoven gebakken vis, pannenkoekjes met room.
Buiten op de stoep strekte Bert zijn armen breed uit en riep: Zeg nou zelf, is dit niet het paradijs? En die lucht!
Vind je het fijn hier, Bert? vroeg Rosa.
Heb je nog twijfel? riep hij uit.
We rusten lekker uit, morgen terug naar de stad dan nemen we Jorrit meteen mee voor nieuwe schoolkleren.
Zeg Rosa, waarom neem je die jongen mee? Is hier geen school?
Het is hier maar basisschool…
Nou en? Laat hem nog een jaartje hier, dan nemen we hem wel weer mee naar de stad voor de grote school. Kunnen wij in alle rust het huis opknappen, meubels kopen, want bij jou is alles zo ouderwets.
Janny keek plotseling angstig naar Gerrit. Die trok stilletjes met zijn snorharen, zijn ongenoegen duidelijk zichtbaar.
Het is niet zo makkelijk, Bert, schoolzaken, spullen meenemen naar het dorp probeerde Janny nog.
Ach, wat je niet zegt, wat heeft zon jongen nou nodig? Kijk nou, gezonde lucht, verse melk en groenten, hij groeit als kool. En je ouders letten vast wel goed op hem. In de stad hebben we amper tijd, we werken allebei. Laat hem nog een jaartje in het dorp naar school gaan, kunnen wij eindelijk trouwen en samenwonen. Wat vind je, Rosa?
Nou, dat is geen voorstel, bromde Gerrit, maar een voorwaarde.
De volgende dag legde Rosa aan Jorrit uit waarom ze hem niet meenam. Jorrit knikte alleen, zei geen woord. Toen Bert en Rosa naar de bus liepen, was Jorrit ineens nergens te vinden. Janny zocht op het zoldertje, in opas schuur nergens een spoor.
Hij was hier nog net, en zijn fiets staat er ook, mompelde Janny ongerust.
Komt wel boven water, zal wel met vriendjes spelen, wuifde Bert haar zorgen weg.
Met gespannen ogen keek Rosa over het erf en liep het hek uit. Jorrit, die zich verstopt had in het kolenhok, hield alles in de gaten door een kiertje. Hij verlangde er zo naar om op zijn moeder af te rennen, haar hand te grijpen. Maar iets hield hem tegen. Met kinderlijke intuïtie voelde hij aan dat alles was veranderd sinds die gesoigneerde man in hun leven was gekomen.
Jorrit kneep het kapotte vliegtuigje vast en tranen stroomden over zijn wangen. Hij was normaal nooit een huiler. Zelfs niet toen opa hem een keer een tik gaf met een twijg, omdat hij stiekem naar het slootje was geroeid met de boot.
Hij wist dat opa nooit zonder reden straf gaf. Maar nu, zonder dat iemand hem zelfs een hand had gegeven, rolden de tranen onbedwingbaar en veegde hij ze woest met zijn vuisten van zijn wangen.
We hebben hem! riep oma toen Rosa en Bert al vertrokken waren. Niet verdrietig zijn, jongen. Mama komt over een maand weer zoals ze beloofd heeft. Wij kopen in Franeker vast een mooie schoolbroek voor je, toch is het fijn bij opa en oma?
Jorrit liet zijn hoofd hangen, blonde lokken over zijn voorhoofd. Hij dacht aan zijn vrienden in het flatgebouw, aan zijn klas. Hij verlangde naar de stad. Hier in het dorp waren ook vriendjes, maar hij wist: in de zomer logeer ik bij opa en oma, in het najaar ga ik altijd weer naar mijn moeder terug.
De dagen vlogen voorbij. Druk spelend vergat Jorrit langzaam het verdriet om zijn moeder.
Janny liet bijna het emmer uit haar handen vallen toen ze Rosa onverwachts bij het hek zag staan.
Meisje, ik verwachtte je zo nog niet.
Rosa liet zich vermoeid op het bankje zakken: Ik zei over een maand, maar ik ben er na twee weken al. Ik kom Jorrit halen.
Hoe kan dat? Bert had met ons afgesproken dat hij bleef? Of is meneer van Kooten anders gaan denken?
Nee mama, ík ben anders gaan denken. Bert bleek ineens vaak bij Sientje van de boekhouding aan te kloppen zij kreeg nu alle lekkernijen van hem. Jij hebt tenminste geen kind mee, zegt hij dan. Ik kreeg het als opdracht: Jorrit mocht niet mee terug de stad in.
Janny keek droevig naar haar dochter. Eigenlijk gunde ze Rosa haar geluk, maar niet dit geluk. Misschien is het zo toch beter, kind.
Beter zo, mama, veel beter. Ik neem Jorrit bij me, koop hem een nieuwe broek, een mooie tas, maak hem klaar voor de tweede klas alles weer zoals vroeger. Wij redden ons wel zonder Bert en zijn boodschappen. Ik had geen vlees nodig, ik wilde een gezin, een man voor mij, een vader voor Jorrit.
Jorrit kwam de tuin binnen en bleef even stil staan. Toen hij zijn moeder zag, vergat hij alle verwijt en vloog haar om de hals: Mama!
Jongen, wat heb ik je gemist! Rosa drukte hem tegen zich aan, bestudeerde zijn ondeugende gezicht. Ik kom jou halen, school begint bijna.
Jorrit keek haar onthutst aan.
We gaan verder zoals altijd, samen. Jij leert, ik help je met huiswerk, schrijf je straks ook in bij de voetbalclub net als je wilde.
Jorrit probeerde zijn rugzakje zo vol mogelijk te proppen, zodat mama niet zon zware tas hoefde te dragen.
Genoeg lieverd, straks is het te zwaar voor jou.
Nee hoor, ik ben sterk! antwoordde hij dapper.
Opa en oma liepen helemaal mee naar de halte. De bus stopte, glom in de zon, het stof opstuivend. Jorrit ging bij het raampje zitten en zwaaide tot de bocht opa en oma uit het zicht haalde.
Op schoot hield hij hetzelfde houten vliegtuigje nu gerepareerd. Af en toe keek hij opgelucht naar zijn moeder. Ze gingen naar huis. En Jorrit voelde, heel diep van binnen, dat zijn geluk terug was, nu zijn moeder naast hem zat zijn meest eigen mens.

Please rate
Bagattia News
Luba nam haar verloofde mee naar het Nederlandse platteland, maar hij stelde haar een onverwachte eis…