Lenie zong van geluk – en terecht!

Johanna zong van geluk, echt waar!
Ze had haar eigen appartement, stel je voor! Geen chagrijnige huisbaas meer die om elf uur het licht uitdoet, die over je schouder meekijkt en het gas uitzet, terwijl je net aardappelen aan het koken bent.
Geen gedoe met dat je geen föhn of stijltang mag gebruiken, want straks draait dat ding vast!
In bad mocht ook niet, alleen douchen, en dan één keer per dag. Mocht je kiezen: s ochtends of s avonds, maar altijd stond mevrouw Van der Laan voor de deur te kloppen, omdat ik het water zachter moest laten stromen.
Een jaar lang heb ik onder dat juk gewoond. Ze vond zichzelf een soort mentor-figuur voor me. Zodra ik achttien werd, heb ik bij mijn ouders aangedrongen om naar een studentenhuis te mogen.
Nou, dat was al even avontuurlijk, hoor. Bedwantsen, kakkerlakken, dat viel nog mee. Maar je pan vol gebakken aardappeltjes kwijt zijn als je je even omdraait? Ook dat.
En dan die huisgenoten die jongens meenamen. Echt, dat was pas heftig.
Een heel jaar hield ik het daar vol, tot mijn vader langs kwam en het zooitje zag dat er in dat huis was ontstaan.
Het was meteen duidelijk: geen dag langer mocht ik daar blijven. Ik verhuisde naar een kamer bij oma Truus.
Oma Truus was fijn, een beetje apart misschien, maar een goeierd.
Na mijn studie bleef ik nog wel bij haar wonen, werkte keihard en spaarde elke euro voor een eerste eigen plekje. Mijn droom was een klein appartementje, als het maar helemaal van mij zou zijn.
Terwijl andere meiden al hun geld uitgaven aan dates, jurkjes en merktassen, werkte ik gewoon door en spaarde. Zelfs oma zei me soms: Ga toch eens lekker ontspannen, meisje! Maar ik hield stug vol.
Op een dag kwamen mijn ouders langs en mijn vader zei zenuwachtig dat ze besloten hadden mij te helpen, samen met tante Janny.
Tante Janny is een verre nicht van mijn vader, nooit getrouwd geweest, jaren juf geweest, tot haar vijfentachtigste voor de klas gestaan. Streng was ze wel, had met iedereen ruzie, behalve met mijn vader die kon ze wel hebben.
En mijn moeder hield ze gewoon van, die was ook juf.
Op een dag vroeg tante Janny aan mijn vader, toen hij met mama weer boodschappen kwam brengen, of hij haar wilde helpen een plek te vinden in een verzorgingshuis.
Mijn vader zei toen niet veel, maar hij ging samen met mama kijken naar een verzorgingshuis, en zonder overleg maakten ze tante Janny gewoon haar eigen kamer bij hun thuis.
Mijn zusje woonde inmiddels in een andere stad.
Tante Janny, hoe oud ze ook was, had het allemaal goed op een rijtje. Ze zei mijn vader dat hij geen schuld moest voelen, ze snapte heel goed dat haar karakter soms niet makkelijk was, dat mensen daardoor een minder positieve indruk van haar konden krijgen ondanks alle jaren vriendschap.
Maar mijn ouders wilden er niks van weten, zo hadden zij ook rust. Zeiden: We doen t niet uit eigenbelang, maar dan zijn we gerust. We hebben onze kat Minoes nog, en parkiet Karel, die moeten bij afwezigheid telkens ergens logeren.
Zó was het makkelijk. Tante Janny hield de boel in de gaten, terwijl mijn ouders met een gerust hart op pad konden.
Boodschappen en benzine bespaarden ze ook, alles samen aan tafel, niemand hoefde nog ergens heen zodra pa ging vissen bijvoorbeeld, en mam zich niet meer hoefde te vervelen.
Tante Janny twijfelde eventjes, maar vond het uiteindelijk heerlijk: toch niet alleen op de wereld!
Ze woonde er nog enkele jaren, genoot van de warmte en liefde, en vertrok toen heel rustig, terwijl ze al haar bezittingen naliet aan mijn vader.
Aan mij had ze persoonlijk een kettinkje gegeven, dat nog van haar grootmoeder was geweest en dat ze in moeilijke tijden nooit verkocht had.
Ik kreeg het met trots en liefde, heb er vaak naar zitten kijken, altijd vol warme gedachten aan haar.
Toen stelde papa voor omas appartement te verkopen en mij er één van te kopen, in de stad waar ik inmiddels zo gelukkig was.
Zo kreeg ik dus mijn eigen twee-kamerappartementje. De vrouw die er eerst woonde zei dat ze de energie daar goed achterliet, en ik begon meteen met een grote opknapbeurt.
Papa en mama kwamen vaak helpen, we bedachten zo samen telkens weer iets nieuws, en papa voerde het allemaal uit met eindeloos geduld.
Aan het eind was het huis totaal veranderd. Mama besloot thuis óók alles om te gooien ik beloofde haar een ontwerp te maken.
En daar zat ik dan, helemaal op mn plek, in een op het begin vreemde stad die ik inmiddels echt was gaan liefhebben.
Op het werk raakte ik bevriend met Femke. Al snel kwamen we vaak bij elkaar over de vloer.
Op een dag vertelde ik haar dat ik als klein meisje altijd het dak op klom van ons zeven verdiepingen hoge flat, samen met buurmeisje Lonneke, om daar te zonnen.
Wat grappig! lachte Femke. Waarom doen we dat niet nu?
We keken elkaar aan en proestten het uit.
Hopelijk gooien ze ons er niet af, zei ik. Met Lonneke zat ik er ooit tot s avonds vast. De conciërge Meneer Smit, best slechthorend, dacht kennelijk: Klaar voor vandaag en deed de deur op slot. We riepen en riepen, maar hij hoorde niks, slot erop.
We moesten maar wachten tot papa thuiskwam, gelukkig was hij die dag vroeg.
Heb je er flink van langs gekregen? vroeg Femke.
Nee joh, lachte ik, papa was altijd mild, mama juist streng. Hij dekte altijd mijn streken.
Jij boft maar, ik kreeg wél op mijn kop als ik kattenkwaad uithaalde, zei Femke lachend. Misschien beter dat we de conciërge opzoeken, een sleutel vragen en dan rustig zonnen?
Goed plan!
De conciërge, meneer Hassan (een supervriendelijke man), sputterde eerst nog: Stel dat het misgaat, wat dan? En wat als iemand t merkt, dan heb ik een probleem met de VvE!
We zijn volwassen! protesteerden we. We zonnen alleen maar, niemand die het ziet.
Vooruit dan, maar géén gekkigheid! lachte hij.
Heel wat zondagen lagen we op het dak te zonnen.
Op een middag hoorden we de deur kraken. We hielden ons stil, dachten: zal wel niets zijn. Toen we wilden gaan, zagen we een net geklede oudere vrouw. Ze zat tegen een pijp aan en at kalm een boterham.
Wie bent u? vroegen we tegelijk.
Ach, zei ze, slikte haar hap weg, ik ben mevrouw De Groot.
Plots herkende ik haar. Bent u soms de vorige eigenaresse van mijn appartement?
Ja, dat klopt! En jij bent dat aardige meisje dat het heeft gekocht, zei ze, een beetje blozend. Ik… och meiden…
En ze begon te huilen.
Toen kwam haar hele verhaal.
Ik heb mijn zoon Martijn alleen opgevoed. Mijn man ging er vandoor zon cliché, vond een ander.
Martijn was altijd ziekelijk geweest, ik deed alles voor hem. Hij studeerde goed, haalde zijn diplomas, werkte hard, werd gewaardeerd. Maar vrouwen, daar had hij geen geluk mee.
Vijf jaar terug bleef Martijn ineens veel op het werk. En toen stelde hij me voor aan Anja.
Anja was een makkelijk meisje, pakte meteen aan, maakte schoon, kookte, verzorgde Martijn goed.
Eindelijk, dacht ik, kan ik het rustiger aan doen. Martijn had allang een groter huis gekocht, maar bleef toch bij mij.
Toen gingen de jongeren verhuizen. En ik? Ik begon mijn eigen leven.
Dat ideale plaatje duurde niet lang.
Anja kreeg Tim. Ik was gek op mijn kleinzoon. Het jaar erop kwam Femke, een jaar later Nina.
Toen Nina er was, vroegen ze me de flat te verkopen, want je woont toch bij ons, help je lekker met de kinderen.
Zo belandde ik in, nou ja, mijn persoonlijke hel, zal ik maar zeggen.
Anja ging weer werken, en opeens moest ik elke dag op de kleinkinderen passen. Maar toen kwam die hoge bloeddruk. De dokter zei: rust en stilte probeer dat te vinden met drie loeiende kinderen in huis.
Volgens Anja hoefde ik alleen maar op ze te passen, kleertjes te wassen, eten te maken, voorlezen, naar het park, en het huis aan kant voor hun thuiskomst.
Zelf opvoeden of straffen mocht ik niet.
s Avonds als alles klaar was, had ik een uurtje voor mezelf.
Kom op mam, beweging is leven! mopperde Martijn als ik zei dat het te veel werd. Lekker, toch? We zijn een grote familie, kijk hoe goed jij het doet met iedereen! Dankzij jou kunnen wij meer werken.
Zodra de zomer begon, gingen Martijn en Anja lekker naar de kust, de kinderen bij mij. Ik dacht soms dat ik het niet ging redden.
En ja, ik houd van mn kleinkinderen, maar ik was helemaal op. Toen heb ik maar gezegd dat ik bij een vriendin ging logeren.
Maar in plaats daarvan zwierf ik wat door de stad, bezocht musea en tentoonstellingen.
Maar waar slaapt u dan? vroegen wij.
Ze lachte: Ik slaap niet, het is zomer! Ik zit bij de rivier op een bankje.
En vandaag kwam ik even bij mijn oude huis kijken. Ik werd nieuwsgierig, zag dat het dak open was, dan dacht ik ik blijf gewoon hier vannacht!
Wat erg! zeiden wij.
Met moeite kregen Femke en ik haar mee naar mijn appartement.
Wow, Johanna, wat hebben jullie het mooi opgeknapt! Wat ontzettend zonde dat ik toen naar Martijn en Anja heb geluisterd. Niet dat ik spijt wil spuien, hoor…
Kom je gezellig bij mij wonen? bood ik aan.
Nee joh, dat kan ik niet maken.
Tuurlijk wel!
Wacht even, zei Femke, hadden jullie het appartement verkocht? Waar is dat geld gebleven? Sorry hoor.
Femke is advocaat, zei ik snel, niet boos worden om haar vragen.
Natuurlijk heb ik het aan de kinderen gegeven, vertelde mevrouw De Groot. Martijn zou de helft voor mij wegzetten, de andere helft voor zichzelf.
Daarmee kunt u toch best zelf een klein appartement kopen, dacht Femke hardop.
En wij helpen wel met de inrichting! riep ik enthousiast.
Ach, maar
Laat dat maar aan mij over, komt helemaal goed.
Nog geen maand later had mevrouw De Groot een nieuwe eigen studio, gewoon in haar oude flatgebouw.
Wat Femke precies bij Martijn op kantoor heeft gezegd, weten we niet, maar Martijn draaide flink bij. Hij vond uiteraard dat zijn moeder het maar had moeten zeggen als ze het te zwaar had.
Anja deed er niet moeilijk over, maar wilde geen contact meer. De kleinkinderen maakten een oppasrooster bij oma, en op den duur vond zelfs Anja haar rust: de kinderen gingen graag naar de kinderopvang.
Mevrouw De Groot en ik kwamen nog geregeld bij elkaar over de vloer en bezochten samen musea.
Nee joh, zei Femke, als ik ooit oud ben, blijf ik zéker in mijn eigen huis wonen. Geen gedoe, geen banken in het park, geen geslenter over daken s nachts voor mij.
Dat meen ik ook, beaamde ik.
Fijne dag, lieverds!
Dank dat jullie er altijd voor me zijn!
Een dikke knuffel!

Please rate
Bagattia News
Lenie zong van geluk – en terecht!