Katrien zat al meer dan twee uur in de wachtkamer van Tante Nienke, de befaamde kruidenvrouw uit Friesland. Dit was haar laatste hoop. Al jaren probeerde zij een kind te krijgen, maar iedere keer mislukte het zonder medische oorzaak.
De uitslagen zijn prima, geen enkele afwijking, zei de gynaecoloog met een hulpeloze blik.
Maar als ik gezond ben, waarom kan ik dan geen kinderen krijgen? vroeg Katrien wanhopig.
Ik weet het niet. De geneeskunde schiet hier tekort. Misschien helpt het om eens naar de kerk te gaan antwoordde de arts zacht.
***
Vijf jaar waren Katrien en haar man Diederik getrouwd. Alles leek perfect: een goed salaris, een schitterend huis aan de rand van Utrecht en vooral liefde en respect. Maar het huis bleef stil, zonder het spel en het gelach van kinderen.
Diep vanbinnen vermoedde Katrien al langer dat er iets donkerder over hen hing. Na het bezoek aan het ziekenhuis werd het een zekerheid.
De kerk, ja, maar soms helpt alleen een goede kruidenvrouw, raadde haar vriendin Anouk aan en gaf haar het adres van Tante Nienke.
Nu was eindelijk Katrien aan de beurt. Ze stapte voorzichtig het knusse, oude boerderijtje binnen en verwachtte iemand strengs met een zwarte kat, maar in plaats daarvan zat daar een vriendelijke, fragiele oude dame in een bloemetjesjurk en witte hoofddoek.
Kom binnen, meisje. Ga daar zitten, naast het schilderij van Moeder Maria, zei ze met warme stem.
Katrien barstte meteen in tranen uit.
Rustig maar, ik weet waarom je hier bent en ik zal je helpen waar ik kan, suste Tante Nienke geruststellend.
Ze las een gebed en zwaaide met een bijenwaskaars rustig om haar heen. Na twintig minuten pakte ze haar hand.
Je zult geen kinderen krijgen, niet zolang de vloek op je rust sinds je kindertijd, zei ze zonder twijfel.
Welke vloek dan? Wie zou mij willen vervloeken? Ik heb niemand ooit kwaad gedaan
Niet jij, kind. Het was je moeder. Zij heeft een zware zonde begaan, en nu betaal jij onbewust die schuld, legde de kruidenvrouw uit.
Maar dat is toch niet eerlijk? Mijn moeder leeft allang niet meer. Waarom moet ik daaronder lijden?
Het is de wet van het universum. Je kunt het niet veranderen
Kunt u mij niet helpen? fluisterde Katrien smekend.
Ik kan de vloek niet opheffen. Als je behext was of slachtoffer van het boze oog, wel. Maar dit nee, schudde Tante Nienke haar hoofd. Je moet uitzoeken aan wie je moeder iets verschrikkelijks heeft aangedaan. Zoek haar op, vraag om vergeving. En vergeet niet: bid voor iedereen ook voor wie jou leed heeft gedaan.
Dank u, zei Katrien zacht.
Buiten belde ze Diederik.
Diederik? Ik kom vanavond niet thuis. Ik moet naar tante Greet in Groningen. Later leg ik alles uit. Tot straks.
Ze startte haar Volkswagen en reed richting het noorden.
Oh Katrien! Toch zonder te bellen gekomen! Had ik de koffie maar alvast gezet! riep tante Greet verrast.
Het is ernstig, tante, onderbrak Katrien haar. Jij moet me de waarheid vertellen. Welke zonde heeft mijn moeder begaan? Voor welke schuld boet ik?
Wat bedoel je? Greet verstarde.
Katrien vertelde over haar bezoek aan de kruidenvrouw, over het hele gesprek.
Nou vooruit, je moet het weten Greet zuchtte diep.
Ze vertelde hoe haar moeder, Wilhelmina, het mooiste meisje van het dorp was. Vele mannen hingen om haar heen, maar Mina werd verliefd op een getrouwde man, Pieter. Zonder scrupules rukte ze hem uit het leven van zijn vrouw, Maria.
De bedrogen Maria bleef alleen achter met een babytje op haar arm. In haar wanhoop kroop Maria op haar knieën naar Wilhelmina, smeekte haar man terug te geven, maar Mina wist haar koelbloedig te vernederen en weigerde.
Voor ze vertrok, vervloekte Maria haar rivale en haar toekomstige nageslacht
En wat gebeurde toen? fluisterde Katrien geschokt.
Je moeder trouwde met Pieter, jij werd geboren. Maar het geluk hield niet lang stand. Eerst je vader, toen je moeder beiden overleden jong. Net een vloek. En nu lukt het jou niet om kinderen te krijgen Greet veegde haar tranen weg.
En Maria? Leeft ze nog in het dorp? Ik moet haar vergiffenis vragen, desnoods op mijn knieën!
Maria is er slecht aan toe Ze werd mentaal onstabiel na alles wat er gebeurd is. Eerst was ze stil, maar op een dag is ze helemaal door het lint gegaan. Daarna is ze opgenomen in een tehuis en haar zoon, Lennart, werd in een internaat geplaatst.
Lennart moet ouder zijn dan ik Dat maakt hem mijn halfbroer, toch?
Ja, knikte Greet zwaar. Maar ook bij Lennart zit het leven tegen. Na het internaat begon hij te drinken en belandde hij in de problemen. Op een dag verdwaalde hij in de winter in het bos. Hij werd gered, maar zijn benen konden ze niet sparen. Sindsdien zit hij in een rolstoel
Wat heeft mijn moeder veel mensen pijn gedaan fluisterde Katrien.
Dat kun je wel zeggen, zuchtte Greet.
Tante, breng me naar hem toe. Het moet.
Ben je gek? Hij drinkt als een tempelier. Wie weet wat hij doet. Ga naar huis!
Nee. Ik vind hem desnoods zelf. Ik ga.
Vooruit dan, snauwde tante Greet, terwijl ze haar jas aantrok. Maar het is op jouw eigen risico.
In de koude sneeuw liepen de vrouwen naar het bouwvallige huis van Lennart. De schutting lag omgevallen, ramen vuil, achter het vieze ruitje gloeide een petroleumlamp.
Katrien klopte voorzichtig op het raam.
Kom binnen, niet op slot! klonk de hese stem.
Tante, ik wacht buiten. Roep als er iets is.
Katrien gaf een knikje en stapte de armoedige woning binnen. De muffe geur van goedkope shaggies en wijn bracht haar aan het wankelen. Overal as en lege flessen. Achter een gammele tafel zat een man in een rolstoel, zijn leeftijd nauwelijks te raden. Op tafel lag een witte poes opgerold te slapen, het enige lichtpunt in de ruimte.
Uw kat slaapt op tafel, zei Katrien onhandig om iets te zeggen.
Hij heet Witte. Hij is hier de baas, lalde Lennart zonder haar aan te kijken. Waarom ben je hier, zeker van de sociale dienst? Je krijgt me niet mee naar zon tehuis!
Nee, ik ben geen sociaal werker. Ik ben Katrien, je zus van vaderskant.
Zo, zo Zusje komt haar erfenis opeisen? Vergeet het maar, het huis is van mijn moeder.
Ik kom alleen om vergiffenis en om te helpen waar ik kan.
Lennart lachte kil en keek haar met pijnlijke ogen aan. Hoe langer Katrien keek, des te feller herkende ze trekken van haar vader.
Heb je een honderdje? vroeg hij ineens.
Katrien haalde haar portemonnee en legde vijfhonderd euro op tafel.
Dank je mooi, je bent vergeven, ga nu maar. Heb je meer spijt, kom gerust terug, grinnikte hij gemeen.
Heb je medicijnen nodig? Of een dokter? stamelde Katrien.
Genoeg voor nu. Laat me met rust, het is bedtijd.
Zonder een woord liep Katrien naar buiten, haar ogen vol tranen. Dit had ze niet verwacht. Haar broer was enkel nog een schim.
En? vroeg Greet haar bezorgd.
Hij heeft me vergeven antwoordde Katrien kort.
Blijf vannacht, meisje, het is al donker.
Nee, ik rij terug naar Utrecht, loog Katrien haar hoofd moest leeg, haar hart moest kalmeren.
De hele week dwaalde Katrien door haar stille huis gedachten bij Lennart, die nu de enige familie was die zij had. Niet wetend wat te doen, besloot ze naar de kerk te gaan. Na de dienst bad ze vurig voor haar vijanden zoals Tante Nienke had gezegd.
Heb je het zwaar, mijn kind? vroeg pastor Hendrik.
Katrien schrok, ze was alleen achtergebleven in de kerk.
Sorry, ik wilde net weggaan
Wil je niet even praten? Je hart luchten?
Onder tranen vertelde Katrien alles, zonder iets te verzwijgen.
Wat kan ik zeggen, zei de dominee nadenkend. Je had niet naar een kruidenvrouw gehoeven. Kinderen zijn niet schuldig aan hun ouders fouten. Dat je bidt, dat is wél goed. Bid voor je naasten én voor iedereen die jou kwaad lijkt te doen.
Wat kan ik met Lennart? Ik wil hem helpen, hem naar huis halen. Maar Diederik zal het niet begrijpen
Volg je geweten. Het hart spreekt het luidst.
De dag erop stond Katrien weer aan Lennarts deur, dit keer vastberaden.
Waarvoor kom je nu weer? Geld?
Daar kom ik niet meer voor. Ga je met me mee. Geen gezeur.
Waar naartoe?
Eerst naar het ziekenhuis, dan naar mijn huis. Er is plek genoeg. Ik ben je zus. En jij bent alles wat over is.
Lennart zei niets zijn ogen vochten met zichzelf.
Als het je niet bevalt, breng ik je direct terug. Niemand dwingt je.
Op één voorwaarde, zei hij ineens. Witte gaat mee!
Maar natuurlijk! Ik wilde altijd al een kat.
***
Drie maanden later was het huis gevuld met leven. Lennart, die bleek over onverwachte humor te beschikken, was nu bezig met een cursus programmeren.
Lennart, morgen komen je protheses uit Duitsland! zei Diederik terwijl hij hem bemoedigend op de schouder klopte.
Bedankt. Nooit gedacht dat ik ooit weer zou kunnen lopen, zei Lennart met vochtige ogen.
Ik heb niks gedaan, Katrien moet je dankbaar zijn. Ze is zo blij dat ze haar broer heeft gevonden, lachte Diederik.
Een half jaar later stonden Diederik en Lennart voor het grote raam van het ziekenhuis in Utrecht. Katrien zwaaide stralend met hun pasgeboren tweeling in haar armen.
Het wordt druk straks bij ons! riep Diederik blij.
En, oom, klaar voor twee neefjes?
Altijd klaar. Samen kunnen we alles aan, lachte Lennart met glimmende ogen.
Katrien zit nu al twee uur te wachten in de gang bij Oma Nienke, de beroemde kruidenvrouw. Voor de jonge vrouw is deze traditionele genezer haar laatste hoop. Al jaren probeert Katrien tevergeefs een kindje te krijgen, maar om onverklaarbare redenen lukt het haar niet.







