Katertje werd verraden, achtergelaten en afgewezen vanwege een bloedtest. In de winter, in de kou…
De kater, die Pimmetje heette, werd gevonden bij de ingang van zijn eigen flat in Rotterdam. Het arme beestje liep wanhopig heen en weer, mauwde hartverscheurend, krabde aan de ijskoude metalen deur en probeerde hem zelfs met zijn tanden open te krijgen. Pim was doodsbang voor de straat hij had nooit eerder buiten op eigen pootjes gestaan. Binnen, waar het altijd warm was, werd hij vertroeteld en kreeg hij alle aandacht. Nu kroop hij bibberend naar elke voorbijganger: buurvrouwen, kinderen die uit school kwamen, zelfs mensen die hij niet kende. Hij wreef trillend tegen hun benen, keek smekend omhoog en leek met zijn natte ogen om hulp te vragen alsof hij zei: “Red mij uit deze enge, kille wereld,” waar hij ruw was neergezet terwijl hij eerder nog lag te genieten op zijn zachte mandje bij de radiator. Midden in een ijskoude sneeuwbui en de barende Noordoostenwind.
De reden voor zijn lot bleek pijnlijk eenvoudig. Zijn baasje wilde graag een tweede huisdier had een advertentie gezien van een gratis raskat en was meteen enthousiast. De stichting vroeg echter of de huidige kat eerst onderzocht kon worden. De test werd gedaan, en Pim bleek drager van het kattenaidsvirus. Het uitte zich nergens in, gaf geen klachten en vormde geen enkel gevaar voor mensen of honden, want het virus is strikt kattensoortspecifiek en kan niet buiten die soort worden overgedragen.
Sterker nog, bij Pimmetje was het virus alleen zichtbaar in het laboratorium zijn weerstand hield het in toom en voorkwam ziekte. Toch besloot de eigenares anders: “Zo’n zieke kat wil ik niet meer, straks is het toch besmettelijk.” Zonder zich in te lezen, zonder te vragen of het ongevaarlijk was voor mensen, zette ze haar eigen huisdier midden in de winter de deur uit.
Gelukkig trok de alerte huismeesteres aan de bel. Zij zag dat het katje niet langer bij de deur aan het zoeken was, maar nu in elkaar gedoken op de sneeuw lag te rillen. Doorgedraaid door de kou, bijna in slaap vallend van uitputting en slapen in de vorst betekent meestal het punt zonder terugkeer. De huismeesteres liet Pim niet aan zijn lot over; ze bracht hem naar de logeerkamer, legde haar eigen jas op de grond bij de kachel en gaf hem wat van haar zelf meegebrachte boterhammen. Een simpel sneetje volkorenbrood redde Pimmetje op dat moment warmte en eten gaven hem de kracht om door te vechten.
Daarna werd hij opgehaald door een opvang. De onderkoeling was ernstig, een verkoudheid kwam daar nog bovenop, maar dankzij verzorging en medicijnen kwam hij er weer bovenop. Inmiddels is Pim gezond, sterk en heeft hij zijn vertrouwen in mensen herwonnen. Hij is gecastreerd, gevaccineerd en heeft een net dierenpaspoort.
Het is nog een jonge kater slechts drie jaar oud. Hij is ongelooflijk aanhankelijk en zoekt volop contact met mensen: hij slaat zijn pootjes om je heen, spint luid in je oor alsof hij een kattenliedje zingt, en knuffelen is zijn favoriete bezigheid. Elke keer vindt hij het moeilijk afscheid te nemen van de vrijwilligers en terug te keren naar zijn verblijf. Pim is een echt huiskatje, geboren voor een warm appartement en liefdevolle handen.
Het verhaal van Pimmetje laat zien dat onbegrip en haastige beslissingen voor een dier het verschil tussen leven en dood kunnen betekenen. Liefde vraagt soms om geduld en kennis en zelfs de kleinste daad van medemenselijkheid, zoals van de huismeesteres, kan levens redden en vertrouwen herstellen.







