‘Je huid hangt!’ — Mijn man van 60 kneep in mijn zij voor al onze gasten, dus pakte ik een spiegel en liet hem zien wat er bij hém hangt.

Je huid hangt los! zei een man van zestig, terwijl hij me in mijn zij kneep, midden tussen de gasten. Ik pakte meteen een spiegel en liet zien wat er eigenlijk bij hém hing.

Marloes, wat is dat nou bij jou? vroeg Willem, terwijl hij de restjes van zn derde glaasje zelfgemaakte bessenjenever van zn lippen wreef. Plotseling stak hij zijn hand uit en kneep vakkundig in mijn zij, vlak boven de rand van mijn jurk.

Precies daar waar de stof wat strakker stond als ik zat.

En hij deed dat gewoon, hardop, ongegeneerd, met iedereen erbij.

Willem, doe effe normaal! probeerde ik nog kalm zijn hand weg te duwen, alsof ik een opdringerige bromvlieg van me af wilde schudden, maar de man gaf niet op.

Zijn vingers, dik en kort, leken wel vers gebakken worstjes, en ze knepen voor de tweede keer in mijn taille. Het deed minder pijn dan het gewoon genant was.

Nou joh, kijk zelf! riep hij naar onze overbuurman Gerard, die net zn vork in de haring met uitjes zette. Ik zeg steeds tegen haar: Marloes, niet elke avond broodjes eten. En zij zegt dan: Het is gewoon de leeftijd, hormonen!

Willem gniffelde, zijn buik schudde mee, en de knopen van zn overhemd leken het elk moment te kunnen begeven.

Hormonen? Het is gewoon luiheid, dat is het! snoefde hij, met een blik alsof hij zojuist de Nobelprijs had gewonnen.

Willem, hou nou gewoon op, siste ik zachtjes, terwijl ik voelde hoe het rood tot in mijn nek en wangen trok.

Gerard giechelde ongemakkelijk en bestudeerde ineens bijzonder aandachtig het eierensaladepatroon op zijn bord.

Zijn vrouw, Annemiek, draaide subtiel haar hoofd weg en begon driftig het servetje recht te leggen, alsof er niets gebeurd was.

Wat nou hou op? Willem voelde zich duidelijk het middelpunt van de belangstelling en wilde niet ophouden. Je mag de waarheid toch wel zeggen? Je huid hangt gewoon!

Hij prikte nog eens in mijn zij, op de manier waarmee je test of deeg al gerezen is.

Kijk dan, hier, zon rol, net als zon mopshond, bleef hij doorgaan. Staat echt niet, hoor, Marloes.

Er viel een zware, plakkerige stilte in de kamer. Alleen de koelkast in de keuken zoemde dapper door.

Ik bedoel het alleen maar goed, zei hij belerend, achteroverleunend en met de armen over elkaar. Een vrouw moet er een beetje verzorgd uitzien, zodat haar man zich aan haar kan laten zien, dat is gewoon de natuur.

Ik keek hem aan.

Alsof ik hem voor het eerst zag, na dertig jaar huwelijk.

Tweeënzestig jaar is hij nu.

Zijn buik hangt over zijn broek als een onweerswolk aan de horizon.

Een dubbele kin, die geruisloos overloopt in zijn nek, en die verdwijnt in zijn ingezakte schouders.

Zijn hoofd is zo kaal als een pasgepoetste pannenkoek in het licht van de kroonluchter, een beetje glimmend door het eten en de hitte.

Ziet er leuk uit voor het oog, zeg je? vroeg ik, en mijn stem klonk zo kalm dat ik er zelf verbaasd van was.

Er klikte iets vanbinnen bij me, als een zware schakelaar die eindelijk omgaat.

Geen schaamte meer, geen voorzichtigheid, geen eindeloos geduld.

Alleen een glashelder besef.

Natuurlijk! klopte Willem zichzelf op de borst, het klonk dof. Kijk naar mij: ik houd mezelf in vorm!

Welke vorm? vroeg ik doordringend.

De mannelijke vorm! zei hij, terwijl hij zich zoveel mogelijk rechtop probeerde te zetten. Elke ochtend oefeningen, vijf minuten de halters, ik blijf fit.

Hij trok zijn buik in, om t een beetje te demonstreren.

Dat lukte matig.

De boel wiebelde nog even en zakte weer terug over de gesp van zijn riem.

Een vent moet een arend zijn, geen zak aardappels, gooide hij erachteraan.

Een arend, hè? Langzaam stond ik op, alsof ik een kat wilde laten schrikken, zonder ineens te bewegen.

Waar ga je heen, ben je nou beledigd? schreeuwde hij achter me aan, nog eens schenkend uit de jeneverfles. Op de waarheid ben je toch niet boos, Marloes! Je moet wat afvallen, geen pruillip!

Ik liep naar de gang, waar het rook naar oude jassen en schoenpoets.

Daar hing ie nog onze oude, oerdegelijke spiegel met zon zware houten lijst. Die was van mijn ouders geweest, kende ons allebei nog als jonge, dunne mensen.

Vastbesloten haalde ik de spiegel van de muur. Een flinke jongen, minstens vijf kilo. Maar ik voelde er niks van.

Terug in de kamer droeg ik hem voor me uit, zoals een ridder een schild voor zich houdt.

Of als een vonnis dat niet ongedaan gemaakt kan worden.

De gasten verstarden met de vork in de lucht, Annemiek was vergeten haar mond te sluiten waardoor een stukje zure augurk zichtbaar bleef.

Willem, sta eens op, zei ik rustig, op zon toon dat niemand het in zijn hoofd haalde tegen te sputteren.

Waarom? Hij keek verbaasd, maar zag mijn blik en koos eieren voor zijn geld. Nou, ik sta. En nu?

We gaan nu kijken naar die arend, zei ik, en stapte dichtbij. De geur van ui en drank hing om hem heen. Hou vast.

Ik duwde de zware spiegel vlak onder zijn neus, waardoor hij geschrokken achteruitdeinsde.

Hier, houd maar.

Met trillende handen pakte hij de lijst. Nu schoten zijn ogen voor het eerst onzeker van links naar rechts.

Marloes, wat is dit voor toneel? Zijn stem was ineens een tikje benauwd.

Kijk gewoon, commandeerde ik, precies zoals je een kat tot de orde roept. Goed kijken.

Willem staarde een beetje verdwaasd naar zijn spiegelbeeld, dat trilde van de zenuwen.

Ja, ik zie mezelf. En toen?

Kijk eens iets lager, stootte ik mijn vinger op het glas, ter hoogte van zijn doorgezakte buik in het klamme overhemd. Zie je dat?

Wat? Hij probeerde zich groot te houden.

Je huid hangt los! riep ik luid, precies zoals hij had gedaan. Sterker nog: hij ligt er gewoon bovenop, Willem.

Marloes! Hij wilde de spiegel laten zakken, maar zijn gezicht bloosde diep.

Nee, vasthouden! Ik drukte de lijst omhoog, zodat hij bleef kijken. En dat, net boven je riem, zijn dat de spieren van jouw stalen sixpack?

Gerard begon raar te proesten, probeerde zn lach in te houden en hoestte in zn vuist.

Nee, lieverd. Dat is jouw reddingsboei, voor het geval je verzuipt in je eigen vet, zei ik zonder genade.

Willem werd zo rood dat hij sprekend een tomaat leek die op springen stond.

En dit hier? Ik wees naar zijn heupen, die uit zijn broek puilden. Zijn dat de vleugels van een arend? Of van een varkentje net voor kerst?

Hou op nou! siste hij, zich afdraaiend van schaamte. Laat het, mensen kijken al!

Laten ze kijken! riep ik, mijn stem klonk ineens stevig en helder. Jij wilde toch eerlijkheid? Jij bent toch onze grote estheet hier in huis?

Ik deed een stap achteruit om hem helemaal te kunnen zien.

Laten we jouw esthetiek dan meteen grondig bekijken, vervolgde ik. Draai je eens naar het licht.

Doe ik niet, bromde hij, maar hield verder zn mond.

Nu! riep ik op zon toon dat het bestek rinkelend op tafel schoot.

Hij draaide zich langzaam, alsof het buiten zijn wil gebeurde.

In de spiegel zagen we zijn profiel, verre van het Griekse ideaal. En zijn nek.

Of eerder: het ontbreken ervan.

Zie je die driedubbele rol in je nek? zei ik op het gemak, als een huisarts in de spreekkamer. Dat is geen arend, Willem, dat is een mopshond, een rashond zelfs.

Annemiek kon haar servet niet missen haar schouders schudden van het ingehouden lachen.

En zie je deze onder je kin? was ik onverbiddelijk. Is dat een pelikanenkeelzak? Heb je daar je voorraad haring in?

Ik ben een man! piepte Willem, en dat klonk zwak en meelijwekkend.

Oh, voor mannen gelden de regels niet? lachte ik, kort en kil. Dus als ík na twee kinderen en dertig jaar in de keuken een enkel vetrolletje krijg, dan is dat luiheid en gênant?

Ik stond vlak bij hem, keek recht in zijn ogen.

Maar als jij, die in tien jaar nauwelijks wat zwaarders hebt opgetild dan een afstandsbediening, in een bibberende pudding bent veranderd dan ben je ineens een man in de kracht van zijn leven?

Plotseling trok ik de spiegel bij hem weg; zijn handen zagen er moe uit.

Hij stond daar, met zijn verkreukelde overhemd waarvan nu ook de bovenste knoop los was geknapt en ergens onder de kast beland was.

Er was niks meer over van zijn air of autoriteit.

Voor me stond een oudere, mollige man die, ineens, begreep dat de keizer geen kleren aanhad.

En behoorlijk stevig uitgevallen, bovendien.

Ga zitten, zei ik rustig, ik zette de spiegel naast de kast, tegen de muur.

Hij plofte neer op zn stoel, die fluisterde protesterend onder zijn gewicht.

En geen woord meer over mijn figuur niet in hele, niet in halve zinnen, zei ik, terwijl ik mijn haar weer wat terugduwde in model.

Ik keerde me om en zei rustig:

Anders hang ik de spiegel recht tegenover je plekkie aan tafel. Kan je elke hap toekijken hoe je pelikaankeel hem wegwerkt.

Gerard schaterde het nu gewoon uit, tranen rolden over zn wangen, hij had geen medelijden meer met de gastheer.

Willem prikte stilletjes een heel klein augurkje op z’n vork en at langzaam, zijn ogen strak op zijn bord gericht alsof hij zichzelf kleiner wilde maken.

De sfeer in de kamer was plotseling luchtig en vrij.

Net alsof iemand na een warme zomernacht eindelijk het raam openzette en frisse lucht binnenliet.

Ik ging op mijn vaste plek aan tafel zitten, pakte het gebakmes en sneed voor mezelf een belachelijk grote punt tompouce.

Ja, die tompouce die ik gisteren urenlang helemaal zelf gebakken had, bladerdeeg zo dun uitgerold dat het bijna doorschemerde. Eigenlijk was ik vastbesloten hem niet te eten, om slank te blijven.

De room gleed er verleidelijk tussenuit toen ik m doorsneed.

Marloes, mag ik ook zon groot stuk, fluisterde Annemiek, haar bord naar me uithoudend. Laat die lijn maar zitten, je leeft maar één keer.

En ik ook, knipoogde Gerard, terwijl hij nog wat roosvicee inschonk. Volgens mij groeien mijn arendsvleugels ook alweer, ik moet aansterken.

Willem keek vluchtig omhoog.

Even keek hij met een soort respect, bijna een beetje bang, naar mij.

Toen dwaalden zijn ogen naar de taart.

Daarna klikte zijn blik naar de spiegel, die nog altijd tegen de muur stond als stille getuige van zijn nederlaag.

In de onderkant van het glas zag je zijn voeten onder de tafel, sokken van verschillende kleuren de ene zwart, de andere donkerblauw, bijna paars.

Ja hoor, onze huisarend.

Sorry, Marloes, bromde hij, zonder op te kijken. Het floepte eruit, stom van me.

Eet maar gewoon, Willem, eet, en ik nam een grote hap, proefde het zoete room. Je zult t nodig hebben.

Hij keek vragend op.

Om je halters te tillen, knipoogde ik. Je bent tenslotte onze sportman.

De avond keuvelde verder, gesprekken over prijzen, de moestuin, het weer.

Maar hoe we aan tafel zaten, was onomkeerbaar veranderd.

Mijn perfecte huiscriticus was ineens gekrompen tot een gewone man.

Met zn kwetsbaarheden, zn angsten en zn rollen.

En weet je wat?

Die tompouce smaakte verrukkelijk.

De lekkerste in twintig jaar tijd.

Sindsdien bleef die oude spiegel gewoon in de woonkamer staan.

Willem loopt er nu telkens met een ingetrokken buik en rechte schouders langs.

En over mijn hangende huid heb ik hem nooit meer gehoord.

Misschien is hij gewoon bang de pelikaan wakker te maken.

Please rate
Bagattia News
‘Je huid hangt!’ — Mijn man van 60 kneep in mijn zij voor al onze gasten, dus pakte ik een spiegel en liet hem zien wat er bij hém hangt.