– Ik stond pannenkoeken te bakken in mijn keuken toen er opeens een onbekende man binnenkwam, vertelt Yfke van der Schoot nu iedereen die het horen wil.
Toen was er weinig grappigs aan. Stel je voor: je bent alleen, niemand anders in huis, en in één klap daar staat dus iemand midden in je woonkamer! Precies dat overkwam Yfke.
Al vijf jaar geleden scheidde ze van haar man, Jan. Ze is bijna zestig. Nooit meer over nieuwe relaties nagedacht, de kinderen wonen ver weg.
Ze leefde rustig verder, kon goed opschieten met de buren, voelde zich vertrouwd in het oude flatgebouw in Utrecht. Het was een gewoonte dat ze de voordeur soms niet op slot deed. Je weet maar nooit, misschien kwam buurvrouw Fien nog even langs voor een kopje koffie. Vandaag stond er geen Fien op het programma, maar Yfke had net de vuilnis buiten gezet. Terwijl ze haar handen waste en kat Mijntje haar brokjes gaf, vergat ze de deur weer op slot te doen. Maar bang was ze niet het was volop dag, geluiden overal en dit was Utrecht, niet een donker bos.
Terwijl de geur van pasgebakken pannenkoeken zich door het huis verspreidde, wilde Yfke net de volgende op het bord leggen toen ze een onbekende man in haar keuken aantrof. Alsof hij zo uit het niets was verschenen!
– Het leek wel of mijn hele leven aan me voorbijflitste. Vanaf de kleuterschool tot nu. Zoiets bestaat echt! Ik dacht: nou, dat was mijn leven. Behalve een gloednieuwe televisie en mijn laptop heb ik eigenlijk niets bijzonders in huis. Mijn salaris had ik gisteren nog opgenomen, en die tas lag in de gang. Ik dacht: die heeft hij al gepakt, nu kijkt hij rond of er nog meer te halen valt. Dus ik fluister: Neem alles maar, als u me maar met rust laat! Ik heb kleinkinderen, ik wil ze graag nog zien. Ik zeg niks tegen wie dan ook! En toen begon die man te verontschuldigen, terwijl hij haastig iets probeerde uit te leggen. Mijn hoofd voelde als een wolk, ik hoorde amper wat hij zei. Hij raadde me aan het vuur uit te draaien. Ik deed het automatisch. We gingen tegenover elkaar zitten.
Hij vertelde me dat hij over straat liep en een jolige groep jongens plotseling lastig werd gevallen. Ze vroegen om geld, hij besloot het op een lopen te zetten. Precies op dat moment kwam er iemand het trappenhuis uit. Hij erachteraan, die jongens ook. Hulp roepen was er niet bij. Hij rammelde aan wat deuren, niemand deed open, maar die van mij dus wel. Want ja, ik had hem niet op slot gedaan. Hij vroeg of ik uit het raam wilde kijken. Ik zag inderdaad wat stropers beneden hangen. Ze stonden nog even te dralen, maar liepen toen door, vertelt Yfke van der Schoot met een mengeling van opluchting en ongeloof.
De man stelde zich voor als Teun Bakker. Toen de schrik wat zakte, keek ze beter. Een grote, wat onhandige man met vriendelijke ogen. Geef hem een rode jas, en het was de Nederlandse Sinterklaas.
– Mag ik misschien een pannenkoek proberen? Ik heb er al in geen jaren een gegeten sinds mijn vrouw er niet meer is, vroeg Teun verlegen.
Zijn schoenen had hij netjes uitgedaan. In zn jas zat hij nog.
– Heb je hem echt te eten gegeven? Wat een lef heb jij! Ik zou hem er subiet uitgezet hebben! riep later buurvrouw Fien vol bewondering.
Maar Yfke had zich iets gerealiseerd. Ze vroeg hem alleen of hij even zijn handen wilde wassen. Dat deed hij zonder morren. Ze dronken samen thee, ze luisterde naar zijn levensverhaal: een weduwnaar zonder kinderen, altijd alleen.
Later namen ze afscheid. Nog één keer verontschuldigde hij zich en verdween.
Yfke voelde zich ineens de ster van haar eigen drama, als een hoofdrolspeler in een Nederlandse tv-serie. De adrenaline gierde nog na. Toen ze alles had verteld aan haar vriendinnen en haar kinderen had gebeld, voelde ze opeens leegte. Had ze misschien… het contact moeten voortzetten? Hem uit moeten nodigen voor haar beroemde appeltaart of die heerlijke zoete kersentaart?
Maar goed, ze dacht: die kans is voorbij. Volgende dag besloot ze tóch nog maar een paar taarten te bakken. Toen plotseling een zacht getik op de deur. Yfke keek door het spionnetje; ze verwachtte Fien. Snel streek ze haar haar glad, trok haar oude kamerjas uit en schoot in haar nette broekpak. Een vleugje geurwater, dat al jaren vergeten zou liggen. En ze deed open.
Teun stond op de drempel. Met een bos bloemen in zijn grote hand.
– Ik eh kom even iets goedmaken. Voor het schrikken. Hier, voor u, en dan ga ik weer, mompelde hij.
– Waar ga je nou heen? Ik heb net taart gebakken, kom binnen en neem een stuk! lachte Yfke.
– Ik liep de trap op en dacht al: wat ruikt het hier lekker, net een echte banketbakkerij! Ik dacht, dat moet bij u vandaan komen. Wat een geluksvogel heeft u toch als man! zei Teun dromerig.
– Ik ben niet getrouwd. Kom, ga zitten! antwoordde Yfke.
Vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk. Teun werd de onmisbare helpende hand in haar tuintje. De kinderen namen hem in de familie op, de kleinkinderen noemen hem al opa Teun. Hij behandelt ze als zijn eigen kinderen.
Jarenlang leefde hij alleen, maar bij Yfke is hij helemaal opgebloeid. Zo werd vreemde Teun opeens een vertrouwd deel van haar leven.
Yfkes vriendinnen zijn vol ontzag.
– Moet je toch meemaken: op je oude dag vind je nog zon leuke man! En dan ook nog op zon bijzondere manier hij komt gewoon binnenwandelen! roepen ze vol bewondering.
Yfke knikt. Maar sindsdien doet ze haar voordeur alsnog altijd stevig op slot!







