Ik werd zwanger op mijn zestiende, nog terwijl ik op de middelbare school zat. In ons kleine dorpje langs de rivier de Vecht was zoiets een ware sensatieburen fluisterden achter mijn rug, vingers wezen naar me alsof ik doorzichtig was. Mijn ouders keken weg, beschaamd, alsof ik een soort spokenvlek op hun nette gezicht was. Mijn vader mopperde met een stem zo koud als een maartse dag: Het zou minder schande zijn als je er gewoon niet meer was. Je vertrekt maar naar oma, ik wil hier niets meer van weten.
En zo vertrok ik, als in een mist, naar oma in het naastgelegen gehucht, waar ze in haar oude boerderij aan de rand van het bos woonde. Het huis leek altijd te wiegen in de wind, kieren waar de kou naar binnen glipte en de schaduwen lang bleven hangen. Het was niet bepaald gezellig, maar ik hield vol. De laatste maanden van mijn zwangerschap waren het zwaarstniemand stak de handen uit, niemand vroeg hoe het met me ging. Toen de bevalling begon, kwam de ambulance bijna te laat over de kronkelige polderweg. Toch lukte het me; ik baarde mijn zoon en voedde hem groot tussen het knarsende hout van omas huis. De hele buurt vond dat ik snel een man moest zoeken, maar dat wilde ik niet. Mijn leven stond in dienst van mijn zoon.
Toen Pieter ouder werd en ging studeren in Groningen, besloot ik dat het tijd was om aan mezelf te denkenen ik vertrok naar Italië om te werken. Voordien had ik dat nooit gekund, ik kon mijn kind immers niet achterlaten. Vergeleken met het trage leven in de polder voelde werken in het buitenland als een dromerige ontsnapping. Ik verzorgde een oude signora die me met zachtheid behandelde. Ik verdiende ruim voldoende, en af en toe stopte ze me nog eens honderd of tweehonderd euro extra toe als dank. Met die euros kon ik in een paar jaar tijd een knus appartement voor mijn zoon kopen.
Maar geld, geld deed iets met Pieter. Hij veranderde, kwam niet eens meer op bezoek bij oma. Dat deed pijn, maar ik stuurde hem trouw elke maand vijfhonderd euro. De rest spaarde ik, want ik was niet van plan om in het kille, krakende huis van mijn jeugd terug te keren. De jaren rolden voorbij. Pieter trouwde. Natuurlijk betaalde ik het huwelijk, hielp met alles wat nodig was. Ik dacht: nu kan ik eindelijk voor mezelf sparen. Maar binnen vijf jaar waren er twee kleinkinderen, toen brak onverwachts de oorlog uit en bleek mijn schoondochter zwanger van een derde. Dus bleef ik bijspringen, financieel. Desondanks lukte het me twintigduizend euro te sparen; mijn vriendin verkocht toevallig een knap, opgeknapt appartement, en ik sprak met haar af het over te nemen.
Die zomer, terwijl ik alles bij de notaris wilde regelen in Utrecht, kwam Pieter met groot nieuws. Mam, we hebben het appartement verkocht en een huis gekocht. Eerste aanbetaling is gedaan, nu heb ik geld nodig voor de tweede.
Welk geld? vroeg ik verwonderd.
Achttien duizend euro.
Pieter, dat kan toch niet. Ik sta op het punt om mijn eigen plek te kopen.
Mam, zo kun je niet zijn. Met drie kinderen kun je niet in een klein flatje wonen. Je begrijpt dat toch? Ik rekende op jou.
Waarom heb je zelf niet gespaard? Je had me ten minste kunnen waarschuwen! Nee, zoek het geld maar zelf; ik ben er bijna, ik heb alles al afgesproken. Later kan ik je misschien iets helpen, maar niet alles.
Mam, geef je dan niks om je kleinkinderen?
Natuurlijk wel. Ik stuur al sinds jaar en dag elke maand vijfhonderd euro. Daar hadden jullie ruim voldoende van kunnen sparen. Je had nu al genoeg bij elkaar gehad.
Jij werkt zo weer wat bij elkaar in Italië. Waarom zou je nu überhaupt een huis nodig hebben? Je keert toch altijd terug naar daar!
Maar wat als ik onverwacht moet terugkomen? Of ziek word? Waar moet ik dan wonen?
Dan ga je maar naar het dorp, terug bij oma.
Doe dat zelf maar, als het je allemaal zo eenvoudig lijkt.
Ik besloot mijn rug recht te houden en het geld niet te geven. Ik kan niet alles steeds maar aan mijn kinderen opofferen. Pieter voelde zich gekwetst en sprak niet meer met me. Ik hoorde later dat hij geld had geleend waar hij maar kon. Maar moest ik me weer laten leegzuigen, terwijl ik zelf eindelijk mijn thuis zo dichtbij voelde? Hoeveel is genoeg?







