28december2026 Dagboek
Vandaag werd ik weer wakker met dat knagende gevoel dat er iets mis is. Mijn schoonmoeder, mevrouw Jansen, stormde de slaapkamer binnen, haar ogen wijd open.
Hoe kan het dat hij zo slap is? In welke staat is hij? riep ze uit, bijna schrijnend.
Hij slaapt het is maar een lichte koorts, de winter is net begonnen, probeerde ik kalm te antwoorden.
Dat is geen gewone winter! Het is weer die sleur van jouw werk. Je brengt van je kassa al je boodschappen thuis! Hoe vaak moet ik je nog zeggen: verander je baan! bromde ze.
Ik lag nog half in slaap toen ik een harde klap hoorde: de voordeur ging open. Ik wreef even mijn ogen uit en keek op de wekkerradio het was pas acht uur s ochtends.
Jan, lieverd, ben jij dat? fluisterde ik, mijn stem trillerig van de kou die al in de kamer hing.
Er kwam geen antwoord. Ik hoorde alleen het zachte geritsel van de badkamerdeur die opengaat en daarna stilte.
In een flits trok ik mijn nachthemd aan, liep blootsvoets naar de badkamer en opende de deur. Daar stond Jan, half naar de spiegel gekeerd, zijn tong bungelend en een vreemde glimlach op zijn gezicht.
Marijke, is het waar dat iemand met een verkoudheid een witte tong krijgt? vroeg hij, met een scheve mond.
Ben jij dan verkouden? vroeg ik slaperig.
Waarschijnlijk wel, mompelde hij, terwijl hij zijn voorhoofd bevoordeelde. Ik heb een thermometer nodig. Waar is ie? Laat mij even gaan liggen. Ze hebben me zelfs van het werk vrijgelaten. We moeten de huisarts bellen.
Ik vond de thermometer; 37,2°C. Ja, de winter was in volle gang en Jan lag te rillen. Een uur later kwam de huisarts, stelde een ziekteverlof uit en gaf een recept voor paracetamol.
Ik belde meteen mijn moeder:
Kun je Sjoerd, mijn kleine zoon, van de crèche halen? Hij mag niet thuis blijven Jan is verkouden.
Mijn moeder, die alleen leeft en dol is op haar kleinzoon, stemde meteen toe.
En hoe gaat het met Jan? Is het ernstig?
Nee, niets bijzonders. De huisarts kwam langs, gaf ziekteverlof en schreef een rustig programma. We blijven thuis.
Hoe voel jij je?
Prima! Ik moet morgenochtend nog een tweede shift in de supermarkt draaien, dus ik vraag de schoonmoeder om s avonds even langs te komen om Jan te controleren.
Met de winter in het vooruitzicht, besloot ik een lichte kippensoep te maken. Ik moest nog even naar de supermarkt (naast de apotheek) voor kipdijfilet, wortels en aardappelen. In de apotheek haalde ik de nodige pillen en een flesje sinaasappelsap.
Terwijl ik s middags Jan wekte, zei ik:
Jan, sta op, eet je soep.
Hij hief nog een hand en murmeld:
Ik voel me misselijk. Mag ik de soep in bed krijgen? Ik kan de keuken niet meer bereiken.
Is het echt zo erg? Ik breng m wel.
Ik bracht de kom soep naar het bed, hij nam een hap en ik nam de thermometer opnieuw. Nog steeds 37,2°C. Ik gaf hem de paracetamol, hij draaide zich tegen de muur en viel weer in slaap. Godzijdank.
Mijn schoonmoeder, Inge Jansen, belde even:
Marijke, Jan is verkouden. Houd m s avonds goed in de gaten. We hebben hier vanavond veel klanten, ik kan hem niet bereiken.
Hoe kan hij verkouden zijn? In welke staat? vroeg ze opnieuw, haar stem een mengeling van bezorgdheid en irritatie.
Hij slaapt. Het is een lichte koorts, niets ernstigs. De winter begint net.
Dat is niet zomaar een winter! Het is jouw werk dat je steeds meer thuisbrengt! Hoe vaak moet ik je nog zeggen: verander je baan! bromde ze weer.
Ik probeerde haar te onderbreken, maar Inge hield niet op met haar overdreven adviezen. Ze kwam later die avond met dozen vol kruidenthee, noten en droge kleding voor Jan. Ze drong erop aan dat hij een droge onderbroek droeg, want in een nat pakje word je alleen maar zieker.
Ik voelde de vermoeidheid al na een paar uur. Ik begon zelf te bibberen, maar kon geen zwakte tonen. s Avonds nam ik de thermometer opnieuw Jans temperatuur was hoger dan die van mij. Ik wilde het bij Jan uiten, maar hij was al te druk met zijn eigen klachten.
Ik krijg rillingen en duizeligheid. Mama gaf me kruidenthee met vlier en honing, maar het wordt niet beter. Wat moet ik nu nemen? vroeg ik zachtjes.
Ik voel me ook niet lekker fluisterde Jan, terwijl hij weer naar zijn tong in de spiegel staarde: Het blijft wit.
Het was duidelijk: ik kon mezelf niet laten zakken. Als ik het mijn moeder vertelde, zou ze elke vijf minuten bellen met tips. Als ik het Inge vertelde, zou ze me beschuldigen. Jan zou het gewoon naast zich neerleggen en doorgaan met zijn eigen wereld.
Dus besloot ik in stilte de pillen te slikken, door te werken en de kredieten af te betalen. De hele week lag Jan met zijn ziekte en klagend over de 37°C, ondanks dat hij steeds weer zei dat hij zich ellendig voelde.
De schoonmoeder bleef met haar infusen en kruiden komen, en ik wilde zo min mogelijk met haar thuis te maken hebben. Jan merkte het niet op; hij sliep met de tv of zijn telefoon naast zich. Op de vierde dag voelde ik me eindelijk beter.
De zwakte bleef, maar we hielden stand. Jan wilde langer in bed blijven, met extra’s: soep op bed, vaker meten, meer drinken. Inge beschuldigde hem van zwak zijn sinds zijn kindertijd, nu voor de eerste keer in vijf jaar echt ziek te zijn onverdraaglijk, zei ze.
De week na week schaften we ons door de symptomen. Jan werd ontslagen, Sjoerd werd opgehaald van de crèche en Jan ging de volgende dag weer naar zijn werk.
Terwijl ik vanavond de laatste slok thee nipte, fluisterde Jan:
Als kind ging alles makkelijker, nu moet ik dit allemaal doorstaan. Je gelooft me niet!
En wat is er zo speciaal aan? Waarom kon je het niet gewoon verdragen? vroeg ik.
Probeer eens in mijn schoenen te staan! Het is makkelijk om te praten als je gezond bent.
Ik ben het ook wel geweest! Ik heb het allemaal meegemaakt, maar jij hebt het gewoon niet opgemerkt.
Hij keek me wantrouwend aan, toen lachte hij ondeugend, alsof hij me had doorzien.
Grap je? Nou, laten we maar gaan slapen, zei hij.
Ik zuchtte, een mengeling van vermoeidheid en opluchting. Wat een week! De winter, de koorts, de eindeloze adviezen van de schoonmoeder het lijkt wel een Nederlandse komedie waarin de vrouw die alles moet dragen, alleen een glimp van begrip krijgt als ze zelf ook ziek is.
Morgen begint een nieuwe werkdag, maar ik weet nu dat ik, zelfs als ik me zwak voel, moet doorgaan. Voor Jan, voor Sjoerd en voor mezelf.
Marijke.







