Hij raakte betrokken bij een auto-ongeluk waarbij beide benen ernstig beschadigd raakten. En toen was alles voorbij
Een mooie baan waar hem de functie van algemeen directeur en een goed salaris in het vooruitzicht lag. Weekendjes weg met zijn vrouw, tripjes met vrienden. Alles
Zijn benen werden in elkaar gezet wat mogelijk was, en daarna werd hij naar huis gestuurd. Wat kon men verder doen? Het enige dat overbleef was hopen op een beetje geluk en op God vertrouwen. Dat deed hij dan ook, maar s nachts schreeuwde hij het uit van de pijn. Uitsluitend injecties, s ochtends en s avonds, zorgden ervoor dat hij soms even de slaap kon vatten.
Maandenlang kon hij zijn bed niet uit en moest hij zon ouderwetse po gebruiken. Moge zijn vrouw, Rosalie, gezegend worden; zij was zijn steun en toeverlaat. En toen hij eindelijk begon op te staan, met een rollator zijn eerste voorzichtige passen zette, kwam de pijn tien keer zo hard terug.
Weet je wat het is, injecties in je buik krijgen tegen trombose en doorligwonden als je zo lang ligt? Ik zal je het vertellen: het is alsof je gewoon niet normaal meer kunt niezen, hoesten of zelfs, vergeef me de uitdrukking, naar het toilet kunt zoals voorheen. Het vreet aan je zenuwen.
Maar goed, wat blijven er nog voor zenuwen over? Geen kracht, geen geduld meer, niks.
Toch, beetje bij beetje, leerde hij weer lopen. Het ging slecht, hij struikelde bijna bij elke stap. Maar vooruitgang was het wel.
Zijn vrienden? Die lieten niks meer van zich horen. Ook op zijn werk hadden ze voor de positie van algemeen directeur allang een ander binnengehaald. Wanneer zijn periode van afzien klaar zou zijn, en wát hij dan nog zou zijn, bleef de grote vraag.
Je snapt het zelf al: zijn humeur zat in het slop, de vooruitzichten waren die van een leven als gehandicapte. Maar gelukkig, zijn vrouw Rosalie verliet hem niet
Toen hij met krukken, gesteund door Rosalie, voor het eerst naar buiten ging, deed het lichtgevende zonnetje pijn aan zijn ogen. Hij stokte en begon te huilen. Daar stond hij dan: een man op krukken, door niemand nodig, zo voelde het.
Rosalie liep even van hem weg om hem een moment alleen te geven. Voorzichtig probeerde hij een paar stappen te zetten, met zijn gezicht in een pijnlijke grimas door het felle licht en de frisse lente wind.
Toen klonk er onder hem plotseling een dringend miauwtje. Hij keek naar beneden en zag een klein, grijs katje bij zijn linker kruk.
Wat wil je? vroeg hij.
Dieren waren nooit echt in zijn leven geweest, en wat hij ermee moest doen, wist hij niet. Het katje keek en miauwde zacht, bijna vragend.
Wil je Rosalie even een gehaktballetje brengen voor dit beestje? vroeg hij vriendelijk aan zijn vrouw.
Toen ze terugkwam, gaf hij voorzichtig het hapje aan het katje. Het keek hem even aan en begon dankbaar te eten.
De volgende dag stonden er, toen ze de binnenplaats opliepen, ineens drie katten te wachten. Waarschijnlijk zaten ze daar al even.
Nou, jullie maken het wel bont, hè? grinnikte hij.
Heel even vergat hij zijn pijn. Rosalie mopperde wat, maar bracht braaf drie balletjes. Hij gaf ze, grimassend van de pijn, aan ieder dier.
De dag erna waren het er vijf en nu ook twee kleine hondjes. Rosalie moppert inmiddels hardop, maar op zijn aandringen haalde ze bij het buurtwinkeltje een kilo knakworsten, die hij eerlijk verdeelde onder de beestjes.
Na het eten renden ze als gekken om hem heen, dol enthousiast, alsof ze hem mee in hun spel wilden trekken. Hij schudde zijn hoofd, lachte tegen zijn eigen humeur in, en zette wat voorzichtige stappen. De hondjes blaften van plezier.
De volgende dag regende het zachtjes, en Rosalie dreigde zijn krukken af te pakken als hij niet binnen bleef. Toch hield hij voet bij stuk, en kwam voor het eerst in maanden zelf naar beneden.
Ze wachten op me, legde hij uit. Hoe kan ik nou niet komen? Ik móét.
En daar was hij. Terwijl de vijf katten en twee hondjes dansend om hem heen drentelden, genoot hij. Het miezerde zacht en zij rende, op zijn krukken, achter de hondjes aan, die hem lachebekkend voorbleven, gevolgd door de katten.
Rosalie stond bij het portiek met een paraplu, glimlachend te kijken naar haar man die, ondanks alles, weer rende door de regen
De tijd verstreek. Eerst liep hij met twee krukken, toen nog maar één, uiteindelijk niet meer. Krukken pasten niet meer in zijn nieuwe ritme; daar schoot hij alleen maar in tekort bij het spelen met zijn nieuwe harige vriendengroep. En pas toen besefte hij ineens: zijn benen deden al heel lang geen pijn meer.
Op zijn oude werk was hij niet meer welkom. Ze wilden geen man meer die mank liep. Hij kreeg een stevige ontslagvergoeding in euros, en nam ontslag. Hij had tijd zat en besloot alles wat hij had meegemaakt op te schrijven.
Het werd pardoes een toneelstuk best een dik script ook. En toen hij daarmee klaar was, trok hij langs de theaters van Rotterdam, van Den Haag tot in Utrecht. Maar niemand wilde het. Geen enkele reactie, behalve dan van een klein amateurtheater in een souterrain in Gouda.
Een week later belde de regisseur, Harmen:
We willen het opvoeren! Maar er moeten wat dingen worden geschrapt, hier en daar wat aangepast.
Een maand lang zat hij samen met Harmen boven op het script te zweten en te bakkeleien over ieder woord. Daarna kwam de première.
De zaal was klein, het podium nóg kleiner. Slechts vijftien mensen. Geen halfvolle bak, maar voor hem waren het de belangrijksten uit zijn leven.
Hij was stikzenuwachtig, durfde nauwelijks de zaal in te kijken. Maar toen het laatste woord werd gesproken, het doek viel en het een paar seconden zielsaf stil bleef, zonk de moed hem in de schoenen. Zijn hart, zijn hoop, alles Maar toen gebeurde het.
Applaus barstte los! Hartstochtelijk, niet te stoppen! De acteurs lachten, maakten een buiging, ze moesten zelfs nog een keer het podium op.
Het tweede optreden was binnen de kortste keren uitverkocht. Mensen stonden in de gangen, zaten op de trap. Het applaus leek het decor omver te werpen.
Al snel mocht het gezelschap aantreden in de grote zaal van Gouda. Theaterliefhebbers stroomden toe om het nieuwe stuk van deze onverwachte toneelschrijver te zien.
Hij had zichzelf een chic kostuum gekocht en verscheen voor het spotlicht altijd mét Rosalie aan zijn zijde. Want, zeg nou zelf: hoe zou het anders kunnen? Het kán gewoon niet anders.
En wat gebeurde er met de twee hondjes en vijf katten? Nou, twee hondjes en twee katten namen hij en Rosalie mee naar huis. De drie andere katten werden liefdevol opgenomen door zijn nieuwe fans.
Waar gaat dit verhaal eigenlijk over? Ach, misschien nergens specifiek over.
Of misschien juist wel: misschien over hoe belangrijk het is dat er bij je voeten hoopvolle oogjes blijven kijken dat je daardoor niet kunt opgeven, maar moet doorgaan.







