Het Wonderlijke Nederlandse Leven

EEN WONDERLIJK LEVEN

Op het huwelijk van mijn vriendin Janna feestten we twee dagen: uitbundig, met lekker eten en veel gelach. De bruidegom, Wouter, was knap als een jonge Rutger Hauer en verbazingwekkend bescheiden voor zon beeldschone man. We bestudeerden als vriendenkoppel Wouter stiekem: diepblauwe ogen als de lucht boven Texel, belachelijk lange en volle zwarte wimpers (verdraaid, waarom krijgen mannen zulke cadeaus van moeder natuur?!), een krachtige kaaklijn, een rechte neus en een egale, warme huid met een gouden gloed. En dan bijna twee meter lang en brede schouders het was bijna een belediging voor de rest van het mannelijke geslacht. Als we Janna niet zo waardeerden, waren we direct in de clinch gegaan voor die prachtkerel, midden op het feest. Wouter was echt een schitterende verschijning.

Nou, wat een beeld heb jij aan de haak geslagen! vielen we Janna aan. En iedereen deed haar best een zo droevig mogelijk gezicht te trekken, als er nog zulke fantastische single familieleden van Wouter bleken te bestaan.

Meiden, nu toch. Ik heb Wouter juist om zijn eenvoud leren waarderen, zuchtte Janna. Hij komt van het platteland, is opgegroeid bij zijn oma, kan alles met zijn handen. Mijn ouders kochten toevallig een vakantiehuis bij zijn dorp. Hij was lief, zorgzaam en betrouwbaar. Echt een man, meiden! Hij had er bijna tien nachten over gedaan om mij ervan te overtuigen met hem mee naar de stad te gaan, haha.

Wouter paste zich niet alleen moeiteloos aan het leven in Amsterdam aan, hij werd ook een geliefd familielid. Met zijn droge humor had hij snel geleerd alles over goede wijn, Franse parfums, politiek, kunst, reizen, de AEX-index en sport. Zijn lichte Veenkoloniaal accent was hij zo kwijt. Hij reed nu in een comfortabele auto van zijn schoonvader, werkte bij diens bedrijf op een fantastische plek. En wie de jonge twee een huis schonk, mag u raden.

In het tweede jaar van hun huwelijk ontdekte Janna Wouters zwak voor witte sokken. Altijd die smetteloos witte sokken! Thuis op blote voeten, bij visite zonder pantoffels, in laarzen zonder schroom, en staand op vloerbedekking als een trotse Hollander.

Janna moest niks van die sokken weten, maar dweilde braaf tweemaal daags en kocht de beste bleekmiddelen. En zo kreeg Wouter zijn bijnaam: Sok.

Dat Wouter er een minnares op nahield, kwam voor Janna aan het licht toen haar buik al acht maanden rond was. Toeval wilde dat de minnares óók hoogzwanger bleek.

Sok werd uit huis gezet, ontslagen, vervloekt en beweend binnen 24 uur. Toen kwam de taaie, plakkerige herfst Janna lag weggespannen op haar veel te grote bed, starend naar het plafond met droge ogen: Janken doe ik straks wel. Nu is het niet goed voor de kleine.

Zoals Lenin in het mausoleum lag Janna doodstil op dat idioot grote bed, en wij, haar vriendinnen, wisselden elkaar af als wachtsoldaten, zwijgzaam steunend.

Het liefst had ik boeken van het lot verscheurd en gemene bladzijden uitgescheurd. Maar we konden niet anders dan zwijgen en wachten.

Op de geboortedag stonden wij gillend met ballonnen, smeekten het ziekenhuispersoneel ons éven wat thee te schenken, en trokken met goede wensen naar de kraamafdeling. De kersverse grootvader spande de kroon: omdat hij het personeel royaal had beloofd de gangen schoon te houden, had hij een enorme krijttekening onder Jannas raam gezet: Dankjewel voor mijn kleinzoon!, en geprobeerd een lied aan te heffen, tot de bewaking ingreep. In de portiersloge mocht hij zich met een glaasje jenever toch nog even ontzettend gelukkig wanen.

Op de dag dat ze naar huis mocht, was opa opgewekt, bijna stralend zelfs. Hij huilde van trots en geluk. Wij huilden ook, lachten, omhelsden Janna, keken stiekem in het blauwe babypakket en zeiden niks over het Grieks aandoende neusje van kleine Igor. Janna huilde zelfs op haar geluksdag niet:

Straks. Stel je voor dat mijn melk er last van krijgt…

Janna bleef nog maanden zwijgen, tot ze op een dag haar moedigste schoenen aantrok en bij Wouter aanbelsde. Niet met lucifers en zuur, maar wel met een heftig verlangen om herrie te schoppen en te krijsen. Te verwijten, met de vuisten op de muren te bonken, te schamen en zich van haar pijn te bevrijden door die recht in Wouters gezicht te gooien hij die haar dromen en hun kleine wereldje had vernietigd.

En oh, wat wilde Janna die schaamteloze vrouw aankijken, die haar man had afgepakt. Vast met arrogante, veel te mooie ogen. In die ogen zou Janna spugen. Besloten: spugen zou ze. En als het nodig was, krabde ze ook.

Waar ze precies moest zijn, hoorde Janna per ongeluk van het clubje roddeltantes uit het portiek tijdens een wandeling met Igor. Met genadeloze precisie beschreven de omaatjes Wouters verblijfplaats en alle mogelijkheden tot wraak. Janna wilde af en toe bijna opgeven misschien was iedereen wel gewoon weg. Maar toch liep ze verder.

En daar stond Janna, voor de portiekdeur van die oude flat in Utrecht. Alleen nog de vijf trappen op, en dan… spugen, of schreeuwen.

Al op de eerste verdieping dacht ze: natuurlijk zal niemand thuis zijn en verspilt ze haar tijd. Op de tweede hoopte ze dat het eigenlijk maar beter zo zou zijn. Maar op de derde hoorde ze het onbedaarlijke huilen van een kind, van helemaal boven.

De deur werd geopend door een magere, betraande vrouw, die in niets leek op het beeld dat Janna had van een verleidelijke minnares.

Terwijl Janna daar wat onhandig stond, liep het huilen in het appartement gewoon door.

Hallo, Janna. Wouter is hier al twee weken niet meer. Waar hij is? Geen idee…, snikte de vrouw terwijl ze op de vloer neerzeeg.

Janna had ineens geen zin meer in ruzie maken. Ze wilde veel liever naar binnen, het kind troosten, die onnozele moeder opvangen. En dan natuurlijk even fijntjes zeggen: Houd je van de rit? Dan nu ook zelf de slee trekken, hoor, trutje! Maar uiteindelijk keek ze alleen maar met medelijden. Ze had dat recht, als bedrogen vrouw.

Het jongetje was droog, maar schreeuwend van de honger, met dikke ogen en een trillend adertje op zijn hoofdje. Zijn jonge moeder lag in de gang te jammeren. Terwijl Janna vergeefs in keukenkastjes zocht naar babyvoeding en in de ijskast niets vond, herinnerde ze zich later pas goed hoe ze op tafel een half beschreven briefje vond: Vergeef dat ik in mijn zwad…

De moeder huilde, vertelde Janna in één adem hoe ze nergens heen kon uit deze huurwoning, en dat ze binnen een paar dagen eruit moest. Haar melk was opgedroogd, Wouter was verdwenen geld had ze nooit gehad. Ze schaamde zich, verontschuldigde zich, en zei: Je mag me slaan, je moet het misschien wel doen. De jongen heet Paulus, onthoud dat voor het geval dat. Hij is maar negen dagen ouder dan Igor.

Janna haastte zich meteen naar huis Igor moest over twintig minuten de borst. Twee zware tassen van Oksana in haar handen, en Oksana zelf opgepropt naast haar, met een tevreden slapende Paulus in haar armen. Janna liep snel, en dacht, waar ga ik die twee extra bedden zetten?

Drie jaar later dansten we op Oksanas bruiloft, vier jaar na die van Janna zelf. Jannas man heeft een bloedhekel aan witte sokken, vindt dat het leven kleur moet krijgen en is dol op zijn vrouw, zoon en twee dochters. Oksana is moeder van vier jongens, haar man geeft de hoop op een meisje nog niet op.

Please rate
Bagattia News
Het Wonderlijke Nederlandse Leven