Het begon allemaal toen de buurvrouw van mijn moeder mij opbelde.

Alles begon toen ik een telefoontje kreeg van de buurvrouw van mijn moeder.
Marloes, hallo.
Goedemiddag, mevrouw Van Dijk, antwoordde ik, ietwat verbaasd.
Hoe is het met jullie? Hoe gaat het met de kinderen? vroeg ze vriendelijk door.
Alles goed hoor, dank u, antwoordde ik, terwijl ik een lichte onrust voelde opkomen.
Het leek me sterk dat de buurvrouw zomaar even voor een praatje zou bellen. Mijn gevoel bleek juist.
Marloes, wanneer heb je je moeder eigenlijk voor het laatst opgezocht?
Een golf van schuldgevoel spoelde over me heen. Zuchtend moest ik toegeven: we woonden al langere tijd niet meer samen. Sinds mijn zoon op de basisschool zit, draait mijn leven om schooltijden en werk.
s Ochtends ontbijt voor iedereen, dan de kinderen naar school brengen, en vervolgens de hele dag werken. Aan het eind van de dag rennen naar de supermarkt en dan snel naar huis waar het avondeten alweer op me wacht: koken, de boel opruimen, huiswerk nakijken
s Avonds ben ik vaak zo moe dat ik als een vaatdoek op de bank plof. Bezoekjes schieten er gewoon bij in. En in het weekend zijn er weer andere klussen: het huis poetsen, wassen, strijken en hopelijk nog een beetje tijd voor mezelf.
Nee, het kwam er zelden van om naar mijn moeder te gaan, ik geef het eerlijk toe.
Al een tijd geleden, mevrouw Van Dijk, bekende ik enigszins beschaamd. Ik wilde eigenlijk zaterdag gaan
Is je moeder je laatste tijd niet opgevallen, een beetje anders? vroeg ze ineens op serieuze toon.
Wat bedoelt u? vroeg ik gespannen.
Nou ja, merk je niets vreemds aan haar? Iets in haar gedrag?
Nee, eigenlijk niet, zei ik, terwijl mijn hartslag omhoog ging. Waarom vraagt u dat?
Joh, Marloes, ik weet niet of ik het moet zeggen hakkelde mevrouw Van Dijk. Het is misschien niet mijn zaak
Alsjeblieft, zeg het gewoon, smeekte ik, terwijl mijn fantasie al met me aan de haal ging.
Ik denk dat je moeder het een beetje kwijt is op haar oude dag, floepte ze eruit.
Och kom nou, zei ik verontwaardigd. Waar baseert u dat op?
Ze heeft een man in huis gehaald! Ze heeft gewoon een relatie!
Dat kan toch niet! barstte ik in lachen uit. Mijn moeder is ruim zeventig, die tijd is toch wel geweest!
Je weet maar nooit, lieverd, klonk het gekwetst. Ik zeg het zoals het is: ik heb het van haar zelf gehoord!
En ze stak meteen van wal:
Gisteren sprak ik haar nog op straat. Ze liep zo gehaast, ik moest haar zelfs roepen. Ze zei: Sorry, Ellen, ik heb haast, ik moet nog vis kopen. Denk je dat ik beter kabeljauw of koolvis kan nemen? Dus ik zeg: Tineke, jij houdt toch helemaal niet van vis. Waarop ze zei: Niet voor mezelf, voor Willem! Die vindt het heerlijk. Helemaal stralend was ze!
Tja stamelde ik, misschien gewoon een kennis, terwijl ik wanhopig probeerde me een Willem uit het vriendenkringetje van mijn moeder voor de geest te halen maar het lukte niet.
Een gewone kennis? Welnee! Het is echt haar minnaar! zei mevrouw Van Dijk overtuigd.
Ze heeft m gewoon van de straat geplukt en woont nu bij haar in haar appartement, kun je je dat voorstellen? Straks is het een zwerver, een ex-crimineel, een alcoholist of erger Zon figuur in huis, in deze tijd!
Totaal van slag kreeg ik geen woord meer uit mijn mond. Mevrouw Van Dijk ratelde gewoon verder.
Jawel, hoor! Ze vertelde het zelf: Ik liep over straat en daar lag-ie, kletsnat in een plas, en hij keek me zo smachtend aan. Toen ik hem riep, stond hij meteen trots op. Een echte heer! Thuis gekomen heb ik hem gewassen, hij bleek prachtig te zijn Nou, Marloes, ik zou toch maar gaan kijken wat daar aan de hand is! En niet te lang mee wachten.
Dank u, wist ik uit te brengen, waarna ik het gesprek beëindigde.
Na het telefoontje stond ik te trillen op mijn benen. Mijn verbeelding sloeg op hol. Zat mijn moeder nu echt thuis met zon verlopen dronkenlap? Gelukkig kwam mijn man bijna thuis zodat we meteen een familieraad konden houden.
Mijn moeder heeft een vriend genomen, flapte ik eruit.
Zijn naam is Willem, en ik vertelde alles wat ik had gehoord.
Mijn man leek even van zijn stuk, maar zei toen hoopvol:
Die oude roddeltante verzint vast weer wat! Heb je je moeder al gebeld?
Nee, gaf ik wat gegeneerd toe.
Laten we dat dan eerst maar doen. Misschien valt het mee allemaal.
Ik belde meteen, op luidspreker.
Hoi, mam, begon ik, zodra ik haar stem hoorde.
Marloes! Wat gezellig.
Ben je alleen, mam?
Nee, hoorde ik haar lach. Ik zit hier gezellig met Willem.
Mijn hart zonk. Dus het was toch waar!
Waar heb je hem ontmoet? vroeg ik, mijn stem trilde.
Ach, het is zon verhaal lachte mijn moeder ongegeneerd. Ik vond hem op straat. Helemaal nat en verloren, hij keek me zo zielig aan. Ik kon hem toch niet laten liggen? Nu heb ik tenminste weer wat leven in huis, een man in huis, wie had dat gedacht!
Hij haalt de gekste streken uit, je zou eens moeten komen kijken!
Ik liet me uitgeput op de stoel zakken. Zou ze dan écht niet lekker zijn?
Mam, dat kun je toch niet maken. Je kunt toch niet zomaar iemand in huis nemen!
Marloes, schaam je! We zijn verantwoordelijk voor wie we tam maken, weet je nog? Jullie komen zelf zo weinig, en het is best eenzaam. Nu heb ik weer een doel in het leven!
Dus Willem blijft, en geen gezeur! en ze hing op.
Mijn man stond resoluut op.
We gaan NU naar je moeder!
Nerveus sprong ik op, trok in de haast mijn jas verkeerd aan, mijn man zat me op de hielen.
Je moeder is veel te goedgelovig. Stel dat het een oplichter is! Gaat voor haar appartement, de boef! Willem, je verzint het niet. Die ga ik eens flink bekijken!
Na een dolle rit door Haarlem parkeerden we voor haar flat. Mijn man haalde een koevoet uit de achterbak en woog hem onzeker.
Wat ga je met dat ding doen? vroeg ik geschrokken.
Je weet maar nooit wie je aantreft, bromde hij. Misschien wil Willem niet vertrekken.
Alsjeblieft geen gedoe, smeekte ik, met wild scenarios in mijn hoofd.
We stapten binnen, mijn man riep:
Waar is-ie?!
Die ligt lekker in de fauteuil te slapen, zei mijn moeder beduusd. Waarom deze haast allemaal?
Mijn man stormde naar de woonkamer, ik erachteraan.
Daar lag hij, breed uit, op de stoel: een forse rode kater! Zodra we binnenvielen, stond hij op, sloeg zijn dikke staart om zich heen en miauwde diep.
Maak kennis met mijn Willem, zei mijn moeder stralend.
Maar dat is gewoon een kat! riepen wij in koor.
Natuurlijk, wat hadden jullie dan gedacht? schaterde mijn moeder toen ze onze gezichten zag.

Sindsdien probeer ik de boel iets vaker in perspectief te zien en niet meteen in paniek te raken. Soms zijn dingen precies zoals ze lijken en soms is Willem gewoon een kat, en geen gevaarlijke indringer.

Please rate
Bagattia News
Het begon allemaal toen de buurvrouw van mijn moeder mij opbelde.