Het begon allemaal toen de buurvrouw van mijn moeder mij belde.

Het begon allemaal toen ik gebeld werd door de buurvrouw van mijn moeder.
Marloesje, hoi!
Goedemiddag, mevrouw Van Dijk, zei ik verbaasd.
Hoe gaat het met jou? En met de kinderen? ging ze verder.
Alles gaat zn gangetje, dank u, antwoordde ik, maar ik voelde de spanning al een beetje.
Want mevrouw Van Dijk belt niet zomaar om even bij te kletsen. Mijn voorgevoel klopte precies.
Marloes, wanneer ben je eigenlijk voor het laatst bij je moeder langs geweest?
Die vraag drukte meteen op mijn geweten. Ik zuchtte diep. We wonen al een hele tijd niet meer bij elkaar in huis. Sinds Maarten naar de basisschool gaat, ren ik de hele dag in het rond als een kip zonder kop.
s Ochtends ontbijt maken, iedereen aankleden, Maarten snel naar school brengen en dan werken tot ik erbij neerval. Na het werk direct door naar Albert Heijn, hop boodschappen doen en thuis gauw koken. Dan moeten we nog eten, afwas doen, en huiswerk checken met Maarten. s Avonds ben ik gesloopt; ik voel me een uitgeknepen sinaasappel, echt waar. En in het weekend zijn er alweer honderd andere dingen te doen.
Stofzuigen, was draaien, strijken, en graag ook nog even een beetje bijkomen Dus eerlijk is eerlijk: het komt er gewoon nooit van om bij mama langs te gaan.
Het is al even geleden, mevrouw Van Dijk, biechtte ik op. Wilde wel gaan, maar ja, je weet hoe het gaat. Zaterdag stond op de planning…
Is je moeder je niet wat vreemd voorgekomen? vroeg de buurvrouw zachtjes.
U bedoelt? reageerde ik, licht gespannen.
Nou ja, deed ze niet een beetje raar de laatste tijd?
Uhm, nee, voelde ik het koud worden vanbinnen, niets bijzonders hoor. Waar wilt u naartoe?
O, Marloes, ik weet niet hoe ik het moet zeggen stamelde ze ongemakkelijk. Misschien moet ik me er helemaal niet mee bemoeien…
Wat is er, in hemelsnaam?! riep ik, mijn fantasie sloeg al op hol.
Jouw moeder is aan het doordraaien, gooide mevrouw Van Dijk eruit.
Sorry?! zei ik verontwaardigd. Hoezo dat nou weer?
Ze heeft een kerel gevonden! Ze heeft gewoon een vriend!
Dat meen je niet! lachte ik opgelucht. Mam is dik in de zeventig, wat voor vriend moet die nou krijgen?!
Zeg dat niet, meisje, klonk het een beetje beledigd, je moeder heeft het me zelf verteld!
Een minnaar?
Nee joh, gewoon je moeder! Ze vertelde het allemaal gisteren, je gelooft je oren niet.
Ze stormde me gisteren op straat bijna voorbij. Ze had zon haast dat ze me niet eens zag. Ik riep haar nog: Sorry, Hanneke, waar moet je zo vlug naartoe? Zegt ze: Sorry, Anja, ik moet nog vis halen. Wat vind je, is kibbeling lekkerder of kan ik beter kabeljauw nemen? Nou, ik viel bijna achterover. Hanneke, je lust toch geen vis? zeg ik. Zegt zij: Ja, maar ik haal het voor Bas. Die is er gek op! Helemaal glunderend, snap je nu?
Nou en… mompelde ik, misschien is Bas gewoon een kennis van haar, ondertussen probeerde ik wanhopig tussen haar kennissen een Bas te bedenken. Maar niemand met die naam kwam me te binnen.
Kennis? Kom nou toch, Marloes! Dat is haar vriend honderd procent! zei ze zelfverzekerd.
En het wordt nog beter: ze heeft hem van de straat geplukt! Nu woont die Bas dus bij haar, kun je je dat voorstellen? Wat nou als het een zwerver is, of een oplichter, of erger nog Je weet zelf in wat voor tijden we leven! Wat voor normale kerel ligt er nou op straat rond te zwerven?!
Ik was zo van mijn stuk dat ik even niks kon zeggen. Maar van Dijk tetterde vrolijk door.
Ja, ja! Luister goed. Hanneke zei zo: Ik liep door de straat en daar lag ie, helemaal natgeregend in die plas. Alleen zijn ogen knipperden nog. Maar toen hij mij zag, kwam hij overeind keek me recht aan, een echte vent. Nou, ik heb hem meegenomen, in bad gestopt, schoongemaakt, en het is zon knapperd Dus, Marloes, ik zou als ik jou was even gaan kijken wat er precies aan de hand is.
Bedankt, wist ik er met moeite uit te persen, en ik hing op.
Stomverbaasd bleef ik achter. Mijn hoofd sloeg op hol. Ik zag het al voor me: mijn moeder sjouwend met een bedelaar. Getver! Ik wachtte met trillende handen tot Paul, mijn man, thuiskwam zodat ik familieberaad kon inroepen.
Mijn moeder heeft een vriend, vertelde ik hem recht voor zijn raap.
Hij heet dus Bas, en ik vertelde alles wat mevrouw Van Dijk me had toevertrouwd.
Paul keek me met grote ogen aan. Toen hoopvol:
Ach meid, waai je niet teveel mee met die oude roddeltante? Heb je je moeder al gebeld?
Nee, gaf ik eerlijk toe.
Nou, waar wacht je op? Misschien is het allemaal onzin.
Ik pakte zo snel mogelijk mijn telefoon en zette de luidspreker aan.
Hoi, begon ik toen ik mamas stem hoorde.
Ha Marloes! Hoe gaat het daar?
Mam, zei ik voorzichtig, zit je alleen?
Nee hoor, ik hoorde haar gelukkig giechelen, ik zit hier met Bas.
Mijn hart sloeg een slag over. Dus toch!
Waar heb je hem dan gevonden? probeerde ik kalm te blijven.
Ach joh, moet je horen… vertelde ze zonder schaamte. Ik vond hem op straat. Helemaal drijfnat, zielig, helemaal alleen. Ik kon hem niet laten liggen, ik kreeg zon medelijden. Nu is het nooit meer saai thuis. Eindelijk weer een kerel in huis, haha! En je moest eens weten wat hij allemaal uitspookt
Ik zakte uitgeput op een stoel. Is mijn moeder nou écht zo de weg kwijt?
Mam, je kunt toch niet zomaar iedereen van de straat mee naar huis slepen?!
Marloes, wat zeg je nou? Je vergeet zeker wat de vos tegen de kleine prins zei: Je bent verantwoordelijk voor wat je tam maakt. En trouwens, jullie komen nooit eens langs. Nu heb ik tenminste gezelschap en weer iets om voor te zorgen. En Bas blijft, punt! en ze hing op.
Paul ging resoluut rechtop staan:
Dit laten we niet zomaar gebeuren. Trek je jas aan, we rijden naar je moeder!
Ik rende zenuwachtig door het huis, mijn jas zoekend, Paul er hijgend achteraan.
Je moeder is veel te goed voor deze wereld! Ze trapt overal in. Stel het is een oplichter, misschien aast hij op haar huis! Bas, kom op zeg! Straks zie ik die Bas wel
Een half uur later scheurden we richting haar flat in Amersfoort. Paul haalde eerst nog uit de kofferbak een koevoet en woog hem in zijn handen.
Wat moet je daar nou mee!? vroeg ik geschrokken.
Voor het geval dat Bas niet vrijwillig vertrekken wil, bromde hij.
Nee, géén geweld, beloof het, smeekte ik, met allerlei doemscenario’s in mijn hoofd.
We stapten het huis binnen. Paul riep ongeduldig:
En? Waar is-ie?!
In de woonkamer, op mijn stoel, antwoordde mijn moeder verbaasd. Wat komen jullie ineens doen?
Maar Paul stoof al de kamer binnen en ik er achteraan.
En daar, pontificaal in mijn moeders stoel lag een dikke, oranje kater, uitgerold als een vorst. Toen we de kamer in kwamen stormen, ging hij rechtop zitten, draaide zn pluizige staart om zn poten en miauwde diep.
Dit is dus mijn Bas, glimlachte mijn moeder vrolijk terwijl ze achter ons binnenkwam.
Maar het is gewoon een kat! riepen we verbaasd uit, allebei tegelijk.
Ja, een kat, wat dacht je dan? lachte mama, genietend van onze verbijsterde gezichten.

Please rate
Bagattia News
Het begon allemaal toen de buurvrouw van mijn moeder mij belde.