– Dankjewel, lieve Heer! Eindelijk oma ademde zwaar, maar haar gezicht straalde pure vreugde uit. Met haar dunne, warme handen streek ze zacht langs het gezicht van haar kleinzoon, waarna haar handen meteen weer op de deken vielen.
– Kom op oma, probeer wat te rusten, – stelde Jurre gerust. Morgen hebben we een hele dag samen, dan kunnen we praten tot we erbij neervallen.
– Nee, Jurre, oma glimlachte weemoedig. Ik heb God maar om één ding gevraagd: dat ik jou nog zou zien. Meer heb ik niet nodig ik heb je gezien, kunnen vasthouden Nu even mijn ogen dicht en straks kletsen we verder. Ze sloot moe haar ogen. Nel, geef die jongen iets te eten, die komt van ver.
Het ging niet goed met oma. Ze wist best dat haar tijd bijna op was. Jurre Dat was haar enige familie, net zoals zij die van hem was. De ouders van Jurre waren allang opgegaan in de mist van het leven, eerst bezweken aan die verdomde drank, daarna alles opgemaakt: spullen, meubels, hun huis. Zijzelf waren de laatste die eraan onderdoor gingen. Oma had gelukkig haar kleinzoon op tijd kunnen redden van de ondergang, hem door school heen geloodst, hem leren autorijden en vrachtwagenrijbewijs gehaald, en hem uitgezwaaid naar militaire dienst. Nu, vandaag, zag ze hem eindelijk terug. Niet zoals ze had gehoopt, maar je kiest het leven nu eenmaal niet altijd.
Terwijl Nel al jaren de buurvrouw en omas beste vriendin Jurre in de keuken volstopte met eten, dacht oma met gesloten ogen na over wat ze ging zeggen. De juiste woorden vinden, zodat ze recht in hart en hoofd zouden landen. Haar geheugen liet haar soms in de steek. Ze aaide ondertussen Poekie, haar geliefde grijze kat, die haar al dagen niet van de zijde week, alsof het onheil voelde aankomen. Uiteindelijk riep oma zachtjes:
– Jurre, kom eens even. Toen hij op de rand van het bed kwam zitten, begon ze: – Wat had ik graag je kindjes nog vastgehouden, Jurre, maar dat zit er denk ik niet meer in. Je blijft alleen over nu jongen, en alleen is het zwaar. Als je een fijn meisje tegenkomt hou haar vast, kies met je hart, voor het leven, ook als het moeilijk gaat. Want makkelijk wordt het nooit, geloof me nou maar. Laat je niet verleiden tot luieren en domme lol, en al helemaal niet tot drank. Eén iemand die daaraan begint, en alles en iedereen eromheen lijdt eronder. Je hebt genoeg wegen te kiezen in het leven Jurre, kies de goeie. Oma zuchtte even diep, misschien dacht ze aan Jurres ouders. Maar ze herpakte zich en ging verder: Ik heb het huis op jouw naam gezet dan kun je daar later met je vrouw gaan wonen. Geld voor mijn begrafenis heb ik opzij gezet, Nel laat je weten waar het ligt. De rest heb ik naar je bankrekening overgemaakt, daar red je het wel een tijd mee. En Poekie Wil je goed voor haar zorgen? Niet alleen laten hè. Ze is slim en trouw, dat weet je wel, je hebt haar als klein katje van straat gehaald Tja, dat was het wel. Ga maar, ga ook maar slapen, ik doe hetzelfde, ben moe nu.
De volgende ochtend werd oma niet meer wakker.
Jurre vond een baan als monteur van glasvezelnetwerken via vrienden. De ploeg bestond uit zes Nederlandse jongens die het druk hadden met kabels trekken en nieuwe huizen aansluiten. Aan het eind van de werkdag was hij moe, maar het loon was netjes, en het gevoel van nuttig bezig zijn maakte veel goed.
Thuis wachtte Poekie altijd trouw een schattig grijs katje dat hij acht jaar geleden op straat gevonden had. Sinds oma overleed, was Poekie anders: at amper nog, zat de hele dag in omas oude fauteuil naar de deuropening te staren, als wachtte ze tot haar vrouwtje weer binnenkwam. Maar omas voetstappen kwamen nooit meer.
Jurre probeerde Poekie op te vrolijken, praatte tegen haar, knuffelde haar lang, vertelde over zijn dag, en probeerde haar met lekkere hapjes te verwennen. Pas na een maand begon ze voorzichtig wat te ontdooien.
Op een dag had Jurre zijn eerste salaris binnen. Zijn vrienden wilden dat hij uitgaf, een keiharde traditie bij hun ploeg als je dat niet deed, werd je als een gierige Hollander gezien. Jurre trakteerde op een rondje in het café en dronk zelf ook een beetje mee. Thuis kwam hij wat laat en aangeschoten binnen. Bij de deur zat Poekie hem op te wachten. Het leek alsof hij haar blik, groot en groen en alles begrijpend, liever ontweek. Jurre keek weg, maar Poekie bleef hem aankijken. Toen ze doorhad hoe het zat, mauwde ze droevig en kroop snel onder de bank.
– Poe Poekie, verontschuldigde Jurre zich. Ik kon mijn vrienden niet weigeren. Ze hebben toch voor me gezorgd, en het zijn ten slotte mn maten. Het voelde alsof hij zich eerder tegenover oma moest verantwoorden dan tegen de kat.
De dag erop zat Poekie gewoon weer bij de deur te wachten. Toen ze merkte dat het vandaag weer goed zat met haar baasje, was ze dolblij: ze wreef met haar kopjes langs zijn benen, sloeg haar staart om hem heen en spinde tevreden. Ze at eindelijk normaal en liep die avond overal met hem mee door het huis; s nachts kroop ze dicht tegen hem aan.
– Je snapt het allemaal hé, Poekie, fluisterde Jurre zacht, terwijl hij haar aaide. Maar je hoeft niet bang te zijn, ik ben volwassen nu, ik weet wat ik doe. Wankel wordt het pas als je aan de drank raakt Dat is in mijn bloed, snap je? Dus, misschien wordt het tijd om van baan te veranderen. Bij deze ploeg draait alles om zuipen. Altijd een reden: uitputting, kou, feestdagen zelfs de Dag van het Bierglas vieren ze. En altijd: Vrijdagavond. Ik sla vaak een rondje over, maar de jongens kijken al scheef naar me. Nee, tijd voor iets anders, maar wat? Eigenlijk wilde ik altijd chauffeur worden, de weg op, overal heen maar met mijn rijbewijs kom ik er nog niet. Voor een grote vrachtwagen is meer nodig
Die vrijdag zat Jurre met zijn vrienden in het café. Iedereen was los, want het was weer weekend. Jurre dronk keurig Spa rood en keek wat sip naar zijn dolgedraaide collegas.
Aan hun tafel liep een vrolijk ogend, jong meisje te bedienen. Zijn ploeg probeerde haar telkens gezellig te laten aanschuiven; op een gegeven moment pakte de voorman haar bij haar pols en trok haar ruw zijn kant op. Het meisje schrok enorm en probeerde los te komen, maar hij liet niet zomaar los hij had al een paar te veel op.
– Laat haar los. Jurre ging staan.
Het lawaai aan tafel verstomde meteen. Tegen de voorman ingaan, dat deed je niet! Door de verrassing verslapte diens greep, het meisje wist zich los te wrikken en ging, met ongeruste blik richting Jurre, een paar stappen terug.
Een conflict werd op tijd gesust door de eigenaar van het café een brede man in een smetteloze witte koksmuts met opgerolde mouwen. Zodra de ploeg hem zag, schoven ze snel richting uitgang, ieder met blikken vol ergernis richting Jurre.
– Ho, wacht even, jongen, hield de eigenaar Jurre tegen. Laat die gasten maar even naar buiten afkoelen. Hij keek Jurre vriendelijk aan. Waarom ga je eigenlijk nog met ze om? Je drinkt niet ik zie het, dus waarom zit je in dat gezelschap?
– Ze zijn collegas, zei Jurre schouderophalend. Je werkt samen, je chillt samen.
– Laat gaan, bromde de man, die zich voorstelde als Michiel. Noem je dat nou ontspannen? Zeker niet met zulke vrienden. Julie, meisje, breng ons eens een lekker kopje thee van jezelf. Kan ik ook even pauze nemen nu het rustig is.
– Is dat je dochter? vroeg Jurre, terwijl hij Julie nakeek.
– Jazeker, ze helpt me vaak als ze geen school heeft. Ze zaten samen aan een tafeltje, aan de Earl Grey uit een porseleinen theepot. Maar Jurre, als ik jou was, zou ik die baan anders snel opzeggen. Na vanavond gaan ze je niet meer laten zoals je bent, of erger, nemen ze je mee de drank in. Heb jij een rijbewijs?
– Ja joh, alles Al voor mijn diensttijd en tijdens t legerjaar alleen maar gereden. Ik droom ervan de weg op, vrachtwagenchauffeur worden. Maar wie neemt mij nou aan?
– Nog niet meteen, knikte Michiel, maar ik denk dat ik je aan iets kan helpen. Ik ken een paar goede jongens, echte chauffeurs. Maar eerst werken bij mij, dan zet ik je op de kleine vrachtwagen, moet je wel een paar bochten leren, maar dan zitten er af en toe ritjes met de bakwagen tussen. Van daaruit kun je verder, als je dat wilt.
– Echt? Jurre glimlachte. Michiel beviel hem met de minuut meer een grote, rustige en vriendelijke man. En nog vader van Julie, dat verdiende alleen maar respect. Nog voor Jurre iets kon zeggen, merkte Michiel dat hij Julie stiekem nastaarde.
– Julie, lief, ga je afronden? Dankjewel voor je hulp vandaag. Jurre, breng je haar even thuis? Met een lach zag hij hoe beide wangen van Jurre en Julie vuurrood werden.
***
Vijf jaar later, Jurre zat achter het stuur van een flinke vrachtwagen, midden in de winter. Nog een kilometer of dertig tot Tilburg, waar Julie, hun dochter Merel, en de oude Poekie op hem wachtten.
Aan de kant van de snelweg stond een man, zonder jas, bibberend in de kou.
Die is straks onderkoeld, dacht Jurre en stopte.
– Hé, de voorman? herkende hij hem meteen, toen de man naast hem instapte.
De ander keek Jurre aan met doffe ogen duidelijk weer lekker in de olie.
– Jij ook hier bromde de ander na een korte stilte. Ex-voorman, bedoel je. Van de ploeg is weinig over. Sommigen zijn dood, anderen werken losvast. Eén bevroren, een tweede verdronken, allemaal door de drank. Nog een, dood aan schoonmaakmiddel. Van de rest Ja, die zoek ik nu een beetje op, wanneer ik wat kan klussen.
Hij haalde een flesje goedkope spiritus uit zijn jas, nam een slok en haalde zijn schouders op. Maar kom op, het leven gaat door, toch?
Jurre zette hem af in het centrum en keek spijtig toe hoe hij wegliep, hoorde weer zijn oude stoere woorden terwijl hij schuddebolde.
Toen Jurre bijna thuis was, keek hij omhoog naar zijn flat. Het licht brandde in de keuken Julie was wakker, zat op hem te wachten. Misschien was Nel even langs geweest om te kletsen en Merel te verwennen. Of niet Merel sliep waarschijnlijk allang, in haar peuterbedje, onder de foto van oma. Daar vertelde ze haar kleine zorgen en avonturen aan. Geen antwoord, maar altijd een zachte, begrijpend glimlach van oma. En Poekie zat al op de vensterbank, starend in het donker. Ze merkte Jurre op, sprong meteen rechtop, zwiepte haar staart en verdween ongetwijfeld om haar baasje bij de deur op te wachten.
– Ik ben niet alleen, oma, fluisterde Jurre, terwijl hij naar zijn appartement keek. Iedereen is thuis, we zijn samen, en jij bent er ook bij. Dit is mijn weg.






