Een oud dametje uit Limburg neemt een Alabai-puppy in huis: de hond groeit op tot waakse beschermer, eet in een oogwenk een hele schaal leeg, krabt met zijn rug het tuinhek scheef en probeert zelfs met één ruk het dametje mee te sleuren.

Er was eens een oudere dame, mevrouw Jansen, die in een rustig dorpje ergens in Noord-Holland woonde. Na het overlijden van haar man besloot ze een Hollandse herder als pup te nemen. Ze noemde hem Brammetje. De hond groeide als kool en hield het huis en de tuin altijd stevig in de gaten. Hij at met gemak een grote schaal brokjes in één hap op, krabde zijn rug tegen de houten schutting totdat de planken ervan bogen, en probeerde zelfs een enkele keer in een blije bui mevrouw Jansen omver te trekken als ze langs zijn ketting liep. Zelfs een jonge hond moet zich af en toe vermaken.

Op een dag kwam aan alles een eind: mevrouw Jansen haalde de negentig net niet, haar tijd was gekomen. Niet door de hond, hoor gewoon omdat het leven soms zo loopt. En toen kwamen haar kinderen en kleinkinderen naar het huis, om haar spullen te regelen en afscheid te nemen van hun moeder en oma. Daar vonden ze Brammetje, nog altijd aan de ketting. Zijn blik zei genoeg: gasten zijn hier altijd welkom. Het is tenslotte niet elke dag dat er ineens allemaal mensen met zakken vol lekkers en traktaties langskomen.

Toen begon de grote vraag: wat te doen met Brammetje? In laten slapen vonden ze zielig. Maar erbij wonen durfde niemand. Loslaten in de polder zou gewoon niet kunnen. De wereld is op veel voorbereid, maar dit soort avonturen hoef je niemand toe te wensen. Uiteindelijk besloten ze om voor Brammetje een goed adres te zoeken. Een lief baasje. Eventueel wilden ze er zelfs geld bij doen alles voor iemand die dit grote, harige beest met liefde in huis zou nemen.

Na wat zoeken vonden ze Pieter, een man uit het naburige dorp, met altijd een zwak voor grote honden. Hij fantaseerde al jaren over het voeren van flinke porties vlees en lekker lang kriebelen met de hark achter de oren. Mensen kunnen rare dromen hebben. Tijd om een dierenarts te bellen.

De dierenarts werd erbij gehaald voor een goed doordacht plan: Brammetje zou een prikje slaapmiddel krijgen, zodat hij snel en veilig naar zijn nieuwe huis kon worden gebracht. Een kaarsje werd opgestoken en de familie maakte zelfs grapjes over of die voor de nieuwe eigenaar bedoeld was voor zijn gezondheid of voor het geval het mis zou gaan.

Op de afgesproken dag arriveerde de dierenarts met zijn geweer voor verdovingspijltjes. Stoere kerel, zon dierenarts. Met één schot raakte hij Brammetje, die meteen in slaap viel. Snel werd de ketting losgemaakt, de hond op een zeil neergelegd en voorzichtig richting auto getild.

Alles werd in de auto geladen; de achterbak stond open in directe verbinding met de rest van de wagen. De dierenarts zat ontspannen voorin, want wie moet er nu meer op zijn comfort letten dan de professional zelf? Pieter, de nieuwe eigenaar, reed. Achterin zat de hele familie, stilletjes onder de indruk. De sfeer was opgewekt maar een tikje gespannen.

Halverwege de rit begon Brammetje al wakker te worden. Zijn kop kwam moeizaam omhoog, zijn grote ogen keken nieuwsgierig om zich heen. Overal mensen, allemaal op kleine stoeltjes samengedrukt. De dierenarts had grote ogen, en Pieter durfde nauwelijks naar de weg te kijken. Het kon hem op dat moment weinig schelen dat hij achter het stuur zat.

“Nou, dit is interessant,” leek Brammetje te denken.

“Is er leven na de dood?” vroegen de mensen zich af.

Brammetje begreep meteen het doel van de reis en klom het interieur in, om dichter bij zijn nieuwe mensen te komen. Waarop Pieter in paniek probeerde het portier te openen om uit de auto te springen alsof hij vergeten was dat hij de bestuurder was.

Maar Brammetje deed wat honden doen: hij likte iedereen langs, van de familie tot de nieuwe baas en zelfs de dierenarts die hem zojuist had neergespoten. Want tenslotte zijn het allemaal mensen die in zijn buurt horen zelfs de dierenarts, die vanuit zijn eigen vak een soort rare dag had. Wat een vent!

En zo kwam de familie erachter dat hun angst voor een bloeddorstig monster nergens op sloeg. De rest van de reis zaten we nat: van boven, door al het hondenkwijl, en van onderen, omdat het moment waarop Brammetje wakker werd heel wat emoties teweegbracht.

Mijn tuin, het huisje van oma Jansen het zal nooit meer hetzelfde zijn. Maar ik heb geleerd dat wat je niet kent, je vaak meer angst inboezemt dan nodig, en dat liefde soms gewoon kwispelend, harig en enthousiast bij je binnenkomt, of je nu wilt of niet.

Please rate
Bagattia News
Een oud dametje uit Limburg neemt een Alabai-puppy in huis: de hond groeit op tot waakse beschermer, eet in een oogwenk een hele schaal leeg, krabt met zijn rug het tuinhek scheef en probeert zelfs met één ruk het dametje mee te sleuren.