Luister, ik moet je dit verhaal vertellen, het speelt zich zo typisch af in Nederland dat je het zo voor je ziet. Er was eens een oud dametje, zeg maar Trijntje van Dijk, ergens in een knus huisje net buiten Utrecht. Trijntje had een pup van een Hollandse herder genomen, je kent ze wel, flinke honden, altijd waakzaam bij de voordeur. Die hond groeide als kool, at binnen een oogwenk een emmer voer leeg, schuurde zo tegen de schutting dat de planken scheef kwamen te staan, en probeerde af en toe Trijntje te grijpen als ze langs haar eigen tuinpad liep. Zon jonge hond moet tenslotte zn energie kwijt, hè.
Uiteindelijk is Trijntje overleden nee, niet door de hond hoor, gewoon, oud geworden maar net niet de 90 gehaald. Haar kinderen en kleinkinderen kwamen meteen naar het huis om alles te regelen. En wat troffen ze daar? Aan een dikke ketting lag de trouwe Hollandse herder. Als blikken konden spreken, was het meteen duidelijk: eindelijk bezoek! Zo vaak komen er immers niet ineens een hele club mensen langs met allemaal lekkers en aandacht.
Ze moesten natuurlijk beslissen wat ze met die hond gingen doen. In laten slapen vonden ze zielig. Hem houden durfde niemand. Loslaten was ook geen optie, want zoveel ongeluk wilden ze het dorp niet bezorgen. Uiteindelijk besloten ze: het beest moest naar een liefdevol huis, desnoods met wat centjes extra een paar honderd euro, als ‘t moest. Alles voor wie dat harige monster wilde hebben.
Gelukkig was er een man, Willem Jansen, die altijd al zon flinke hond had willen verzorgen. Wat mensen toch allemaal willen, hè? Dus, dierenarts erbij gehaald.
Ze bedacht een plan: de dierenarts zou de hond wat slaapmiddel geven en dan snel naar Willem thuis brengen. Vergeet niet een kaarsje aan te steken voor Willem zn gezondheid, voor het geval dat. Je weet maar nooit.
Op de afgesproken tijd kwam de dierenarts aanzetten met zijn verdovingsgeweer. Je moet lef hebben om dat werk te doen! Met één injectie schoot hij de hond in slaap. Ketting los, op een oud zeil getakeld en zo richting auto.
Ze tilden de hond achterin, in de stationwagen waar nog wat stoelen omgeklapt moesten worden. De dierenarts nam plaats voorin professional first! Willem zat achter het stuur uit pure spanning. En achterin, tussen de bagage en de hond, zat de hele familie van Trijntje.
Ze kletsen wat in de auto, totdat de hond ineens wakker wordt. Tilt haar kop op, kijkt nieuwsgierig rond. Overal mensen. Zitten allemaal, kijken allemaal zo gespannen.
De dierenarts had ogen als schoteltjes. Willem ook, die keek zelfs niet één keer meer naar de weg. Duidelijk: rijden boeide hem nu niets meer.
“Wat een avontuur,” dacht de hond waarschijnlijk.
“Is er leven na de dood?” dachten de mensen.
De hond wurmde zich meteen naar de voorstoelen, hop, helemaal bij de mensen. Waarom wachten? Terwijl Willem de deur probeerde te openen om te vluchten die hond kon hem niets schelen, dat hij auto aan het rijden was. En wat doet de hond? Die likt iedereen helemaal af. De kinderen, de kleinkinderen, zelfs Willem ach, hij hoort er nu helemaal bij. En de dierenarts natuurlijk, hoewel hij haar nog maar net een spuit had gegeven. Mopperen op mensen heeft een hond nooit gedaan.
Zo kwam het dat de familie ontdekte dat het toch geen menseneter was. Ze zaten de hele weg druipend van boven tot onder van de kwijl van de hond na zoveel likken bovenop, van de spanning beneden.
Ach ja, mijn eigen volkstuintje het blijft een plek vol verhalen, hè?






