Een Lastig Mens

Mijn hemel, Joost! Wat ben jij toch een lastig mens! Jij maakt het zo ingewikkeld! Waarom kun je niet gewoon doen wat ik vraag?

De jonge vrouw die haar man vermanend toespreekt, straalt een schilderachtige schoonheid uit. Lange benen, diepblauwe ogen, en een figuur met zodanige proporties dat mannen hun nek verdraaien zodra ze de paden van het park naast het hotel betreedt.

Haar man daarentegen springt bepaald niet in het oog met zijn uiterlijk. Bijna een hoofd kleiner dan zijn vrouw en qua postuur lijkt hij op een klein vaatje. Lange armen, wat korte beentjes en een hoofd waar bovenin de haren al wat wijken. Het enige werkelijk aantrekkelijke aan hem zijn zijn ogen: levendig, pienter, alsof ze iemand tot op het bot doorzien. Dat maakt het des te opmerkelijker dat ze samen zijn: de wispelturige schoonheid en hij die alles over haar begrijpt

Ze doen denken aan Hephaistos en Aphrodite alleen draagt hij in plaats van een smidshamer bijna altijd hun kind op de arm.

Het kleine meisje lijkt zo op haar vader dat niemand zou twijfelen aan hun verwantschap. Van haar moeder heeft ze alleen die blauwe ogen en die weelderige koperrode krullen geërfd. Haar haar is zo uitbundig dat de moeder geen moeite doet om haar coupe te temmen; daarom raast de peuter van een jaar of vijf als een roodharige bliksemschicht door het hotel, af en toe omkijkend naar haar vader die haar probeert bij te benen.

Christina, als jij echt graag mee wilt op die excursie, ga dan gerust. Maar ik denk dat Katootje daar te jong voor is. We moeten ver rijden, het is bloedheet… Straks begint ze te huilen en te zeuren, en dan verpest het jouw hele dag. Dat weet je toch!

En waarvoor heb ik dan een man, Joost! Ik ben hier niet alleen! Zelfs in het hotel kan ik me nérgéns vertonen zonder lastiggevallen te worden boeit dat jou dan werkelijk niks? Laat het je totaal koud?!

De stem van Christina slaat over naar het theatrale. Kato klampt zich steviger vast aan haar vaders nek, haar neus in crook.

Wat zeg je nou, lieverd! Ik ben vreselijk jaloers op iedereen die je aankijkt! Joost glimlacht waterig en strijkt over zijn dochters haren. Zullen we samen wat anders verzinnen? Zin in een tochtje op de Vecht, of een duikcursus misschien? Noem maar op.

Ik wil naar de piramides! snauwt Christina en wendt haar gezicht af. Ga jullie maar wat anders doen. Dan ga ik wel alleen.

Het theater is perfect geregisseerd; Joost haalt zijn schouders op terwijl zijn vrouw, alles en iedereen vergetend, naar het zwembad vertrekt.

Aan dit gedrag van Christina is Joost inmiddels gewend geraakt. Hun huwelijk lijkt op dat van de meeste stellen in hun kring. Hij is succesvol, altijd aan het werk; zij is jong, mooi en vindt het niet onprettig aanbeden te worden.

Hoe Joost ooit tot de categorie van de ‘modieuze’ echtgenoten is gaan horen snapt hij zelf ook niet helemaal. Met vrouwen kon hij zelden goed overweg. Het had nooit aan zijn uiterlijk gelegen, eerder aan iets anders. Joost had moeite met vrouwen, tenzij ze collegas of zakelijke relaties waren. Dan was hij beleefd, onderhoudend, en beheerst charmant. Maar zodra hij verliefd werd, klapte hij volledig dicht, wist niet waar met zijn handen, wat te zeggen, en hoe de juiste indruk te maken. Dat werd zo ongemakkelijk, dat hij uiteindelijk zijn pogingen om een relatie op te bouwen staakte. Hij leefde voor zijn werk, bezocht af en toe zijn moeder die buiten de stad woonde, en legde zich erbij neer dat het vast zijn lot was: altijd single.

Zo nu en dan was er, zoals zijn moeder het noemde, iets voor de gezelligheid, en dat was zowat zijn enige afleiding.

Dat was zo gebleven, als zijn moeder Inès van der Plas niet besloten had dat haar zoon toch echt een gezin moest stichten.

Joost! Ik heb nu lang genoeg naar je gekeken. Je trouwt nooit uit jezelf! We hebben een koppelaar nodig!

Wie… wat? Joost, die op het terras van haar ruime woonboerderij van zijn thee met huisgemaakte bramenjam zat te genieten, verslikte zich en liet bijna de halve mok over zn colbert lopen.

Wat zonde van dat goeie jasje, concludeert Inès, terwijl ze haar zoon onderzoekend aankijkt. Je bent een prachtvent! Slim, beschaafd, goed terechtgekomen. Maar wie heeft daar nou iets aan, behalve ik? Niemand! Dat is niet eerlijk! Je hebt alles bereikt waar je leeftijdsgenoten slechts van dromen, maar gelukkig? Ben je niet. Ik ken die blik waarmee jij naar het kroost van Marieke kijkt. Niet dat Marieke geniaal is, maar als moeder is ze fantastisch. Ik houd ook van die kinderen, maar ik verlang ernaar mijn eigen kleinkind t op mijn arm te wiegen. Laat me eerlijk zijn: ik wil jou met een eigen kind zien. Pas dán proef je het ware geluk. Zo dacht je vader er ook over, trouwens. Het huis, de spullen, alles dat gaat ooit weer weg. Maar kinderen, die laten iets blijvends achter. Begrijp je?

Ja, mam. Maar wat moet ik met een koppelaar?

Want jezelf kies je nooit een vrouw! Dat kun je gewoon niet vergeef me de eerlijkheid, jongen. Je weet dat ik niet om de boel heen draai. Jij hebt geen flauw benul hoe je met vrouwen moet praten. Mijn fout, dat ik je dat nooit geleerd heb. Maar ik ga het nu goedmaken. En omdat ik zelf ook geen held ben op dit vlak, laten we het aan specialisten over. Hoppa, pen en papier erbij!

Wat?

Alles wat je zoekt! Omschrijf haar eens, je ideale vrouw.

Kom op, mam, doe niet zo belachelijk!

Helemaal niet! Geef hier! Dan doe ik het zelf wel. Zeg eens, welke kleur ogen?

Die avond blijven ze laat op het terras zitten. Joost snapt dat zijn moeder haar zin doorzet en antwoordt maar op haar vragen, terwijl hij denkt dat verhoor beter bij politie dan vrouwen past. Inès ontfutselt hem zelfs wat hij nooit had durven toegeven: geheime verlangens en angsten krijgen vorm op papier. En tot zijn verbazing leest hij een profiel waarvan hij twijfelt of zon vrouw wel bestaat.

Die bestaan helemaal niet.

Dat gaan we nog wel zien, lacht Inès, terwijl ze het blaadje inpakt.

Ze vindt hem een echtgenote: Christina. Uiterlijk klopt volledig. Maar Joost ontdekt al snel dat innerlijk niet aan het papier voldeed, en dat dat uitzoeken pas gaandeweg gebeurt in een huwelijk.

Hij beseft dat hun verbintenis vooral op een verstandshuwelijk lijkt. Blijkbaar is zon constructie niet eens ongebruikelijk. Christina heeft geen enkele ambitie om voor hem te koken of thuis te blijven. Alles draait bij haar om zichzelf. Zelfs in hun grote huis, dat Joost na hun huwelijk had gekocht, slapen ze apart omdat Christina vindt dat zijn gesnurk ondraaglijk is (of hij echt snurkt, weet hij niet, maar ach wat doet het ertoe? Voor haar zou hij alles geven).

Een kind draagt Christina resoluut niet willen. Maar omdat ze weet dat een kind ook onderdeel uitmaakt van het huwelijkscontract, vraagt ze een paar jaar uitstel.

Ik ben jong en heb nog niets gezien van de wereld. Jij zorgt toch dat we kunnen reizen, toch, lief?

Dat doet Joost. Ze reizen, genieten van het leven, en leren met elkaar te leven.

De komst van Kato brengt tijdelijk rust in huis. Joost is dolgelukkig en haast zich elke avond naar huis om met zijn dochter te zijn. Alleen dat Christina geen natuurtalent als moeder is, blijft een teleurstelling.

Ik ga haar niet voeden! Daarna mag ik dan weer onder het mes om alles strak te trekken zeker? Vergeet het. Neem maar een fles of een voedster. Zoveel kinderen zijn daar groot van geworden, jij zeker ook; je moeder zei me dat je op de fles groeide. Zie je wel: je bent uitstekend geworden! Geen probleem dus!

Geen moederhart dat Christina overhaalt. Kato knabbelt tevreden aan haar flesje, Joost zoekt intussen een oppas.

Ik word gek zo! De hele dag tussen vier muren met een krijsende baby wat een ellende! Jij bent weg naar je werk alsof het niks is! Jij onder de mensen, ik hier in mijn eentje. Straks krijg ik nog een depressie, zucht Christina.

Maar wanneer Joost daadwerkelijk een oppas regelt, mengt haar moeder, Gerda, zich in de discussie.

Waarom? Jouw moeder kan niet helpen omdat ze lesgeeft, maar ik wil best oppassen op mijn enige kleindochter. Wat moet een wildvreemde in huis?

Joost zegt volmondig ja op haar aanbod; dat wordt de eerste serieuze ruzie met Christina.

Waarom moet mijn moeder ineens hier rondhangen?! Gaat ze me voorschrijven hoe ik moet leven? Jij bedoelde toch dat jíj wilde helpen! Joost… waarom ben jij zo zwaar?! Je houdt niet van me!

Jawel. En van mijn dochter ook! Jij geeft niets om haar. Laat haar dan op zijn minst één iemand hebben naast mij die van haar houdt!

Daar is geen woord aan gelogen. Christina vindt het moederschap niet boeiend; haar zorg beperkt zich tot dure kleding, het mooiste kinderspeelgoed en een stijlvol ingerichte kinderkamer waarover ze tegen haar vriendinnen pocht. In werkelijkheid slaapt Kato eigenlijk vanaf haar geboorte bij Joost op de kamer: haar eigen bedje, kastje met kleding, en een la vol favoriete speelgoed.

Ik hou van mijn kindje! Op mijn manier. Christina huilt voor het eerst sinds hun trouwdag tranen met tuiten, maar Joost blijft koel.

Jouw moeder blijft. Zolang ik thuis werk, zorgt zij voor Kato. Zodra jij besluit dat je het zelf wilt doen, kijken we hoe we het oplossen. Tot die tijd blijft het zo.

Christina bedenkt zich: een slechte vrede is beter dan een mooi gevecht, en haar moeder is wel de minste van twee kwaden als ze daardoor vrijheid krijgt.

Gerda trekt bij hen in; Kato krijgt naast haar vader nog een heel universum bij. Natuurlijk kent ze haar moeder, ze verdraagt haar tien minuten op schoot als er bezoek is, maar zodra de kans zich voordoet, vlucht ze naar haar vader of oma. Alleen daar twijfelt ze niet aan liefde.

Zo kabbelde het leven voort. Kato groeit op. Ze gaat naar de balletschool, dan naar een particuliere crèche, gebracht door Gerda. Met haar ouders reist ze half Europa af. Hotels en vliegtuigen zijn gewoon. Want wie er altijd is? Haar vader haar rots.

Op deze vakantie echter, loopt het ineens anders. Kato voelt zich niet lekker, krijgt koorts, klaagt over hoofdpijn.

Nou, dat is dan ook meteen mn hele vakantie naar de knoppen! mopper Christina, ijsberend in hun kamer, in verwachting van de dokter die Joost heeft laten komen.

Heb je nou werkelijk geen ander besef? Je kind is ziek!

Het is gewoon een kindergriepje! Had ze minder ijs moeten eten, daar had ik je voor gewaarschuwd! Je doet alles voor haar, en nu zitten we ermee! O vader van het jaar! Wat nu?

Afwachten wat de dokter zegt.

Joost spreekt zo kalm, dat Christina zwijgt.

Alright dan. Jij altijd meteen zo fel.

Maar de arts vindt niets verontrustends.

Oververmoeid. Rust, genoeg slapen, komt goed.

Joost knikt, maar zodra de dokter vertrekt, zegt hij: We gaan terug naar huis.

Hè, waarom dan?! De dokter zegt toch dat er niets aan de hand is!

Maar zijn oordeel is niet alles. Dit zit me niet lekker. Een kind van vijf met hoofdpijn, dat hoort niet. Ze zegt nu zelf precies wat ze voelt. Geen discussie. We vliegen naar huis. Pak je spullen.

Onderzoek in het UMC in Utrecht toont aan dat Joost terecht ongerust was. De wereld staat even stil.

Ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Kato voelt zich niet beter, maar het wordt ook niet erger; dat is alvast winst. Joost zet alles stop, is dag en nacht bij zijn dochter, gaat alleen naar huis voor een douche en schone kleren. Christina blijft ook, maar artsen merken dat ze geen idee van haar dochter heeft; alleen Joost kent elk detail. Men denkt dat Christina veel verdriet heeft, dus storen ze haar niet met vragen. Alles loopt via Joost.

De waarheid is echter schrijnender.

Christina maakt zich niet heel druk. Ze ziet dat artsen hun best doen en ze weet: hier kan zij niets aan veranderen. Ze mist haar vrijheid, haar oude leven. Ze walgt van ziekenhuisgeur, ook al is alles de beste zorg die Joost zich kan veroorloven.

Het breekpunt komt wanneer ze hoort dat Joost hun huis wil verkopen.

Waarom Joost? Heb je zo weinig geld?

Ja.

Zijn antwoord is kalm, zeker, en dat maakt haar sprakeloos.

Maar hoezo?! Je had toch…

Ja, ik had veel geld. Ben je daarvoor al die tijd met me samen geweest? Had, ja. Maar nu niet meer. De behandeling van Kato is duur. Ze heeft een operatie nodig en die kan enkel in het buitenland. Dat kost nu eenmaal veel. Dus alles gaat de verkoop in: huis, zaak, alles. Ik doe wat nodig is voor haar gezondheid.

En ik dan? Wat moet ik…?

Christina huilt, beseffend wat er komen gaat. Eigenlijk weet ze het al.

Jij? Je lijdt, dat zie ik echt wel. Daarom geef ik je de vrijheid. Je krijgt voldoende om van te leven, de auto, je appartement in Amsterdam houd je. Maar je moet wel minstens een paar keer per week naar het ziekenhuis komen, en met ons mee als we naar het buitenland gaan. Wat je verder ook bent je bent haar moeder. Ze heeft je nodig, hoe egoïstisch je ook bent. Probeer ten minste iets van compassie te tonen! Doe alsof het je raakt!

Voor het eerst barst Joost uit, hard en zonder zichzelf of haar te sparen. Hij is bang. Verschrikkelijk bang. Zijn hele leven ligt nu in die ziekenhuiskamer, naar wie ze staan te ruziën. Alles wat hem overeind houdt, ligt daar met een infuus in haar arm, knuffel stevig tegen zich aan. Joost weet: het enige dat hem nog met Christina bindt is hun kind.

Genoeg nu. Ga je opfrissen en durf Kato niet bang te maken! Ze moet kalm blijven, begrepen? Je krijgt alles wat je wilt maar nu werk je daarvoor! Vooruit, Christina! Laat mij je geen tweede keer waarschuwen.

Wat is veranderd in deze kleine, wat onhandige man die Christina altijd zo neerbuigend aankeek? Zou iemand het haar vragen, dan weet ze geen antwoord. Plots lijkt Joost reusachtig, breed, als een rots waar alles tegen te pletter slaat, met daarachter veiligheid voor wie het zoekt…

Zwijgend loopt ze naar de gang om zich fatsoenlijk te maken en merkt niet hoe Joost de kamer binnenstapt; Katos rode krullen bewegen op het kussen.

Papa…

Gerda, die naast haar bed zit, staat op, haar boek in de hand, en krijgt haar blik niet omhoog. Ze wenkt Joost naar de gang.

Joost, als ik mag blijven…

Hoezo, Gerda? Je hoeft het niet eens te vragen! Joost zucht en drukt zijn schoonmoeder tegen zich aan. Bedankt. Zonder jou had ik het niet gered.

Ik schaam me zo, jongen… Het is allemaal mijn schuld. Niet goed opgevoed, niet opgelet ze leek zon schitterend, slim meisje, wist altijd hoe ze zich moest gedragen… Nu is ze onherkenbaar. Of was ik blind? Waar ging het mis…?

Tja, had ik het geweten We hebben allemaal steken laten vallen. Maar toch, houdt ze nou echt niet van Kato? Jij was een voorbeeld als moeder. Hoe zorg ik dat ik dat bij Kato goed doe?

Probeer de schade alvast te beperken, Joost, Gerda slikt haar tranen en strijkt haar haren glad. Zo, nu geen dramas meer, goed? Kato voelt alles aan en als jij verdrietig bent, trekt zij een scene. Das niet goed. Ik breng haar zo naar bed. Zou jij wat ijsjes kunnen halen? Ze heeft slecht gegeten. Misschien krijgt ze daar zin in. En gun Christina tijd. Wie weet… Ik geef de hoop niet op.

Twee maanden later wordt Kato geopereerd. Inès stopt met werken en reist mee als steun. Een halfjaar later keren vader en dochter terug met de twee omas; Christina blijft in Zuid-Europa.

Twee jaar revalideren volgt Hoop flakkert op, dooft bijna, laait weer op maar dooft nooit volledig uit, tot de arts na jaren eindelijk zijn bril afzet, zich even in de neusbrug wrijft en tegen Joost glimlacht:

U hebt het geflikt…

Het leven stokt opnieuw, denkt even na, kiest een nieuwe route en loopt steviger door.

Christina verschijnt weer op Katos vijftiende verjaardag. Nog steeds elegant en aantrekkelijk, kust ze Gerda op de wang, knikt naar Joost, en loopt recht door naar het feestgedruis bij de klasgenoten van Kato.

Dochterlief…

Dezelfde blauwe ogen als die van haar moeder glijden onderzoekend over haar gezicht.

Mam…

Christina hapert, probeert zich uit te leggen in woorden die alleen voor haarzelf zin hebben, maar Kato snijdt haar af.

Niet nu, mam. Echt, het komt later wel.

Maar ik wilde…

Ik weet het. Later.

Kato, alsjeblieft…

Goed. Kom mee.

Kato knikt naar de gasten en neemt haar moeder mee naar het kantoor van Joost. Ze trekt het gordijn dicht, ploft op de vensterbank en haalt haar schouders op:

Ik luister.

Jemig, wat lijk jij op je vader…

Wat bedoel je? Ook zo moeilijk?

Dat bedoelde ik niet…

Nou, ik wel. Weet je, wat ik zo bijzonder vind? Degene die jij altijd te min vond, die je hebt gekwetst en verlaten, heeft nooit één slecht woord over jou gezegd. Echt niet! Hij bracht nooit een andere vrouw in huis om mij te sparen. Zelfs scheiden deed hij niet. Hij herhaalde altijd: Je hebt een moeder. Terwijl jij er feitelijk nooit was. Weet je wat ik nog meer wil zeggen, mam?

Wat dan? Christina fluistert bijna naar het meisje op de brede vensterbank. Ze is allang geen kind meer. Haar stem klinkt krachtig, bijna als die van Joost als hij boos was; Christina weet: zeg nu iets verkeerds, dan is er voorgoed een breuk.

Die zware man van jou heeft mij geleerd te vergeven. Hij zei altijd: Kato, laat het slechte niet je hart verpesten. Of ik dat kan weet ik niet. Maar ik ben zijn dochter. Wat ik begin, maak ik af. Ook dit: ik weet niet of ik je zal kunnen vergeven. Ik herinner me je bijna niet. Ik mis je niet, ik heb alles wat ik nodig heb bij papa en mijn omas gevonden. Je bent geen noodzaak in mijn leven. Maar, omdat papa dat wil, geef ik het een kans. Bewijs jij maar dat een moeder echt onmisbaar is.

Wie was ik dan wel?

Dat mag je zelf invullen; pop, mooie verschijning, leeg omhulsel… Klinkt het hard? Tja. Ik herinner me vooral dat ik in het ziekenhuis bij omas slaapliedjes insliep, jouw hand nooit vasthield, altijd die van papa voelde. Ik weet nog hoe kaal ik werd na de chemo, hoe oma Gerda moest huilen en oma Inès me een foeilelijke roze hoed bracht waarop we moesten lachen tot ik bijna in bed plaste. Jij was er niet bij. Ik weet nog dat ik pas op mijn zevende naar school ging, een jaar later dan de rest. Hoe moeilijk ik het had, de omas me hielpen met huiswerk papa was altijd laat thuis van werk. Dat oma Gerda voor mij een tutu naaide en een zwaankroon kocht, al wist ze dat ik nooit op het podium zou staan. Ik danste thuis, voor hen, en kreeg applaus luid genoeg voor heel het Concertgebouw. Dat oma Inès me schildermateriaal bracht, en dankzij haar ben ik nu met mijn kunst een prijswinnaar zie dat schilderij daar, dat is van mij. Maar jij… je was weg.

Maar schat, ik ben er nu toch…

Waarom ben je hier?

Om toch samen te zijn…

En waarom geloof ik je niet? mijmert Kato, tekenen makend op het raam. Beneden kijkt Joost naar haar. Ze zwaait en draait zich nog even naar haar moeder toe. Jij weet het niet, ik weet het ook niet. Dus laat ik het maar rusten. Bewijs maar of je echt nodig bent in mijn leven. Tot die tijd: welkom terug. De taart straks over een uur. Ik ga naar de gasten. Sorry.

Kato springt van de vensterbank, schikt de gordijnen, en draait zich bij het weglopen nog één keer om.

Nou mam, vind je mij ook zo zwaar?

Christina zwijgt, bevreesd het sprankje hoop te verstoren.

Goed zo. Dan lijk ik tenminste écht op papa. En dat vind ik geweldig! Dankje, je hebt me het mooiste compliment ooit gegeven. Misschien ben ik er nu klaar voor om erover na te denken. Tot straks!

Rode krullen flitsen langs, deur dicht. Christina legt haar hand op de plek van het raam waar Kato zojuist haar vingerafdrukken achterliet.

Please rate
Bagattia News
Een Lastig Mens