Een dierbaar persoon verliezen

Een mens verliezen

– Anneke, ik ga. – Met een schorre, vreemd kleurloze stem sprak Hendrik.
– Naar de schuur zeker? – mompelde Anneke gedachteloos, terwijl ze vluchtig naar haar man keek.
– Nee, Anneke… Ik ga bij je weg. Naar een andere vrouw…
De half geschild aardappel viel uit haar handen, stuiterde op de vloer en rolde levendig onder de keukentafel. Anneke keek even verdwaasd naar haar vluchtende aardappel, probeerde te bevatten wat ze zojuist gehoord had. Toen draaide ze zich bruusk om, keek Hendrik strak aan. Nu drong het pas echt tot haar door. Aan haar buitenkant bleef ze rustig, als een rots in de Noordzee. Maar vanbinnen raasde er een lawine van emoties. Alles werd ervan ondergesneeuwd liefde, vreugde, en al haar onvervulde dromen…

– En wie is die vrouw dan? – vroeg Anneke, zich uiterste moeite doend om niet te schreeuwen of hem naar de keel te vliegen.
– Je kent haar niet, Anneke. Maar… ze is zo anders. Alles tussen ons voelt echt. Ze begrijpt me met een half woord, we delen zoveel. Heel veel! – zei Hendrik verontschuldigend, zijn enthousiasme nauwelijks verhullend. In gedachten stak Anneke hem met haar dunschiller, genietend van het idee hem op deze manier eens goed in de weg te zitten…
– Nou, dan heb je je geluk eindelijk gevonden. Gefeliciteerd, echt waar. – antwoordde ze, terwijl ze haar handen en dunschiller onder de kraan hield de aardappels waren hierna wel geschild. – Jij bent vrij. Ga maar. Voor het eten hoef je niet te blijven, volgens mij word je al elders verwacht…

Hendrik snikte, of het nu van vreugde of emotie was, en liep naar de slaapkamer om zijn spullen te pakken. Anneke greep zich stevig vast aan de rand van het aanrecht om maar niet in elkaar te zakken, starend naar haar witte knokkels. Ze wenste op dat moment maar twee dingen: niet om te vallen, en dat hij toch vooral direct vertrok…

– Nou eh… ik ga nu, goed? – murmelde Hendrik zwijgzaam bij de deur. Anneke draaide zich om. Haar gezicht was kalm, zelfs vredig. Hendrik keek nog even verbaasd op, alsof hij ten minste tranen had verwacht, of verwijten; geen onverschilligheid. Hij zuchtte en verliet de keuken.

Anneke wachtte tot ze de voordeur hoorde dichtslaan en zakte toen verslagen op de grond. Ze beet hard op haar hand om geen geluid te maken en huilde als een gewond dier zonder hoop zonder kans op herstel. Pas drie uur later, opgezwollen en schor van het huilen, sleepte ze zich naar de slaapkamer en viel, nog gekleed, op bed. Haar wereld was donker geworden.

Die nacht werd Anneke wakker, overvallen door melancholie. Herinneringen spoelden haar hoofd binnen. Ze dacht aan hun eerste ontmoeting. Zij, jonge, onervaren vrouw uit een dorpje in Drenthe, net verhuisd naar een klein stadje in Noord-Holland. De eerste zaterdag ging ze dansen met vriendinnen op het dorpsplein. En daar ontmoette ze hem. Hij was met een paar vrienden die op het plein toezicht hielden.

Lang, breedgeschouderd, met een gulle lach Hendrik straalde iets uit wat ze bij de anderen miste. Anneke was op slag sprakeloos en besefte: dit was het. Ook Hendrik keek haar met lichte spot en minzaamheid aan. Maar het viel hem op: dat magere, alerte meisje boeide hem. Nog dezelfde avond bracht hij haar naar huis en vanaf toen waren ze onafscheidelijk.

Ze zagen elkaar bijna dagelijks. Drie maanden later gingen ze in ondertrouw, de zomer daarop vierden ze een vrolijk, druk huwelijk. Ze begonnen in een piepkleine flat. Toen Anneke hun eerste zoon kreeg, kregen ze een tweekamerappartement van de woningcorporatie. Hun geluk kon niet op. En liefde; echte liefde. Zoals alleen mensen kunnen hebben die elkaar met een blik begrijpen, door ogen, lippen en zelfs rug. Nooit hadden ze ruzie. Dat bleek mogelijk als twee mensen werkelijk in elkaar passen, als de polder bij de zee, als yin en yang.

Vorige week vierden ze hun zesendertigjarige huwelijk. Het pijnlijkst: ze wist vrijwel zeker dat een zevenendertigste niet zou komen… Anneke huilde stil en bitter, een afsluiting van hun geluk.

De ochtend was grauw, passend bij Annekes bui. Maar het werk riep groot huis, veel onderhoud. Ze dronk thee met suiker, kreeg niks anders door haar keel. Ze gooide zich op het huishouden: opruimen, kippen voeren, de geit in de wei zetten, vloeren schrobben, de vaat van gister wassen. Ze plukte zichzelf uit haar verdriet door bezig te blijven. Maar één zorg bleef: hoe het de kinderen te vertellen? Zoon Bas en dochter Minke. Ze besloot het pas rond het middaguur te doen.

– Mam, is hij gek geworden? Heeft hij een ander? Wie dan? Dit is zeker een grap, mam…? Zullen we gelijk komen? zei dochter Minke ontdaan.
– Nee, nee, Minke, jullie blijven waar je bent! Je bent hoogzwanger, dit gedoe kun je niet gebruiken. Ik red me wel. Er is niemand dood, tenslotte.
Zoon Bas was boos. Hij vloekte bijna de telefoon uit elkaar. Anneke suste hem. Schelden op je vader helpt niet in het leven gebeurt van alles. Afgesproken: Bas zou in het weekend langskomen.

Na de kinderen ingelicht te hebben, voelde Anneke zich iets lichter. Bij de spiegel in de hal ving ze haar blik. In de weerkaatsing staarde een gezette vrouw, in kamerjas, zonder make-up, rood gehuild, schrale lippen.

– Tja… Geen wonder dat hij een jong ding heeft gevonden. Kijk mij nou. Dikker geworden, geen kapsel, geen mooie nagels meer, geen make-up. Die ander zal vast wel prachtig zijn, en ik was mezelf vergeten. Eerst de kinderen, daarna Hendrik en de kleinkinderen. En dan de kippen, de moestuin… Anneke haalde haar handen door het gezicht en zuchtte, beeldde zich de ‘jonge vrouw’ van haar man in.
Ze dacht aan het afgelopen jaar. Het was zwaar geweest: moeilijke zwangerschap van de dochter, kindje erbij bij de zoon, drukte en huishoudelijke beslommeringen. Daardoor had ze nauwelijks tijd voor Hendrik. Hij at vaak alleen, bracht weekenden door zonder haar. Toen vond hij blijkbaar ruimte voor iets nieuws. Achteraf realiseerde ze zich hoe hij langzaam, ongemerkt was weggeglipt. Zelf had ze het niet opgemerkt, of wílde het niet zien…

Zo verstreken de dagen zonder Hendrik. Eerst moeilijk, later werd het beter. Ze vroeg haar kinderen hun vader niet te mijden. Hij was en bleef een goede vader; van de kleinkinderen hield hij zielsveel. Dat gold ook voor hen. Na een half jaar kwam er rust. Werken moest ze ook weer, ondanks haar pensioen. Ze viel af, nam een modern kapsel, zag er beter uit. En haar glimlach, haar mooiste sieraad, kwam terug. Want het leven stopt niet.

Na zes maanden, een onbekend nummer.

– Anneke, liefste… Vergeef me alsjeblieft. Ik kan niet zonder jou. De eerste maanden was het net alsof ik in een mist leefde. Maar je blijft voor mijn ogen als ik mijn ogen sluit. Laat je me toe, alsjeblieft? smeekte Hendrik.
– Nee. Ga terug naar je vriendin. Jullie hadden toch zoveel gemeen. Ik red me wel. zo scherp als een mes. Ze gooide de hoorn op de haak.
Vanaf die dag belde Hendrik elke avond, probeerde haar met lieve woorden te overtuigen.

– Anneke, we zijn niet jong meer hè? Wat moeten we nog twisten op onze oude dag? Iedereen kan een fout maken. Ik hou van jou, van onze familie, van Bas, van Minke, van de kleinkinderen. Ik wil bij jullie zijn.
– Wat weerhoudt je, Hendrik? Heb je kinderen en kleinkinderen niet lief? Dat mag. Alleen voor mij is er geen plek meer. Een gebroken kopje plak je niet zomaar hoe hard je ook je best doet, – antwoordde ze vastbesloten.
De kinderen, die eerst hun vader negeerden, schoten hem nu juist te hulp.

– Mam, papa heeft er spijt van. Kun je hem niet vergeven? vroeg Minke vaak.
– Echt mam, vergeef hem nou. Het is gebeurd, jij houdt nog steeds van hem. sloot Bas zich aan.
– Nee, klaar. Het lukt niet meer, ik kan niet met hem verder. Iedere keer dat ik hem zie, voel ik die verradenheid terug. hield Anneke vol.
En zo leefde ze haar leven. Werken, huis, praten met de kinderen, op de kleinkinderen passen. Zonder Hendrik.

Hendrik, inmiddels gescheiden van zijn nieuwe liefde, woonde weer bij zijn oude moeder. Hij miste Anneke enorm, dacht vaak terug aan hun leven samen. Hij had grote spijt; maar sommige dingen kun je niet herstellen. Dat besefte hij nu.

Op een dag besloot Hendrik het anders te doen. Hij wilde voor haar deur verschijnen, plat op de knieën om vergeving smeken. Wie weet, kreeg hij haar hart weer terug. En anders had hij haar nog eenmaal gezien.

Hij trok zijn netste kleding aan en vertrok. Hij klopte aan bij het huis, maar niemand deed open Anneke was die nacht aan het werk, op nachtdienst. Hendrik bleef nog even kloppen, besloot toen op de veranda te wachten, op het bankje. Hij viel in een diepe slaap; zelden had hij zo goed gerust misschien gaf het huis hem de rust.

In alle vroegte kwam Anneke thuis. Ze zag hem liggen; zijn gezicht leek bleek in het maanlicht, hij leek zelfs niet te ademen. Ze schudde hem geen reactie. Nog harder, maar niets.

– Lieve hemel… Waarom, waarom laat je me achter, Hendrik Hoe moet ik verder zonder jou? jammerde Anneke, terwijl ze zich op zijn borst stortte.
Plots hief Hendrik haar bij de schouders en begon haar te kussen.

– Je houdt wel van me, je noemt me geliefde! Ik hou ook van jou, Anneke! Vergeef me, mijn vrouw! Ik kan niet zonder jou leven – stamelde hij, knielend, zijn handen voor het gezicht.
– Jij ellendeling! Bedrieger! Ik schrok me dood, dacht dat je iets had gedaan en thuis kwam om te sterven. Heb je genoeg rondgezworven, marskater? Kom hier… gaf Anneke hem naderhand een speelse tik.
Vanaf die dag waren Anneke en Hendrik weer samen. En ze hielden zelfs nog meer van elkaar dan ooit. Want nu wisten ze pas goed wat het betekende een mens te verliezen hun eigen mens, hun grootste liefde. Ze leerden dat vergeven soms nodig is. Trots levert niet altijd wat op. En al doet iemand pijn, je hart kan soms toch een hoekje overhebben. Het belangrijkste is: koester wat je nu hebt, niet het geluk dat voorbij is. Zo eindigde het met een nieuwe start.

Please rate
Bagattia News
Een dierbaar persoon verliezen