Ruben, luister, ik moet je toch een verhaal vertellen dat mij onlangs is overkomen het is bijna te absurd voor woorden.
Er was een man van 67, zijn naam is Henk Van der Linden, die me uitnodigde voor een etentje. Tijdens onze eerste ontmoetingen was ik best onder de indruk; hij was galant, goed verzorgd, intelligent precies zon heer van vroeger die je alleen nog tegenkomt op oude ansichtkaarten uit Delft. Zelf ben ik inmiddels vijf jaar weduwe; de ergste rough edges van dat verlies zijn gesleten. Mijn zoon en dochter wonen allang met hun gezinnen in Haarlem en Utrecht. In mijn knusse appartementje met uitzicht op het Vondelpark voel ik me prima in mijn eentje: zwemmen in het zwembad, af en toe naar het Rijksmuseum, of de kunst van het bakken van stroopwafels perfectioneren ik vermaak me wel.
Toch, je kent het gevoel, dat je iemand mist om gewoon het NOS Journaal mee te kijken, samen te mopperen over de regen, of gewoon in stilte een kopje thee te drinken. Nou, Henk was zon man die ineens mijn pad kruiste, op het seniorendansfeest in het buurthuis. Hij nodigde me uit voor de foxtrot zonder ook maar één keer op mijn voeten te staan. Dat was zeldzaam. Gevlochten grijze haren, kraakhelder overhemd, een friszure eau de cologne: typisch zon Amsterdamse heer van de oude stempel. Zijn hele leven had hij als civiel ingenieur gewerkt, zelfs ovdouw, net als ik. Nu woont hij bij zijn dochter, Anneke, haar man en hun kinderen ergens bij de Amstel.
Na een maandje hand-in-hand door de Jordaan slenteren, zoals pubers die nog dromen van hun eerste lief, belde Henk me op een vrijdagavond. Met die charmante stem van hem: Marga, Anneke is ontzettend benieuwd naar jou. Zou je zondag willen komen eten? Je begrijpt, ik vond het reuze spannend. Een geheel nieuwe fase misschien.
Dus, ik als een schoolmeisje mijn mooiste jurkje aangetrokken, kapsel geföhnd, zelfs een appeltaartje gebakken, zoals het hoort.
Bij aankomst in hun ruime doorzonwoning in Oud-Zuid, waar de geur van oude boeken samensmolt met die van sudderlapjes, doet Anneke open. Ze is dertig, maar oogt ouder, een vrouw met pit, een besliste kin en ogen die alles lijken te taxeren, net een voedingsinspecteur bij de Albert Heijn.
Hallo, zegt ze droog, nauwelijks een glimlach. Kom binnen. Pap is al een uur aan het worstelen met zijn stropdas.
Ik geef haar mijn appeltaart, maar ze kijkt ernaar alsof ik een magnetronmaaltijd voor haar meeneem.
De dis is rijkelijk gedekt. Henk komt breed glimlachend uit de slaapkamer en is oprecht zorgzaam de hele avond. Maar Anneke kijkt me voortdurend aan alsof ik op de veiling ben gezet, of erger: dat ze mijn papieren komt controleren.
Een paar beleefde gesprekken later, wanneer we aan de thee zitten, legt Anneke haar vork neer, dept haar mond, en zegt ineens rechttoe rechtaan: Mevrouw De Wit, wat voor huis heeft u eigenlijk?
Ik verslik me bijna in mijn thee. Sorry? Hoe bedoelt u?
Anneke tuit haar lippen. Uw woning. Bent u eigenaar? Hoeveel kamers? Welke wijk? Welk etage?
Henk krimpt zichtbaar in elkaar en staart zwijgend in zijn kopje, alsof daar opeens de waarheid in staat.
Nou, eh, een tweekamerappartement aan het Vondelpark, antwoord ik zacht. Waarom vraagt u dat eigenlijk? Heeft dat iets met het avondeten te maken?
Dan leunt Anneke achterover, handen over elkaar. Heel direct, mevrouw De Wit. Wees eerlijk. We zijn volwassen mensen, zonder franje. Ik moet weten waar we aan toe zijn.
Waar we aan toe zijn? vraag ik terwijl ik van haar naar Henk kijk, die nog steeds met zijn vingerpatroon op het tafelkleed bezig is.
Mijn vader heeft een rustige plek nodig, met zorgzaam gezelschap. Bij ons is het te druk. U lijkt me ideaal: alleen, fijn appartement, dichtbij het Vondelpark en de huisarts.
Ze zegt het op zon terloopse manier, alsof ze haar kat een logeeradres wil bezorgen.
Ik dacht dat u enthousiast zou zijn, stelt ze, want ik ben stil. Een man in huis, beetje aanspraak, handig voor kleine klusjes. En voor mij wat lucht: minder was, minder koken, minder huiswerkbegeleiding voor de kinderen.
Zijn pensioen mag u houden, gaat ze verder, hij stelt andere eisen niet. U houdt vast meer over aan het eind van de maand.
Ik kijk naar Henk en vraag zacht: Dus jij vindt het ook goed dat je dochter alles voor jou regelt, alsof je een postpakket bent?
Henk kijkt met een soort droefheid mijn kant op. Marga, Anneke maakt zich gewoon zorgen. Thuis is het druk. Bij jou thuis is het rustiger, gezelliger.
Maar ik voel me misselijk. De romantiek waar ik op hoopte blijkt gewoon een auditie voor een gratis verzorgster met verblijf.
Nou, bedankt voor de aardappelgratin, zeg ik, terwijl ik opsta. Anneke fronst. Maar we hebben de details nog niet besproken. Wanneer verhuist hij? De leunstoel moet in ieder geval mee.
Ik kijk haar strak aan: Luister, Anneke. Ik zoek geen man om andermans huishoudelijke problemen op te lossen. Ik ben geen aanleunwoning.
En tegen Henk zeg ik: Jij mag van mij zoeken wie je wil, maar een vent die zich zo laat sturen door zijn dochter, daar zit ik niet op te wachten.
Maar Marga probeert Henk zwakjes, maar Anneke legt haar hand stevig op zijn arm: Laat maar, pap. Jammer. Genoeg vrouwen dromen van zo’n man als jij. Trouwens, die weduwe van drie huizen verder schijnt je ook wel te zien zitten.
Met bevende handen knoop ik mijn jas dicht in de gang. Anneke hoor ik nog door de gang galmen: Zie je, pap, precies wat ik zei allemaal op eigen gewin, geen greintje verantwoordelijkheid meer te vinden tegenwoordig.
En ik, ik loop in de miezerregen richting de metro. Voel ergens een soort opluchting: beter nu dan over een halfjaar, als je je hart al hebt gegeven.
De woningmarktja, zelfs bij ouderen blijft mensen veranderen. Kinderen willen graag comfortabel leven, dus hup, vader maar bij een aardige vrouw. Lekker praktisch.
En het erge is: velen slikken het, want alleen zijn is geen pretje. Maar je mag er best voor kiezen om liever alleen te blijven dan je laten reserveren als oppas of verzorger.
Wat denk jij, Ruben? Had ik hem toch moeten opnemen uit medelijden, omdat hij er zelf weinig aan kan doen? Of heb ik gelijk gehad door mijn eigen hart te volgen?







