Droomvanger
Alweer?! Sima, Sim! Word wakker! Straks maakt ze de kleintjes wakker! Hou haar vast! Lena gleed uit haar bed en schudde haar zus aan de schouder. Gaat ze ooit rustig slapen
Sonia kronkelde in haar slaap, haar klagende kreunen vulden de kamer, zo diep en rouwig dat de muren meebewogen. Je voelde een kilte in je rug, alsof een raam openstond in het oude bakstenen huis aan de rand van Gouda.
Het lijkt wel een slechte thriller! Sima trok het dekbed van zich af, strompelde, met half gesloten ogen, naar Sonias bed.
Ze gooide haar eigen dekentje over haar bonkende zus heen, kroop naast haar, hield haar stevig vast en begon zachtjes te zingen:
Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap
Hou toch op! Lena! Dat werkt niet! Ze gloeit helemaal! Haal mama!
Lena bleef staan naast het bed. Ze zuchtte diep, en liep met tegenzin naar de slaapkamer van hun ouders. Wat moest ze anders? Ook Sonia hoorde bij het kroost als moeder erachter kwam dat ze iets verzwegen hadden, zou ze zeker boos worden.
In de slaapkamer was het stil. Lena strekte haar arm uit over het wiegje van Serge, tegen het bed van haar ouders aangeschoven, en tikte zachtjes haar moeder aan.
Mama
Haar bruine ogen sperden onmiddellijk open, net als die van Lena, en haar warme hand pakte de kleine vingers van haar dochter.
Wat is er, liefje?
Sonia is ziek! Mam, ze is héél warm. Zo heet als een strijkijzer!
Serge jankte zacht en moeders liedje vloeide door de nacht:
Slaap, kindje slaap
Lenas hand werd over Serges buikje gelegd, moeders vingers trokken die van haar dochter in de juiste wiegende beweging.
Zachtjes, dan slaapt hij verder. Ik ga alvast
Zonder moeite, terwijl haar rug gisteren nog zo’n pijn deed na het trapladdertje bij het ramen zemen, liep moeder Malou op haar tenen naar de meisjeskamer, luisterend of het huis nog ademde.
De boerderij was haar trots, met uitzicht over de molens. Iedereen zei dat Malou en Alexander zoiets nooit zouden redden. “Wat ga je in zo’n groot huis doen? Een flatje is warm genoeg.” Familieleden schamperden zelfs:
Waar begin je aan? Jullie zijn toch kinderloos!
Malous borst trok samen van schaamte, haar hoofd ging steeds dieper. Niet elke vrouw vindt makkelijk de trots om op te staan tussen de koeien in de morgen. “Kan je geen moeder worden? Houd je ogen dan op de grond.”
Alexander ving haar altijd op, als ze met bittere tranen uit mamas of tantes bezoek kwam. Hij hield haar stevig vast, haar wang precies in het kuiltje van zijn schouder, tot ze weer heel was.
Ach, niks van aantrekken! Wat weten zij ervan!
Maar ze hebben gelijk, Alex Zonder kinderen
We zullen nog wel zien! dan balde hij zijn vuisten van binnen en beloofde alles te doen om haar droom waar te maken.
Alles leek mogelijk, zolang ze dichtbij Rotterdam woonden en het geld niet opraakte. Maar na poli na kliniek, overal hetzelfde antwoord:
Wij zijn geen tovenaars!
Malou begon haar blik zelfs voor haar man te verstoppen, niet wetend hoe ze het hem moest vertellen. Maar toen Alexander over bouwen begon, kon ze er niet meer omheen.
Alex jij verdient een gezin. Ik hou van je, maar als ik je geen kinderen kan geven dan laat ik je vrij.
Droom lekker door! Alexander zwiepte de hete thee op tafel, hield zijn verbrande vingers aan zijn oorlel, danste van de pijn en bulderde: Malou! Zoiets zeg je toch niet? Wie jij? Wat als ik wil scheiden? Ha! Mijn moeder lacht zich een ongeluk met zon koppige schoondochter!
Wat bedoel je?
Wie? Jij natuurlijk! Jij zegt maar wat. Luister, jij hoort bij mij! Kinderen? Mooi meegenomen. Geen kinderen? Is ook goed. Dan is dat onze weg.
Malou hield zich manmoedig, maar in haar hart bleef ze tobben. Jong zijn is één ding, maar later zouden ook zijn dromen wel inhalen dat ze iets misten. Behalve een huis bouwde hij vooral aan hoop.
De eerste keer was Malou op haar negentiende getrouwd. Niet zozeer voor de liefde, maar om te ontsnappen aan haar moeder, Lydia Marie. Die kon haar dochter soms op een voetstuk zetten: “Mijn prachtige kind!”, en de volgende dag als een storm over haar heen razen.
Hoe heb ik nou zon vergissing kunnen krijgen? Soms ben je slim, soms snap ik niet wat er in dat koppie zit.
Malou kon er niets tegen inbrengen en dacht: hoe houd je van iemand die zo op je schreeuwt? Vroeg je of ze van haar moeder hield, dan zei ze zonder twijfel “Ja!” Maar ouder worden betekende ook: schoonheid, succes en vrienden maken je niet warm en zacht van aard.
Mam, waarom hou je nooit gewoon van mij?
Die vraag rolde pas uit haar mond toen trouwjurken verscheurd werden door kritiek. Lydia Marie trok bij alles haar neus op:
Wat is dát nou voor laken?
Malou had maanden gezocht naar een jurk. De keuze deed er niet toe; het kon nooit goed.
Mam, zeg het dan gewoon! Waarom ben je zo hard?
Je maakt het jezelf te moeilijk! Als je alles doet zoals het hoort, loopt het vanzelf.
Wat moet ik dan leren, mam?
Dat het soms moeilijk is om van je eigen kind te houden.
Als enige kind, geen zoon zoals gehoopt, was Malou nooit echt het middelpunt van haar ouders. Na haar mislukte eerste huwelijk haar man verliet haar na een miskraam en liet haar alleen achter in een leeg appartement verhuisde Malou weer naar haar ouders. Haar moeder kletste vrolijk, haar vader luisterde zwijgzaam toe. Maar toen ze hem vroeg:
Papa, laat me alsjeblieft alleen wonen. Het doet te veel pijn.
Haar vader begreep het. Hij regelde haar onderhoud en verbood haar moeder om zich ermee te bemoeien.
Ze werkte, studeerde af aan de rechtenfaculteit in Leiden en haalde promotie bij een groot makelaarskantoor. Maar gelukkig werd ze niet.
De artsen zeiden onomwonden:
U zult waarschijnlijk nooit zelf kinderen kunnen krijgen.
Met die wetenschap verdween er kleur uit haar wereld. Feesten, familie, er kwamen jongens voorbij, allemaal zonder vonk.
Het werden haar tantes die insprongen iedere verjaardag en borrel sleurden ze een onbekende man mee. Zo ontmoette ze Alexander, die als taxichauffeur haar tante bracht. Plots stond hij daar, toen ze uit het niets vroeg:
Breng mij naar Delft!
Ze had haar portemonnee vergeten. “Geeft niet, glimlach maar.” Daar trapte ze niet in.
De volgende dag stond zijn witte auto bij haar voordeur.
Instappen! zei hij, met een knikje deze keer zonder hakken, want Malou had haar laarsjes gewisseld voor platte schoenen.
Hun relatie was niet volgens het boekje. Familie keurde het af, vooral haar moeder:
Ik vervloek je! Zie je niet dat hij niet bij je past?
Maar voor het eerst koos Malou haar eigen geluk. Ze vertelde Alexander alles. Over haar tijd als student, over haar vermoedelijke onvruchtbaarheid. Hij antwoordde rustig:
Liefde is geen kwestie van babys krijgen. Ik kies voor jou, Malou.
Ze trouwden in het gemeentehuis van Gouda, met een groot feest in Overschie, bij Alexanders ouders. Malous moeder kwam niet, haar vader feliciteerde haar kort en vertrok.
Met schoonouders kreeg Malou wel een band. Alexander’s moeder, Tine van Dijk, was direct:
Jij bent broodmager! Leks, je moet haar fatsoenlijk voeren! Kan ze niet koken? Dan heeft ze jouw eten geleerd!
Ondanks het weerbarstige begin, voelde Malou zich eindelijk ergens thuis.
Het huis werd groter, de familiebanden inniger. Toen ze over adoptie begonnen, stond Tine vooraan:
Ik was ook geadopteerd, Malou. Mijn ouders konden geen kinderen krijgen. En nooit heb ik spijt gehad.
En zo belandden Malou en Alexander in het traject van de Nederlandse jeugdzorg. Net toen ze het eerste telefoontje kregen, belde Tine:
Ik weet een drietal hier in het dorp. Moeder was te veel op het terras en is ze kwijtgeraakt. De oudste meiden zijn zó lief, bijna als kleinkinderen voor mij. Jullie wilden één kind, maar drie ze horen bij het dorp, ze kennen mij als hun oma. Pak je kans, Malou!
Binnen een week stond hun huis in het Zuid-Hollandse veen vol inmiddels, met Sima van zeven, Lena van zes en Serge van twee die meteen mama riep.
Malous moeder begreep er niets van.
Drie kinderen met zon achtergrond? Hoe heb je het uitgelegd aan de kinderbescherming?
Malou was nu advocaat, ze kon haar zaak bepleiten.
Het huis vulde zich met trillers van kindervoeten, bloemengeur van meisjes, Sashas schelle stem, baksels in de oven haar leven eindelijk warm.
Tot Malou zich op een dag vreselijk ziek voelde. Alex dwong haar naar de huisarts. Tine, die kwam oppassen, knipoogde: Jij bent zwanger, let maar op. De arts liet het echobeeld zien: kleine Serge zou een broertje krijgen, hun enige eigen, een onverwachte vreugde.
Het ging niet altijd vanzelf. Toen baby Serge geboren werd, Sima en Lena filosofisch hun nieuwe broertje omarmden, maar Serge jaloers aan Malou vastklampte: “Kijk, mama, ik ben er ook nog.”
Pas toen de familie in de nacht een paniekerig telefoontje kreeg een verre nicht, Annelies, was overleden en haar dochter Sonia was wees. Niemand wilde haar opvangen. Wie wil het kind van een moordzaak? De wanhoop in haar moeders stem sneed dwars door de stilte in het houten huis.
Malou haalde Sonia op, een zwijgend, dun meisje uit het verre Friesland. Het duurde weken voordat ze een woord zei. Elke nacht was gevuld met kreetjes en gebroken slaap. “Mama komt toch terug?” Maar Malou was eerlijk tegen haar: “Nee liefje, je mama komt niet.”
Het enige wat hielp was liefde en tijd. Sima en Lena verzonnen van alles. Speelgoed, elastiekjes, een prachtige blouse niets drong echt door.
Toen kwam Serge, met een boek over de Friese Spookverhalen. Daar ontdekte hij het geheim:
Kijk! Een droomvanger! Dat moeten we maken voor Sonia. Dan vangt het alle nare dromen.
Sima dook de kast in voor wol en kralen, Tine leverde een paar veren, en zo zat het drietal uren gevlochten in de woonkamer.
Tegen de ochtend hing het boven Sonias bed. Die nacht, toen ze opnieuw tegen koorts aan schreeuwde, stormde Malou de kamer in en hield Sonia stevig vast.
Geef me niet weg! snikte Sonia.
Aan niemand, liefje. Nooit.
Alex stond achter haar, met een natte doek en paracetamol. In het schemerlicht hield Malou haar kind, besefte dat het haar kind was, tussen tranen van liefde en uitputting.
Ze viel prevelde ze later tegen de huisarts.
Niet het kind, maar de temperatuur! lachte de arts.
s Morgens werd Malou wakker in de kinderkamer. Het licht viel op wat boven haar hoofd bungelde.
Wat is dat? fluisterde ze naar Lena, die bij haar zat.
Droomvanger, mama. We hebben hem afgemaakt vannacht. Voor Sonia. Ik denk trouwens, dat ze geen droomvanger meer nodig heeft.
Hoezo?
Omdat jij haar hand vasthield, en ze niet meer schreeuwde. Jij bent haar droomvanger.
Malou keek om, zag Sima, Lena, Serge, Alex allemaal droomvangers. Zelfs Tine en Lydia, haar moeder die nu ook weer langskwam, kookten en kibbelen in de keuken en dronken thee. Een kuiken piepte in de doos bij Serge, alsof het familie wilde worden.
En terwijl de familie at, het zachte ochtendlicht binnenviel en de kinderen lachten, voelde Malou: nu klopt alles. Alles is op zijn plek, iedereen thuis.
Misschien dat het droomhuis op het platteland pas werkelijk gevuld is als het vol is met stemmen, met kleine voeten, met liefde en zelfs met nieuwe dromen.
Wie weet wie nog aanklopt, ooit, op haar deur aan de rand van het weiland, in Gouda? Maar alles komt met de tijd.
Tot die tijd: slaap, kindje slaap. Slaap, allemaal. De droomvanger waakt.







