De perfecte dubbelganger van mijn vrouw

Kopie van de vrouw

Weet je zeker dat het niet te krap voor je wordt? vroeg Marijke, terwijl ze weifelend in de deuropening stond, haar schoudertas stevig tegen zich aangedrukt en met een soort verloren glimlach op haar gezicht, een die Anneke nog niet eerder bij haar had gezien. Het is gewoon lastig, weet ik. Echt.

Marijke, hou nou toch op. Kom gewoon binnen. Anneke hield de deur open en gebaarde haar naar binnen. De logeerkamer is vrij en Sjoerd vindt het prima. Alles oké.

Sjoerd vindt het prima… herhaalde Marijke, en in die herhaling zat iets verontrustends. Geen ironie, meer een soort verbazing. Alsof vindt het prima ineens een enorme gewichtigheid had gekregen.

Hij vindt alles bijna altijd prima, merkte Anneke op, terwijl ze alvast naar de keuken liep. Schoenen uit, pantoffels staan links.

Zo begon het dus allemaal.

Anneke was tweeënvijftig, haar studievriendin Marijke een jaartje jonger. Ze hadden elkaar in jaren niet echt gezien; af en toe een appje, heel soms een koffiedate in het centrum van Haarlem en Anneke dacht altijd dat ze Marijke best goed kende. Goed genoeg om haar zonder dralen een slaapplaats aan te bieden. Marijke was gescheiden, huurappartement opgezegd, de papieren voor haar nieuwe plek sleepten zich voort. Twee, drie weken hooguit een maand moest ze ergens op de bank bivakkeren voordat ze weer op eigen benen zou staan.

Ze woonden in Haarlem niet groot, niet klein, typisch een stadje waar elk wijkje wat op het andere lijkt en de medewerkers van de Albert Heijn de vaste klanten bijna al bij binnenkomst aan hun stem herkennen. Anneke had een driekamerappartement, derde verdieping, uitkijkend op een rustige laan. Haar man Sjoerd werkte bij een aannemersbedrijf, niet aan het roer maar met een fatsoenlijke functie. Anneke gaf al jaren economie op het ROC. Drieëntwintig jaar samen. De dochter was inmiddels al lang uitgevlogen, ergens in Maastricht. Ruimte zat in het huis en alles stond daar waar het hoorde het soort appartement waar je nooit zin in hebt om iets te veranderen.

Marijke arriveerde met één grote koffer en een doosje. Ze pakte heel stil, bijna onzichtbaar, haar spullen uit. De eerste drie dagen hoorde Anneke haar nauwelijks: ze vertrok vroeg, kwam laat thuis, at een appel, zei amper een woord. Sjoerd vroeg op de eerste avond in zijn bekende bondige stijl:

Lang?

Maandje, zei Anneke.

Maandje, echode Sjoerd, op precies dezelfde toon als Marijke bij de voordeur.

Anneke stond er verder niet bij stil. Ze was het type dat niet aan alles betekenis hecht. Althans, dat dacht ze zelf.

Het eerste plaatsvervangende-geluid-van-het-alarm ging af in week twee. Anneke liep ‘s morgens de badkamer in en haar flesje parfum stond ineens op een ander plekje. Tuin van Holland heette het: donkergroen flesje met een zilveren dop, al drie jaar haar vaste geur, altijd gekocht bij de Etos in de Wagenweg. Normaal stond het op het plankje links, nu balanceerde het op de rand van de wastafel. Ach, zal ik het zelf wel verplaatst hebben, dacht ze, zette het terug en vergat het weer.

In de derde week viel haar echter iets anders op.

Ze ontbeten met zn drieën. Anneke zette koffie op haar eigen manier: eerst wat koud water, dan heet, nooit kokend anders werd het te bitter. Sjoerd wist dat en prees haar steevast. Maar die ochtend hielp Marijke, want Anneke hing nog aan de telefoon. Sjoerd proefde zijn koffie en zei:

O, dit is goed.

Ik heb het bij Anneke afgekeken, zei Marijke opgewekt. Zij doet het altijd zo.

Anneke keek haar aan. Marijke glimlachte onschuldig. Het was té gezellig, eigenlijk. Anneke glimlachte terug.

Toch knaagde er iets, ergens vanbinnen. Zonder reden, zonder woorden.

Maar haar agenda ratelde weer op volle toeren en dat gevoel verdween in de wervelende stapels proefwerken en Excel-doelen. Anneke kwam thuis in een stil en schoon huis. Marijke had blijkbaar tussendoor al wat schoongemaakt of opgeruimd. Sjoerd was daar sneller aan gewend dan Anneke aanvankelijk dacht.

Marijke heeft gekookt vanavond, zei hij met een soort kinderlijke blijdschap, toen ze een keer wat later thuiskwam. Bonensoep. Was lekker.

Dat maak ik ook altijd met bonen, zei Anneke.

Ja, klopt. Lijkt erop.

Ze vroeg niet wie het lekkerst kookte. Hij zei het niet.

Marijke werkte de helft van de tijd thuis, iets met administratie, Anneke had het nooit helemaal doorgrond. De laptop gleed de hele dag zacht zoemend over de eettafel, tegen lunchtijd hoorde je gerommel in de keuken, vroeg in de avond stond Marijke opgefrist en omgekleed klaar en niet in een slobberige joggingbroek, maar gekleed alsof ze bezoek verwachtte. Anneke viel het op, want zelf leefde ze s avonds vooral in huispak en oude trui, waarbij Marijke er in Annekes huis altijd nét even fleuriger bijliep.

Op een avond zaten Marijke en Sjoerd samen op de bank een quiz te kijken. Anneke ploegde ondertussen door nakijkwerk, maar hoorde hun gesprek door de muur. Gewoon een kalm gepraat, zonder stiltes. Sjoerd vertelde iets, Marijke lachte. Haar lach leek op die van Anneke alleen, tja, nét iets zachter. Anneke betrapte zich op de gedachte en schudde die snel af. Wat kan het schelen, lachen is lachen.

Maar een paar dagen later dacht ze er toch weer aan. Nu zonder dat nonchalante wegwuiven.

Marijke droeg haar haar ineens anders. Altijd kort en in model geknipt, maar nu wild en nonchalant naar achteren precies zoals Anneke het droeg. In de gang stond Anneke toevallig bij de spiegel. Beiden weerspiegelden naast elkaar: Anneke dichtbij, Marijke wat verder weg. En iets aan dat beeld was… ja, gewoon te veel gelijkenis. Zoals die ene vakantiefoto uit 1993 naast een nieuwe in hetzelfde vakantiedorp.

Het staat je, zei Anneke.

Echt? Marijke keek in de spiegel en frunnikte aan een haarlok. Ik dacht, misschien moet ik dat ook eens proberen. Ik zag het bij jou.

Weer dat: bij jou. Zon bijna onzichtbare nasynchronisatie. Anneke lachte weer, liep naar de keuken. Vanbinnen lachte er iets niet mee.

Op zondag belde ze hun dochter.

En, mam, hoe is het daar?

Gaat prima. Marijke logeert nog steeds, weet je wel?

Oh ja. Is ze er nóg?

Ja, haar papieren zijn vertraagd.

Ach weten we zeker dat pap alles goed vindt?

Jawel. Ze kunnen het goed vinden.

Pauze.

Is dat goed of slecht? vroeg haar dochter.

Goed, zei Anneke. Of ze het zelf geloofde, wist ze niet helemaal.

Na het gesprek zat Anneke lang voor het raam met afgekoelde thee na te denken over waarom ze kunnen het goed vinden neutraal klinkt, maar ze die zin had uitgesproken alsof ze op eieren liep.

In week vijf vroeg Marijke om het recept van Annekes appeltaart.

Die van zondag met speculaaskruiden.

Ik heb het niet opgeschreven, doe het altijd op gevoel.

Kun je het dan uitleggen? Dan probeer ik het zelf een keer.

Anneke legde het gewetensvol uit. Marijke tikte het in op haar telefoon. Drie dagen later kwam er een appeltaart uit de oven. Sjoerd at zijn bordje leeg en zei lekker, en Anneke vroeg zich in stilte af of dat nu was omdat de taart lekker was, of omdat hij het verschil niet proefde.

Die avond vond Anneke in de gang een jas. Lichtgrijs, met ceintuur. Bijna identiek aan de hare. Marijke had er blijkbaar eentje gekocht. Anneke zette haar eigen jas ernaast en keek lang naar die twee vrijwel gelijke grijze jassen, die als tweelingen thuis hingen.

Ze vroeg niets. Niet omdat ze bang was voor het antwoord, maar omdat ze gewoon niet wist hoe je zon vraag stelt zonder stom over te komen.

Op het werk moest ze overuren draaien: ROC-audit op komst, veel papierwerk. Sjoerd verbleef s avonds steeds vaker in de huiskamer Marijke ook. Achter een gesloten deur hoorde Anneke flarden van gesprekken. Soms kwam ze erbij zitten, dan paste het gesprek zich lichtjes aan. Ze werd erbij betrokken, maar meer als de huisgenoot, niet de spil van het gezelschap.

Op een avond vroeg ze het aan Sjoerd, toen Marijke al op haar kamer zat.

Sjoerd, heb jij door dat Marijke een beetje… mij nadoet?

Sjoerd keek hulpeloos op uit zijn telefoon.

Wie? Marijke?

Ja. Haar, jas, recepten, zelfs mn parfum.

Tja, vrouwen leren van elkaar, toch? Is toch normaal?

Misschien wel, zei Anneke. Misschien.

Het gesprek was uit. Sjoerd checkte zijn voetbalnieuws weer.

Anneke lag lang wakker. Sjoerd had gelijk, in zekere zin: vrouwen kopiëren soms dingen van elkaar. Dat had ze zelf vast ook ooit bij Marijke gedaan, ze wist het alleen niet meer. Normaal. Ze fluisterde dat woord een paar keer, alsof het door herhaling vanzelf geruststellend zou worden. Normaal. Maar het bleef een slap excuus.

In de dagen erna keek Anneke extra scherp toe. En nu viel haar op wat ze vroeger nauwelijks merkte: Marijke boog haar hoofd naar rechts als Sjoerd praatte precies zoals Anneke deed. Marijke trok haar zinnen uit als Anneke precies dus… zei. Thee, tegenwoordig altijd zonder suiker terwijl Anneke toch zeker wist dat Marijke voorheen twee lepels lostikte. Het was geen toeval meer. Het was iets anders.

Anneke belde collega Ineke, bij wie ze altijd zonder gêne haar hart kon luchten.

Ien, heb jij wel eens gehad dat iemand gewoon jou wordt? Maar echt… je uiterlijk, gewoontes, handgebaren kopieert?

Is stille jaloezie voor, las ik. Mensen willen jouw leven, kunnen het niet écht krijgen dus nemen ze het stukje bij beetje over.

Anneke zei even niets.

Heb je zo iemand in de buurt?

Weet niet, zei Anneke. Misschien niet.

Maar ze wist het allang.

Het gesprek met Marijke liet niet lang op zich wachten. Op een avond, samen aan de thee in de keuken, begon Marijke zelf.

An, jij bent zo… alles klopt bij jou. Huis, man, job je hebt het goed voor elkaar.

Ik heb er twintig jaar over gedaan om voor elkaar te krijgen.

Dat merk je. Sjoerd trouwens ook…

Ze stopte.

Wat Sjoerd trouwens?

Nou, die waardeert het. Zegt dat jullie elkaar goed snappen.

Anneke zette haar mok neer.

Praat je met hem over mij?

Af en toe. Gewoon tussendoor. Hij prijst je vaak.

Aardig, zei Anneke. Alleen voelde het averechts.

Ze kon zichzelf niet uitleggen waarom dat helemaal niet prettig voelde. Echtgenoot prijst vrouw tegenover een vriendin… Maar toch. Er zat een rafelrandje aan. Anneke wist het. Vrouwelijke intuïtie, waar ze zichzelf vaak om uitlachte, maar nu niet weg kreeg.

Halverwege de zesde week vroeg Marijke of ze Annekes parfum mocht gebruiken Tuin van Holland.

Mijne is op, ik red het niet naar de winkel. Mag ik wat van die van jou?

Tuurlijk, zei Anneke zonder aarzeling.

s Avonds pakte ze het flesje en zag dat er nog maar eenderde over was. Vorige week was er nog zeker de helft… Ze borg het flesje op en deed er een piepklein koffertje slotje omheen eentje dat al jaren niet meer in gebruik was.

Ze keek zichzelf aan in de spiegellijst: verstop ik nu écht parfum voor mijn vriendin? Wat zegt dat over mij?

Ze haalde het slotje er niet vanaf.

Die avond kwam Sjoerd thuis met taart. Gewoon. Zonder aanleiding.

Laten we onszelf eens verwennen, zei hij monter.

Marijke werd oprecht blij, precies zoals Anneke was geweest als Sjoerd taart had meegenomen. Net genoeg blij, niet overdreven, niet te uitbundig. Precies goed. Anneke keek toe vanaf de keukendeur en moest erkennen: Marijke deed alles correct. Correct koffie prijzen. Correct lachen. Correct hoofd kantelen. Correct verbazen. Alles hetzelfde als Anneke alleen frisser, met een grenzeloze vrolijkheid. Zonder de zesentwintig jaar sleur.

En Sjoerd, hij merkte het. Misschien snapte hij niet waaróm, maar hij genoot eroverduidelijk van.

Anneke at een stuk taart mee die was inderdaad gewoon lekker en alles leek normaal. Maar iets voelde innerlijk verschoven. Zoals wanneer je thuiskomt en beseft dat je spullen er zijn, maar nét niet helemaal op hun plek. Niet echt verplaatst. Gewoon… een centimeter geschoven.

De werkgerichte cursus kwam dan ook als geroepen. ROC stuurde iemand naar een bijscholing in Rotterdam vier dagen. De teamleider vroeg Anneke op vrijdag, maandag stemde ze toe. Een kleine gedachte schoot voorbij: vier dagen Sjoerd met Marijke laten. Maar: volwassen mensen, niets aan de hand. Ze moest zichzelf niet zo opfokken.

Vlak voor vertrek overlegden ze even aan de keukentafel.

Ik ben vrijdagavond terug. Marijke kan helpen met koken, weet je wel.

We redden het wel, maak je niet druk, zei Sjoerd.

Dat doe ik ook niet, antwoordde Anneke.

Ze keek hem aan. Sjoerd zag er rustig uit. Gewoon. Ze kende hem door en door net als haar eigen koffiemok. Maar nu leek het of zijn gezicht nét wat lichter stond. Alsof hij ergens geen rekening meer mee hoefde te houden.

Anneke vertrok woensdagochtend. In de trein las ze papieren, dronk kartonkoffie en keek naar het vlakke land. De cursus was dodelijk saai maar stiekem best nuttig. s Avonds even bellen met Sjoerd: sober.

Hoe gaat het daar?

Prima. We hebben gegeten. Alles goed.

Is Marijke thuis?

Ja, op haar kamer.

Oké, welterusten.

Welterusten.

Niets vreemds. Geen rare toon. Ze sliep slecht in het hotel. Dacht aan van alles en nog wat. De cursus. De dochter. Die kapotte mok vervangen. Toen: Marijke. De grijze jassen. Het parfumflesje.

Donderdagmiddag belde de coördinator:

Anneke, het programma morgen is herhaling, dus als je wilt, kun je, zonder lesverlies, vanavond naar huis.

Om half tien s avonds was ze thuis. De trein was te vroeg, taxi had haast, geen file. Ze draaide sleutel om in haar eigen voordeur. Niet aangebeld misschien was Sjoerd al naar bed gegaan.

Dat was niet zo.

In de woonkamer brandden kaarsjes. Niet alle, precies twee kleine lichtjes. Op tafel: borden, glazen, allerlei schaaltjes. Het rook naar eten én naar parfum. Naar Tuin van Holland. Die ze nota bene op slot had gezet. Marijke had haar eigen fles gekocht.

Sjoerd zat op de bank, Marijke naast hem. Ze droeg een blauw jurkje, nog nooit bij Marijke gezien, maar het model precies Annekes stijl. Kleur: Annekes lievelingskleur. Het haar in een golvende coupe. Handen keurig in haar schoot. Ze waren in gesprek, maar nu Anneke binnenkwam, keken ze op.

Stilte. Drie tellen.

Jij bent vroeg thuis, zei Sjoerd.

Dat zie ik, zei Anneke.

Ze zette haar tas neer. Keek waar ze haar jas aan de haak hing en deed alles op haar dooie gemak, alsof ze haar bewegingen moest regisseren.

Anne, het is vaak gewoon een etentje, zei Marijke. We hebben gegeten en…

Ik zie het. Gezellig met kaarsen.

Stilte.

Romantisch, voegde Anneke toe. Haar stem zat vol zelfbeheersing.

Sjoerd stond op.

Maak het nou niet groter dan het is…

Sjoerd, onderbrak ze, kalmpjes, zeg maar niet wat ik niet moet doen.

Hij hield zijn mond. Marijke begon haar nagels te bestuderen.

Anneke liep naar de keuken, schonk zichzelf water in. Nam een grote teug, keek naar het potje met geraniums op het aanrecht dat altijd op woensdag water kreeg. Gisteren was woensdag, maar zij was er niet. De geranium stond er frisjes bij.

Marijke heeft dus water gegeven, realiseerde Anneke zich.

Ze liep terug naar de kamer.

Marijke, kun je morgen ergens anders slapen?

Marijke keek op.

Anne, ik weet dat dit raar lijkt, maar…

Kun je morgen ergens anders slapen? herhaalde Anneke. Niet boos, niet hard, gewoon voor de tweede keer.

Ja, zei Marijke. Dat lukt.

Prima.

Anneke nam haar tas en verdween naar de slaapkamer. Deur dicht, niet op slot, maar dicht. Ze bleef in haar kleren bovenop het dekbed liggen en staarde naar het plafond. Achter de muur rinkelde wat servies, daarna werd het stil. Even later een klik van een deur.

Sjoerd kwam die nacht niet naar de slaapkamer. Hij sliep op de bank. Dat zei meer dan genoeg.

s Morgens stond Anneke als eerste op. Ze zette koffie, dronk die op bij het raam. De stad werd langzaam wakker. Vrijdag. Buiten liep een vrouw met een hond. Duiven op de dakgoot tegenover. Gewoon een ochtend.

Sjoerd stond rond achten in de deuroepening.

We moeten even praten.

Ja, stemde Anneke in.

Anneke, er is niets gebeurd. Tussen mij en Marijke.

Zal best.

Nee, echt. Helemaal niks.

Sjoerd, zei ze, met haar blik naar buiten, dat is ook niet waar ik het over heb. Niet over het nu maar over hoe het de afgelopen weken ging.

Wat bedoel je dan?

Ze draaide zich om.

Ik bedoel dat iemand in mijn huis stukje bij beetje mij werd. Mijn kapsel, mijn jas, mijn parfum. Mijn recepten. Mijn gebaren. En jij, jij vond dat eigenlijk wel prettig. Want het was ik maar dan zonder vermoeidheid of sleur. Zonder geschiedenis.

Hij zweeg.

Dat is geen vraag, dat is een constatering.

Jij overdrijft.

Misschien. Ik ga naar mijn werk. Als ik vanmiddag thuis ben, wil ik dat de spullen van Marijke niet meer in de logeerkamer liggen.

Anneke…

En o ja: dat blinde vertrouwen, dat ben ik. Ik was te goedgelovig. Richting jullie allebei.

Ze vertrok. Deur dicht zachtjes, geen scene.

Op het werk gaf ze les, checkte de presentielijst, dronk in de pauze thee met Ineke die niet doorvroeg, maar één blik gaf die alles zei. Sommige mensen kunnen kijken alsof ze het antwoord toch al kennen.

Om half vier was ze thuis. Logeerkamer leeg. Bed netjes opgemaakt. Geen spoor meer van Marijke. Alleen een klein wit kammetje op de badkamerrand getuigde van haar aanwezigheid. Anneke gooide het zonder nadenken in de prullenbak.

Sjoerd zat thuis, verdiept in zijn telefoon.

Ze is weg, zei hij.

Zie ik.

En nu?

Ze hing haar jas op, liep naar de keuken, deed wat met pannen beweging zonder doel.

Anneke, hij kwam in de keuken. We zijn al drieëntwintig jaar samen je gooit zoiets toch niet zomaar weg?

Jawel. Even wachten. Ik heb tijd nodig.

Hoe lang dan?

Weet ik niet. Een paar dagen. Om na te denken.

Dat werden er zeven. Ze leefden langs elkaar, zoals huisgenoten met een gedeeld contract. Beleefd, geen ruzie, hij at in de woonkamer, zij in de keuken, sliepen apart. Sjoerd probeerde nu en dan een gesprek, Anneke hield het bij korte antwoorden. Niet uit woede, maar omdat ze niet wist hoe ze alles woorden moest geven zonder door haar voorraad eloquentie te schieten.

Ze dacht veel na. Over hoe makkelijk Marijke gewoon was binnengekomen vriendschap, gastvrijheid, het hoort zo. Wanneer ze dat onbestemde gevoel kreeg en waarom ze het niet meteen kon benoemen. Stille jaloezie, had Ineke gezegd. Iemands identiteit beetje bij beetje inpikken. Zonder kwaad opzet misschien, maar gewoon: iemand met te weinig eigen leven snoept van jouw leven.

Wat het moeilijkst was, was niet Marijke, maar Sjoerd.

Hij had kunnen doen alsof hij niets merkte, of haar waarschuwen. Of gewoon geen aandacht geven aan die zogenaamde verbeterde versie. Maar nee: hij bracht taart, hij lachte naast haar. Hij organiseerde diner bij kaarslicht als zijn vrouw er niet was. Misschien deed hij niet wat verkeerds, misschien dacht hij gewoon niet na.

Na een dikke week belde Anneke haar dochter weer.

Mam, wat klink je anders?

Valt het op?

Is het door Marijke?

Niet alleen. Marijke liet gewoon vooral iets zien wat er al was.

Wat was dat dan?

We waren te veel gewend aan elkaar. Zo gewend dat we elkaar niet meer zagen. Zij kwam, werd een betere ik. En dat vond hij fijn.

Blijf je dan alleen?

Voorlopig wel. Dat is oké.

Nu voelde het woord oké wel als haar eigen keus.

Een week later bespraken Sjoerd en zij het op zondagavond. Anneke hield het kort:

Ik denk dat we uit elkaar moeten.

Lange stilte.

Is het definitief?

Weet ik nog niet. Maar ik wil tijd en ruimte. Om te ontdekken wie ik eigenlijk ben, zonder jou, zonder dit huis, zonder alles hier.

Gaat dit om die kaarsen? Anne, het was gewoon een etentje!

Sjoerd, dit gaat niet over de kaarsen. Kaarsen waren gewoon het laatste. Daarvoor was er veel, en ik zei steeds het is normaal, terwijl het dat echt niet meer was.

Ik snap niet wat ik fout heb gedaan.

Niks concreets. Je zag mij gewoon niet meer. Had je de signalen over dat Marijke steeds meer mij werd gezien, had je mij wél gezien.

Hij wist niks te zeggen.

Het huis, kijken we later. Misschien verkoop, of ik koop je uit. Nog even niet. Tijd genoeg.

En jij dan?

Ik ga huren. Hier in de buurt, of ergens anders.

Op je tweeënvijftigste opnieuw beginnen, zei hij, en zijn stem was een mengsel van zelfmedelijden en verbazing.

Ja, antwoordde ze. Op je tweeënvijftigste. Anderen doen het op hun zeventigste.

In de badkamer opende Anneke het parfumschapslotje. Ze pakte het flesje Tuin van Holland, liep naar de keuken, deed de deksel van de vuilnisbak open en zette het er met zorg in, alsof het een relikwie was die ze ceremonieel aflegde.

De dagen erna werkte ze stapsgewijs. Belde een makelaar, sprak met de notaris, dronk thee bij Ineke en vertelde het globaal. Geen ohs of wat erg, Ineke luisterde, knikte af en toe en zei op haar wijze ja waarmee ze alles begreep.

Ze zaten samen aan de keukentafel bij Ineke.

Ben je boos op haar?

Op Marijke? Nauwelijks. Ik baal vooral dat ik het niet zag. Dat ik steeds het is normaal dacht terwijl het niet normaal was.

Jij bent niet gek omdat je vertrouwde.

Naïever dan de gemiddelde Nederlander. Mag je best zeggen.

Nee, gewoon vriendelijk. Dat is iets anders.

En op Sjoerd?

Daar wel. Maar dat slijt. Denk ik.

Wat ga je doen?

Zoek een flatje. Ander kapsel. Ander parfum. Geen Tuin van Holland meer, denk ik.

Vooruitstrevend!

En misschien zoeken wat ik zelf eigenlijk leuk vind. Wat écht van mij is.

Dat kost tijd.

Die heb ik.

Buiten regende het een typisch Hollandse herfstregen, grauw, niet echt koud. Anneke staarde naar het raam en dacht aan haar eens zo overzichtelijke leven: huis, Sjoerd, werk, routine, recepten, parfumflesje op links in de badkamer. Alles keurig op zijn plek. Tot nu.

Maar de leegte bleef uit. Geen gapend verlies. Hooguit het gevoel dat wanneer je een te strakke jas uittrekt, je pas merkt hoe benauwend je hem al die tijd had gevonden.

Weet je, Ien, zei ze, voor het eerst in jaren weet ik niet waar ik over een maand sta. En dat is… best te verdragen.

Te verdragen ja, herhaalde Ineke. Ze glimlachte.

Na weer een week vond Anneke een appartement een kleine eenkamerwoning in Haarlem-Oost. Lichte vloer, uitzicht op het park. Duur zat, maar oké. Ze regelde de bezichtiging, liep tussen de lege muren. De vloer kraakte een beetje, op de juiste plek. Ze liep heen en weer en dacht: ja, hier kan ik wonen.

Ik doe het, zei ze tegen de verhuurster, een vriendelijk oudje met blik als een kalenderplaat.

En? Voor hoe lang?

Geen idee. We zien wel. Begin maar met een jaar.

Thuis, in het oude huis, begon Anneke haar spullen rustig uit te zoeken. Geen haast, geen drama, gewoon: haar boeken, servies, kleding. Hier en daar weggooien. Een blouse weggegeven, drie jaar niet gedragen. De grijze jas met ceintuur ook. Kocht een nieuwe, donkerblauwe, ander model. In de spiegel totaal geen Marijke meer. Heerlijk.

Van Marijke hoorde ze niks. Eén keer een appje: Anne, sorry dat ik je gekwetst heb. Vergeef me a.u.b. ooit. Anneke las, legde haar telefoon weg en antwoordde niet. Niet uit woede, maar omdat ze simpelweg niet klaar was. Of geen zin had. Ze wist het verschil nog niet.

Sjoerd bleef in de oude flat. Ze spraken elkaar alleen als het moest, keurig zakelijk, en in dat ongemak schuilde ergens ook opluchting. Ze zag aan hem: hij wist zelf ook niet hoe hij terug moest, misschien niet eens naar wát precies.

Op de dag van haar verhuizing liep Anneke naar de parfumerie. Dreef tussen de geurtesters, een jonge verkoopster bood steeds wat nieuws aan. Uiteindelijk vond ze iets: Eikenmos & Zilver. Geen bloemen meer; fris houtig, met iets warms eraan. Geen sporen nostalgie. Precies goed.

Goede keuze, zei het meisje.

We zullen zien, zei Anneke.

Het verhuizen duurde een halve dag. Ineke hielp sjouwen, Sjoerd bood ook aan en zij liet het maar toe. Ze tilde niet meer dan nodig. In het nieuwe appartement, uitzichtje op het park, zette Anneke alles naar nieuwe plekken haar plekken.

Toen iedereen wegging, maakte Anneke het flesje Eikenmos & Zilver open en spoot een beetje op haar pols. Nieuw, onbekend, maar niet onprettig. Even ruiken. Even wennen. Of niet willen wennen, gewoon laten zijn.

Het park was halfleeg, november likte de laatste bladeren van de bomen. Lantaarns gingen vroeg aan, Hollandse herfst. Anneke zette water op en zocht de enige ongeschonden mok uit een doos.

De telefoon trilde. Bellen van dochter.

Nou mam? Al gesetteld?

Bezig met settelen, lachte Anneke.

Vind je het spannend?

Anneke keek naar buiten, naar het licht op het glibberige gras.

Nee, zei ze eerlijk, eigenlijk valt het mee.Anneke draaide met haar vinger het lichte patroon over de keramische mok, inhaleerde het onbekende spoor van haar nieuwe parfum boven haar huid. In haar hoofd opende zich een gevoel niet van verlies maar van ruimte. Stilte, maar geen dreiging meer. Geen echo van voetstappen op kliklaminaat, geen tweede vrouw in haar spiegelbeeld. Alleen Anneke, met haar eigen geur, haar eigen plek.

Ik mis niks, dacht ze. Er viel een prettige leegte in haar hoofd, als een kamer waarvan het raam net is opengezet: fris, een beetje kil, maar beloftevol.

Ik ben er, kind, zei ze in de telefoon. En ik zie wel wat het wordt.

Ze hoorde gelach aan de andere kant van de lijn.

Dat klinkt goed, mam.

En hoe is het in Maastricht?

Langzaam vloeide hun gesprek van de hak op de tak, gewoon zoals moeders en dochters dat kunnen. Geen zware beslommeringen, geen traumas, alleen lachen om nieuws, plannen voor bezoek, de zekerheid dat de wereld even klein genoeg voelde voor twee stemmen in een avondflat.

Toen ze ophing, kwam de avond sneller dan verwacht. Buiten dwarrelde het eerste decemberblad tegen haar raam. Anneke stond op, liep door de lege kamer en draaide een rondje zomaar, voor zichzelf.

Hier was niemand om haar na te doen. Al haar bewegingen waren van haar. Iedere geur, iedere mok, ieder raam, ieder lichtvlekje op de muur.

Misschien zou ze ooit Marijke terugschrijven, of Sjoerd koffie aanbieden in een ander leven. Misschien zou ze zelfs heimwee krijgen naar haar vaste routes, haar oude garderobe, haar plaatsen waar alles altijd prima was.

Maar nu, op dit moment, was er alleen Anneke. Helemaal zichzelf, met een nieuwe geur op haar polsen, het licht van vroege avond over haar vloer, en de stille wetenschap dat het eigen zijn misschien wel eenvoudiger was dan ze ooit had gedacht.

Ze glimlachte, zachtjes.

Ik ben er weer, fluisterde ze.

En de kamer antwoordde haar terug, in haar eigen stem.

Please rate
Bagattia News
De perfecte dubbelganger van mijn vrouw