De Hollandse Worstendief

DE WORSTENDIEF

Je gelooft het niet, maar ik móést echt wat kwijt over een kat die je niet zomaar voorbijloopt. Die sloot namelijk altijd iets spannends uit in mijn kleine buurtsuper in Haarlem. Het beestje had een maniertje van stelen waar je onmogelijk boos om kon zijn. Sterker nog, ik keek er elke keer weer naar uit!

Ik legde mijn telefoon klaar om het hele spektakel vast te leggen. s Avonds liet ik het dan aan Laura, mijn vrouw, zien, en samen lagen we dubbel van het lachen. Elke dag opnieuw.

Die kat ik noemde haar Mijntje nam altijd ruim de tijd. Eerst zat ze doodleuk voor de open deur, zogenaamd alleen maar even uitrusten. Totaal onschuldig. Zodra de kust veilig was ik verschool me altijd achter de grote koeling sloop ze stiekem naar binnen.

Heel voorzichtig liep ze naar het schap met rookworsten, bleef ze even stilstaan, en dan ineens hop! Snel een knakworstje of grillworstje grijpen en húp, nauwelijks het schap geraakt alweer op een spurt naar buiten.

Maar, de honger was meestal sterker dan haar vluchtdrang. Een paar meter verder parkeerde ze zich op de stoep en begon direct te smullen.

Toen kwam ik naar buiten. Riep ik altijd met een brede grijns:
Nou, smaakt ie, Mijntje?
Ze keek me dan aan, mauwde instemmend.
Mooi zo. Kom je morgen weer, hè?
En steevast kreeg ik een tevreden miauw terug.

Nu vraag je je misschien af: waarom liggen die worsten daar open en bloot, zonder gekoeld te worden? En dan keurig per stuk op een rijtje op die onderste plank? Tja, dat zit zo.

Mijn hart is gewoon een beetje te groot, denk ik. Toen Mijntje voor het eerst opdook, was ze magerder dan wat je voor mogelijk houdt. Maar elke keer dat ik probeerde haar te voeren, rende ze ervan weg. Ik snapte er niks van. Toen kreeg ik een idee.

Ik legde een paar plakjes worst vlak bij de uitgang. Zo kon ze zichzelf voeden, heeft ze het tóch een beetje zelf gestolen en door haar eigen harde werken bemachtigd. Eerst deed ze schichtig, maar later verschoof ik de worsten steeds verder naar binnen, tot ze helemaal bij het schap belandden. Compleet bij de andere producten, onderaan, op de grond haar eigen eetstation.

Nu had Mijntje allang gewoon alles mogen pakken wat ze wilde, maar eerlijk is eerlijk: het ging haar om de kick van het stelen. Geroofde worst smaakt simpelweg lekkerder.

Later zette ik een drinkbak, een royale bak kattenbrokken en zelfs een plastic bakje met zand bij het winkeltje. Voor t geval dat. En, jawel, een hondenhokje met een dikke plaid erin een warm plekje, mocht ze willen. Maar aaien? Dat zat er voorlopig niet in. Ze bleef op haar hoede. Wel lekker kletsen met me, hoor.

Na haar dagelijkse overval liepen we samen het gesprek na. Mijntje smikkelde intussen rustig door, maar we begrepen elkaar.

Toch zat me de laatste tijd iets dwars. Mijntje was allang niet meer zo dun en sneu. Ze blonk van gezondheid, vrolijk en mooi in het vel maar tóch jatte ze twee keer per dag een worstje en sprintte ermee om de hoek. Waar ging ze toch naartoe?

Nieuwsgierig als ik ben Hollanders zijn niks te dol hing ik een kleine camera met groothoek bij het winkeltje. Het beeld liep meteen binnen op mijn laptop achterin het kantoor. En toen, op een dinsdagavond, ontdekte ik het geheim.

Uit het souterrain van het huis op de hoek kroop een pluizig rood katje tevoorschijn. Die zat bibberend al te wachten tot Mijntje met de buit kwam. Zodra ze de worst aan het kleintje meegaf, dook die er razendsnel bovenop.

S avonds kon Laura haar tranen nauwelijks de baas. Morgen neem je die katten meteen maar mooi mee naar huis, hoor je dat? snotterde ze. Maar dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan.

Mijntje liet zich inmiddels zonder stress pakken zelfs slapen deed ze op de toonbank van de winkel. Dat rode katje, dat was een ander verhaal: bij iedere poging vloog hij als een rood bliksemschichtje weg.

De dagen gingen voorbij, op de camera zag ik het rode kleintje drinken uit het bakje van Mijntje of dutten in het hondenhok. Maar als ik dichterbij kwam, zette hij het steevast op een lopen, staartje fier omhoog.

Op een dag hoorde ik ineens een vreemd gemiauw bij de voordeur. Geen klant te zien verder. Nieuwsgierig liep ik naar de ingang daar zat het rode kitten, krijsend of zijn leven ervan afhing.

Wat is er, kleintje? vroeg ik verbaasd.

Meteen draafde hij weg, keek me recht in de ogen aan en liep richting het huis om de hoek. En daar, in de schaduw, lag Mijntje. Haar achterpootje geraakt, blijkbaar door een hondenbeet; de wond was diep. Mijntje kreunde zacht.

Het rode beestje gaf haar een kabbetje en jankte opnieuw. Ik hoefde niet lang na te denken.

Jas uit, Mijntje voorzichtig erin, rode kitten (die ik inmiddels Vlammetje noemde), hup, in mijn binnenzak. Winkeldeur dichtgeduwd en richting dierenarts in Heemstede.

Vijf uur zaten we daar, terwijl er gehecht werd en ik ondertussen dikke vriendjes werd met Vlammetje een nieuwsgierig type, vrolijk en kwiek.

s Avonds, winkel dicht, bracht ik de twee thuishalen. Laura was dolgelukkig. En wat doet een vrouw als ze in de wolken is? Juist: alle vriendinnen bellen. Uren vol verhalen, adviezen en vragen.

Toen ze eindelijk klaar was, lagen we languit op bed: ik, Mijntje, Vlammetje heerlijk. Nou, das ook wat waar moet ik nu liggen? mopperde Laura nep-verontwaardigd. Maar Vlammetje schoof meteen op, kroop tegen haar aan en duwde met zijn pootjes vrolijk over haar buik.

En zo vonden ze hun huis. Nu liggen er twee dikke, tevreden katten lui te zonnen op de vensterbank niets herinnert meer aan hun oude zwerversleven. Soms wast Mijntje Vlammetje nog liefdevol, en die vindt het allemaal best.

Aan de overkant, bij de schoenenzaak, woont intussen een grijs poesje. Die krijgt dagelijks een lekker hapje, want de verkoopster rent telkens bij mij binnen om wat te halen. Misschien neemt zij haar ooit ook mee naar huis Wie weet.

Op een dag, vriend, zijn ze allemaal binnen katten zijn dan zó gewild dat je op wachtlijst moet. Wat denk jij, zou dat kunnen gebeuren?

Please rate
Bagattia News
De Hollandse Worstendief