De gebroken pop

De Gebroken Pop

Marike, het was echt prachtig! Meiske, Loes is een wonder! En wat een stem! Ik heb in mijn leven nog nooit iets mooiers gehoord! Je weet, ik kom vaak in Het Concertgebouw en durf mezelf gerust een kenner te noemen. Zij moet daar zingen! Daar! Geen enkele twijfel!

Bedankt, Bea, dat je het talent van mijn dochter zo waardeert! Loes heeft hier zo hard voor gewerkt. Wat een inzet, wat een inspanning, en nu, eindelijk, haar Carmen!

Geweldig! Echt fantastisch! Maar Marike, nu Loes succes heeft, moeten jullie misschien ook aan de toekomst denken? Ze is een nachtegaaltje, maar je blijft toch niet je leven lang van tak naar tak vliegen? Een nestje, kinderen?

Ik weet het niet, Bea. Het is gewoon nog niet het moment, denk ik. Ze is nog jong, en dit succes van vandaag is pas haar eerste stap.

Marike, Sjoerd is er al lang klaar voor en hoelang wil hij nog wachten? Hij houdt zoveel van Loes! Hij kan niet zonder haar! Zijn wij dan de reden dat ze niet gelukkig zijn? Bea Boem wed het kanten zakdoekje uit haar tas en depte haar ogen. Wie zijn wij om hen tegen te houden, Marike?

Marike Jansen zei niks.

Ze wist dat haar vriendin niet snel zou opgeven, maar ze had geen zin om verder te praten. Dit gesprek was niet het eerste en zeker niet het laatste.

Bea, die ze al kende sinds hun kindertijd, was altijd doelgericht. Als Bea iets wilde, dan kreeg ze het. Ze zag geen obstakels en duldde geen tegenspraak. Eerlijk is eerlijk, Marike moest toegeven dat Bea altijd kreeg wat ze verlangde.

Zelf hun vriendschap was uit zon wens ontstaan. Marike herinnerde zich nog goed hoe ze zich toen voeldevol onbegrip en pijn.

De pop, een prachtige Lise met linnen krullen en blauwe ogen, had Marikes vader voor haar uit Maastricht meegenomen. Marike was dol op haar nieuwe speelgoed. Ze zette haar aan het kleine tafeltje, organiseerde urenlange theefeestjes en leerde haar de etiquette die haar moeder haar bijbracht.

Bea had Lise pas een week later gezien, en meteen was het liefde op het eerste gezicht. Dit keer kreeg Bea de pop niet zo makkelijk als het andere speelgoed. Marike wilde Lise niet afstaan. Toen werd Bea ziek. Echte koorts, tranen, ze leek oprecht ontroostbaar. Zo erg dat Marike de pop uiteindelijk zelf naar haar vriendin bracht. Hoe kon ze het weigeren als Bea zich zo slecht voelde?

Marike bracht de pop, maar had er meteen spijt van. Ze zag hoe snel Beas tranen verdwenen en hoe ze haar oude pop Katja, waarvan de ogen nauwelijks nog sloten, bij haar been pakte en zonder enige aarzeling in de speelgoedkist gooide.

Jij blijft daar dan maar!

Waarom dat Marike zo raakte, wist ze niet goed. Het deed gewoon pijn. Ze vond het zo zielig voor de oude Katja, dat ze haar bij Bea vroeg voor haarzelf. Bea gaf haar zonder omkijken, druk bezig met haar nieuwe pop.

Marike bracht Katja naar huis, gaf haar aan haar moeder en vroeg haar om de pop weer mooi te maken. Ze was zo verdrietig om Lise, omdat ze wist dat ook Lise op een dag zo in een hoekje zou belanden zodra Bea iemand nieuws vond.

Maar Marike dacht er niet aan Lise terug te vragen. Dat was niet juist.

Katja bleef jarenlang in Marikes kamer staan. Zelfs toen ze volwassen werd en haar eigen dochter kreeg, stond Katja, met haar gespreide armpjes en kale wimpers, nog op de plank.

Voor Marike bleef de pop een herinnering aan hoe makkelijk sommige mensen oude banden loslaten voor nieuwe verlangens. Dat deden ze niet alleen met poppen, voelde ze.

Bea bleef haar buurvrouw en enige vriendin, want merkwaardig genoeg waren er geen meisjes van hun leeftijd in hun portiek. Marike wilde voorlopig geen ruzie maken, voor hetzelfde geld veranderde alles nog. Tot die tijd moest ze gewoon aardig blijven.

Het nieuwe huis, waar de kleine Marike met haar ouders naartoe verhuisde, was na het overlijden van haar opa. Ze herinnerde zich hem nauwelijks, maar zelfs zijn naam, Pieter van der Linden, werd door de familie met ontzag en bijna fluisterend genoemd. Wie hij was en wat hij deed, daar kwam Marike pas later achter. Logisch, sommige dingen vertel je kinderen niet.

Ze hoorde pas jaren later dat haar opa bij de inlichtingen werkte, nadat haar vader, een van de beste chirurgen van het Amsterdam UMC, plots overleed. Vanaf toen stonden Marike en haar moeder er alleen voor.

We staan er alleen voor nu, Marike. We moeten het samen redden. Hoe? Ik weet het nog niet…

Maar waarom?

Ik leefde altijd achter je vader aan. En zolang opa leefde, deden we wat hij zei.

En dat vond je goed?

Wat moest ik dan? En er is toch niks mis met mannen die verantwoordelijkheid nemen? Ik kwam als een arm meisje in die familie, achtergelaten door mijn moeder. Je kunt je niet voorstellen wat voor schande dat was. Toch ben ik haar nu bijna dankbaar…

Mam…

Echt waar. Het kindertehuis was mijn enige thuis. Een goed thuis dankzij het warme personeel. Ze hielden van ons, niet openlijk, maar toch. Ze waren bang voor ons. Dat is moederliefde.

Ben je bang voor mij?

Heel erg! Je kunt je niet voorstellen hoe erg! Altijd al. Papa snapte dat niet, die was anders opgevoed.

Hoe dan?

Zijn familie was streng, je moest onafhankelijk zijn. Je grootvader verloor zijn moeder op zijn zevende en jouw vader op zijn zesde. Ze werden opgevoed door hun omas. Allebei naar het Cadetteninstituut, maar jouw vader maakte die opleiding niet af, hij wilde arts worden. Opa vond: als een man besluit, dan mag hij het doen. Zo eenvoudig.

Dus papa werd arts…

Een geweldige arts! En dat weet je.

En waar heb je papa ontmoet?

Gewoon, op straat. Ik liep in Utrecht, brak mijn hak en stond te huilen. De enige fatsoenlijke schoenen en die waren niet eens van mij.

Hoezo?

We waren met zn zessen op een studentenkamer. Drie paar nette schoenen op zes meiden. Iedereen legde van haar beurs wat opzij en dan deelden we.

Maar de maten?

Met watten in je schoen, klaar. Altijd eerst bij de grootste voeten gekocht. Kleine schoenen rekt niet op, grotere wel. Grootvoeters waren er maar twee, de rest had bijna dezelfde maat. Een verloren paar was een ramp! Jouw vader was mijn redder! Hij liet de schoen maken en bracht me zelfs thuis.

Was dat gevaarlijk?

Waar ik toen woonde, werden buitenstaanders niet geaccepteerd. Maar papa wist iedereen om de vinger te winden. In een paar minuten waren ze dikke vrienden. Dat kon hij met iedereen.

En opa, hoe nam die jou op?

Je bent echt volwassen als je dat vraagt. Niet gelijk geaccepteerd. Hij observeerde me, zei niks, knikte alleen toen papa mij voorstelde en mijn hand pakte. Hij zei: Jouw keuze! Maar nam geen afstand. Tot jij geboren werd. Papa werkte dag en nacht, ik was alleen met jou. Zelfs niet dat ik niks van babys wist was het ergste. Wat ze in het ziekenhuis uitlegden en in boeken stond, was alles. Bij het consultatiebureau kreeg ik op mijn kop, maar ik deed mijn best. Er was niemand om te helpen. Doodmoe was ik.

Hoe kwam je erbovenop?

Opa hielp. Hij was vaak weg, we wisten nooit wanneer hij terugkwam. Toen hij onverwachts thuis was, brak er iets. Ik weet het nog goed, ik liep s nachts met jou in mijn armen, uitgeput, dromen van even slapen. Toen pakte opa jou van me over: Ga slapen, meisje. Ik doe het wel. Meer weet ik niet. Voor ik het wist, sliep ik op een stoel tot de ochtend. Ik schrok me rot toen ik wakker werd, jij was weg, maar opa had jou perfect in de watten gelegd.

Hij kon dat?

Beter dan ik. Ik stond erbij en keek ernaar. Ik was sprakeloos. Ik durfde je niet eens te verschonen. Hij draaide je alsof je een pop was. Toen hij je strak inpakte, voelde ik me een slechte moeder, maar opa begreep het. Sindsdien noemde hij me Lientje.

Daarvoor?

Altijd alleen mevrouw Jansen. Nooit met jij.

Daarna Lientje en met jij?

Ja, dat was voor mij het teken dat ik geaccepteerd werd. Een vader, eindelijk. Dat was een wonder. Maar het mooiste? Dat hij verliefd was op jou.

Waarom was dat zo belangrijk?

Ik voelde me schuldig dat ik geen zoon baarde, maar opa vond het juist goed een meisje. Weet je die foto, dat hij je strik vastmaakt? Dat was ik. Zon serieuze man, met zon grapje. Hij heeft ons geleerd wat gezin betekent en zelfs jou een beetje. Jammer dat hij zo vroeg moest gaan, maar goed misschien. Hij paste niet in de nieuwe tijd. Eer, trouw en Nederland waren voor hem de wortels van het leven. Hij zou bij mensen van nu niet passen en dat wist hij.

Waarom denk je dat?

In zijn laatste dagen vroeg hij vergeving. Hij vond dat hij je te jong achterliet, maar deed alles om ons te redden. Hij zorgde dat ik een opleiding kreeg. Daar ben ik nu dankbaar voor. Want nu sta ik alleen voor jou. Maar we redden ons wel, dankzij alles wat hij in mij gestopt heeft. We hebben werk, een huis. Jouw opas huis is er ook nog. Die blijft van jou, daar kun je later naartoe als je trouwt…

Daar was Marike haar moeder altijd dankbaar voor. Soms zat ze uren in opas huis, bladerde door zijn boeken en voelde zich verbonden met hem.

Oma Lientje vierde niet haar overwinning op het leven. Na beraad vond ze nieuwe werk, met hulp van een vroegere vriend van opa. Al snel werkte Lientje in een Amsterdams ziekenhuis. Ze kreeg haar pensioen, maar wist: Loes zou niet altijd klein blijven. Hoe ouder haar dochter werd, des te meer dacht Lientje na over haar toekomst.

Toen Loes tien was, overleed grootmoeder Lientje. Marike liet het hoofd niet hangen, want nu had Loes alleen haar.

Met Bea hield Marike altijd contact, zij aan zij moeders, van afstand elkaars gezinnen volgend. Want Bea trouwde en verhuisde naar een dorpje buiten Utrecht, naar een ruim huis en atelier van haar man. Haar zoon werd ook kunstenaar. Daarom bleef Bea maar herhalen dat Loes niet buiten hun kring moest trouwen.

Creatieve mensen horen bij elkaar! Waarom doorsnee kiezen? We weten toch niet wat er uit gene zijde komt! Ik wil gezonde en getalenteerde kleinkinderen! Marike, ben je het niet met me eens?

Marike bleef stil. Haar familieverhaal deelde ze nooit met Bea. Dat heeft ze van opa geleerdluisteren en zelf zwijgen. Hoe minder ze weten, hoe beter!

Marike wilde niet dat Sjoerd haar schoonzoon zou worden. Dat zei ze haar vriendin niet. Onnodig, ruzie levert niks op. Bea zou haar toch niet begrijpen.

Ze was er zeker van dat Loes niet gelukkig zou zijn met Sjoerd. Hij was verwend, kreeg alles voor niks, nam nergens initiatief. Loes was anders opgevoed. Haar lievelingssprookje als kind was die van de twee kikkers. Net als de slimme kikker vocht ze, zocht haar plek onder de zon. Ze wist hoe moeilijk haar moeders en oma het hadden gehad, nadat haar vader kort na haar geboorte omkwam. Een blonde, glimlachende man op de foto in haar kamer dat was alles wat Loes over hem wist, behalve de verhalen van haar moeder.

Papa zou zo trots op je zijn! Dat was het refrein van Loes jeugd.

En ze wist dat haar moeder haar altijd zou steunen. Daarom koos Loes haar pad zorgvuldig, voor twee.

Het enige wat Loes niet had voorzien, was dat ze stiekem verliefd werd op Sjoerd. Ooit zag ze hem alleen als vriend.

Wanneer het kwam? Loes weet het niet. Gewoon, op een dag verlangde ze ernaar hem vaker te zien.

Sjoerd was licht, altijd opgewekt. Hij had het soort levenslust dat de serieuze Loes miste. Hij hield haar hand vast tot ze beloofde een weekend met hem mee naar de heuvels van Limburg te gaan, wandelen, fietsen Loes vond het doodeng, maar Sjoerd kocht spullen voor haar, bleef grappen maken: Jij kan toch alles, Loes!

Waarom dat haar zo raakte? Misschien omdat Loes altijd naar bevestiging zocht. Ondanks alle complimenten van haar moeder en oma, was het nooit genoeg.

Die eerste reis viel best mee. Vrolijk gezelschap, Sjoerd die danste met andere meisjes maar toch liet blijken dat Loes “van hem” was.

Eén ding beviel haar niet: de fiets. Ze merkte meteen haar balans was beroerd, ze durfde niet van de heuvels. Sjoerd begreep dat niet, maakte grappen, werd zelfs nukkig toen Loes weigerde.

Waarom ging je dan mee?

Omdat jij hier bent. Ze wilde bijna huilen van teleurstelling.

Nou, dan is het goed.

Aan het eind van die reis vroeg Sjoerd Loes ten huwelijk, met alles erop en eraan. Proostend en zingend stemde Loes toe, vervolgens huilde ze bij het zien van de prachtige ring. Daar zat Bea wel achter.

Ook de bruiloft was tot in de puntjes geregeld door Bea. Het enige wat Marike en Loes hoefden te doen, was een jurk kiezen en opas huis opknappen voor het nieuwe stel.

De eerste vragen kwamen na een jaar. Loes zong, Sjoerd schilderde. Maar Bea vond dat niet genoeg.

Het is tijd dat Loes aan kinderen begint! Nu zijn wij er nog om te helpen! Nu kunnen we nog op de kleintjes letten, straks niet meer. Dan kunnen ze hun kunst blijven doen, maar het gezinsleven niet uitstellen.

Marike wist niet wat ze moest zeggen. Ze wist dat Loes graag moeder wilde worden. Maar het probleem lag niet bij haar dochter; Sjoerd wilde nergens van weten.

Maar niet tegen mijn moeder zeggen! Ik wil geen piepende kinderen door mijn atelier. Moet ik straks fulltime werken om hun school te betalen? Nee, ik wil genieten van mijn leven!

Dit raakte Loes diep. Ze probeerde het nog, maar voelde al snel dat het geen bevlieging was.

Ik wil iets betekenen in het leven, Loes! Ik wil belangrijk zijn! Wil jij me van de Olympus trekken? Wij zijn toch hetzelfde, kunst is ons leven! Mama had gelijk je te kiezen! Slimmens, hè?

Wat Loes ook dacht van Bea, ze sprak het niet uit. Ze beperkte het contact zoveel mogelijk, weten dat ze niks goeds van haar schoonmoeder hoefde te verwachten.

Loes! Jij denkt alleen maar aan zingen! Heb je dan helemaal niets vrouwelijks? Hoe moet dat nou zonder kinderen?

Loes zweeg, niet wetend hoe ze moest reageren. Sjoerd ertoe overhalen het zijn moeder te vertellen, durfde ze niet. Tegen Bea zeggen dat het niet haar schuld was, vond ze beneden haar waardigheid.

Marike! Praat met je dochter! Wanneer gaat ze haar gezondheid laten checken? Hoe lang moeten we nog wachten? Bea werd steeds onuitstaanbaarder.

En toen gebeurde het struikelblok dat niet alleen het huwelijk van Loes en Sjoerd deed wankelen, maar ook beide families definitief verwijderde.

Een nieuwe reis naar Zuid-Limburg werd voor Loes een ramp. Sjoerd chagrijnig, Loes probeerde alsnog te fietsen om hem niet boos te maken. Ruim een uur later kwam ze ten val.

Waarom heb je een instructeur nodig?! Ik leg je het toch wel uit! Zit je nou alweer te stressen?!

Loes gaf toe. Beter een slechte vrede dan een goede ruzie, dacht ze.

Ze werd wakker in het ziekenhuis, naast haar zat Marike, met rode ogen.

Mam…

Niet praten, Loesje! Alles komt goed, ik ben hier.

En Sjoerd?

Marike draaide haar hoofd weg. Ze kon Loes moeilijk vertellen dat Sjoerd alweer naar Amsterdam terug was gevlogen. “Wat willen jullie van me? Moet ik hier blijven? Ik ben geen arts. Ik moet mijn expositie afmaken. Dit komt nu echt slecht uit!”

Pas later hoorde Loes dit allemaal, nadat haar moeder met hulp van artsen haar naar haar eigen kliniek overbracht.

De prognoses waren slecht. Maar Marike geloofde hen niet. Elke ochtend, voor ze naar werk ging, keek ze naar de fotos van haar ouders en fluisterde:

Ik geef niet op! Jullie hebben mij anders geleerd! Lennie heeft niemand behalve mij. Ze gaan haar niet breken, ik laat het niet gebeuren!

Met haar schoonzoon voerde Marike nog enkele gesprekken.

Alsjeblieft, Sjoerd! Ze is nog steeds jouw vrouw! Ze houdt van je!

Hield. Maar nu? Wat kan ik doen? Hier blijven zitten? Wat heeft dat voor zin? Het wordt nooit meer zoals het was. Zij vergeeft me niet, ik kan niet leven met schuldgevoel. Dit is mijn enige leven.

Hoe kun je zo zijn, Sjoerd?

Gewoon, zo ben ik. Jullie weten dat ik gelijk heb, maar willen het niet erkennen.

Marike stopte met deze vruchteloze gesprekken en richtte al haar energie op Loes herstel.

Met veel moeite, maar door loodzware strijd, kon Loes eerst weer staan, en later wandelen. In de ogen van haar moeder zette ze stap voor stap door.

Heel goed, meisje! Je kunt het! Papa zou zo trots zijn!

Zingen kon Loes niet meer. Haar stem verdween. Niemand wist wanneer of waardoor precies. Door operaties of door die uren dat ze gewond in de sneeuw lag te schreeuwen. Ze kon het zich niet herinneren. Dat iemand haar vond, te danken aan haar geroep, hoorde ze later. Sjoerd had haar niet eens gemist, besefte ze pas in het ziekenhuis. Toen haar moeder wilde uitleggen waarom Sjoerd niet kwam opdagen, pakte Loes haar hand en schudde haar hoofd.

Geef maar op, mam. Ik weet het al. Ik ben afgedankt, niemand wil een pop met gebroken benen… niet eens een Katja…

Jij wordt geen Katja! Dat laat ik niet toe! riep Marike zo hard dat de verpleegster kwam informeren. Sorry, het was niet expres…

Geeft niet. Loes, heb je iets nodig?

Nee, dank u! Alles komt goed, mam, toch?

Zeker weten!

Jaren later, op de Prinsengracht, loopt een jonge vrouw langzaam over de stoep, met een lichte hink. Ze laat haar zoontje uit de buggy en zegt:

Kom jongen, de wereld wacht op je! Maar niet te snel, goed? Mama volgt wel. Handje?

Met een ondeugende lach rent de peuter vooruit als hij oma ziet aan komen.

Mijn schatjes, wat heb ik jullie gemist!

Loes omhelst haar moeder.

Hoe was je reis, ma? Fijn gehad?

Zeker. Rara wie ik ben tegengekomen!

Zeg het maar!

Bea.

En?

Ze klaagt. Alles zit tegen. Sjoerd heeft nog niemand, ze wordt oud, geen kleinkinderen.

En jij?

Niks natuurlijk! Ik heb haar niets verteld. Niet over jouw huwelijk, niet over mijn tweede kleinkind. Zielig vind ik haar.

Ik ook. Mensen, mama, zijn soms bijzonder, hè?

Iedereen is anders, meid. Maar laten we niet over treurige dingen praten. Kijk eens wie er zo mooi is? Laat oma je nieuwe tandje zien! Wat, heeft hij er zoveel? Niet teveel toch?

Mam… je maakt me gek! Het is precies goed!

Loes neemt haar moeders hand, legt die op haar buik en lacht.

Wil je het horen?

Goed nieuws?

Beter kan niet! Je wordt straks twee keer oma! Wat vind je daarvan?

O!

Ben je niet blij?

Meisje, sorry, ik ben even overdonderd. Maar natuurlijk ben ik blij! Dolgelukkig zelfs… Denk je dat er téveel geluk kan zijn?

Geen idee. Maar ik weet zeker dat wij het verdiend hebben. Jij vooral, mam.

Mmm?

Ik ben geen Katja, hè?

Nee, ik heb het je beloofd…

Please rate
Bagattia News
De gebroken pop