Er was eens een avond in Amsterdam, de grachten spiegelden het licht en alles dreef een beetje raar, net als in een droom. Mijn buurvrouw, een vrouw van een jaar of veertig met stijlvol gestyled haar en een glimlach die nooit doordrong, was een paar maanden geleden in de flat tegenover mij ingetrokken. Haar naam was Lonneke van der Pol, wat op een vreemde manier altijd klonk als een echo door de smalle gangen bij de lift.
We groetten elkaar vaak vluchtig met Goeieavond, terwijl we onze fietsen probeerden te parkeren in het bomvolle rek beneden. Alles leek normaal totdat ze, op een maandag rond negen uur s avonds, voor mijn deur stond met een leeg Delfts blauw bakje in haar hand.
Sorry dat ik zo s avonds nog aanbel, kirde ze met een haast theatraal schuldbewust gezicht, mn pannenkoekendeeg is klaar, maar tot mijn schrik is het zout op! Mag ik van jou een beetje lenen? Ik geef het morgen gelijk terug, echt!
Natúúrlijk gaf ik haar en schepte gul wat zout in haar bakje. Ze verdween weer, haar pantoffels zacht tikkend op de gangvloer, de lucht in het trappenhuis trillend van haar belofte het vergeten product terug te brengen.
Maar dromen herhalen zich en zo stond Lonneke een paar dagen later opnieuw aan mijn deur. Ditmaal vroeg ze om suiker, gehuld in een dikke ochtendjas. De regen tikte tegen de ramen, het was donker buiten.
Heb zon trek in een kopje thee, maar er is geen suiker meer. Lenen, misschien? Gewoon een beker, ik breng het zó terug, dat weet je!
Ik gaf haar wat ze vroeg, maar ergens begon het te jeuken, zoals een gemiste trein in een droom waar je steeds op wacht. Had ze inmiddels niet haar basisboodschappen moeten hebben? Maar, in de Nederlandse traditie van doe maar normaal, haalde ik mijn schouders op.
In de weken erna bleef Lonneke altijd met een zielig verhaal en plechtig beloften dingen lenen: eieren, zonnebloemolie, ui, een halve citroen, een theezakje, een paracetamolletje, zelfs een rol toiletpapier (want ja, alles begint op te raken tegelijk!). Altijd net op het moment dat ik dacht: nu heb ik werkelijk alles gezien.
Het patroon was als fietsen tegen wind: zij vroeg, haar ogen groot, en ik gaf, want zo hoort het. Maar als ik haar vroeg iets terug te brengen, keek ze altijd alsof ik haar in een heel andere taal aansprak.
Op een avond, toen ik zelf wortels nodig had voor de soep en wist dat zij thuis was, belde ik aan. Ze opende de deur, keek me aan en zei: Worteltjes? Ja, die heb ik wel, maar volgens mij red ik het zelf maar net. Sorry, kan echt niet.
De deur sloot. Mijn hoofd tolde, alsof ik ineens wakker werd gemaakt uit een verwarrende droom. Haar voorraad was heilig, de mijne gemeengoed. Genoeg is genoeg, dacht ik. Ik liet me op de bank vallen en noteerde op een kladblok, zo goed als ik me herinnerde: suiker, eieren, koffie, olie, ui, medicijn, citroen, waspoeder. In totaal kwam ik, na wat rekenwerk, op bijna 40 euro uit.
Die lijst liet ik achteloos op het kastje liggen, als een kat die op muizen jaagt in een droom, wachtend op het moment dat hij zou toeslaan.
En inderdaad, op een zaterdagochtend, nét toen ik een appeltaart wilde gaan bakken, klonk daar de bel. In het kijkgaatje haar gezicht: smekend, met een beslagkom in haar hand.
Hee! Kan je me uit de brand helpen? Ik wil oliebollen bakken maar het meel is op, kirde haar stem. Driehonderd gram of zo? Ik breng het je morgen terug, beloofd!
Natuurlijk, meel heb ik genoeg, zei ik vriendelijk. Maar voor het eerst had ik mijn droomlogica van stal gehaald.
Maar Lonneke, zullen we eerst even kijken naar al die dingen die je de laatste tijd al geleend hebt? Hier, ik heb het allemaal voor je opgeschreven.
Ik overhandigde haar het velletje papier. Haar gezicht vertrok van verbazing naar lichte irritatie, onbegrijpelijk dat de droomwereld nu ineens regels kende.
Eieren, vijftien stuks klopt dat? vroeg ik met een glimlach, terwijl buiten een fietsbel in de verte klonk.
Eh, tja, ik heb het niet echt bijgehouden stamelde ze.
Ik wel, kijk maar: suiker, vier keer een beker, olie, koffie het staat er allemaal. En ik heb zelfs gemiddelde prijzen genomen, kwam op 37,50 euro uit.
Ik stak mijn hand uit. Zodra het geregeld is, geef ik je meel. Gesift of niet, wat je wilt.
Ze haalde diep adem en haar stem sloeg iets over: Is dit serieus? Ga je me afrekenen voor zout en lucifers?! Ben je helemaal goed bij je hoofd?
Heel rustig antwoordde ik: Wil je lenen en niet teruggeven, dan betaal je gewoon voor wat je neemt. Niks aan de hand.
Wat ben jij verschrikkelijk bekrompen! siste ze. Ik dacht dat we buren waren, echt, wat een gierigheid!
Kortzichtigheid is geld hebben voor sushi, maar je wc-papier bij anderen halen, glimlachte ik.
Ze bloosde fel, draaide zich om en liep stampend weg, haar deur sloeg hard dicht als een deur in een droom die geen slot meer heeft.
Sindsdien zijn er twee weken verstreken. Lonneke groet me niet meer, ontwijkt me in de lift waar de tegels altijd kouder aanvoelen dan normaal, haar ogen gefixeerd op haar telefoon. Via via hoor ik dat ze bij de huismeester klaagt dat hier vreemde en gierige mensen wonen.
Zou jij doorgaan met geven, of zou je net als ik wakker zijn geworden in de droom van het gewone leven?







