Het is inmiddels bijna een jaar dat ik met een vrouw uitga. Ik heb nooit op een euro gekeken als het om haar of haar kleinzoon ging. Maar het moment dat ik haar vroeg om wat gevulde koeken mee te geven, wist ik opeens weer precies waar mijn plek was.
De ober kwam voorzichtig met een plastic bakje waar het haast onaangeraakte stuk chocoladetaart alvast keurig in was verpakt. Annelies schoof het bakje tevreden naar zich toe. We zaten in een gezellig café aan de grachten in hartje Amsterdam, en op de achtergrond klonk zachte muziek. Binnen in mij begon langzaam maar zeker irritatie op te borrelen.
We zijn samen bijna een jaar. Ik ben achtenvijftig, zij vierenvijftigbeiden volwassen, met een rugzak vol levenslessen, afwikkelde huwelijken, volwassen kinderen en vanzelfsprekend kleinkinderen. Ik heb er tweeeen jongen en een meisje. Zij heeft Luuk, haar zesjarige, onafscheidelijke kleinzoon, het zonnetje in huis. Ik heb dat jochie pas een paar keer vluchtig gezien, maar ik weet inmiddels alles van hem, soms zelfs meer dan van mijn eigen bloeddruk.
Annelies stopte het bakje in haar tas en schonk me diezelfde zachte glimlach waardoor ik ooit volledig voor haar gevallen ben.
Luuk is gek op alles met chocola, zei ze. En ik heb genoeg gehad, dus het zou zonde zijn om het weg te gooien, vind je niet?
Knikkend betaalde ik de rekening, chocoladetaart inbegrepen, net als mijn koffie en haar salade. Geld was niet het probleemik red het prima. Maar het ging allang niet om het bedrag, het waren vooral de gewoontes die zich de laatste maanden geniepig gevormd hadden. Ik hield mezelf voor dat het allemaal onschuldige omaatjesliefde was. Want, bijna standaard, nam Annelies aan het einde van een etentje iets mee voor haar kleinzoon, vaak uiteraard door mij betaald.
Het eerste moment waarop ik iets voelde wringen, was drie maanden terug toen we samen naar een grote film gingen. Ik had kaartjes gekocht, en aan de balie bestelde Annelies het grootste bak caramelpopcorn met twee colas.
Dat verbaasde me, want ze let normaal altijd op haar figuur en zoet krijgt ze nauwelijks binnen. Ik dacht dat ze zichzelf gewoon eens verwende. In de zaal deed ze het deksel op de bak, die ze speciaal had gevraagd bij de balie, en zelf at ze geen korrel.
Waarom eet je niet? fluisterde ik. Hij is lekker, toch?
Oh, ik hoef niet, antwoordde ze zachtjes. Dit neem ik vanavond voor Luuk mee. Hij logeert hier en smult van bioscooppopcorn. Zijn ouders halen dat bijna nooit.
Ik verslikte me zowat in mijn cola. Dus ik had betaald voor popcorn, niet voor ons, maar voor haar kleinzoon, zonder dat eens even te overleggen. Zij vond het allemaal vanzelfsprekend. Die hele filmvoorstelling zat ik wat ongemakkelijk, voelde me meer een geldschieter dan een vriend. Na afloop bracht ik haar naar huis, zij straalde met popcorn in haar hand, en ik voelde me de koerier die ook nog voor de bestelling mocht dokken.
Het is ook niet zo dat ze het breed of krap heeft. Annelies werkt, verdient goed, ziet er altijd verzorgd uit en rijdt rond in haar eigen auto. Nodig was het niet.
Afgelopen zaterdag kwam het echte keerpunt. Ze had me uitgenodigd bij haar thuis, met de belofte van haar beroemde gevulde koeken, waar ik al zo vaak over hoorde. Natuurlijk stond ik niet met lege handen: een goede fles wijn, fruit, wat gerookte zalmsnippersde tafel mocht best een beetje feestelijk.
Het rook heerlijk; de geur van versgebakken boterkoeken kwam je tegemoet. Op het aanrecht stond een grote schaal onder een theedoek. Toen ik die eraf tilde, zag ik zeker dertig goudbruine koeken liggen, glimmend van het boter.
We zaten aan de keukentafel, Annelies schonk thee in en legde vijf koeken op een bord.
Pak maar, Nico, eet ze nu ze nog warm zijn, zei ze lief.
Ze waren onwaarschijnlijk lekker. Ik at drie met gehakt, twee met zuurkool, en zat heerlijk vol. We kletsten, trokken de wijn open en ik voelde me helemaal thuis.
Annelies, die koeken zijn echt zalig, zei ik voldaan. Mijn kinderen komen straks met de kleintjes dit weekend logeren. Mag ik een paar meenemen? Ze eten altijd van die slappe supermarktdingen, want mijn dochter bakt nooit.
Toen gebeurde er iets waar ik niet op voorbereid was.
Annelies veranderde, bijna zichtbaar. Die warme uitstraling maakte plaats voor een koele blik, schouders gespannen, mond een streep.
O, Nico, begon ze verontschuldigend, maar onbuigzaam. Ik zou je er graag wat willen meegeven, maar veel kan ik echt niet missen. Luuk komt vanavond, en ik heb eigenlijk vooral voor hem gebakken.
Ze liep naar de grote schaal, waar overduidelijk nog minstens dertig koeken lagen, rommelde wat, pakte een doorzichtig zakje en stopte er drie stuks in. Twee met zuurkool, één met gehakt.
Hier, overhandigde ze het zakje. Kun je ze in elk geval proeven. Anders blijft er niets voor Luuk over.
Ik keek naar dat karige zakje met drie koekjes. Terwijl ik net nog een fles wijn, fruit en zalm meenam voor haar. Ik heb nooit op haar gepuzzeld. En toch was ze zo zuinig als het om mijn kleinkinderen ging?
Er liggen er toch genoeg, probeerde ik kalmpjes te blijven, maar vanbinnen kokerde het. Zoveel eet Luuk toch niet? Mijn kleindochter en -zoon zijn er straks ook, geef ze ieder gewoon een koek mee.
Ze zette haar kin op, sloot de schaal met de doek als een soort vesting af en sprak resoluut:
Nico, ik heb precies uitgerekend. Ik heb Luuk beloofd dat ze voor hem zijn. Neem me niet kwalijk, maar ik kan niet alles zomaar meegeven. Je hebt lekker gegeten, hoop ik. De rest is voor mijn kleinzoon.
Ze noemde het alles zomaar meegeven. Alsof ik een buitenstaander was die om een aalmoes vroeg, niet degene met wie ze een relatie heeft en die net haar tafel gevuld had.
Waarom stond ik blijkbaar onder een zesjarige in haar innerlijke hiërarchie?
Na een halfuur vertrok ik, zogenaamd vanwege drukte. De drie koeken lagen op de passagiersstoel, en waar ze eerst nog zo huiselijk roken, hing er nu ineens iets ongemakkelijks aan die geuralsof er eerder ongemak dan warmte uit opsteeg. Mijn gedachten draaiden overuren: wat ging er in haar om? De conclusie was niet fraai.
Ik heb altijd gedacht dat volwassen liefde voorop staat. Wij tweeën horen de kern te zijn; de kinderen en kleinkinderen belangrijk, maar niet centraal. Maar in Annelies wereld draait alles om Luuk. Hij is de ster, de nummer één. En ik? Ben ik gewoon de spons, de man die etentjes, bioscoop en popcorn sponsort?
Als ik taart koop voor haar kleinzoon, is het gezellig familie. Maar als ik drie koeken vraag voor mijn kleinkinderen is dat je kunt niet alles krijgen. Zo is het éénrichtingsverkeer. Haar kleinzoon is de bevoorrechte, mijn eigen kinderen krijgen nauwelijks wat. Zag ze niet in hoe pijnlijk het was om een volwassen man een lullig plastic zakje te geven terwijl er een hele schaal vol stond?
Thuis zaten mijn kleinkinderen er al. Mijn dochter, duidelijk moe, was haar boodschappentassen aan het uitpakken.
Hmm, papa, het ruikt hier naar boterkoek!
Ik haalde het zakje tevoorschijn en schaamde me.
Die zijn van tante Annelies, mompelde ik, zonder haar aan te kijken. Hier, proef maar.
De koeken waren op binnen een minuut, natuurlijk.
Heb je er nog meer, opa? vroeg mijn kleindochter met hoopvolle blik.
Nee, lieverd, dat was het, zei ik, en liep naar het balkon om een sigaret te roken.
Buiten, onder een kilte die niet alleen van het weer kwam, keek ik naar de stadslampen. Waar was ik nou mee bezig? Waarom een relatie met iemand die mijn portemonnee als gemeenschappelijke pot ziet zolang het om haar familie gaat, maar haar eigen baksels als privévoorraad bewaart? Het gaat niet eens om die koeken, die kan ik zo kopen of laten bezorgen. Het gaat om het gebaar.
Ze heeft het waarschijnlijk niet eens doorgehad dat ze me kwetste. Diezelfde avond belde ze vrolijk op, vertelde lachend dat Luuk heerlijk gesmuld had van de koeken en nu voor de televisie zat. Ik zweeg. Ik had willen zeggen: Mijn kleinkinderen vroegen ook om nog eentje, maar ik had niets meer. Maar ik hield mijn mond.
Herkennen jullie dat soort dubbele standaarden? Dat het beste altijd naar één kant gaat, en van jou wordt alleen maar verwacht dat je betaalt of geeft? Moet ik dit aankaarten, of zit ik me aan te stellen en is het gewoon typisch Hollandse zuinigheid?






