Dagboekfragment
Vandaag wil ik opschrijven wat mij de afgelopen tijd heeft beziggehouden. Het begon allemaal bij de supermarkt in ons dorp, toen ik een iel, ongezien katje zag. Niemand wist precies of zij er zelf naartoe kwam, of haar iemand expres had achtergelaten. Het was een petieterig, mager katje compleet natgeregend, bibberend van de kou, en met pootjes trillend onder haar lijfje. Haar neusje zat vol met korstjes, haar oogjes waren smal, en haar vacht rondom oren en hals was grotendeels uitgevallen. Als je haar miauwtje hoorde zo klaaglijk, mie-ew kneep het je hart samen, maar de meeste mensen liepen zuchtend voorbij.
De caissières van de winkel hadden medelijden en lieten haar zo nu en dan even binnen in de warmte. Ze hadden zelfs druppeltjes tegen vlooien in haar nek gedaan (een Nederlandse variant van Stronghold), maar echt geholpen leek het allemaal niet. Het kleintje stond steevast elke dag voor de deur, wachtend op wat aandacht, en schroomde er niet voor om zich op te dringen als er handen in de buurt kwamen.
De nachten werden kouder. Het vroor inmiddels licht, rond de -5, en ik wist dat het voor dit zwakke bolletje niet te doen zou zijn, als straks de echte winterkou met -10 tot -15 zijn intrede zou doen. Een van de verkoopsters herinnerde zich plots het katje van afgelopen zomer, dat wij destijds uit exact dezelfde penibele situatie gered hadden. Ze besloten mij daarom weer in te schakelen, met de hoop dat ik opnieuw kon helpen.
Toen ik aankwam sprak direct haar houding boekdelen. Het was alsof ze wist dat dit haar kans was om van het leven op straat afscheid te nemen. Ze draaide om mijn benen, tikte met haar staart tegen mijn hand, en ging zelfs op haar achterpootjes zitten om sneller opgepakt te worden. Ze deed haar uiterste best om zichzelf zo charmant mogelijk te presenteren.
Al op de eerste foto die ik nam was duidelijk zichtbaar wat er aan de hand was: schurft. Gelukkig was het milde schurft en goed te behandelen. Met een paar nieuwe pipetten (dit keer een Nederlands merk), verdween het ongemak zienderogen.
Eenmaal bij mij thuis, veilig op een warm dekentje, veranderde ze haast direct in een spinnende huismus. Ze was innemend en bleef vlak bij mij in de buurt. De eerste dagen lagen slapen en eten in een eindeloze lus, maar beetje bij beetje kwam er leven en energie in haar kleine lijfje.
Zelfs haar naam vond zichzelf. Ze kreeg de naam Bente. Ze deed mij denken aan een onooglijk, maar heerlijk Hollands aardappeltje: wat hobbelig, onhandig, maar stiekem ontzettend aandoenlijk. Dit fase duurde gelukkig niet lang; na twee behandelingen met de vlooienpipetten stond daar ineens een knappe, heldere Bente, haar oogjes groot en haar snuitje weer mooi in vorm.
Haar vacht groeit inmiddels op haar oren en poten langzaam terug. Bente staat binnenkort gepland voor sterilisatie, en ontwikkelt zich elke dag verder tot een gezonde, verzorgde en lieve kat. Wat een wonder dat zulke kleine figuren, ondanks alles, zoveel vertrouwen in mensen blijven houden.







