Bekenden vroegen of ze met ons mee mochten rijden en beloofden mee te betalen. Bij aankomst zeiden ze: “Jullie gingen toch al die kant op.”

Het begon allemaal als een doorsnee voorbereiding op de zomervakantie. Mijn vrouw en ik, onze trouwe Volvo XC60, een route van ruim duizend kilometer enkele reis en het heerlijke vooruitzicht op de weg. We hielden altijd al van autoritten door dat gevoel van vrijheid: je bepaalt zelf het tempo, stopt waar en wanneer je wilt, kiest links of rechts, gewoon waar je zin in hebt. Geen treintijden om rekening mee te houden, geen huilende baby’s achter papieren coupédeuren en geen vertraagde vluchten.

Alleen maakten we deze keer een beginnersfout we vertelden onze plannen een keer te veel door.

Tijdens een etentje met wat vrienden, in een gezelschap van van alles wat, flapte ik eruit dat we over twee weken naar het zuiden van Frankrijk zouden vertrekken. Met de auto, jawel.

Oh! Wanneer precies? vroeg het stel recht tegenover ons direct nieuwsgierig.

Het waren Daan en Femke. Niet onze beste vrienden, eerder kennissen die je bij feestjes tegenkomt.

We vertrekken de vijftiende, antwoorde ik, niet vermoedende wat zou volgen.

Dat is toevallig, wij moeten ook die kant op! Daan werd meteen enthousiast en legde zijn vork neer. Onze vakantie begint op de zestiende, we wilden met de trein maar alles is al uitverkocht, alleen nog plekken naast het toilet. Zullen we met jullie meerijden? We delen de benzine, is veel gezelliger en wij zijn heel makkelijk.

Mijn vrouw keek me aan en haar blik was duidelijk: liever niet. Ik begon wat te stamelen over hoeveel bagage we al hebben, dat we rustig aan doen en vaak stoppen.

Ach joh, we hebben maar één koffer samen! hield Daan vol. Scheelt ons bakken met geld, benzine is asociaal duur de laatste tijd. En je helpt ons er echt enorm mee.

We gingen overstag. Het geld-argument gaf de doorslag, en we vonden het ook lastig om botweg nee te zeggen. Een typisch gebrek aan ruggengraat, waar we later nog lang spijt van hadden.

Wie goed doet, ontmoet soms onverwachte problemen
We spraken af bij ons flatgebouw om vijf uur s ochtends. Mijn vrouw en ik stonden keurig op tijd klaar. De achterbak lag netjes vol: onze tassen, wat flessen water, wat gereedschap, dekentjes. Daan en Femke kwamen pas veertig minuten later aanzetten.

Ja, onze taxi was zo laat zei Femke zonder enig excuus, terwijl ze een koffer zo groot als een koelkast en nog een stel tassen met snacks meesleepte.

We hadden toch afgesproken: zo min mogelijk spullen? foeterde ik.

Ja, maar ze is een vrouw, ze moet zich kunnen omkleden, lachte Daan.

We moesten alles weer uitladen en een half uur Tetris spelen om die kleren overal tussen te proppen.

Na een uur begon de ellende al. Femke kreeg het benauwd airco vol open. Na tien minuten kreeg Daan het koud. Mijn muziek vonden ze niks. En toen kwamen de eindeloze verzoekjes: stoppen voor wc, voor koffie, benen strekken, een sigaretje.

Mijn zorgvuldig geplande route, bedoeld om files te ontwijken, viel volledig in het water. We reden meer als een pendelbus dan een gezinsauto.

De echte apotheose kwam bij het tanken.

Ik goot de tank vol, het bedrag stond op 95. Ik kom terug bij de auto, Daan zit rustig een hotdog te eten.

Dus, zullen we even de kosten delen? zei ik, doelend op een Tikkie-overschrijving.

Doen we straks wel, aan het eind van de rit alles in één keer, makkelijker wuifde Daan.

Het zat me niet lekker, maar mijn vrouw fluisterde: Maak je niet druk, komen ze straks vanzelf mee. Ik hield mijn mond. Ook tolwegen rekende ik betaald totaal geen interesse.

De hele rit aten ze hun eigen bammetjes, de kruimels vlogen over de bekleding. Toen ik vroeg om wat netter te doen, werd er gelachen:
Joh, het is toch maar een auto, je zuigt het straks wel uit.

Kapót kwamen we aan, vooral door het gezelschap.

We zijn toch gewoon meegereden?
De volgende ochtend, na een nachtje slaap, kwamen we elkaar tegen in de gezamenlijke keuken van het pension. Ik haalde mijn opschrijfboekje tevoorschijn.

Dus even over de kosten, begon ik rustig. Benzine: 340 euro. Tol: 65 euro. Samen 405 euro. De helft is 202,50, dus graag 101,25 van jullie.

Daan verslikte zich in zijn thee en Femke keek me vol ongeloof aan.

Honderd euro? Serieus? vroeg ze.

Ja, zoals afgesproken. De kosten delen.

Daan zette zijn beker neer:
Kijk, jij was sowieso gegaan. Je had dit geld evengoed moeten uitgeven, met of zonder ons. Wij zaten op de lege plekken, verder niks.

Wacht eens even, werd ik kwaad. We hebben de afspraken van tevoren besproken. Ik heb ongemak geaccepteerd, meer bagage en al jullie pauzes, maar jullie zouden wel meebetalen.

Waar heb je het over? lachte Femke. Het was gezellig, joh. Wij dachten dat het vriendschappelijk was. Had je dit gezegd, hadden we wel BlaBlaCar gepakt.

Die chauffeur had jullie halverwege gedumpt om het gezeur en de rotzooi, kon mijn vrouw zich niet inhouden.

Afijn, besloot Daan. We kunnen je vijftig euro geven, voor de vorm. Maar de helft betalen voor iets wat je toch al zou doen, is onzin. Ons vakantiebudget zit vast.

Ik stond op.
Laat maar. Zie het maar als een traktatie. Maar de terugweg zoeken jullie het maar zelf uit.

Wat?! protesteerde Daan. We hadden toch afgesproken heen en weer?!

We hadden afgesproken om te delen. Jullie houden je niet aan de afspraak. Nog een fijne vakantie.

Een gescheiden vakantie en een rustige terugreis
We zagen elkaar de tien dagen erna nauwelijks, al zaten we in hetzelfde dorpje. Een paar keer op het strand draaiden ze demonstratief hun hoofd weg.

De avond voor vertrek kreeg ik nog een appje van Daan: Doe niet zo moeilijk joh, we geven je zestig euro voor de heen- én terugweg. Rijd met ons mee, Femke wordt ziek in de bus.

Ik heb niet gereageerd.

Wij zijn op ons gemak vertrokken, alles rustig ingepakt, olie gecontroleerd en de muziek opgezet die wij wílden horen. De terugreis was een feest: onze stops, onze rust, en vooral: stilte.

Later hoorde ik van gezamenlijke kennissen dat ik werd afgeschilderd als een vreselijk persoon. Laat vrienden stikken in den vreemde om een paar tientjes. Daan en Femke hebben uren in bussen met overstap gezeten, hebben flink moeten betalen, en spuien nu regelmatig hun gal over ons.

Maar wij hebben er veel van geleerd. Als iemand nu vraagt of ze kunnen meerijden, zeg ik vriendelijk maar beslist: Sorry, wij reizen liever met zn tweeën.En weet je wat het mooiste is? Toen we die lege achterbank in de spiegel zagen, voelde het ineens alsof we het reizen opnieuw uitvonden. We lachten om onszelf, zongen bij de verkeerde songtekst en genoten van het uitzicht dat ongestoord voorbijtrok. Geen gekibbel over airco, geen gemor over muziek, alleen onze handen die elkaar zochten op de middenconsole stil, tevreden, precies zoals het hoort.

Sindsdien is vakantie voor ons niet meer alleen een bestemming, maar vooral: goed gezelschap kiezen. En een kleine Volvo kan groot genoeg zijn voor enorme vrijheid.

Please rate
Bagattia News
Bekenden vroegen of ze met ons mee mochten rijden en beloofden mee te betalen. Bij aankomst zeiden ze: “Jullie gingen toch al die kant op.”