Anton, die me had aangeboden naar het ouderlijk huis te brengen, bleek enorm scheel te zijn. Hij zette me per ongeluk af bij het weeshuis, die sufferd.

Ouwe, luister dit even. Dus, die ooievaar die mij als klein jochie ooit bij mijn ouders op de stoep dropte, bleek uiteindelijk echt een gevalletje scheve snavel te zijn, weet je wel? Hij liet me halverwege bij het weeshuis vallen een beetje als een kip zonder kop. Toen ging het allemaal meteen de verkeerde kant op.

Maar goed, tegen de tijd dat ik veertig werd had ik mezelf er toch uit weten te trekken uit dat dal waar die mafkees van een vogel me in had gesmeten. Huisje neergezet, vrouw aan de haak geslagen, oké de auto was tweedehands, maar hé, hij reed. Eigenlijk moest ik alleen nog iets planten en iemand op laten groeien, zoals dat hoort.

Eéntje groot brengen met Maartje, dat was wel de bedoeling van een tweede hadden we eigenlijk niet eens gedroomd.

Die ochtend stond ik, terwijl het regende dat het goot, koffie te zetten en een beetje te filosoferen over groeien, planten en hoe beroerd Hollands weer kan zijn. Mijn boxers, zo lekker degelijk met ruitjes erop, wapperden rustig aan het droogrek in een tochtje die boxers had ik trouwens al lang voordat ik Maartje kende, das toch wat.

Opeens werd er op het balkonraam geklopt. Zal wel weer die snotneuzen uit de flat zijn die duiven met steentjes proberen te temmen. Een ooievaar op jullie dak zou je leren, stelletje etterbakken.

Weer getik op het raam. En toen nog eens. Wie is dat nou in hemelsnaam? We wonen toch op driehoog.

Dus ik schuif het gordijn aan de kant en wie staat daar op het balkon te scharrelen? Ja hoor, diezelfde schele ooievaar uit mn kinderdroom.

Wegwezen, malloot! riep ik, gewoon uit reflex. Mn boterham maakte meteen een duikeling richting parket.

Sorry, van Dijk, echt waar, ik zat fout, dat geef ik toe. Pik maar, begin bij mijn rechtervleugel, die is het grootst, zei die vogel terwijl hij met zn magere kop de kier van de balkondeur binnen stak.

Aju, je gaat eruit! Ik probeerde dat lange staketsel van een nek weer naar buiten te duwen, beide handen eromheen.

Doe nou ff relaxed, Pieter van Dijk, luister effe aan wat ik zeg! klonk het met een vies gekras en schor gehoest.

Wat, kun je ook nog praten? Zal ik je nek dubbelvouwen straks! grapte ik terwijl ik wrikte aan dat beest.

Ik kom me excuseren, echt waar, kraste hij.

Veel te laat, lange neus, bromde ik.

Op dat moment ging de bel. Maartje was thuis.

Rot op, smerige vogel, sistte ik richting balkon, terwijl ik hem er eindelijk uit kreeg. Zorg dat je weg bent als ik terugkom, ja!

Bijna op de automatische piloot sprintte ik naar de voordeur.

Sorry, van Dijk! Echt sorry! Het is allemaal opgelost! riep die ooievaar nog door het open raampje.

Maartje kwam kletsnat binnen, maar straalde als een zonnetje. Haar haar plakte aan haar wangen, helemaal gelukkig. Zou ze dezelfde ooievaar tegengekomen zijn?

Ze gooide haar natte paraplu in de hoek en viel om mn nek.

Vier! Vier! begon ze uitgelaten te roepen in de hal.

Wat vier? vroeg ik, helemaal verbaasd.

We krijgen een vierling, Pieter! riep ze blij. Vier kleintjes in één keer! Kun je het je voorstellen?

En op dat moment viel het kwartje die ooievaar en zn gebabbel, en nú de vierling. Ik schoot meteen naar het balkon. Die schele ooievaar vloog nét weg, ik probeerde zn staart te pakken.

Te laat.

Blijf staan, lompe vogel! Kom terug, jij met je lange snavel! schreeuwde ik hem na.

Alles geregeld! kraaide hij nog van boven.

Ik draaide me om. Daar stond Maartje, ze huilde van geluk. Wat een dag, hè?

Please rate
Bagattia News
Anton, die me had aangeboden naar het ouderlijk huis te brengen, bleek enorm scheel te zijn. Hij zette me per ongeluk af bij het weeshuis, die sufferd.