Eeuwige liefdeEn ondanks de jaren die voorbijgingen, bleef hun liefde onveranderd sterk, als een baken in de storm van het leven.

‘Zullen we vandaag eten?’ – Henk kwam de keuken binnenvallen en plofte neer op een kruk aan tafel. De poten krasten akelig over de vloer. Marga zei niks, maar Lieke in haar kamer verstijfde meteen.

‘Praat ik tegen de muur? Kijk me aan!’ – hij schreeuwde en sloeg met zijn vuist op tafel. Lieke wist dat haar moeder zich omdraaide, de angst druipte uit haar ogen.

‘Waar kijk je naar? Schep op! Man komt thuis van zijn werk. Ik ken jullie vrouwen wel, alleen maar kletsen en flirten, niks geen nut,’ – mompelde hij zachter.

Marga rammelde met de pannen, haastig een bord van het droogrek boven de gootsteen.

‘Alweer pasta? Ik ben het zat,’ – snauwde Henk. Lieke kroop in elkaar in haar kamer, in afwachting van het geluid van brekend aardewerk. Nee, het bleef stil… Even was er niks te horen uit de keuken. Lieke glipte haar kamer uit en keek om de hoek. Henk zat met zijn rug naar haar toe. Marga gebaarde – ga weg. Lieke verdween uit de deuropening alsof ze er nooit was. Ze sloot zich op in haar kamer en dook in een schoolboek, maar na elke zin stopte ze en luisterde. Het bleef rustig. Vandaag deed haar vader redelijk kalm. Even later hoorde ze hem langs haar deur lopen naar de slaapkamer, iets voor zich uit mompelend, en toen werd het stil.

Ze hoorde dit bijna elke dag. Aan de geluiden kon ze precies aflezen wat er in de keuken gebeurde. Henk had geen vaste baan. Hij kon nergens lang blijven vanwege het zuipen, hij rommelde wat aan met tijdelijke klussen. Als Marga niet thuis was, probeerde Lieke niet alleen met hem in huis te zijn – ze ging na school naar vriendinnen of zat op de trap te wachten tot haar moeder kwam.

‘Hé, waarom zit je op de trap? Sleutels vergeten?’ – Niels bleef voor haar staan. Hij woonde op de derde verdieping.

‘Zoiets,’ – bromde ze. Ze schaamde zich dat hij haar daar zag.

Niels liep door, stapte twee treden omhoog en bleef staan.

‘Je wordt koud, je mag niet op betonnen treden zitten. Kom maar mee naar mij.’

Lieke zei niks.

‘Kom,’ – zei hij streng, en ze gehoorzaamde. Hij was ouder, en zij was gewend naar ouderen te luisteren.

Niels opende de deur van zijn flat en liet haar voorgaan.

‘Mam, ik ben thuis. En niet alleen!’ – riep hij, de voordeur achter zich dichtgooiend.

‘Met wie dan?’ – Tante Marianne kwam de gang in.

‘Dag mevrouw,’ – zei Lieke zacht.

‘Hallo. Lieke, toch?’

‘Stel je voor, ik kom de trap op en zij zit daar,’ – zei Niels terwijl hij zijn jas uittrok.

‘Sleutels vergeten?’ – vroeg Marianne. ‘Trek uit en was je handen, ik warm de lunch wel op.’

Lieke liep de woonkamer in en keek rond. Hetzelfde type flat als bij hen, maar veel gezelliger. De lunch was heerlijk, al was het maar gewone kippensoep en pasta met worstjes.

‘Dank u, het was erg lekker,’ – zei ze.

‘Volgende keer niet op de trap zitten, kom meteen naar boven,’ – zei Marianne. ‘Afgesproken?’

Lieke knikte.

‘Dank je, mam. We gaan naar mijn kamer. Kom,’ – Niels stond op en gebaarde. Lieke keek naar Marianne, die instemmend knikte.

In zijn kamer viel Lieke meteen op hoe opgeruimd het was – geen rommel, posters van bekende bands en kleurrijke motoren aan de muur.

‘Hou je van racen?’ – vroeg ze.

‘Niet echt, maar de posters zijn mooi.’

‘Ik heb geen computer. Nou ja, wel een monitor, maar die heeft m’n vader kapotgeslagen. Geen geld voor een nieuwe.’

‘Ik heb een tablet, wil je die?’ – bood Niels meteen aan.

‘Nee, als mijn vader het ziet, verkoopt hij het.’

‘Kom dan maar naar mij toe als je iets moet doen.’

‘Weet jij al wat je na school gaat doen?’ – Lieke raakte een modelvliegtuigje aan. ‘Zelf gemaakt?’

‘Ja. Ik wil naar de luchtvaartschool, vliegtuigen ontwerpen.’

‘Word je piloot?’

‘Nee, ontwerper,’ – glimlachte hij neerbuigend.

Alle meiden in haar klas vonden hem leuk. Een knapperd. Morgen op school kon ze vertellen dat ze bij Niels thuis was geweest – dan zouden ze jaloers zijn.

De tijd vloog. Lieke keek op de klok en schoot overeind.

‘Ik moet gaan, mam is vast al thuis.’

Ze wilde niet weg, maar wilde ook niet te veel van de gastvrijheid gebruikmaken. Niels liep mee naar de gang.

‘Kom gerust, ga niet op de trap zitten,’ – zei hij bij het afscheid.

Lieke ging haar eigen flat binnen en zag haar moeders jas aan de kapstok. Uit de keuken klonk gerammel – Marga was het avondeten aan het voorbereiden.

‘Waar kom jij zo laat vandaan?’ – riep ze.

‘Ik was op de derde, bij nummer 15.’

‘Je hoeft niet bij mensen aan te hangen. Wat denken ze wel niet? Eet je mee?’

‘Nee, tante Marianne heeft me gegeven. Ik ga huiswerk maken. Is hij thuis?’

‘Hoor je niet? Hij snurkt als een trein. Waar heeft hij het geld vandaan? Weer ladderzat,’ – zuchtte Marga.

Vanaf die tijd was Lieke vaak bij Niels. Als ze hem in de pauze tegenkwam, knikte ze en bloosde. Hij groette en liep door.

Soms was Niels er niet – hij zat ’s avonds in de sportclub. Dan vertelde tante Marianne over haar zoon en over haar man die een paar jaar geleden was overleden.

Winter werd lente, de zomer kwam. Lieke ging niet meer naar Niels toe, ze hing met vriendinnen of zat op een bankje voor de flat.

‘Waarom kom je niet meer?’ – vroeg Niels haar eens op straat. Lieke haalde haar schouders op.

‘Heb je al examen gedaan? Wanneer ga je studeren?’

‘Ik ga niet weg. Ik studeer hier, op de hogeschool. Wil mijn moeder niet alleen laten.’

‘Geweldig!’ – riep Lieke blij.

In de herfst ging ze een keer naar hem toe, zogenaamd omdat ze een som niet snapte. Maar het praten ging niet meer zoals vroeger. Ze voelde zich ongemakkelijk en verlegen. Niels was veranderd, volwassener en nog knapper geworden.

Die winter overleed Henk – aan nepjenever vergiftigd. Marga huilde niet, zelfs niet op de begrafenis, maar Lieke voelde toch medelijden. Nu was er geen reden meer om op haar moeder te wachten, geen excuus om naar Niels te gaan.

Marga schrok nog lang van de bel, met angst in haar ogen.

‘Mam, wat is er? Hij is er niet,’ – zei Lieke.

‘Gewoonte,’ – antwoordde haar moeder.

Lieke zat in haar examenjaar. Op een avond stond ze bij het raam, wachtend op Niels.

‘Wat doe je zonder licht? Staat te gluren naar Niels?’ – Marga kwam binnen en knipte het licht aan.

‘Ik kijk gewoon,’ – snauwde Lieke betrapt.

‘Hij is volwassen, heeft een vriendin. Een mooie. Ga liever je huiswerk maken,’ – zuchtte Marga.

Niels had een vriendin! Haar hart brak van verdriet en jaloezie. Ze had haar nog nooit gezien, maar haatte haar al. En op een dag botste ze in de tuin op hen beiden.

‘Lieke? Hé, waarom kom je niet?’ – vroeg Niels vriendelijk. Zijn vriendin stond naast hem en keek Lieke met ijzige ogen aan. Vanwege haar lengte keek ze op Lieke neer, minachtend, als op een muis. Niels was ook lang, maar hij keek anders.

‘In welke klas zit je nu?’

‘Examenklas.’

‘Wat vliegt de tijd. Je bent mooi geworden, volwassen, ik herken je bijna niet. Wat ga je doen?’

‘Niels, kom,’ – de vriendin trok ongeduldig aan zijn arm.

‘Doei, succes!’ – zei Niels, en ze liepen gearmd weg.

Lieke keek hen na. ‘Koud als een vis, met ogen van ijs,’ – dacht ze boos. ‘Sneeuwkoningin is te veel eer.’ Ze noemde haar in gedachten ‘Koude Vis’.

De tijd verstreek, Lieke haalde haar diploma en ging Geneeskunde studeren. Niels studeerde af, vond een baan en kocht al snel een auto. Lieke leerde het motorgeluid herkennen en rende naar het raam als hij voor de deur stopte.

Op een dag kwam Lieke uit de stad en zag tante Marianne in de tuin. Die liep langzaam met een stok, mank.

‘Dag tante Marianne, wat is er aan de hand?’

‘Mijn been, ik kan niet meer. De dokter zegt dat ik een kunstgewricht moet, maar ik ben bang,’ – klaagde ze.

‘Zeg maar wat ik kan halen, ik ga wel naar de winkel,’ – bood Lieke meteen aan.

‘Doe maar, Niels is nooit thuis…’

Zo begon Lieke weer bij hen langs te gaan, al zag ze Niels bijna nooit. Ze deed boodschappen, hielp met schoonmaken.

Op een dag durfde ze te vragen naar Niels’ vriendin.

‘Vera is wel mooi, maar zo gemaakt. Altijd stil, je weet niet hoe je haar moet benaderen. Ze is zo vreemd. Jij bent anders. Zo’n bruid is niet wat mijn zoon nodig heeft,’ – zuchtte Marianne. ‘Waarom vraag je dat? Ben je soms verliefd op hem?’

Lieke sloeg haar ogen neer.

‘Niet treurig. Was je maar wat ouder, ik zou geen betere vrouw voor Niels weten. Je vindt nog wel je ware liefde.’

‘Ik wil geen andere,’ – fluisterde Lieke en rende weg.

Een keer belde ze aan bij Marianne om te vragen wat ze moest halen. De deur werd open gedaan door de Koude Vis.

‘Wat moet jij?’ – vroeg ze onvriendelijk.

‘Ik kom voor tante Marianne…’

‘Die is er niet. Niels heeft haar naar het ziekenhuis gebracht.’

Het leek of Vera expres haar kin omhoog stak om op Lieke neer te kijken.

‘Waarom blijf jij hier maar komen?’ – haar ijsogen glinsterden.

‘Ik help tante Marianne, ik doe boodschappen.’

‘Oh ja, de hulp. Kom niet meer. Als het nodig is, help ik wel. Niels en ik gaan trouwen en gaan hier wonen. Weg jij, want sinds jij komt, raken er spullen kwijt,’ – zei Vera grof.

‘Welke spullen?’ – Lieke werd rood.

‘Mijn ring. Ik had hem op de wastafel in de badkamer gelegd. Toen ik terugkwam, was hij weg. Jij hebt hem gepakt, wie anders.’

‘Ik kom niet verder dan de gang!’ – riep Lieke boos.

‘Dat weet ik niet, misschien ben je wel binnengekomen als ik er niet was. Geef hem maar terug, anders bel ik de politie.’ – Vera deed een stap naar voren en boog haar hoofd. Die koude, boze ogen kwamen dichtbij. Lieke deinsde achteruit.

‘Ik heb je ring niet!’

‘Bewijs maar.’ – Vera deed nog een stap, haar ijsogen vlakbij. Lieke kon het niet meer aan, draaide zich om, rukte de deur open en botste tegen Niels op.

‘Wat zijn jullie aan het doen? Het is te horen op de trap.’ – Niels keek van Lieke naar Vera. Lieke keek ook om.

Vera richtte zich op en glimlachte lief naar Niels.

‘Ben je al terug?’ – vroeg ze alsof er niks aan de hand was.

Lieke wilde wegvluchten, maar Niels greep haar arm.

‘Wat is er gebeurd?’

‘Zij… zij beschuldigt me dat ik haar ring heb gepikt. Ik heb niks genomen, ik ben niet eens in de badkamer geweest.’

‘Welke ring?’ – Niels hield Lieke stevig vast en keek naar Vera.

‘Met een roze steentje. Ik denk dat ik hem kwijt ben, weet niet waar. Ik vroeg of ze hem toevallig had gezien,’ – zei Vera met een honingzoete stem.

‘Ze liegt! Ze zei dat ik hem had gestolen, wilde de politie bellen.’ – Lieke rukte haar arm los en rende de trap af. De tranen stroomden.

‘Laat me allebei met rust!’ – riep ze wanhopig, haar eigen flat binnenvliegend en de deur dichtgooiend.

‘Wat is er?’ – Marga kwam de gang in.

‘Mama!’ – Lieke viel haar in de armen en vertelde alles.

‘Die ring komt wel weer boven. Niels lost het wel op,’ – stelde Marga haar huilende dochter gerust.

De volgende dag kwam Niels zelf. Marga was niet thuis.

‘Ik moet met je praten,’ – zei hij.

Lieke liet hem in haar kamer. Hij zag een foto van zichzelf op het secretaire en grinnikte. Lieke was die helemaal vergeten. Ze werd vuurrood en sloeg haar ogen neer.

‘Heb je die bij me gestolen? En jij zegt dat je niet steelt.’ – Lieke werd nog roder.

‘Ach, het geeft niet. Ik kom mijn excuses aanbieden. De ring is gevonden.’

‘Waar?’

‘Maakt dat uit?’ – nu keek Niels weg.

‘Wel. Ze beschuldigde me van diefstal. Denk je dat dat leuk is?’ – haar stem trilde.

Niels pakte haar bij haar schouders.

‘Lieke, sorry. Ik heb geen seconde geloofd dat jij hem had. Echt. Vera vond het niet leuk dat je zo vaak kwam, dus bedacht ze dit om je weg te jagen. De ring… hij viel uit haar jaszak toen ze haar jas liet vallen.’

‘En jij vergeeft haar? Stel dat ze je moeder beschuldigt? Van haar kun je alles verwachten. Een koude vis!’

‘Hou op. Ze was gewoon jaloers.’ – Niels keek haar streng aan en liet haar los.

‘Niels! Zie je dan niks?’

‘Wat moet ik zien?’ – hij keek haar spijtig aan. Het was duidelijk dat hij het gesprek zat was.

‘Ik hou van je!’ – flapte Lieke eruit en schrok zelf van haar durf. ‘Al sinds de brugklas. Niels, trouw niet met haar, alsjeblieft.’ – Haar ogen glinsterden, zijn gezicht vervaagde.

‘Lieke, hull je nou? Er komt geen bruiloft. We zijn uit elkaar.’

‘Echt?’ – ze knipperde en de tranen rolden over haar wangen.

‘Stomme meid.’ – Niels trok haar tegen zich aan. ‘Mama wordt volgende week ontslagen uit het ziekenhuis. Kom je langs om te helpen?’

‘Natuurlijk! Dat hoef je niet te vragen.’

Niels vertrok, somber en in gedachten, maar Lieke sprong bijna van blijdschap. Geen bruiloft!

Elke dag liep Lieke even bij tante Marianne binnen, deed boodschappen, dweilde, hielp zelfs met koken. Niels zag ze niet, hij kwam laat thuis. Alle avonden bracht ze door op de derde verdieping. Marga schudde alleen haar hoofd.

Op een dag botste Lieke op Niels op de trap. Hij rook duidelijk naar alcohol.

‘Niels, heb je gedronken?’ – ze keek hem geschrokken aan, denkend aan haar vader, de angst in haar moeders ogen…

‘Nou en?’ – hij wankelde naar haar toe. Lieke deinsde achteruit, haar ogen vol schrik. ‘Lieke, waarom kijk je zo? Wees niet bang, ik word niet zoals jouw vader…’ – ineens klonk zijn stem nuchter.

Op zaterdag stond hij voor de deur met een bos bloemen en vroeg haar mee naar de film. Wat was ze gelukkig!

Vanaf die tijd haastte Niels zich ’s avonds naar huis, waar Lieke met zijn moeder op hem wachtte. Hij dronk niet meer. Ze gingen vaak naar de film, wandelden, zaten in zijn kamer en kusten…

Uiteindelijk smolt Liekes liefde het hart van Niels.

‘Geluk voor jullie, kinderen. Doe haar geen pijn, Niels,’ – zei Marga toen hij Lieke ten huwelijk vroeg.

‘Ik beloof het, nooit.’ – Lieke vlijde zich tegen hem aan, als een jonge berk tegen een stevige eik.

Please rate
Bagattia News
Eeuwige liefdeEn ondanks de jaren die voorbijgingen, bleef hun liefde onveranderd sterk, als een baken in de storm van het leven.